KruimelpadGeldend op 12-12-2009
1.Voor aanstelling komen slechts in aanmerking personen die de leeftijd van 10 jaar hebben bereikt.
2.Indien de aanstelling minderjarigen betreft, dienen zij een schriftelijke verklaring van ouders of voogden over te leggen houdende de toestemming tot het verrichten van de werkzaamheden van verkeersbrigadier.
1.De burgemeester verklaart de aanstelling vervallen:
a. indien de betrokken verkeersbrigadier het praktische gedeelte van de opleiding niet met succes heeft afgerond;
b. indien de betrokken korpschef van het regionale politiekorps van oordeel is dat de betrokken verkeersbrigadier niet meer geschikt is om de taak van verkeersbrigadier uit te oefenen;
c. indien het niet langer noodzakelijk is, dat de betrokken verkeersbrigadier als zodanig werkzaam is;
d. indien de meerderjarige verkeersbrigadier daartoe een verzoek indient of
e. indien de ouders of voogden van een minderjarige verkeersbrigadier of het hoofd van de school daartoe een verzoek indienen.
2.De vervallenverklaring van de aanstelling door de burgemeester geschiedt schriftelijk.
Verkeersbrigadiers mogen voor de uitoefening van hun taak slechts worden ingezet:
a. op wegen waar in het algemeen niet sneller wordt gereden dan 50 kilometer per uur; meerderjarige verkeersbrigadiers mogen hun taak ook op andere wegen uitoefenen;
b. indien ter plaatse bij duisternis of slecht zicht voldoende openbare straatverlichting aanwezig is en
c. indien de verkeersbrigadiers voldoende bekend zijn met de specifieke omstandigheden van de plaats waar zij hun taak uitoefenen.
Verkeersbrigadiers oefenen hun taak uit gedurende de perioden waarin ter plaatse kinderen zich naar en van school begeven en overigens gedurende de perioden waarin hun hulp naar het oordeel van door de betrokken korpschef van het regionale politiekorps aangewezen politiefunctionarissen noodzakelijk is in het kader van het laten oversteken van voetgangers.
1.Bij de uitoefening van hun taak dienen verkeersbrigadiers ten minste te zijn uitgerust met:
a. een oranje fluorescerende jas of hes en
b. een stopteken als bedoeld in artikel 82, derde lid, van het RVV 1990.
2.Het stopteken komt voor in twee uitvoeringen:
a. als stopteken dat met de hand wordt opgehouden en voldoet aan het in de bijlage vastgestelde model;
b. als stopteken dat onderdeel uitmaakt van een draai-arm-systeem en dat ten minste voldoet aan type II en klasse I als bedoeld in Hoofdstuk II, paragraaf 3, van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens.