Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit kredietaanbiedingen[Regeling vervallen per 01-01-2006.]

Geldend van 08-03-2002 t/m 31-12-2005

Besluit van 17 oktober 1991, houdende regels ter uitvoering van artikel 26, eerste, tweede, derde en vierde lid, van de Wet op het consumentenkrediet

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 8 april, nr. 91030255 WJA/W, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Financiën;

Gelet op de artikelen 26, eerste, tweede, derde en vierde lid en 64 van de Wet op het consumentenkrediet (Stb. 1990, 395);

Gehoord de Adviescommissie consumentenkrediet;

De Raad van State gehoord (advies van 26 september 1991, nr. W10.91.0186);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 7 oktober 1991, nr. 91088009 WJA/W, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Financiën;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. wet: de Wet op het consumentenkrediet (Stb. 1990, 395);

  • b. kredietaanbieding: een prospectus dan wel enige andere door of vanwege een kredietgever, leverancier of kredietbemiddelaar openbaar gemaakte mededeling omtrent door hem aangeboden krediet;

  • c. betalingstermijn: het tijdvak dat ligt tussen:

    • 1°. het tijdstip waarop ter uitvoering van een krediettransactie door de kredietgever een geldsom ter beschikking wordt gesteld onderscheidenlijk met het verschaffen van het genot van een zaak of het verlenen van een dienst een aanvang wordt gemaakt en het tijdstip waarop de kredietnemer de eerste betaling moet hebben gedaan, dan wel

    • 2°. twee opeenvolgende tijdstippen waarop de kredietnemer ter uitvoering van een krediettransactie een betaling moet hebben gedaan;

  • d. termijnbedrag: het bedrag van een betaling die de kredietnemer aan het einde van een betalingstermijn moet hebben gedaan;

  • e. theoretische looptijd: de geschatte lengte van het tijdvak gedurende hetwelk de kredietnemer bij een doorlopend krediet betalingen moet doen;

  • f. betalingsregeling: de regeling van de hoogte van de termijnbedragen, alsmede de lengte en, bij niet-doorlopend krediet, het aantal van de betalingstermijnen, welke in het kader van een krediettransactie van toepassing is;

  • g. kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn: de kredietvergoeding die over een betalingstermijn in rekening wordt gebracht, uitgedrukt in een percentage van het uitstaand saldo aan het begin van die betalingstermijn.

Artikel 1A [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Iedere kredietgever en iedere leverancier stelt kosteloos een prospectus ter beschikking waarin hij de voorwaarden waaronder hij bereid is deel te nemen aan krediettransacties bekend maakt.

  • 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van iedere kredietbemiddelaar met betrekking tot de bekendmaking van de voorwaarden waaronder de kredietgever waarvoor hij bemiddelt, bereid is deel te nemen aan krediettransacties.

  • 3 Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op krediettransacties waarvoor op grond van het Besluit financiële bijsluiter een financiële bijsluiter moet worden verstrekt.

  • 4 Een financiële bijsluiter wordt voor de toepassing van dit besluit niet beschouwd als een kredietaanbieding.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

In de bij dit besluit behorende bijlage wordt aangegeven op welke wijze de berekening van de ingevolge dit besluit in kredietaanbiedingen te vermelden theoretische looptijd geschiedt.

Hoofdstuk II. Algemene voorschriften voor kredietaanbiedingen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2006]

Een kredietaanbieding moet een zodanige vermelding bevatten van degene door of vanwege wie de kredietaanbieding wordt gedaan, dat daaruit blijkt of deze optreedt als kredietgever, als leverancier dan wel als kredietbemiddelaar.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Indien in een kredietaanbieding een element van een betalingsregeling onderscheidenlijk de theoretische looptijd wordt vermeld, moeten daarbij tevens de overige elementen van die betalingsregeling onderscheidenlijk de desbetreffende betalingsregeling worden vermeld.

  • 2 Bij een vermelding als bedoeld in het eerste lid moeten telkens worden vermeld het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis alsmede:

    • a. indien doorlopend krediet wordt aangeboden:

      • 1°. het kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn,

      • 2°. de kredietlimiet, en

      • 3°. de theoretische looptijd;

    • b. indien niet-doorlopend krediet wordt aangeboden: de kredietsom.

  • 3 Indien in een kredietaanbieding de hoogte van kredietvergoeding wordt vermeld, moet daarbij telkens het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis worden vermeld.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2006]

Indien een in een kredietaanbieding vermeld effectief kredietvergoedingspercentage op jaarbasis niet geldt voor alle krediettransacties van gelijke soort, omvang en duur waarop de kredietaanbieding betrekking heeft, moeten daarbij het laagste en het hoogste percentage worden vermeld. Indien bij een van de vermelde percentages de daaraan ten grondslag liggende betalingsregeling wordt vermeld, moeten de betalingsregelingen die ten grondslag liggen aan elk van de vermelde percentages worden vermeld.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Indien in een kredietaanbieding schriftelijk of door middel van een beeldscherm twee of meer betalingsregelingen worden weergegeven, moeten de in artikel 4, eerste en tweede lid, bedoelde gegevens alle in één tabel worden weergegeven.

