Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling examenprogramma's maatschappijleer[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 01-08-1998 t/m 30-12-2004

Regeling examenprogramma's maatschappijleer

De staatssecretaris van onderwijs en wetenschappen,

Gelet op artikel 7 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-l.b.o. (Stb. 1989, 327) en artikel 11 van het Besluit staatsexamens v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o. 1978 (Stb. 1978, 623);

Gehoord de Onderwijsraad (advies van 6 juli 1990, OR 1680 S);

Besluit:

Artikel 1. Examenprogramma maatschappijleer v.w.o. en h.a.v.o. [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Het examenprogramma maatschappijleer eindexamens v.w.o. en h.a.v.o. wordt vastgesteld zoals is aangegeven in bijlage I behorende bij deze regeling.

  • 2 Het examenprogramma maatschappijleer staatsexamens v.w.o. en h.a.v.o. wordt vastgesteld zoals is aangegeven in bijlage II behorende bij deze regeling.

Artikel 2. Examenprogramma maatschappijleer m.a.v.o. en l.b.o. [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Het examenprogramma maatschappijleer eindexamens m.a.v.o.-C, m.a.v.o.-D, l.b.o.-C en l.b.o.-D wordt vastgesteld zoals is aangegeven in bijlage III behorende bij deze regeling.

  • 2 Het examenprogramma maatschappijleer staatsexamens m.a.v.o.-C en m.a.v.o.-D wordt vastgesteld zoals is aangegeven in bijlage IV behorende bij deze regeling.

Artikel 3. Bekendmaking [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling wordt bekendgemaakt in het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.

Artikel 4. Overgangsregeling eindexamen l.b.o.-C [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 In afwijking van het bepaalde in artikel 5 kunnen scholen voor l.b.o. met een goedgekeurd eigen examenprogramma maatschappijleer eindexamen l.b.o.-C, in het schooljaar 1990–1991 eindexamen afnemen volgens dit eigen programma.

  • 2 Scholen voor l.b.o. kunnen afgewezen kandidaten die in het schooljaar 1990–1991 in het vak maatschappijleer eindexamen hebben afgelegd volgens het examenprogramma als bedoeld in het eerste lid in het schooljaar 1991–1992 de gelegenheid bieden eindexamen af te leggen volgens dit examenprogramma.

Artikel 5. Inwerkingtreding [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de dagtekening van het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen waarin deze regeling is bekendgemaakt.

Artikel 6. Citeertitel [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling examenprogramma's maatschappijleer.

drs. J. Wallage

Bijlage 1 [Vervallen per 01-08-1998]

Bijlage II [Vervallen per 01-08-1998]

Bijlage III. Examenprogramma maatschappijleer eindexamen m.a.v.o.-C, m.a.v.o.-D, l.b.o.-C en l.b.o.-D [Vervallen per 31-12-2004]

1. Algemeen [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1.1 De kandidaat heeft kennis van en inzicht in sociale en politieke problemen en verschijnselen. De kandidaat is in staat met betrekking tot deze sociale en politieke problemen en verschijnselen een gefundeerd eigen standpunt te verwoorden.

  • 1.2 De sociale en politieke problemen en verschijnselen behoren tot de volgende themavelden:

    • *

      Opvoeding en vorming

    • *

      Woon- en leefmilieu

    • *

      Arbeid en vrije tijd

    • *

      Technologie en samenleving

    • *

      Staat en maatschappij

    • *

      Internationale verhoudingen.

  • 1.3 De kandidaat is in staat de kennis, het inzicht en het eigen standpunt weer te geven met behulp van een voor het vak maatschappijleer kenmerkende benaderingswijze en van kenmerkende basisbegrippen. Hij is in staat in informatie over sociale en politieke problemen en verschijnselen deze benaderingswijze en deze basisbegrippen te herkennen, en met behulp daarvan de informatie te verwerken.

  • 1.4 De benaderingswijze wordt gevormd door het samenhangend geheel van de volgende invalshoeken:

    • a De politiek-juridische invalshoek.

      De rol van de overheid en van rechtsregels met betrekking tot een sociaal en politiek probleem of verschijnsel (beleid, wetgeving). Belangen en machtsverhoudingen (positie van belangengroepen, invloed van maatschappelijke groeperingen op het beleid).

