Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit klachtrecht militairen

Geldend van 13-09-2002 t/m heden

Besluit van 25 juni 1991, houdende regelen inzake het klachtrecht voor militairen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Defensie van 31 januari 1991, afdeling arbeidsvoorwaardenbeleid, nr. D 90/096/2197;

Gelet op artikel 2, vijfde lid, van de Militaire Ambtenarenwet 1931 (Stb. 519) en artikel 4 vijfde lid van de Wet rechtstoestand dienstplichtigen (Stb. 1971, 231);

De Raad van State gehoord (advies van 15 mei 1991, nr. W07.91.0060);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Defensie, van 17 juni 1991, nr. D90/096/9350;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. Betekenis van uitdrukkingen

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Indiening

  • 1 Het instellen van beklag geschiedt door middel van het indienen van een met redenen omkleed klaagschrift bij de beklagmeerdere.

  • 3 Een na afloop van de in het tweede lid genoemde termijn ingediend klaagschrift wordt geacht tijdig te zijn ingediend indien de klager aantoont dat hij het klaagschrift heeft ingediend zo spoedig als redelijkerwijs verlangd kon worden.

Artikel 3. Onderzoek

  • 1 De beklagmeerdere houdt naar aanleiding van het klaagschrift een onderzoek. Het onderzoek is niet openbaar.

  • 2 De beklagmeerdere kan een rapporteur met het onderzoek naar het klaagschrift belasten. De rapporteur mag op generlei wijze betrokken zijn bij de aangelegenheid die onderwerp is van beklag en moet hoger in rang zijn dan wel - bij gelijkheid in rang - ouder in rang zijn dan de militaire meerdere tegen wie het klaagschrift is gericht.

  • 3 Tijdens het onderzoek worden de klager, de militaire meerdere tegen wie het beklag is gericht en - voor zover hiervoor termen aanwezig zijn - anderen gehoord.

  • 4 Indien de beklagmeerdere niet zelf het onderzoek naar het klaagschrift verricht, wordt de klager de gelegenheid geboden bij de beklagmeerdere zijn standpunt mondeling nader toe te lichten.

  • 5 Indien het horen door de beklagmeerdere dan wel door de rapporteur niet mogelijk is dan wel op enige bezwaren stuit, kan de beklagmeerdere de tot straffen bevoegde militaire meerdere van degene die moet worden gehoord met het horen belasten.

  • 7 Van het onderzoek wordt een verslag gemaakt.

  • 8 De klager en zijn vertrouwensman hebben het recht op inzage van alle stukken die op de zaak betrekking hebben.

Artikel 4. Beslissing

  • 1 Op het klaagschrift moet binnen een termijn van zes weken na ontvangst schriftelijk worden beslist. Deze beslissing kan voor ten hoogste vier weken worden verdaagd. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de klager. De termijn bedraagt twaalf weken indien de klager dan wel de militaire meerdere tegen wie het klaagschrift is gericht dan wel getuigen zich om redenen van dienst buiten Nederland bevinden. De klager en de militaire meerdere tegen wie het klaagschrift is gericht worden schriftelijk in kennis gesteld van de beslissing.

  • 2 De beslissing is met redenen omkleed en houdt in dat de klager niet ontvankelijk dan wel de klacht geheel of gedeeltelijk gegrond dan wel ongegrond is.

  • 3 De beklagmeerdere zendt zijn beslissing vergezeld van het verslag van het onderzoek langs de hiërarchieke weg aan de minister.

Artikel 5. Beklag

Beklag is niet mogelijk tegen een op beklag genomen beslissing.

Artikel 6. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt tegelijkertijd in werking met de Wet van 29 augustus 1991 (Stb. 478), houdende wijziging van de Militaire Ambtenarenwet 1931 (Stb. 519) en van de Wet rechtstoestand dienstplichtigen (Stb. 1971, 231) in verband met Herziening van het militair tuchtrecht (Wet militair tuchtrecht).

Artikel 7. Citeertitel

Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit klachtrecht militairen".

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 25 juni 1991

Beatrix

De Minister van Defensie,

A. L. ter Beek

Uitgegeven de vijfde november 1991

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin