Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wet assurantiebemiddelingsbedrijf[Regeling vervallen per 01-01-2006.]

Geldend van 01-08-2003 t/m 31-12-2005

Wet van 7 februari 1991, houdende regeling van het assurantiebemiddelingsbedrijf

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet Assurantiebemiddeling uit het oogpunt van vereenvoudiging te vervangen door een nieuwe regeling;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

In deze wet wordt verstaan onder:

  • a. verzekeraar: ieder die voor eigen rekening het verzekeringsbedrijf uitoefent;

  • b. tussenpersoon: ieder die, anders dan uit hoofde van een arbeidsovereenkomst, bemiddeling verleent bij het sluiten van een verzekering;

  • c. sub-agent: de tussenpersoon die voor een andere tussenpersoon zijn bemiddeling verleent bij het sluiten van een verzekering;

  • d. gevolmachtigd agent: ieder die als gevolmachtigd vertegenwoordiger van een verzekeraar voor diens rekening het verzekeringsbedrijf uitoefent;

  • e. richtlijn: de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 december 1976, houdende maatregelen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor de werkzaamheden van verzekeringsagent en assurantiemakelaar (ex groep 630 CITI) en houdende met name overgangsmaatregelen voor deze werkzaamheden (PbEG L 26 van 31 januari 1977);

  • f. Onze Ministers: Onze Ministers van Financiën en van Economische Zaken;

  • g. de Raad: de Sociaal-Economische Raad.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat, en zonodig onder welke voorwaarden, deze wet geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is op de bemiddeling in bij dit besluit aan te wijzen vormen van verzekering.

  • 2 De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen 30 dagen na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bezwaren ter kennis van Onze Minister van Financiën te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.

Hoofdstuk II. De tussenpersoon [Vervallen per 01-01-2006]

§ 1. Het register [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het is verboden als tussenpersoon op te treden zonder te zijn ingeschreven in het register van tussenpersonen dat door de Raad wordt gehouden.

  • 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op de curator in het faillissement van een tussenpersoon. De curator doet terstond mededeling aan de Raad van het tijdstip van de aanvaarding en van de beëindiging van zijn functie.

  • 3 De Raad deelt op verzoek mee of een bepaalde persoon in het register is ingeschreven als tussenpersoon, alsmede of deze een feitelijk leider als bedoeld in artikel 4, vierde lid, heeft aangewezen. In dat geval wordt tevens de naam van de feitelijk leider medegedeeld. Voor het verstrekken van informatie uit het register kan de Raad een kostenvergoeding vaststellen.

  • 4 Zo spoedig mogelijk na afloop van elk kalenderjaar doet de Raad mededeling van de namen van de tussenpersonen die op 31 december van dat jaar in het register stonden ingeschreven, door opname van deze gegevens in een door de zorg van de Raad tegen vergoeding van de kosten algemeen verkrijgbaar te stellen lijst. De Raad vermeldt daarbij tenminste het nummer van de inschrijving alsmede aan welke van de in artikel 4, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde vakbekwaamheidseisen de tussenpersoon of de feitelijk leider voldoet. Gelijktijdig doet de Raad mededeling van de in dat jaar doorgehaalde inschrijvingen. Tussentijds kan de Raad mededeling doen van wijzigingen.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Inschrijving in het register geschiedt indien de aanvrager voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur:

    • a. ten aanzien van het diploma Assurantiebemiddeling A te stellen vakbekwaamheidseisen, of

    • b. ten aanzien van het diploma Assurantiebemiddeling B te stellen vakbekwaamheidseisen.

  • 2 Als voorwaarden voor de inschrijving gelden voorts dat:

    • a. er geen vrees bestaat dat de aanvrager als tussenpersoon het aanzien van de stand der tussenpersonen zal schaden;

    • b. de aanvrager niet in staat van faillissement verkeert en dat ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen niet van toepassing is.

  • 3 Indien de aanvrager een natuurlijk persoon is, dient deze bovendien meerderjarig te zijn of handlichting te hebben verkregen en niet onder curatele te zijn gesteld of wegens onderbewindstelling het vrije beheer over zijn goederen te hebben verloren.

  • 4 Indien de aanvrager niet zelf de feitelijke leiding over een of meer vestigingen van zijn assurantiebemiddelingsbedrijf zal uitoefenen, gelden te zijnen aanzien de vereisten van het tweede en derde lid. Als voorwaarde voor zijn inschrijving geldt voorts dat de natuurlijke personen die blijkens de opgave van de aanvrager met bedoelde feitelijke leiding zullen zijn belast, voldoen aan de vereisten van het eerste lid, het tweede lid, onderdeel a, en het derde lid. Deze personen zullen niet tevens belast mogen zijn met de feitelijke leiding over het assurantiebemiddelingsbedrijf van een andere tussenpersoon, tenzij dit bedrijf deel uitmaakt van dezelfde groep waartoe ook het bedrijf van de aanvrager behoort.

  • 5 De aanvrager dient ten genoegen van de Raad aannemelijk te maken dat hijzelf of de door hem opgegeven natuurlijke personen de feitelijke leiding zullen uitoefenen.

  • 6 De Raad vermeldt in het register bij de inschrijving van een tussenpersoon de namen van degenen die door de tussenpersoon zijn belast met de feitelijke leiding.

