Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit oprichting waterschap Dollardzijlvest[Regeling vervallen per 22-12-2009.]

Geldend van 01-01-1992 t/m 21-12-2009

Besluit van 30 oktober 1991, houdende opheffing van de waterschappen Reiderzijlvest en De Veenmarken, oprichting van het interprovinciale waterschap Dollardzijlvest, vaststelling van een reglement voor het waterschap Dollardzijlvest en vaststelling van een reglement voor de verkiezing van leden van het algemeen bestuur van het waterschap Dollardzijlvest

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 3 juli 1991, nr. RJW 96170, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Overwegende dat op grond van artikel 4 van de Waterstaatswet 1900 (Stb. 176) de belangen van waterstaat, twee of meer provincies gemeenschappelijk aangaande, kunnen worden geregeld, indien de Staten van die provincies zich niet met elkaar verstaan;

Gedeputeerde Staten der provincies Groningen en Drenthe gehoord;

De Raad van State gehoord (advies van 25 september 1991, nr. W 09.91.0353);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 16 oktober 1991, nr. RJW 105492, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

I [Vervallen per 22-12-2009]

De waterschappen Reiderzijlvest en De Veenmarken worden opgeheven.

II [Vervallen per 22-12-2009]

Het interprovinciale waterschap Dollardzijlvest wordt opgericht.

III [Vervallen per 22-12-2009]

Het onder bijlage 1 opgenomen reglement met toelichting voor het interprovinciale waterschap Dollardzijlvest wordt vastgesteld.

IV [Vervallen per 22-12-2009]

Het onder bijlage 2 opgenomen reglement met toelichting voor de verkiezing van leden van het algemeen bestuur wordt vastgesteld.

V [Vervallen per 22-12-2009]

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1992.

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en de Algemene Rekenkamer.

Gegeven te ’s-Gravenhage, 30 oktober 1991

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

J. R. H. Maij-Weggen

Uitgegeven de zesentwintigste november 1991

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Bijlage 1. Reglement voor het waterschap Dollardzijlvest [Vervallen per 22-12-2009]

1. Gebied, taak en zetel van het waterschap [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 1.1. gebied van het waterschap [Vervallen per 22-12-2009]

1. Het gebied van het waterschap is aangegeven op de bij dit reglement behorende gewaarmerkte kaart, gedateerd januari 1991, schaal 1 : 50 000.

2. Het gebied wordt bij gelijkluidend besluit van gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe nader aangeduid met detailkaarten, met een schaal van ten minste 1 : 10 000.

3. Van deze kaarten berust een exemplaar bij elk van de provincies en bij het waterschap.

Artikel 1.2. taak van het waterschap [Vervallen per 22-12-2009]

1. De taak van het waterschap is gericht op de waterstaatkundige verzorging van zijn gebied, voorzover deze taak niet tot andere publiekrechtelijke lichamen behoort.

2. Deze taak omvat de zorg voor:

  • - de waterhuishouding inzake de kwantiteit van het oppervlaktewater en de daarvoor van belang zijnde voorzieningen;

  • - wegen, voorzover de zorg bij de inwerkingtreding van dit reglement bij de waterschappen Reiderzijlvest en De Veenmarken berustte en voor zolang de beheersovergang als bedoeld in de " Wet herverdeling wegenbeheer " niet heeft plaatsgevonden;

  • - vaarwegen, voorzover deze zorg bij de inwerkingtreding van dit reglement bij het waterschap Reiderzijlvest berustte.

3. De zorg voor de kwantiteit van het oppervlaktewater omvat:

  • - de regeling van het waterpeil;

  • - het beheer en onderhoud van de werken, die dienen tot afvoer, aanvoer of berging van water, een en ander met inachtneming van de Wet op de waterhuishouding (Stb. 1989, 235).

Artikel 1.3. zetel van het waterschap [Vervallen per 22-12-2009]

Het waterschap is gevestigd op een door het algemeen bestuur te bepalen plaats.

2. Samenstelling en inrichting van het bestuur [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 2.1. bestuursorganen en hun benaming [Vervallen per 22-12-2009]

Het bestuur van het waterschap bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Artikel 2.2. samenstelling van het algemeen bestuur [Vervallen per 22-12-2009]

1. Het algemeen bestuur bestaat uit 28 leden en is als volgt samengesteld:

  • - 20 leden voor de categorie van zakelijk gerechtigden tot ongebouwde onroerende goederen (eigenaren ongebouwd);

  • - 8 leden voor de categorie van zakelijk gerechtigden tot gebouwde onroerende goederen (eigenaren gebouwd).

2. De leden van het algemeen bestuur worden gekozen met inachtneming van het Reglement voor de verkiezing van leden van het algemeen bestuur.

Artikel 2.3. kiesdistricten [Vervallen per 22-12-2009]

Voor de verkiezing van de vertegenwoordigers van de in artikel 2.2 lid 1 genoemde categorieën wordt het waterschapsgebied verdeeld in de volgende districten:

district 1 : gemeente Emmen;

district 2 : gemeenten Odoorn, Borger, Gasselte en Stadskanaal (voorzover gelegen ten westen van het kanaal Veendam-Musselkanaal);

district 3 : gemeenten Pekela, Veendam, Hoogezand-Sappemeer en Menterwolde;

district 4 : gemeenten Vlagtwedde, Stadskanaal (voorzover gelegen ten oosten van het kanaal Veendam-Musselkanaal) en Bellingwedde (voorzover het betreft de secties D en E van de kadastrale gemeente Wedde);

district 5 : gemeenten Bellingwedde (met uitzondering van het onder district 4 vallende gedeelte van die gemeente), Reiderland, Winschoten, Scheemda en Delfzijl.

Artikel 2.4. aantal leden per district [Vervallen per 22-12-2009]

1. Het aantal leden voor de categorie eigenaren ongebouwd bedraagt:

voor district 1: 4;

voor district 2: 4;

voor district 3: 3;

voor district 4: 5;

voor district 5: 4.