    • b De sociaal-economische invalshoek.

      De relatie van een sociaal of politiek probleem of verschijnsel met de sociaal-economische structuur van de samenleving.

    • c De sociaal-culturele invalshoek.

      De relatie van een sociaal of politiek probleem of verschijnsel met de culturele context waarbinnen het voorkomt (verschillende waarden, normen, leefgewoonten). Opvattingen van maatschappelijke groepen en groeperingen (standpunten politieke partijen en belangengroepen in relatie tot achterliggende ideologische stromingen).

    • d De veranderings- en vergelijkende invalshoek.

      Sociale of politieke problemen en verschijnselen in het perspectief van sociale verandering en in vergelijking met andere samenlevingen.

  • 1.5 De basisbegrippen zijn aangegeven in het hierna volgende. De met * aangegeven begrippen zijn alleen van toepassing voor het D-programma.

    • a politiek-juridisch

      politiek, macht;

      politieke besluitvorming, regering, parlement, politieke partij, belangengroep;

      beleid*, wetgeving;

      democratie, rechtsstaat*.

    • b sociaal-economisch

      arbeidsverdeling*, sociale ongelijkheid*, sociaal milieu;

      belangen, arbeidsverhoudingen, werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties (vakcentrales, vakbonden);

      verzorgingsstaat*, markteconomie*.

    • c sociaal-cultureel

      waarden, normen, cultuur;

      vrijheid, gelijkwaardigheid;

      selectieve waarneming*, referentiekader*; vooroordelen, discriminatie, racisme, multi-culturele samenleving*;

      standpunten, politieke stromingen;

      liberalisme, christen-democratie, (democratisch) socialisme.

  • 1.6 Het eindexamen omvat een centraal examen en een schoolonderzoek.

2. Het centraal examen [Vervallen per 31-12-2004]

  • 2.1 Het centraal examen strekt zich uit over twee of drie thema's. De kenmerkende benaderingswijze en de basisbegrippen komen slechts aan de orde in relatie tot de thema's.

  • 2.2 De thema's kunnen elk worden gerekend tot één of meer van de themavelden. De thema's behoeven niet elk jaar dezelfde te zijn. Ze worden voor 1 augustus van het kalenderjaar twee jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin zij in het centraal examen worden geëxamineerd door of in opdracht van de minister bekendgemaakt. Van elk thema wordt aangegeven tot welk(e) themaveld(en) het gerekend wordt. Van elk thema wordt een inhoudsomschrijving gegeven, waarbij gebruik wordt gemaakt van de kenmerkende benaderingswijze en basisbegrippen.

  • 2.3 Het centraal examen duurt 2 uur.

3. Het schoolonderzoek [Vervallen per 31-12-2004]

  • 3.1 Het schoolonderzoek strekt zich uit over:

    • a de thema's van het centraal examen,

    • b ten minste één thema dat is gerelateerd aan een themaveld of themavelden dat/die niet op het centraal examen aan de orde komt/komen.

      Het schoolonderzoek omvat bovendien een of meer door de kandidaat zelfstandig bestudeerde of onderzochte onderwerpen, met dien verstande dat deze onderwerpen geheel of ten dele één van de thema's onder a of b mogen vervangen, een en ander aan te geven in het programma van toetsing en afsluiting.

  • 3.2 In het programma van toetsing en afsluiting wordt aangegeven, welke thema's in het schoolonderzoek aan de orde komen. Van elk thema wordt aangegeven tot welk(e) themaveld(en) het gerekend wordt. Verder wordt per thema een lijst van trefwoorden vastgesteld waaruit blijkt, dat het thema is geplaatst in de kenmerkende benaderingswijze van het vak.

  • 3.3 In het zelfstandig bestudeerde of onderzochte onderwerp geeft de kandidaat er blijk van dat hij de voor het vak kenmerkende benaderingswijze en basisbegrippen zelfstandig toe kan passen bij het bestuderen van een sociaal of politiek probleem of verschijnsel. Het zelfstandig bestudeerde of onderzochte onderwerp kan worden gepresenteerd in de vorm van een werkstuk of andere presentatie, en kan zijn gebaseerd op een eigen onderzoek in de vorm van een interview of een enquête of een andere vorm van onderzoek.

Bijlage IV [Vervallen per 01-01-1997]