Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Burgerlijk Wetboek Boek 7

Geldend op 11-03-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 530

    • 1. Een betaler heeft recht op de terugbetaling door zijn betaaldienstverlener van een met zijn instemming, door of via een begunstigde geïnitieerde, reeds uitgevoerde betalingstransactie, indien de volgende voorwaarden vervuld zijn:

      • a. op het moment waarop ingestemd werd met de betaalopdracht is niet het precieze bedrag van de betalingstransactie gespecificeerd, en

      • b. het bedrag van de betalingstransactie ligt hoger dan de betaler, op grond van zijn eerdere uitgavenpatroon, de voorwaarden van zijn raamovereenkomst en relevante aspecten van de zaak, redelijkerwijs had kunnen verwachten.

    • 2. De betaler verstrekt de betaaldienstverlener op diens verzoek de feitelijke elementen omtrent de voorwaarden voor terugbetaling.

    • 3. De terugbetaling bestaat uit het volledige bedrag van de uitgevoerde betalingstransactie.

    • 4. In afwijking van het eerste lid kunnen de betaler en zijn betaaldienstverlener in de raamovereenkomst overeenkomen dat de betaler bij automatische afschrijvingen ook recht heeft op terugbetaling door zijn betaaldienstverlener als de in het eerste lid vermelde voorwaarden voor terugbetaling niet vervuld zijn.

    • 5. Voor de toepassing van het eerste lid, onder b, kan de betaler evenwel geen met een valutawissel verband houdende redenen aanvoeren, indien de referentiewisselkoers is toegepast die hij overeenkomstig het bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 4:22 van de Wet op het financieel toezicht, bepaalde met zijn betaaldienstverlener is overeengekomen.

    • 6. In afwijking van het eerste lid kunnen de betaler en betaaldienstverlener in de raamovereenkomsten overeenkomen dat de betaler geen recht heeft op terugbetaling als hij zijn instemming met de op de betalingstransactie betrekking hebbende betaalopdracht rechtstreeks aan zijn betaaldienstverlener heeft gericht en er, in voorkomend geval, informatie betreffende de toekomstige betalingstransactie gedurende ten minste vier weken voor de vervaldag op een overeengekomen wijze door de betaaldienstverlener of door de begunstigde aan de betaler was verstrekt of ter beschikking was gesteld.