Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling onderscheidingstekenen rijksbrandweerpersoneel[Regeling vervallen per 01-02-2005.]

Geldend van 30-06-1991 t/m 31-01-2005

Regeling onderscheidingstekenen rijksbrandweerpersoneel

De Minister van Binnenlandse Zaken,

Gelet op artikel 65, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (Stb. 1931, 248);

Gehoord de Brandweerraad;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-02-2005]

In deze regeling wordt verstaan onder de ambtenaar: degene, die is aangesteld in één van de rangen, bedoeld in artikel 2, eerste en derde lid, van het Besluit brandweerpersoneel (Stb. 1991, 276) en werkzaam is bij de inspectie voor het brandweerwezen, bedoeld in artikel 19 van de Brandweerwet 1985 (Stb. 87).

Artikel 2 [Vervallen per 01-02-2005]

De ambtenaar is verplicht het bij zijn rang behorende onderscheidingsteken, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage, te dragen.

Artikel 3 [Vervallen per 01-02-2005]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 4 [Vervallen per 01-02-2005]

Deze regeling kan worden aangehaald als Regeling onderscheidingstekenen rijksbrandweerpersoneel.

De

Minister

van Binnenlandse Zaken,
voor deze,
De

directeur-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid

,

I.W. Opstelten

Bijlage [Vervallen per 01-02-2005]

In deze bijlage is in paragraaf 1 ‘Algemeen’ aangegeven welke galons en brandweeremblemen en welke ster zijn voorgeschreven en welke de beschrijvingen hiervan zijn. Voor de brandweeremblemen en de ster is eveneens beschreven op welke wijze deze op de pet en de uniformjas dienen te worden gedragen.

In paragraaf 2 ‘Onderscheidingstekenen naar rang’ is nader bepaald welke de verschillende onderscheidingstekenen per rang op de uniformpet en de schouder- of mouwbedekkingen zijn.

Paragraaf 1. Algemeen [Vervallen per 01-02-2005]

A. Goudgalon [Vervallen per 01-02-2005]

Er zijn drie soorten goudgalon, te weten:

  • a. goudgalon ter breedte van 48 mm in het midden doorweven met een smalle signaalrode bies, bestemd voor het aanbrengen van de onderscheidingstekenen op de schouderbedekkingen van het personeel in de rangen van hoofdcommandeur en hoofdcommandeur eerste klasse;

  • b. goudgalon ter breedte van 12,7 mm, in het midden doorweven met een smalle signaalrode bies, bestemd voor het aanbrengen van de onderscheidingstekenen op de schouderbedekkingen van het personeel in de rangen van brandmeester tot en met adjunct-hoofdcommandeur eerste klasse en op de mouwbedekkingen van het personeel beneden de rang van brandmeester;

  • c. goudgalon ter breedte van 6 mm, in het midden doorweven met een smalle signaalrode bies, bestemd voor het aanbrengen van de onderscheidingstekenen op de schouderbedekkingen van het personeel beneden de rang van brandmeester.

B. Brandweerembleem [Vervallen per 01-02-2005]

De brandweeremblemen kennen de volgende beschrijvingen:

  • a. Op de uniformjas

    Het brandweerembleem wordt ter hoogte van 10 mm boven het midden van de rechterborstzak op de uniformjas bevestigd. Het embleem is uitgevoerd in zuurtestverguld en gepolijst messing ter dikte van 2 mm, met een signaalrood gemoffeld schild waarop een brandweerhelm naar zogenaamd Amsterdams model met de neklap naar rechts gericht is aangebracht. Langs het schild, te rekenen van circa 5 mm van de bovenzijde, bevindt zich een gladde rand waarin het woord ‘inspectie’ in kapitalen is gegraveerd. Onder de rand van het schild komt een touwbundel uit, die wordt geflankeerd door de storzkoppelingen van twee achter het schild gekruiste straalpijpen waarvan de mondstukken boven het schild uitsteken. Aan de bovenzijde van het schild komen twee achter het schild gekruiste bijlen met de snede naar buiten gericht uit.

    Aan de zijkanten van het schild tussen de straalpijpen bevindt zich een vlammenpartij.

    Het geheel, met uitzondering van de signaalrode ondergrond van het schild, is voorzien van een goudoplaag van 4 micron. De grootste hoogte van het embleem bedraagt 45,5 mm, de grootste breedte 41 mm.

    Aan de achterzijde is het voorzien van twee draadeinden en kartelmoeren benevens een losse messing achterplaat.