2. Het aantal leden voor de categorie eigenaren gebouwd bedraagt:

voor district 1: 1;

voor district 2: 2;

voor district 3: 2;

voor district 4: 1;

voor district 5: 2.

Artikel 2.5. samenstelling van het dagelijks bestuur [Vervallen per 22-12-2009]

Het dagelijks bestuur bestaat naast de voorzitter uit vier leden.

Artikel 2.6. de benoeming van de voorzitter [Vervallen per 22-12-2009]

1. De aanbeveling voor de benoeming van de voorzitter, als bedoeld in artikel 46 van de Waterschapswet wordt door het algemeen bestuur gezonden aan gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe, die de aanbeveling, vergezeld van hun beschouwingen, doorzenden aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.

2. De aflegging van de eed (verklaring en belofte), als bedoeld in artikel 50 van de Waterschapswet vindt plaats in handen van de commissaris van de Koning in de provincie Groningen.

3. Bevoegdheden van het bestuur [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 3.1. bevoegdheden van het algemeen bestuur [Vervallen per 22-12-2009]

Het algemeen bestuur heeft de bevoegdheden die voortvloeien uit hoofdstuk X van de Waterschapswet.

Artikel 3.2. bevoegdheden van het dagelijks bestuur [Vervallen per 22-12-2009]

Tot de bevoegdheden van het dagelijks bestuur behoren, onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde:

  • a. de uitvoering en handhaving van wetten en verordeningen;

  • b. de dagelijkse zorg voor alle werken of andere zaken die bij het waterschap in eigendom, beheer of onderhoud zijn;

  • c. de verzekering van het waterschap tegen schaden en verliezen en tegen wettelijke aansprakelijkheid;

  • d. het verhuren, verpachten of op andere wijze in gebruik geven van werken of andere zaken, bedoeld onder b.;

  • e. het voeren van rechtsgedingen, het vragen van voorlopige voorzieningen en het aanspannen van kort gedingen, alsmede het aangaan van dadingen, het opdragen van geschillen aan scheidslieden en het berusten in rechtsvorderingen, een en ander onder de verplichting deze handelingen te melden aan het algemeen bestuur;

  • f. de vaststelling van de bestekken en van de voorwaarden van aanbesteding van voor het waterschap uit te voeren werken en te verrichten leveringen en van de voorwaarden van verkopingen, voorzover het algemeen bestuur zich die vaststelling niet heeft voorbehouden;

  • g. het houden van alle aanbestedingen van werken en leveringen en verkopingen, tenzij het algemeen bestuur anders heeft beslist;

  • h. het doen van bekendmakingen, bedoeld in artikel 73 van de Waterschapswet;

  • i. het benoemen, schorsen of ontslaan van het personeel anders dan de secretaris van het waterschap;

  • j. het wijzigen van de voor het personeel van het waterschap geldende rechtspositieregeling, een en ander voorzover daarover overeenstemming bestaat in het georganiseerd overleg.

Artikel 3.3. bevoegdheden van de voorzitter [Vervallen per 22-12-2009]

De voorzitter heeft de bevoegdheden die voortvloeien uit hoofdstuk XII van de Waterschapswet.

Artikel 3.4. delegatiebevoegdheid van het algemeen bestuur [Vervallen per 22-12-2009]

1. Het algemeen bestuur kan - onverminderd het bepaalde in artikel 83, lid 2, van de Waterschapswet - bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur, met dien verstande dat overdracht geen betrekking kan hebben op het vaststellen van verordeningen, als bedoeld in de artikelen 78 en 79 van de Waterschapswet.

2. Overdracht van een bevoegdheid kan geheel of gedeeltelijk gebeuren; het algemeen bestuur kan daarbij regels stellen.

4. Beheer van waterstaatswerken [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 4.1. besluitvorming ingevolge de Wet op de waterhuishouding [Vervallen per 22-12-2009]

Bij het ontwerpen van een beheersplan, een waterakkoord of een ander besluit, dat wordt genomen krachtens bepalingen van de Wet op de waterhuishouding wordt door het dagelijks bestuur rekening gehouden met hetgeen in de provinciale waterhuishoudingsplannen van zowel Groningen als Drenthe is vastgelegd.

Artikel 4.2. besluitvorming ingevolge de Waterschapswet [Vervallen per 22-12-2009]

Bij het ontwerpen van een keur, als bedoeld in artikel 75 van de Waterschapswet en de legger van werken, als bedoeld in artikel 78, lid 2, van de Waterschapswet, houdt het dagelijks bestuur rekening met de standpunten, die te dien aanzien door de provinciale besturen van Groningen en van Drenthe worden ingenomen.

Artikel 4.3. onderhoudsplicht van het waterschap [Vervallen per 22-12-2009]

Het waterschap is onderhoudsplichtig voor de oppervlaktewateren en de werken, behorende tot de watergangen, die - krachtens het ingevolge de Wet op de waterhuishouding op te maken beheersplan of de ingevolge artikel 78 van de Waterschapswet op te maken legger - deel uit maken van het hoofdwatergangenstelsel van het waterschap.

Artikel 4.4. vervangende bijdrage onderhoud [Vervallen per 22-12-2009]

Het voldoen aan een in de legger aangewezen onderhoudsplicht kan door het dagelijks bestuur op schriftelijk verzoek van de onderhoudsplichtige worden vervangen door betaling van een bijdrage.

5. Overeenkomst met waterschap Ommelanderzeedijk [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 5.1. onderhoudswerkzaamheden [Vervallen per 22-12-2009]

Het waterschap sluit met het waterschap Ommelanderzeedijk een overeenkomst met betrekking tot de uitvoering door de technische dienst van het waterschap van de nodige werkzaamheden terzake van het onderhoud van de aan het waterschap grenzende of daarbinnen gelegen zee- en slaperdijken.

