Wijzigingswet Wet op de kansspelen, enz. (vereenvoudiging van regelgeving en vergroting van gemeentelijke en provinciale beleidsvrijheid)

Geldend van 17-07-1992 t/m heden

Wet van 22 mei 1991, tot wijziging van diverse wetten in verband met vereenvoudiging van regelgeving en vergroting van gemeentelijke en provinciale beleidsvrijheid

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is ten behoeve van gemeenten en provincies wettelijke regels aan te passen, ter bevordering van vereenvoudiging van regelgeving en vergroting van gemeentelijke en provinciale beleidsvrijheid;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel XXV

  • 1 Ter zake van voorzieningen die in gebruik zijn genomen dan wel zijn voltooid voordat een jaar na inwerkingtreding van deze wet is verstreken, behoeft geen besluit als bedoeld in het vierde lid van artikel 273a of 274 van de gemeentewet te worden genomen. Voor de heffing van de baatbelasting en de bouwgrondbelasting blijven ter zake van die voorzieningen de artikelen 273a en 274 van de gemeentewet, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van deze wet, van toepassing.

  • 2 Ter zake van voorzieningen waarvan de totstandbrenging is aangevangen voordat een jaar na inwerkingtreding van deze wet is verstreken en welke niet voor het verstrijken van die termijn in gebruik zijn genomen dan wel zijn voltooid, en waarvoor geen besluit als bedoeld in het vierde lid van artikel 273a of 274 van de gemeentewet is genomen neemt de raad binnen één maand na afloop van deze termijn alsnog een zodanig besluit.

Artikel XXVI

In gevallen waarin voor de datum van inwerkingtreding van deze wet een beschikking tot weigering of intrekking van een vergunning als bedoeld in artikel 14 van de Woonwagenwet is uitgereikt, blijven ten aanzien van de termijn gedurende welke beroep tegen deze beschikkingen kan worden ingesteld en het inwerkingtreden van de intrekkingsbeschikking de artikelen 20, eerste lid, 27, eerste lid en 29 van die wet zoals die voor die datum luidden van toepassing.

Artikel XXVII

Artikel XXVIII

Een verordening, uitgevaardigd ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Drank- en Horecawet, zoals dat artikellid voor de inwerkingtreding van deze wet luidde, behoudt gedurende ten hoogste een jaar na de inwerkingtreding van deze wet haar geldigheid.

Artikel XXIX

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage, 22 mei 1991

Beatrix

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,

D. IJ. W. de Graaff-Nauta

Uitgegeven de vijfentwintigste juli 1991

De Minister van Justitie a.i.,

J. E. Andriessen

Terug naar begin van de pagina