  • 2 In de tabel moeten in ieder geval de effectieve kredietvergoedingspercentages op jaarbasis in één of meer afzonderlijke kolommen worden weergegeven.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2006]

Indien in een kredietaanbieding een effectief kredietvergoedingspercentage op jaarbasis wordt vermeld, moet daarbij de aanduiding "effectieve rente op jaarbasis" worden opgenomen.

Hoofdstuk III. Bijzondere voorschriften voor kredietaanbiedingen [Vervallen per 01-01-2006]

Afdeling 1. Prospectussen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2006]

Indien in het prospectus doorlopend krediet wordt aangeboden, moeten in het prospectus worden vermeld:

  • a. uitsluitend en ten minste vier representatieve kredietlimieten met daarbij de meest gebruikelijke betalingsregelingen;

  • b. de uitgangspunten bij de berekening van de theoretische looptijd;

  • c. de hoogte van de vergoeding die verschuldigd wordt, indien de kredietnemer, na ingebrekestelling, nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling;

  • d. de hoogte van de vergoeding die verschuldigd wordt, indien de kredietnemer vervroegd aflost.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2006]

Indien in het prospectus niet-doorlopend krediet wordt aangeboden, moeten in het prospectus worden vermeld:

  • a. uitsluitend en ten minste vier representatieve kredietsommen met daarbij de meest gebruikelijke betalingsregelingen;

  • b. ten minste één voorbeeld van een berekening waaruit blijkt op welke wijze met behulp van de kredietsom, het termijnbedrag en de looptijd het bedrag kan worden bepaald van de vergoeding welke verschuldigd is bij afwikkeling overeenkomstig de betalingsregeling;

  • c. de hoogte van de vergoeding die verschuldigd wordt, indien de kredietnemer, na ingebrekestelling, nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling;

  • d. de hoogte van de vergoeding die verschuldigd wordt, indien de kredietnemer vervroegd aflost, alsmede ten minste één voorbeeld van een berekening waaruit blijkt op welke wijze het bedrag van deze vergoeding wordt bepaald.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Een prospectus moet voorts ten minste de volgende gegevens bevatten:

    • a. een beschrijving van de bij een kredietaanvraag te volgen procedure;

    • b. een globale beschrijving van de criteria die ten grondslag liggen aan de beoordeling van de kredietwaardigheid van degene, voor wie een krediet wordt aangevraagd, voorzien van ten minste twee representatieve voorbeelden van toepassing van die criteria;

    • c. indien de betrokken kredietgever ingevolge het voorschrift, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de wet deelneemt aan een stelsel van kredietregistratie:

      • 1°. de vermelding van het feit dat de kredietgever aan dat stelsel deelneemt,

      • 2°. de naam en de plaats van vestiging van de instelling die dat stelsel in stand houdt,

      • 3°. een beschrijving van het doel en van de werkwijze van dat stelsel, waaruit in ieder geval blijkt:

        • - in welke gevallen gegevens betreffende de kredietwaardigheid van degene, voor wie een krediet wordt aangevraagd, door de kredietgever worden opgevraagd, en

        • - dat gegevens met betrekking tot een verleend krediet door de kredietgever worden verstrekt aan en worden geregistreerd door de instelling die dat stelsel in stand houdt;

    • d. zodanige aanduidingen of omschrijvingen van de aangeboden kredieten, dat daaruit blijkt of het een doorlopend dan wel een niet-doorlopend krediet betreft;

    • e. een beschrijving van de algemene voorwaarden, waaronder de betrokken kredietgever of leverancier bereid is deel te nemen aan krediettransacties, waaronder in ieder geval de voorwaarden inzake:

      • 1°. ten behoeve van de kredietgever of de leverancier op zaken te vestigen zekerheidsrechten,

      • 2°. vervroegde opeisbaarheid van het door de kredietnemer verschuldigde, en

      • 3°. de bevoegdheid van de kredietnemer tot volledige of gedeeltelijke vervroegde aflossing;

    • f. indien degene, voor wie een krediet wordt aangevraagd, zich bij de totstandkoming van een krediettransactie verplicht tot het aangaan van een andere overeenkomst:

      • 1°. een beschrijving van het daartoe strekkende beding, en

      • 2°. de vermelding van het feit dat de kredietnemer het recht heeft te bepalen met welke wederpartij die andere overeenkomst zal worden aangegaan;

    • g. een vermelding van de verplichting van de kredietgever om bij niet-inwilliging van een kredietaanvraag aan de aanvrager op diens verzoek schriftelijk opgaaf van de redenen daarvan te doen;

    • h. de vermelding dat de kredietnemer eerst na ingebrekestelling een vergoeding verschuldigd wordt, indien hij nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling;

    • i. een toelichting op de ingevolge artikel 7 te bezigen aanduiding in de volgende bewoordingen: "De effectieve rente op jaarbasis is een prijsaanduiding voor het krediet. Hierin komen alle kosten van het krediet tot uitdrukking.".