Artikel 5.2. instructie hoofd technische dienst [Vervallen per 22-12-2009]

In de overeenkomst worden in ieder geval bepalingen opgenomen, waarin tot uiting komt dat het hoofd van de technische dienst van het waterschap tevens is aangesteld als waterbouwkundige van het waterschap Ommelanderzeedijk, waaruit voortvloeit dat - ingeval gecommitteerden uit het hoofdbestuur van het waterschap Ommelanderzeedijk besluiten tot bewaking en verdediging van waterkeringen bij dreigend gevaar of tot verlening van hulp ingeval van dijkdoorbraak - de instructie voor het hoofd van de technische dienst buiten twijfel stelt dat hij in die situatie volledig ten dienste staat van en mitsdien terzake uitsluitend opdrachten ontvangt van het bestuur van dat waterschap.

Artikel 5.3. verkiezingen [Vervallen per 22-12-2009]

De overeenkomst bevat voorts regels met betrekking tot het verlenen van medewerking aan kandidaatstellingen en verkiezingen voor het hoofdbestuur van het waterschap Ommelanderzeedijk.

Artikel 5.4. verrekening kosten [Vervallen per 22-12-2009]

De overeenkomst bevat een regeling over de wijze waarop met het waterschap Ommelanderzeedijk een verrekening plaats vindt van kosten, die worden gemaakt terzake van de uitvoering van de in dit hoofdstuk genoemde werkzaamheden.

Artikel 5.5. overgangsbepaling [Vervallen per 22-12-2009]

Voorzolang de overeenkomst nog niet in werking is getreden of de instructie voor het hoofd van de technische dienst nog niet is vastgesteld, blijven de bepalingen van kracht, zoals deze werden toegepast ingevolge het bijzonder reglement voor het waterschap Reiderzijlvest.

6. Financiën van het waterschap [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 6.1. uitgangspunten van de kostentoedelingsverordening [Vervallen per 22-12-2009]

1. Bij de toedeling van kostendelen in het kader van de ingevolge artikel 119 van de Waterschapswet vast te stellen verordening neemt het waterschapsbestuur de volgende uitgangspunten in acht:

  • a. De kosten van waterkwantiteitszorg worden tussen de categorieën, genoemd in artikel 2.2 lid 1, op een zodanige wijze verdeeld, dat rekening wordt gehouden met het belang van die categorieën bij het niveau van de door het waterschap getroffen voorzieningen en de door die categorieën veroorzaakte kosten van het waterschap.

  • b. De kosten van wegenzorg worden toegedeeld aan:

    • - de categorieën eigenaren gebouwd en ongebouwd, voorzover het gaat om kosten ter voorziening in de algemene verkeersfunctie;

    • - de categorie eigenaren ongebouwd, voorzover het gaat om kosten ter voorziening in het ontsluiten van gronden.

2. Bij het ontwerpen van de kostentoedelingsverordening, als bedoeld in artikel 119 van de Waterschapswet, houdt het dagelijks bestuur rekening met de standpunten, die door de provinciale besturen van Groningen en van Drenthe ten aanzien van dit onderwerp worden ingenomen.

Artikel 6.2. kosten van vaarwegenzorg [Vervallen per 22-12-2009]

Voorzover de kosten van vaarwegenzorg niet kunnen worden bestreden uit bijdragen van andere overheden dan wel van derden, worden deze toegedeeld aan de categorieën eigenaren gebouwd en ongebouwd.

Artikel 6.3. fiscale concentratie [Vervallen per 22-12-2009]

Het waterschap is bevoegd tot het nemen van het in artikel 124, lid 3, van de Waterschapswet bedoelde besluit.

7. Regeling van bevoegdheden tussen de provinciale besturen van Groningen en Drenthe [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 7.1. bevoegdheden [Vervallen per 22-12-2009]

Bevoegdheden van provinciale staten, gedeputeerde staten of de Commissaris van de Koning, voortvloeiend uit de toepassing van de Waterschapswet berusten zowel bij die organen in de provincie Groningen als in de provincie Drenthe.

Artikel 7.2. overleg [Vervallen per 22-12-2009]

Bij de voorbereiding van provinciale verordeningen in Groningen en in Drenthe, waaruit verplichtingen of bevoegdheden voortvloeien die betrekking hebben op aangelegenheden die voor het waterschap van belang zijn, plegen gedeputeerde staten een overeenkomstig overleg als is bepaald ten aanzien van de toepassing van artikel 8 lid 4 van de Wet op de waterhuishouding.

8. Regeling van het toezicht door gedeputeerde staten van Groningen en Drenthe [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 8.1. gezamenlijk toezicht [Vervallen per 22-12-2009]

1. Het toezicht op het waterschap wordt gemeenschappelijk uitgeoefend door gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe.

2. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor verzending aan beide colleges van gedeputeerde staten van:

  • a. besluiten die zijn onderworpen aan goedkeuring, aan een meldingsplicht of aan een andere vorm van provinciaal toezicht;

  • b. besluiten, waartegen beroep is ingesteld op grond van bepalingen in hoofdstuk XX van de Waterschapswet;

3. De beide colleges van gedeputeerde staten bepalen in onderling overleg op welke wijze de voorbereiding en besluitvorming zal plaats vinden over hetgeen terzake van het gezamenlijk toezicht moet worden beslist.

4. De termijnen, genoemd in de hoofdstukken XIX, XX en XXI van de Waterschapswet zijn van toepassing ten aanzien van beslissingen die krachtens het gezamenlijk toezicht tot stand dienen te komen.

Artikel 8.2. goedkeuring en meldingsplichtige besluiten [Vervallen per 22-12-2009]

1. Aan goedkeuring van gedeputeerde staten zijn onderworpen de besluiten en handelingen, waartoe het vereiste van goedkeuring bij of krachtens de wet of bij een verordening van de provincies Groningen of Drenthe is gesteld. In ieder geval betreft dit de regeling van de waterbeheersing en de aanleg van verbetering van waterstaatswerken voorzover de gevolgen ervan ingrijpend zijn.

