Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbeschikking platform technisch overleg[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 18-04-1991 t/m 30-12-2004

Instellingsbeschikking platform technisch overleg

De minister van onderwijs en wetenschappen,

Overwegende dat er behoefte bestaat aan overleg over leerlingen- en studentenramingen, arbeidsmarktramingen voor leraren en andere ramingsvraagstukken met deskundigen op het gebied van ramingen ten behoeve van het onderwijs,

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 31-12-2004]

In deze beschikking wordt verstaan onder:

de minister:

de minister van onderwijs en wetenschappen;

het platform:

het platform technisch overleg onderwijsramingen.

Artikel 2 [Vervallen per 31-12-2004]

Er is een platform technisch overleg onderwijsramingen.

Artikel 3 [Vervallen per 31-12-2004]

Het platform heeft tot taak:

  • a. mede met het oog op de vergroting van de transparantie van de ramingen ten behoeve van het onderwijs het tot stand brengen van afstemming ten aanzien van informatiebasis, methodiek en specificaties van die ramingen met gebruikers van die ramingen en degene die de informatie ten behoeve van deze ramingen leveren,

  • b. het maken van afspraken over de wijze waarop informatie met betrekking tot de ramingen ten behoeve van het onderwijs worden verstrekt, en

  • c. het overleggen over adviesaanvragen aan andere instanties die zich bezig houden met ramingen ten behoeve van het onderwijs en het overleggen over de door deze instanties uitgebrachte adviezen met het oog op de aard en de uitkomsten van de ramingsproduktie.

Artikel 4 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Leden van het platform zijn:

    • a. dr. A.J. Salomé, tevens voorzitter,

    • b. twee vertegenwoordigers aan te wijzen door de HBO-raad,

    • c. twee vertegenwoordigers aan te wijzen door de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten,

    • d. twee vertegenwoordigers vanuit het georganiseerd overleg met de organisaties van onderwijspersoneel, bedoeld in titel IV, hoofdstuk IV-A van het Rechtspositiebesluit onderwijs (Stb. 1985, 110), aan te wijzen door de centrales voor overheidspersoneel en onderwijspersoneel die deel uitmaken van de bijzondere commissie voor overleg in zaken betreffende de rechtspositie van het onderwijspersoneel,

    • e. twee vertegenwoordigers vanuit het georganiseerd overleg met organisaties van gemeente- en instellingsbesturen, bedoeld in titel IV, hoofdstuk IV B van het Rechtspositiebesluit onderwijs, aan te wijzen door de VNG en de centrales van besturenorganisaties die deel uitmaken van de commissie besturenorganisaties,

    • f. een vertegenwoordiger aan te wijzen door het Centraal Bureau voor de Statistiek,

    • g. een vertegenwoordiger aan te wijzen door het Sociaal Cultureel Planbureau,

    • h. een vertegenwoordiger aan te wijzen door het Centraal Planbureau,

    • i. het hoofd van de kwantitatieve analyse eenheid van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, en

    • j. de voorzitter van de coördinatiegroep leerlingenramingen van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.

  • 2 Het platform kan vertegenwoordigers van onderzoekbureaus die zich bezig houden met ramingen ten behoeve van het onderwijs, laten deelnemen aan het beraad van het platform.

  • 3 leder directoraat-generaal van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen kan maximaal twee vertegenwoordigers laten deelnemen aan het beraad van het platform.

  • 4 Het secretariaat van het platform wordt gevoerd door de kwantitatieve analyse eenheid van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.

Artikel 5 [Vervallen per 31-12-2004]

Het platform bepaalt zelf zijn werkwijze.

Artikel 6 [Vervallen per 31-12-2004]

De voorzitter van het platform ontvangt een vergoeding voor reis- en verblijfkosten.

Artikel 7 [Vervallen per 31-12-2004]

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen waarin deze beschikking is bekendgemaakt.

dr. ir. J.M.M. Ritzen