  • b. Op de uniformpet

    Het van gouddraad geborduurd brandweerembleem bevindt zich aan de voorzijde van de staande rand van de uniformpet. Het brandweerembleem is gelijk aan het omschrevene onder a, echter zonder vlammenpartij en zonder het woord ‘inspectie’ in de rand. Het schild is uitgevoerd in signaalrood uitmonsteringslaken.

C. Ster [Vervallen per 01-02-2005]

De zogenaamde schroefster is van goudkleurig metaal, heeft een middellijn van 21 mm en is uitgevoerd als imitatieborduurwerk. De ster of sterren worden altijd zodanig geplaatst dat een punt ervan evenwijdig aan de lengterichting van de schouderbedekking is gericht.

Paragraaf 2. Onderscheidingstekenen naar rang [Vervallen per 01-02-2005]

A [Vervallen per 01-02-2005]

De onderscheidingstekenen naar rang voor degenen die niet zijn aangesteld in de opleidingsrangen, genoemd in deze paragraaf, onder B, zijn als volgt:

1. Brandwacht [Vervallen per 01-02-2005]

a. Pet:

De voorgeschreven uniformpet heeft een laklederen klep en een stormband met schuifpassant. De pet is aan weerszijden voorzien van een knoopje.

Voorts is de pet voorzien van een brandweerembleem als omschreven in paragraaf 1, onder B, onderdeel b.

b. Mouwen:

Op de mouwen van de uniformjas bevindt zich één galon met een breedte van 12,7 mm, aangebracht in V-vorm in een hoek van 120°, waarvan de punt naar beneden is gericht. De beide benen van de hoek zijn 55 mm lang. Het hoekpunt van de galon is aangebracht op een afstand van 25 cm vanaf het midden van de schoudernaad.

c. Schouders:

Op de overige uitrustingsstukken bevinden zich, voor zover noodzakelijk, schuifpassanten voorzien van één galon met een breedte van 6 mm, aangebracht in V-vorm in een hoek van 120°, waarvan de punt naar de schoudernaad is gericht. De punt van de galon bevindt zich op een afstand van 15 mm van de schoudernaad.

2. Brandwacht eerste klasse [Vervallen per 01-02-2005]

a. Pet:

Als brandwacht.

b. Mouwen:

Als brandwacht, echter met twee galons met elk een breedte van 12,7 mm. Het hoekpunt van de onderste galon is aangebracht op een afstand van 25 cm van het midden van de schoudernaad. De tweede galon heeft een afstand van 4 mm tot de onderste galon.

c. Schouders:

Als brandwacht, echter met twee galons met elk een breedte van 6 mm. De galons hebben een onderlinge afstand van 3 mm.

3. Hoofdbrandwacht [Vervallen per 01-02-2005]

a. Pet:

Als brandwacht.

b. Mouwen:

Als brandwacht eerste klasse, echter met drie galons met elk een breedte van 12,7 mm. De galons hebben een onderlinge afstand van 4 mm.

c. Schouders:

Als brandwacht eerste klasse, echter met drie galons met elk een breedte van 6 mm.

4. Onderbrandmeester [Vervallen per 01-02-2005]

a. Pet:

Als brandwacht.

b. Mouwen:

Als hoofdbrandwacht, echter met vier galons met elk een breedte van 12,7 mm.

c. Schouders:

Als hoofdbrandwacht, echter met vier galons met elk een breedte van 6 mm.

5. Brandmeester [Vervallen per 01-02-2005]

a. Pet:

De voorgeschreven uniformpet heeft een stoffen klep en een laklederen stormband met schuifpassant. De pet is aan weerszijden voorzien van een knoopje. Om de staande rand van de pet bevindt zich een zwarte geweven W-band. De pet is voorzien van het brandweerembleem als hiervoren omschreven in paragraaf 1, onder B, onderdeel b, echter omgeven door een van gouddraad geborduurde lauwerkrans.

b. Schouders:

Op de uniformjas bevindt zich van dezelfde stof als de jas één galon met een breedte van 12,7 mm, waarop in het midden van de hartlijn een gebombeerd knoopje van goudkleurig metaal is aangebracht. De galon is aangebracht op een afstand van 2 cm vanaf de schoudernaad. Op de overige uitrustingsstukken bevinden zich, voor zover noodzakelijk, schuifpassanten met dezelfde bedekking als hiervoor beschreven bij de uniformjas.

6. Adjunct-hoofdbrandmeester [Vervallen per 01-02-2005]

a. Pet:

Als brandmeester.

b. Schouders:

Op de uniformjas bevindt zich van dezelfde stof als de jas één galon met een breedte van 12,7 mm. De galon is aangebracht op een afstand van 2 cm vanaf de schoudernaad. In de hartlijn van de galon bevindt zich één ster als hiervoren omschreven in paragraaf 1, onder C. Op de overige uitrustingsstukken bevinden zich, voor zover noodzakelijk, schuifpassanten met dezelfde bedekking als hiervoor beschreven bij de uniformjas.