2. Het dagelijks bestuur meldt aan gedeputeerde staten besluiten tot:

  • a. het vaststellen of wijzigen van verordeningen, voorzover deze niet aan goedkeuring zijn onderworpen;

  • b. het vaststellen of wijzigen van de legger;

  • c. het delegeren van bevoegdheden aan het dagelijks bestuur;

  • d. het oprichten van of deelnemen in privaatrechtelijke lichamen.

  • e. het regelen van de waterbeheersing, voorzover niet van ingrijpende aard.

9 Overgangsbepalingen [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 9.1. voorlopig algemeen bestuur [Vervallen per 22-12-2009]

1. In afwijking van het bepaalde in de artikelen 2.1 t/m 2.4 treedt bij de inwerkingtreding van dit reglement een voorlopig algemeen bestuur op, dat wordt gevormd door een samenvoeging van de zittinghebbende leden van het hoofdbestuur van het waterschap Reiderzijlvest en het college van hoofdingelanden van het waterschap De Veenmarken.

2. Het voorlopig algemeen bestuur heeft zitting tot de verkiezing van de leden van het algemeen bestuur volgens de bepalingen van de Waterschapswet en het kiesreglement onherroepelijk is geworden.

3. Het voorlopig algemeen bestuur is uitsluitend belast met regeling en bestuur van aangelegenheden, waarvan de besluitvorming niet kan worden uitgesteld tot het tijdstip als bedoeld in lid 2.

4. De verkiezing van de leden van het algemeen bestuur vindt overeenkomstig het Kiesreglement voor het eerst plaats binnen negen maanden na inwerkingtreding van dit reglement.

Artikel 9.2. voorlopig dagelijks bestuur [Vervallen per 22-12-2009]

1. In afwijking van het bepaalde in artikel 2.5 treedt bij de inwerkingtreding van dit reglement een voorlopig dagelijks bestuur op, dat wordt gevormd door een samenvoeging van de zittinghebbende leden van de dagelijkse besturen van de waterschappen Reiderzijlvest en De Veenmarken.

2. Het voorlopig dagelijks bestuur heeft zitting tot de benoeming als bedoeld in artikel 41 van de Waterschapswet heeft plaats gevonden; deze benoeming geschiedt in de eerste vergadering van het algemeen bestuur.

3. Het voorlopig dagelijks bestuur is belast met de voorbereiding en organisatie van de verkiezing van de leden van het algemeen bestuur en overigens met alle dagelijkse aangelegenheden van het waterschap en de overige bevoegdheden als omschreven in hoofdstuk XI van de Waterschapswet, voorzover een en ander niet kan worden uitgesteld tot het tijdstip als bedoeld in lid 2.

Artikel 9.3. de voorzitter ad interim [Vervallen per 22-12-2009]

1. Tot aan het tijdstip waarop de benoeming van de voorzitter als bedoeld in artikel 46 van de Waterschapswet heeft plaats gevonden, treedt als zodanig op de bij de inwerkingtreding van dit reglement fungerende voorzitter van het waterschap Reiderzijlvest.

2. De aanbeveling als bedoeld in lid 3 van artikel 46 van de Waterschapswet wordt opgemaakt in de eerste vergadering van het algemeen bestuur.

Artikel 9.4. de secretaris [Vervallen per 22-12-2009]

1. Tot aan het tijdstip waarop is overgegaan tot de benoeming van een secretaris, treedt als zodanig op de bij de inwerkingtreding van dit reglement fungerende secretaris van het waterschap De Veenmarken.

2. De benoeming als bedoeld in artikel 53 van de Waterschapswet vindt plaats in de eerste vergadering van het algemeen bestuur.

Artikel 9.5. het personeel [Vervallen per 22-12-2009]

1. Bij de inwerkingtreding van dit reglement gaan de ambtenaren en het overig personeel van de waterschappen Reiderzijlvest en De Veenmarken over in dienst van het waterschap Dollardzijlvest.

2. De plaatsing in functie geschiedt overeenkomstig de bepalingen van een in overleg met vertegenwoordigers van de ambtenarenorganisaties vast te stellen sociaal statuut.

Artikel 9.6. archieven [Vervallen per 22-12-2009]

1. Al hetgeen tot de archieven van de waterschappen Reiderzijlvest en De Veenmarken behoort moet binnen drie maanden na de inwerkingtreding van dit reglement zijn overgebracht naar het archief van het waterschap Dollardzijlvest.

2. De archieven van de opgeheven waterschappen De Monden en De Runde en van de overige eerder opgeheven waterschappen, behorende tot het zelfde gebied, worden overgebracht naar het rijksarchief te Assen.

3. Voorzover niet van belang voor de taak van het waterschap wordt het archief van het waterschap De Veenmarken vijftien jaar na inwerkingtreding van dit reglement overgebracht naar het rijksarchief te Assen.

4. De kosten van bewaring van de archieven als bedoeld in de leden 2 en 3 komen ten laste van het waterschap.

Artikel 9.7. schulden, rechten en verplichtingen [Vervallen per 22-12-2009]

Alle schulden, rechten en verplichtingen van de waterschappen Reiderzijlvest en De Veenmarken komen op de datum van inwerkingtreding van dit reglement ten bate en ten laste van het waterschap Dollardzijlvest.

De rekeningen van het laatste begrotingsjaar van de waterschappen Reiderzijlvest en De Veenmarken worden afgesloten en vastgesteld door het algemeen bestuur van het waterschap Dollardzijlvest; de saldi worden verantwoord in de rekening van het waterschap Dollardzijlvest.

Artikel 9.8. keuren [Vervallen per 22-12-2009]

De op het tijdstip van inwerkingtreding van dit reglement geldende keuren van de waterschappen Reiderzijlvest en De Veenmarken blijven voor het grondgebied van die waterschappen van kracht tot op het tijdstip waarop de keur van het waterschap Dollardzijlvest in werking is getreden.