  • 2 Het eerste lid, aanhef en onder f, 2°, is niet van toepassing op een beding als bedoeld in artikel 33, onder b, 2°, van de wet.

Afdeling 2. Overige kredietaanbiedingen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2006]

Indien in een kredietaanbieding, niet zijnde een prospectus, doorlopend krediet wordt aangeboden, waarbij een kredietlimiet, een theoretische looptijd, de hoogte van kredietvergoeding of een element van een betalingsregeling wordt vermeld, moeten in de kredietaanbieding uitsluitend en ten minste twee representatieve kredietlimieten met daarbij de meest gebruikelijke betalingsregelingen worden vermeld.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2006]

Indien in een kredietaanbieding, niet zijnde een prospectus, niet-doorlopend krediet wordt aangeboden, waarbij een kredietsom, de hoogte van kredietvergoeding of een betalingsregeling wordt vermeld, moeten in de kredietaanbieding worden vermeld:

  • a. uitsluitend en ten minste twee representatieve kredietsommen met daarbij de meest gebruikelijke betalingsregelingen;

  • b. indien het goederenkrediet betreft voorts:

    • 1°. de contantprijs van elk van de zaken of diensten, met daarbij de aanduiding "prijs bij contante betaling" of "contantprijs", en

    • 2°. het bedrag dat de som vormt van de kredietsom en het totaal van de vergoeding welke verschuldigd is bij afwikkeling overeenkomstig de betalingsregeling, met daarbij de aanduiding "prijs bij verkoop op afbetaling".

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2006]

Een kredietaanbieding waarop artikel 11 onderscheidenlijk12van toepassing is, moet voorts ten minste bevatten:

  • a. indien de betrokken kredietgever ingevolge het voorschrift, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de wet deelneemt aan een stelsel van kredietregistratie:

    • 1°. de vermelding van het feit dat door de kredietgever in het kader van dat stelsel gegevens betreffende de kredietwaardigheid van degene, voor wie een krediet wordt aangevraagd, worden opgevraagd, en

    • 2°. de naam en de plaats van vestiging van de instelling die dat stelsel in stand houdt;

  • b. zodanige aanduidingen of omschrijvingen van de aangeboden kredieten, dat daaruit blijkt of het een doorlopend dan wel een niet-doorlopend krediet betreft.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2006]

Het is verboden in een kredietaanbieding, niet zijnde een prospectus, vermeldingen op te nemen aangaande de termijn waarbinnen of het tijdstip waarop:

  • a. over een kredietaanvraag wordt beslist,

  • b. een krediettransactie tot stand kan komen, of

  • c. degene, voor wie een krediet wordt aangevraagd, daarover kan beschikken.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2006]

Het is verboden in een kredietaanbieding, niet zijnde een prospectus, tot uiting te brengen dat lopende kredieten bij de beoordeling van een kredietaanvraag geen of een ondergeschikte rol spelen.

Hoofdstuk IV. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2006]

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2006]

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit kredietaanbiedingen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage, 17 oktober 1991

Beatrix

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Y. C. M. T. van Rooy

Uitgegeven de veertiende november 1991

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Bijlage Berekening van de theoretische looptijd van doorlopend krediet [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1. Bij de berekening van de theoretische looptijd van doorlopend krediet wordt er van uit gegaan dat:

    • a. de krediettransactie overeenkomstig de bij het aangaan van de krediettransactie vastgestelde betalingsregeling wordt afgewikkeld,

    • b. geen wijzigingen optreden in de kredietvergoeding, tenzij het wijzigingen betreft waarvan de omvang bij het aangaan van de krediettransactie is vastgesteld,

    • c. het uitstaand saldo op het tijdstip waarop door de kredietgever een geldsom ter beschikking wordt gesteld onderscheidenlijk met het verschaffen van het genot van een zaak of het verlenen van een dienst een aanvang wordt gemaakt, gelijk is aan de kredietlimiet, en

    • d. het uitstaand saldo niet toeneemt anders dan uit hoofde van het in rekening brengen van kredietvergoeding.

  • 2. Bij doorlopende krediettransacties waarbij het kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn, de betalingstermijn en het termijnbedrag, met uitzondering van het laatste termijnbedrag, gelijk blijven, bedraagt de theoretische looptijd n betalingstermijnen, waarbij n de uitkomst is van de volgende formule:

    Bijlage 2589.png

    In deze formule is:

    • T: het termijnbedrag;

    • i. m: het honderdste deel van het kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn;

    • m: het aantal betalingstermijnen per jaar;

    • K: de kredietlimiet.

  • 3. Bij doorlopende krediettransacties die niet voldoen aan de in onderdeel 2 genoemde kenmerken wordt de theoretische looptijd berekend als de som van de lengten van de betalingstermijnen die verstrijken alvorens het uitstaand saldo tot nihil is teruggebracht.

  • 4. Bij de bepaling van de theoretische looptijd wordt het aantal betalingstermijnen op een geheel getal naar boven afgerond.