7. Adjunct-hoofdbrandmeester eerste klasse [Vervallen per 01-02-2005]

a. Pet:

Als brandmeester.

b. Schouders:

Op de uniformjas bevindt zich van dezelfde stof als de jas één galon met een breedte van 12,7 mm. De galon is aangebracht op een afstand van 2 cm van de schoudernaad. In de hartlijn van de galon bevinden zich, op een onderlinge hartafstand van 3 cm, twee sterren als hiervoor omschreven in paragraaf 1, onder C. Op de overige uitrustingsstukken bevinden zich, voor zover noodzakelijk, schuifpassanten met dezelfde bedekking als hiervoor beschreven bij de uniformjas.

8. Hoofdbrandmeester [Vervallen per 01-02-2005]

a. Pet:

Als brandmeester.

b. Schouders:

Op de uniformjas bevinden zich van dezelfde stof als de jas twee galons met een breedte van elk 12,7 mm. De eerste galon is aangebracht op een afstand van 2 cm van de schoudernaad. De onderlinge afstand tussen de galons bedraagt 4 mm. In de hartlijn van de eerste galon bevindt zich één ster als hiervoren omschreven in paragraaf 1, onder C. Op de overige uitrustingsstukken bevinden zich, voor zover noodzakelijk, schuifpassanten met dezelfde bedekking als hiervoor beschreven bij de uniformjas.

9. Hoofdbrandmeester eerste klasse [Vervallen per 01-02-2005]

a. Pet:

Als brandmeester.

b. Schouders:

Op de uniformjas bevinden zich van dezelfde stof als de jas twee galons met een breedte van elk 12,7 mm. De eerste galon is aangebracht op een afstand van 2 cm van de schoudernaad. De onderlinge afstand tussen de galons bedraagt 4 mm. In de hartlijn van de eerste galon bevinden zich twee sterren als hiervoren omschreven in paragraaf 1, onder C. Op de overige uitrustingsstukken bevinden zich, voor zover noodzakelijk, schuifpassanten met dezelfde bedekking als hiervoor beschreven bij de uniformjas.

10. Commandeur [Vervallen per 01-02-2005]

a. Pet:

Als bij brandmeester, waarbij zich echter op de klep op de voorzijde op 5 mm afstand van de kleprand een van gouddraad geborduurde lauwertak van eikebladeren met een breedte van 16 mm bevindt. De lauwertak is voorzien van zes eikels.

b. Schouders:

Op de uniformjas bevinden zich van dezelfde stof als de jas drie galons met een breedte van elk 12,7 mm. De eerste galon is aangebracht op een afstand van 2 cm van de schoudernaad. De onderlinge afstand tussen de galons bedraagt 4 mm. In de hartlijn van de eerste galon bevindt zich één ster als hiervoren omschreven in paragraaf 1, onder C. Op de overige uitrustingsstukken bevinden zich, voor zover noodzakelijk, schuifpassanten met dezelfde bedekking als hiervoor beschreven bij de uniformjas.

11. Commandeur eerste klasse [Vervallen per 01-02-2005]

a. Pet:

Als commandeur.

b. Schouders:

Op de uniformjas bevinden zich van dezelfde stof als de jas drie galons met een breedte van elk 12,7 mm. De eerste galon is aangebracht op een afstand van 2 cm van de schoudernaad. De onderlinge afstand tussen de galons bedraagt 4 mm. In de hartlijn van de eerste galon bevinden zich twee sterren als hiervoren omschreven in paragraaf 1, onder C.

Op de overige uitrustingsstukken bevinden zich, voor zover noodzakelijk, schuifpassanten met dezelfde bedekking als hiervoor beschreven bij de uniformjas.

12. Adjunct-hoofdcommandeur [Vervallen per 01-02-2005]

a. Pet:

Als commandeur.

b. Schouders:

Op de uniformjas bevinden zich van dezelfde stof als de jas vier galons met een breedte van elk 12,7 mm. De eerste galon is aangebracht op een afstand van 2 cm van de schoudernaad. De onderlinge afstand tussen de galons bedraagt 4 mm. In de hartlijn van de eerste galon bevindt zich één ster als hiervoren omschreven in paragraaf 1, onder C.

Op de overige uitrustingsstukken bevinden zich, voor zover noodzakelijk, schuifpassanten met dezelfde bedekking als hiervoor beschreven bij de uniformjas.