Artikel 9.9. legger en onderhoudsplicht [Vervallen per 22-12-2009]

Voorzolang het besluit tot vaststelling van de legger, als bedoeld in artikel 78, lid 2 van de Waterschapswet, niet in werking is getreden, blijven de besluiten van kracht, die terzake van de onderhoudsplicht van toepassing waren voor het grondgebied van de waterschappen Reiderzijlvest en De Veenmarken.

Artikel 9.10. waterschapsbelasting [Vervallen per 22-12-2009]

In afwijking van artikel 6.1 kan een ingevolge artikel 119 van de Waterschapswet vast te stellen verordening een regeling bevatten, krachtens welke gedurende een periode van ten hoogste tien jaar na de inwerkingtreding van dit reglement afzonderlijke belastingtarieven worden geheven in de gebieden van de waterschappen Reiderzijlvest en De Veenmarken, die gebaseerd zijn op de heffingsmaatstaven, die in die waterschappen werden gehanteerd.

10. Slotbepaling [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 10. Inwerkingtreding [Vervallen per 22-12-2009]

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 1992.

Artikel 11. Citeertitel [Vervallen per 22-12-2009]

Dit reglement kan worden aangehaald als reglement voor het waterschap Dollardzijlvest.

Bijlage 2. Reglement voor de verkiezing van leden van het algemeen bestuur van het waterschap Dollardzijlvest [Vervallen per 22-12-2009]

Hoofdstuk 1. Stemgerechtigden [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 1 [Vervallen per 22-12-2009]

Stemgerechtigd voor de verkiezing van de vertegenwoordigers voor de categorieën eigenaren ongebouwd en eigenaren gebouwd zijn degenen die behoren tot de desbetreffende categorie, als zodanig belastingplichtig zijn aan het waterschap en zijn opgenomen in het register van stemgerechtigden bedoeld in artikel 9.

Artikel 2 [Vervallen per 22-12-2009]

1. Ten aanzien van onroerende goederen bezwaard met het recht van beklemming, van erfpacht, van opstal of van vruchtgebruik is niet de eigenaar maar de genothebbende van het betrokken zakelijk recht stemgerechtigd. Niettemin is inzake het recht van opstal de eigenaar stemgerechtigd indien dat recht uitsluitend is gevestigd ten behoeve van de aanleg of het onderhoud, dan wel ten behoeve van de aanleg en het onderhoud, van ondergrondse dan wel bovengrondse leidingen.

2. Indien het onroerend goed met meer dan een van die zakelijke rechten is bezwaard, heeft voor het bezit van het stemrecht de vruchtgebruiker voorrang boven zowel de opstalhouder als de erfpachter dan wel de beklemde meier en heeft de opstalhouder voorrang boven de erfpachter dan wel de beklemde meier.

Artikel 3 [Vervallen per 22-12-2009]

De bevoegdheid tot het uitoefenen van het stemrecht wegens onroerende goederen die in het kadaster zijn gesteld op naam van meer dan een zakelijk gerechtigde of van een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, kan door elk der medegerechtigden of medevennoten worden uitgeoefend met dien verstande dat slechts eenmaal stem kan worden uitgebracht.

Artikel 4 [Vervallen per 22-12-2009]

Ten aanzien van de in huwelijkse gemeenschap vallende goederen die op naam van één der echtgenoten zijn gesteld, kan in diens plaats de andere echtgenoot het stemrecht uitoefenen. Ten aanzien van zodanige goederen die op beider naam zijn gesteld, zijn elk van beide echtgenoten bevoegd tot uitoefening van het stemrecht, met dien verstande dat slechts eenmaal stem kan worden uitgebracht.

Artikel 5 [Vervallen per 22-12-2009]

1. Zij die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak uit het kiesrecht in de zin van de Kieswet zijn ontzet, zijn niet bevoegd tot uitoefening van het stemrecht.

2. De bevoegdheid tot de uitoefening van het stemrecht van hen:

  • a. die op de dag van de stemming minderjarig zijn;

  • b. die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak tot ondercuratelestelling de beschikking of het beheer over hun goederen hebben verloren;

  • c. die in een krankzinnigengesticht zijn opgenomen of

  • d. die afwezig zijn en van wie de goederen daarom bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak onder bewind zijn gesteld;

berust bij de wettelijke vertegenwoordigers

Artikel 6 [Vervallen per 22-12-2009]

Een stemgerechtigde heeft per district slechts een stem in elk der categorieën waarin hij stemgerechtigd is. De stemming op de kandidaten is geheim.

Artikel 7 [Vervallen per 22-12-2009]

1. Een stemgerechtigde kan zijn stem laten uitbrengen door een gemachtigde. Hij is in dat geval niet bevoegd in persoon aan de stemming deel te nemen. Zijn gemachtigde wordt vervolgens voor hem stemgerechtigd.

2. Een stemgerechtigde mag niet voor meer dan twee andere stemgerechtigden een stem uitbrengen.

3. Een stemgerechtigde kan stemmen van andere stemgerechtigden uitsluitend tegelijk met zijn eigen stem uitbrengen.

Artikel 8 [Vervallen per 22-12-2009]

De aanwijzing of machtiging tot uitoefening van het stemrecht als bedoeld in dit reglement gebeurt op een door het dagelijks bestuur te verstrekken formulier, dat bij het uitbrengen van de betrokken stem aan het stembureau moet worden overhandigd.

Hoofdstuk 2. Het register van stemgerechtigden [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 9 [Vervallen per 22-12-2009]

Het dagelijks bestuur houdt een register bij, waarin per categorie en per district, met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, worden opgenomen:

  • a. zij, die blijkens het kadaster behoren tot de categorie belanghebbenden, bedoeld in artikel 11, lid 2, onderdeel a, van de Waterschapswet (eigenaren ongebouwd);

  • b. zij, die blijkens het kadaster behoren tot categorie belanghebbenden, bedoeld in artikel 11, lid 2, onderdeel c, van de Waterschapswet (eigenaren gebouwd).

