Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
Kruimelpad
  • Home
  • Overheidsinformatie
  • Zoeken
  • Verwijzing

Wet- en regelgeving

Instellingen (nu: volledige regeling), opent een nieuw venster
  • Vorige

  • Volgende

Regeling verkeersbrigadiers

Geldend op 12-12-2009


  • Regeling verkeersbrigadiers
  • De minister van Verkeer en Waterstaat

    Gelet op artikel 58 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) (Stb. 1990, 460);

    Besluit:

  • Paragraaf 1. Opleiding

  • Artikel 1

    De opleiding tot verkeersbrigadier vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de betrokken korpschef van het regionale politiekorps.

  • Artikel 2

    De opleiding bestaat uit een theoretisch en een praktisch gedeelte.

  • Paragraaf 2. Aanstelling

  • Artikel 3

    • 1.De aanstelling tot verkeersbrigadier geschiedt door de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene zijn taak zal uitoefenen.

    • 2.Voor zover het gaat om minderjarigen, die als leerling bij een school staan ingeschreven geschiedt de aanstelling na overleg met het hoofd van deze school.

  • Artikel 4

    De aanstelling geschiedt nadat het theoretische gedeelte van de opleiding is voltooid en voordat het praktische gedeelte van de opleiding een aanvang neemt.

  • Artikel 5

    De aanstelling geschiedt schriftelijk.

  • Artikel 6

    • 1.Voor aanstelling komen slechts in aanmerking personen die de leeftijd van 10 jaar hebben bereikt.

    • 2.Indien de aanstelling minderjarigen betreft, dienen zij een schriftelijke verklaring van ouders of voogden over te leggen houdende de toestemming tot het verrichten van de werkzaamheden van verkeersbrigadier.

  • Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2006]

  • Artikel 8

    • 1.De burgemeester verklaart de aanstelling vervallen:

      • a. indien de betrokken verkeersbrigadier het praktische gedeelte van de opleiding niet met succes heeft afgerond;

      • b. indien de betrokken korpschef van het regionale politiekorps van oordeel is dat de betrokken verkeersbrigadier niet meer geschikt is om de taak van verkeersbrigadier uit te oefenen;

      • c. indien het niet langer noodzakelijk is, dat de betrokken verkeersbrigadier als zodanig werkzaam is;

      • d. indien de meerderjarige verkeersbrigadier daartoe een verzoek indient of

      • e. indien de ouders of voogden van een minderjarige verkeersbrigadier of het hoofd van de school daartoe een verzoek indienen.

    • 2.De vervallenverklaring van de aanstelling door de burgemeester geschiedt schriftelijk.

  • Paragraaf 3. Plaats van optreden

  • Artikel 9

    Verkeersbrigadiers mogen voor de uitoefening van hun taak slechts worden ingezet:

    • a. op wegen waar in het algemeen niet sneller wordt gereden dan 50 kilometer per uur; meerderjarige verkeersbrigadiers mogen hun taak ook op andere wegen uitoefenen;

    • b. indien ter plaatse bij duisternis of slecht zicht voldoende openbare straatverlichting aanwezig is en

    • c. indien de verkeersbrigadiers voldoende bekend zijn met de specifieke omstandigheden van de plaats waar zij hun taak uitoefenen.

  • Paragraaf 4. Tijdstippen van optreden

  • Artikel 10

    Verkeersbrigadiers oefenen hun taak uit gedurende de perioden waarin ter plaatse kinderen zich naar en van school begeven en overigens gedurende de perioden waarin hun hulp naar het oordeel van door de betrokken korpschef van het regionale politiekorps aangewezen politiefunctionarissen noodzakelijk is in het kader van het laten oversteken van voetgangers.

  • Paragraaf 5. Uitrusting

  • Artikel 11

  • Paragraaf 6. Toezicht

  • Artikel 12

    Op verkeersbrigadiers wordt geregeld toezicht gehouden onder verantwoordelijkheid van de betrokken korpschef van het regionale politiekorps.

  • Paragraaf 7. Slotbepalingen

  • Artikel 13

    Deze regeling berust op artikel 13, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

  • Artikel 14

    Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 1991.

  • Artikel 15

    Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verkeersbrigadiers.

  • 's-Gravenhage, 1 oktober 1991
    De

    minister

    van Verkeer en Waterstaat,

    J. R. H. Maij-Weggen

  • Bijlage

    202048

    Model F10

    Afmetingen:

    a = 22,5 cm

    b = 20,8 cm

    c = 13,6 cm

    d = 9,6 cm

    e = 2,4 cm

    De rode cirkelrand is zowel retroreflecterend als fluorescerend.

    Het witte veld is retroreflecterend.