13. Adjunct-hoofdcommandeur eerste klasse [Vervallen per 01-02-2005]

a. Pet:

Als commandeur.

b. Schouders:

Op de uniformjas bevinden zich van dezelfde stof als de jas vier galons met een breedte van elk 12,7 mm. De eerste galon is aangebracht op een afstand van 2 cm van de schoudernaad. De onderlinge afstand tussen de galons bedraagt 4 mm. In de hartlijn van de eerste galon bevinden zich twee sterren als hiervoren omschreven in paragraaf 1, onder C.

Op de overige uitrustingsstukken bevinden zich, voor zover noodzakelijk, schuifpassanten met dezelfde bedekking als hiervoor beschreven bij de uniformjas.

14. Hoofdcommandeur [Vervallen per 01-02-2005]

a. Pet:

Als commandeur, waarbij zich echter aan de zijde van petrand op een afstand van 7 mm van deze rand eveneens een van gouddraad geborduurde lauwertak met zes eikels bevindt.

b. Schouders:

Op de uniformjas bevinden zich van dezelfde stof als de jas twee galons. De eerste galon heeft een breedte van 12,7 mm en is aangebracht op een afstand van 2 cm vanaf de schoudernaad. De tweede galon heeft een breedte van 48 mm en wordt zodanig aangebracht dat de afstand tussen de galons 4 mm bedraagt. In de hartlijn van de eerste galon bevindt zich één ster als hiervoren omschreven in paragraaf 1, onder C.

Op de overige uitrustingsstukken bevinden zich, voor zover noodzakelijk, schuifpassanten met dezelfde bedekking als hiervoor beschreven bij de uniformjas.

15. Hoofdcommandeur eerste klasse [Vervallen per 01-02-2005]

a. Pet:

Als hoofdcommandeur.

b. Schouders:

Op de uniformjas bevinden zich van dezelfde stof als de jas twee galons. De eerste galon heeft een breedte van 12,7 mm en is aangebracht op een afstand van 2 cm vanaf de schoudernaad. De tweede galon heeft een breedte van 48 mm en wordt zodanig aangebracht dat de afstand tussen de galons 4 mm bedraagt. In de hartlijn van de eerste galon bevinden zich twee sterren als hiervoren omschreven in paragraaf 1, onder C.

Op de overige uitrustingsstukken bevinden zich, voor zover noodzakelijk, schuifpassanten met dezelfde bedekking als hiervoor beschreven bij de uniformjas.

B [Vervallen per 01-02-2005]

De onderscheidingstekenen voor adspirant-brandwacht, adspirant-onderofficier en adspirant-officer zijn als volgt:

1. Adspirant-brandwacht [Vervallen per 01-02-2005]

a. Pet:

Als brandwacht, hiervoor omschreven in deze paragraaf, onder A.

b. Mouwen:

Geen galons.

c. Schouders:

Geen galons.

2. Adspirant-onderofficier [Vervallen per 01-02-2005]

a. Pet:

Als brandwacht, hiervoor omschreven in deze paragraaf, onder A.

b. Mouwen:

Op de mouwen van de uniformjas bevinden zich vier galons met een breedte van 12,7 mm, aangebracht als bij onderbrandmeester, hiervoor omschreven onder A. Van de benen van de vier galons zijn echter alleen de naar voren gerichte gedeelten ter lengte van 55 mm aangebracht in een hoek van 60° ten opzichte van de denkbeeldige verticale middellijn van de mouw.

c. Schouders:

Op de overige uitrustingsstukken bevinden zich, voor zover noodzakelijk, schuifpassanten voorzien van vier galons met een breedte van 6 mm, aangebracht als bij onderbrandmeester, hiervoor omschreven onder A. Van de benen van de vier galons zijn echter alleen de naar voren gerichte gedeelten aangebracht in een hoek van 60° ten opzichte van de denkbeeldige middellijn van de schuifpassanten.

3. Adspirant-officier [Vervallen per 01-02-2005]

a. Pet:

Als brandmeester, hiervoor omschreven in deze paragraaf, onder A.

b. Schouders:

Op de uniformjas bevindt zich van dezelfde stof als de jas één galon met een breedte van 12,7 mm. De galon is aangebracht op een afstand van 2 cm van de schoudernaad. Op de overige uitrustingsstukken bevinden zich, voor zover noodzakelijk, schuifpassanten met dezelfde bedekking als hiervoor beschreven bij de uniformjas.

Deze bijlage behoort bij de Regeling onderscheidingstekenen rijksbrandweerpersoneel van 13 juni 1991, nr. EB91/1486.

De Minister van Binnenlandse Zaken,

voor deze,

De directeur-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid,

I.W. Opstelten