Artikel 10 [Vervallen per 22-12-2009]

Het dagelijks bestuur maakt uiterlijk 42 dagen voor de dag van de verkiezing openbaar bekend dat een ieder inlichtingen uit het register kan verkrijgen en om wijziging van het register kan verzoeken. Dit verzoek dient uiterlijk 21 dagen voor de dag van de verkiezing te zijn ontvangen.

Artikel 11 [Vervallen per 22-12-2009]

Het dagelijks bestuur legt, een dag na de in artikel 10 bedoelde bekendmaking, gedurende veertien dagen voor een ieder ter inzage een overzicht van de namen en adressen van degenen die in het register van stemgerechtigden zijn opgenomen. Dit overzicht wordt ter inzage gelegd op de secretarieën van het waterschap en van de gemeenten in het betrokken district.

Artikel 12 [Vervallen per 22-12-2009]

1. Het dagelijks bestuur verstrekt op verzoek aan een ieder kosteloos inlichtingen uit het register waaruit deze kan opmaken of hij zelf daarin al dan niet behoorlijk is opgenomen. Een uittreksel van het register wordt tegen betaling van kosten verkrijgbaar gesteld.

2. Een ieder is bevoegd het dagelijks bestuur verbetering van het register te verzoeken op grond dat hij zelf in strijd met dit reglement al dan niet of niet behoorlijk is opgenomen. De artikelen D 5, D 6, D 7 en D 9 van de Kieswet (Stb. 1951, 290) zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 3. Kandidaatstelling [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 13 [Vervallen per 22-12-2009]

1. De kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van het algemeen bestuur gebeurt per categorie belanghebbenden en per district.

2. Niemand kan kandidaat worden gesteld voor meer dan een categorie van belanghebbenden of in meer dan een district.

3. Een opgave tot kandidaatstelling bevat de naam van een kandidaat.

4. De opgave moet zijn ondertekend door ten minste tien personen die in het desbetreffende district bevoegd zijn tot kandidaatstelling van vertegenwoordigers van de desbetreffende categorie van belanghebbenden.

5. Niemand mag per categorie van belanghebbenden meer dan een opgave ondertekenen.

Artikel 14 [Vervallen per 22-12-2009]

Een opgave tot kandidaatstelling moet op straffe van nietigheid uiterlijk op de dag van de kandidaatstelling vóór 15.00 uur door een van de ondertekenaars ter secretarie van het waterschap worden ingeleverd tegen afgifte van een door of vanwege de voorzitter van het waterschap te ondertekenen ontvangstbewijs.

Artikel 15 [Vervallen per 22-12-2009]

1. Bevoegd tot kandidaatstelling in een district zijn degenen in dit district, die behoren tot de betrokken categorie van belanghebbenden en staan ingeschreven in het register van stemgerechtigden.

2. Op de uitoefening van de in het eerste lid omschreven bevoegdheid zijn de artikelen 2 tot en met 5 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16 [Vervallen per 22-12-2009]

De dag van de kandidaatstelling wordt door het dagelijks bestuur ten minste 21 dagen tevoren openbaar bekend gemaakt. In de bekendmaking zijn vermeld de vereisten voor kandidaatstelling als bedoeld in de artikelen 13 tot en met 15.

Artikel 17 [Vervallen per 22-12-2009]

Indien een kandidaatstelling niet voldoet aan het bepaalde in de artikelen 13 en 15, geeft de voorzitter van het waterschap gelegenheid tot herstel van dit verzuim aan de eerste ondertekenaar of aan degene die de kandidatenlijst ter secretarie heeft afgegeven. Binnen drie dagen kan degene aan wie deze gelegenheid is gegeven, het verzuim ter secretarie laten herstellen.

Artikel 18 [Vervallen per 22-12-2009]

1. De voorzitter van het waterschap maakt een lijst op van de kandidaten op de dag na de kandidaatstelling of na de termijn van drie dagen als bedoeld in artikel 17 en legt deze voor een ieder ter inzage.

2. Binnen vijf dagen na de dag der kandidaatstelling onderzoekt het dagelijks bestuur in een vooraf bekend te maken openbare zitting alle ingeleverde opgaven en beslist over de geldigheid van deze opgaven.

Artikel 19 [Vervallen per 22-12-2009]

1. Indien voor een categorie van belanghebbenden per district minder kandidaten zijn gesteld dan het aantal vacatures bedraagt, stelt het algemeen bestuur zoveel kandidaten als nodig zijn om in alle vacatures te voorzien.

2. Indien voor een categorie van belanghebbenden per district evenveel kandidaten zijn gesteld als het aantal vacatures bedraagt, worden in die categorie alle kandidaten als gekozen aangemerkt.

Hoofdstuk 4. Stemming en stembureau [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 20 [Vervallen per 22-12-2009]

1. De stemming ter verkiezing van leden van het algemeen bestuur gebeurt op een door het dagelijks bestuur te bepalen dag, binnen zestig dagen na de dag van kandidaatstelling.

2. Het dagelijks bestuur maakt de dag van stemming en de kandidaten die gekozen kunnen worden, ten minste veertien dagen voor de dag van stemming openbaar bekend.

3. Het dagelijks bestuur stuurt de stemgerechtigden ten minste zeven dagen voor de dag van stemming een oproepingskaart toe, waarop zijn vermeld de plaats waar zij hun stem kunnen uitbrengen en de tijd van stemming.

4. Bij de oproepingskaart is een lijst gevoegd met de namen van de kandidaten op wie een stem kan worden uitgebracht.

Artikel 21 [Vervallen per 22-12-2009]

Het dagelijks bestuur kan elk kiesdistrict in afzonderlijke stemdistricten indelen. Het dagelijks bestuur wijst de stembureaus en het hoofdstembureau aan.

Artikel 22 [Vervallen per 22-12-2009]

1. De stemming gebeurt ten overstaan van een stembureau bestaande uit een voorzitter en twee leden die door het dagelijks bestuur worden benoemd, bij voorkeur uit de stemgerechtigden van het betrokken kiesdistrict.

2. Het dagelijks bestuur benoemt voor elk stembureau twee plaatsvervangende leden. Als de voorzitter van het stembureau afwezig is, wordt hij door het oudste lid vervangen. De voorzitter regelt zonodig de tijdelijke vervanging van de leden. Zijn geen plaatsvervangende leden beschikbaar, dan benoemt de voorzitter deze uit de in het lokaal aanwezige stemgerechtigden.

3. De voorzitter en de leden van het stembureau oefenen hun stemrecht uit ten overstaan van het stembureau waarvan zij deel uitmaken.

4. De voorzitter en de leden van het stembureau onthouden zich van gedragingen die de stemming kunnen beïnvloeden.

Artikel 23 [Vervallen per 22-12-2009]

Het algemeen bestuur stelt de vergoedingen van de voorzitter en van de leden van het stembureau vast.

Artikel 24 [Vervallen per 22-12-2009]

1. Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat elk stembureau beschikt over:

  • a. een uittreksel uit het register van stemgerechtigden in het betrokken kiesdistrict of stemdistrict;

  • b. de aanwijzingen voor de uitoefening van het stemrecht als bedoeld in dit reglement;

  • c. een voldoend aantal stembiljetten;

  • d. een voldoend aantal formulieren voor de door het stembureau te maken verslagen;

  • e. een exemplaar van dit reglement;

  • f. een afsluitbare stembus.

2. De voorzitter van het stembureau geeft van de ontvangst van de stembiljetten een gedagtekend bewijs af, waarop het aantal ontvangen stembiljetten is vermeld.

Artikel 25 [Vervallen per 22-12-2009]

1. Op de stembiljetten staan in alfabetische volgorde de namen van de kandidaten, op wie een stem kan worden uitgebracht.

2. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het bepalen van de verdere wijze van inrichting van de stembiljetten en de inrichting van de door de stembureaus op te maken verslagen van de stemming.

Artikel 26 [Vervallen per 22-12-2009]

1. De voorzitter van het stembureau draagt er zorg voor dat de stemgerechtigde zijn stembiljet kan invullen zonder dat door anderen gezien kan worden op wie hij zijn stem uitbrengt.

2. De voorzitter van het stembureau is belast met de handhaving van de orde in het stemlokaal.

Artikel 27 [Vervallen per 22-12-2009]

1. De stemming begint om 8.00 uur op de dag van de stemming en eindigt om 19.00 uur op deze dag.

2. Vóór 8.00 uur sluit de voorzitter de stembus zodra het stembureau zich heeft overtuigd dat deze leeg is.

3. Na 19.00 uur worden alleen de nog in het stemlokaal aanwezige stemgerechtigden tot de stemming toegelaten. Nadat dezen in de gelegenheid zijn gesteld te stemmen, verklaart de voorzitter de stemming gesloten.

Artikel 28 [Vervallen per 22-12-2009]

1. Degene die wil stemmen, overhandigt aan de voorzitter van het stembureau de door hem ontvangen oproepingskaart voor de stemming, dan wel de oproepingskaart van degene voor wie hij als gemachtigde optreedt met de machtiging als bedoeld in artikel 8.

Het stembureau beoordeelt de geldigheid van de machtiging en maakt daarvan melding in het verslag van de stemming.

2. De voorzitter noemt duidelijk verstaanbaar het nummer waaronder de stemgerechtigde volgens de oproepingskaart in het uittreksel uit het register voorkomt. Het ene lid van het stembureau noemt de naam die in het uittreksel uit het register bij het door de voorzitter genoemde nummer is vermeld, alsmede de categorieën waarin de desbetreffende stemgerechtigde een stem kan uitbrengen. De voorzitter controleert deze gegevens aan de hand van de oproepingskaart.

3. Het stembureau reikt aan de stemgerechtigde per categorie waarin deze stemgerechtigd is, een stembiljet uit. De voorzitter van het stembureau houdt aantekening van het aantal uitgereikte stembiljetten.

4. De stemgerechtigde gaat na ontvangst van het stembiljet of de stembiljetten naar een daartoe ingerichte plaats en stemt daar door invulling van het hokje voor de naam van een kandidaat op wie hij wil stemmen.

5. Na invulling van het stembiljet of de stembiljetten werpt de stemgerechtigde deze vervolgens in de stembus. Het andere lid van het stembureau houdt aantekening van het aantal in de stembus geworpen stembiljetten.

Artikel 29 [Vervallen per 22-12-2009]

1. Indien een stemgerechtigde zich bij de invulling vergist, kan de voorzitter van het stembureau hem voor elk stembiljet waarop hij recht heeft, éénmaal een nieuw stembiljet uitreiken tegen teruggave van de eerder uitgereikte biljetten.

2. De teruggegeven biljetten worden onmiddellijk onbruikbaar gemaakt door aan weerskanten daarop het woord "ongeldig" te plaatsen.

Artikel 30 [Vervallen per 22-12-2009]

1. Nadat de stemming gesloten is verklaard, wordt de aantekening van het aantal uitgereikte stembiljetten samen met het aantal der niet uitgereikte stembiljetten vergeleken met het aantal stembiljetten dat bij het begin van de stemming aanwezig was. Eventuele verschillen worden in het verslag vermeld.

2. Vervolgens verzamelt het stembureau de niet gebruikte stembiljetten en de ingevolge artikel 29 onbruikbaar gemaakte stembiljetten, de ingeleverde oproepingskaarten en de ingeleverde machtigingsbewijzen in afzonderlijk te verzegelen pakken. Van het aantal niet gebruikte en het aantal onbruikbaar gemaakte stembiljetten wordt aantekening gehouden.

Artikel 31 [Vervallen per 22-12-2009]

1. De voorzitter van het stembureau opent vervolgens de stembus, telt de stembiljetten en vergelijkt het aantal met de aantekening van het aantal in de stembus geworpen en het aantal uitgereikte stembiljetten. Eventuele verschillen worden in het verslag gemeld.

2. Het stembureau stelt daarna onmiddellijk vast:

  • a. het op iedere kandidaat uitgebrachte aantal geldige stemmen naar de volgorde van voorkeur;

  • b. het aantal van onwaarde zijnde stembiljetten;

  • c. het aantal niet gebruikte stembiljetten;

  • d. het aantal onbruikbaar gemaakte stembiljetten.

3. De uitslag wordt in het verslag van stemming vermeld, waarna dit verslag door de leden van het stembureau wordt ondertekend. Eventuele ingebrachte bezwaren van de zijde van de stemgerechtigden worden in het verslag vermeld.

Artikel 32 [Vervallen per 22-12-2009]

1. Van onwaarde zijn de stembiljetten waarop:

  • a. de aanwijzing van een kandidaat is gebeurd op een andere wijze dan in dit reglement is voorgeschreven;

  • b. bijvoegingen zijn geplaatst;

  • c. geen hokjes zijn ingevuld;

  • d. meer hokjes zijn ingevuld dan overeenkomt met het aantal te kiezen kandidaten.

2. Indien na de opening van een stembiljet aan de geldigheid daarvan wordt getwijfeld, beslist het stembureau of dit biljet al dan niet van onwaarde is.

3. De voorzitter van het stembureau vermeldt de redenen van twijfel en de beslissing in het verslag.

Artikel 33 [Vervallen per 22-12-2009]

1. De voorzitter van het stembureau maakt de uitslag van elke stemming aan de in het stemlokaal aanwezige personen bekend.

2. Vervolgens worden de geldig gebruikte en de van onwaarde zijnde stembiljetten per categorie in afzonderlijke te verzegelen pakken verzameld.

Artikel 34 [Vervallen per 22-12-2009]

De voorzitter van het stembureau of een door hem aan te wijzen lid bezorgt het verslag met de pakken bedoeld in de artikelen 30 en 33 onmiddellijk aan het dagelijks bestuur.

Artikel 35 [Vervallen per 22-12-2009]

1. Het dagelijks bestuur stelt aan de hand van de opgemaakte verslagen van alle stembureaus in het kiesdistrict het op iedere kandidaat naar de volgorde van voorkeur uitgebrachte totaal aantal stemmen vast.

2. Als gekozen worden aangemerkt de kandidaten die achtereenvolgens de meeste stemmen hebben verkregen, tot het aantal van de gekozenen gelijk is aan het aantal van de te vervullen plaatsen.

3. Bij een gelijk aantal stemmen beslist het lot.

Artikel 36 [Vervallen per 22-12-2009]

1. Het dagelijks bestuur stelt de totaaluitslag van de stemming vast en legt deze uitslag samen met de verslagen van de stembureaus gedurende veertien dagen voor een ieder ter inzage.

2. Het dagelijks bestuur maakt de terinzagelegging tevoren openbaar bekend.

Artikel 37 [Vervallen per 22-12-2009]

Iedere belanghebbende kan terzake van handelingen of beslissingen die bij de kandidaatstelling en de stemming bedoeld in de hoofdstukken 3 en 4 hebben plaatsgehad, een bezwaarschrift indienen bij het algemeen bestuur binnen veertien dagen nadat de verslagen ter inzage zijn gelegd. Het algemeen bestuur behandelt deze bezwaarschriften bij zijn beslissing over de toelating.

Artikel 38 [Vervallen per 22-12-2009]

Het dagelijks bestuur bewaart de stukken die het van de stembureaus heeft ontvangen. De stembiljetten worden bewaard tot over de toelating van de gekozenen onherroepelijk is beslist. Het dagelijks bestuur is verplicht deze stukken op verzoek aan het algemeen bestuur ter inzage te geven.

Artikel 39 [Vervallen per 22-12-2009]

Het dagelijks bestuur deelt de uitslag van de stemming schriftelijk aan de gekozenen mede.

Hoofdstuk 5. Toelating tot het bestuur [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 40 [Vervallen per 22-12-2009]

1. De gekozene zendt binnen twee weken nadat het dagelijks bestuur hem schriftelijk van zijn verkiezing in kennis heeft gesteld, de volgende stukken aan de voorzitter van het waterschap:

  • a. een uittreksel uit het geboorteregister of uit het bevolkingsregister;

  • b. een verklaring van de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene in het bevolkingsregister is opgenomen, waaruit blijkt dat hij niet ingevolge de Kieswet uit het kiesrecht is ontzet;

  • c. een verklaring waaruit blijkt dat betrokkene de verkiezing aanneemt.

2. Levert de gekozene zonder dat daarvoor naar het oordeel van het algemeen bestuur een aannemelijke verklaring bestaat, de in het vorige lid bedoelde stukken niet in binnen de gestelde termijn, dan vervalt daardoor zijn verkiezing en wordt degene onder de niet-gekozenen op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht, als gekozene aangemerkt.

Artikel 41 [Vervallen per 22-12-2009]

1. Het algemeen bestuur onderzoekt de stukken die door de gekozene zijn ingezonden, de ingediende bezwaarschriften en de bezwaren die krachtens artikel 37 blijkens de door de betrokken stembureaus opgemaakte verslagen zijn ingebracht, en beslist over de toelating van de gekozene. Indien de beslissing strekt tot niet toelating van de gekozene of tot reageren op ingediende bezwaren, is deze met redenen omkleed.

2. Het dagelijks bestuur brengt de beslissing ter kennis van de gekozene en legt de beslissing tegelijkertijd gedurende veertien dagen ter inzage.

3. Het dagelijks bestuur maakt de terinzagelegging tevoren openbaar bekend.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 42 [Vervallen per 22-12-2009]

De Algemene Termijnenwet (Wet van 25 juli 1964, Stb. 314) is van overeenkomstige toepassing op dit reglement.

Artikel 43 [Vervallen per 22-12-2009]

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 1992.

Artikel 44 [Vervallen per 22-12-2009]

Dit reglement kan worden aangehaald als Kiesreglement Dollardzijlvest.