  • 7 De Raad vermeldt in het register aan welke in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde vakbekwaamheidseisen de tussenpersoon of de feitelijk leider voldoet.

  • 8 In de algemene maatregelen van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt, onverminderd het bepaalde in het negende lid, bepaald op welke wijze van het voldoen aan de vakbekwaamheidseisen kan blijken. Voorts is de Raad bevoegd te verklaren dat de aanvrager voldoet aan deze eisen. De Raad stelt regels krachtens welke de afgifte van zodanige verklaring zal plaatsvinden en stelt het bedrag vast, dat verschuldigd is voor het verkrijgen van deze verklaring.

  • 9 Indien de richtlijn op de aanvrager van toepassing is, wordt aan het bewijs dat wordt voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, gelijkgesteld het overleggen van de verklaring als bedoeld in artikel 9 van de richtlijn. Indien de aanvrager blijkens de verklaring voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, tweede gedachtenstreep, alsmede aan de overige voorwaarden bedoeld in de artikelen 4, 7 en 8 van de richtlijn, vermeldt de Raad in het register dat de aanvrager voldoet aan de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde vakbekwaamheidseisen. Indien de aanvrager blijkens de verklaring alleen voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 4, 7 en 8 van de richtlijn, vermeldt de Raad in het register dat de aanvrager voldoet aan de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde vakbekwaamheidseisen.

  • 10 Indien de aanvrager blijkens de in het negende lid bedoelde verklaring voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 6 en 7 van de richtlijn, vermeldt de Raad in het register dat de aanvrager voldoet aan de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde vakbekwaamheidseisen. Degene die op grond van dit lid in het register wordt ingeschreven, mag alleen als sub-agent werkzaam zijn. In het register en op het bewijs van inschrijving, bedoeld in artikel 6, tweede lid, vermeldt de Raad in dat geval dat de betrokkene alleen als sub-agent werkzaam mag zijn.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Op een daartoe strekkend verzoek kan de Raad, in het belang van het bedrijf van een tussenpersoon, ontheffing verlenen van de in artikel 4, eerste lid, bedoelde vakbekwaamheidseisen, aan hetzij:

    • a. een der personen die met een overleden tussenpersoon tot het tijdstip van diens overlijden een duurzame gemeenschappelijke huishouding hebben gehad;

    • b. een der niet tot de huishouding behorende kinderen van een overleden tussenpersoon;

    • c. de vereffenaar van een in liquidatie getreden tussenpersoon;

    • d. de curator van een onder curatele gestelde tussenpersoon.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde ontheffing wordt met terugwerkende kracht verleend tot de datum van overlijden, van aanvang van de vereffening of van de ondercuratelestelling. De ontheffing geldt voor ten hoogste een jaar en kan ten hoogste tweemaal met een jaar worden verlengd.

  • 3 Bij de inschrijving in het register van degene aan wie een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend, wordt aangetekend:

    • a. de grond van de ontheffing;

    • b. de termijn gedurende welke de ontheffing geldt;

    • c. de naam van de in het eerste lid bedoelde tussenpersoon.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De Raad stelt het bedrag vast dat aan hem moet worden voldaan ter zake van de behandeling van een verzoek om inschrijving. De Raad neemt een verzoek in behandeling nadat het bedrag is voldaan.

  • 2 Diegene, op wiens verzoek gunstig is beslist, ontvangt van de Raad zo spoedig mogelijk een bewijs van inschrijving, vermeldende de naam van de tussenpersoon of de feitelijk leider, de datum en het nummer van de inschrijving alsmede aan welke van de in artikel 4, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde vakbekwaamheidseisen, de tussenpersoon of de feitelijk leider voldoet.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Iedere in het register ingeschreven tussenpersoon deelt wijzigingen in de bij de aanvraag tot inschrijving vermelde gegevens, onverwijld schriftelijk aan de Raad mee.

  • 2 Voor zover deze wijzigingen betrekking hebben op gegevens opgenomen in het register brengt de Raad deze hierin aan.

  • 3 De Raad verstrekt, tegen een door hem te bepalen vergoeding, aan de tussenpersoon op diens verzoek een nieuw bewijs van inschrijving.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 In het register wordt doorgehaald de inschrijving van de tussenpersoon die:

    • a. daarom verzoekt;

    • b. is overleden;

    • c. in staat van faillissement verkeert of ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard;

    • d. in liquidatie is getreden;

    • e. onder curatele is gesteld of van wie de handlichting is ingetrokken;

    • f. het bedrag, verschuldigd ingevolge artikel 27, tweede lid, niet heeft voldaan, na door de Raad in gebreke te zijn gesteld.

  • 2 In het register wordt voorts doorgehaald de inschrijving van de tussenpersoon die:

    • a. naar het oordeel van de Raad in ernstige mate handelt in strijd met het belang van een of meer verzekeraars, verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkering of anderszins niet meer voldoet aan de in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, gestelde eis;

    • b. de feitelijke leiding over een of meer vestigingen van het assurantiebemiddelingsbedrijf laat uitoefenen door natuurlijke personen die niet voldoen aan de vereisten, genoemd in artikel 4, vierde lid, tweede en laatste volzin;

    • c. niet meer in het bezit is van de ontheffing, bedoeld in artikel 5, eerste lid;

    • d. naar het oordeel van de Raad ernstig in gebreke blijft aan de in artikel 28, eerste, tweede en derde lid, bedoelde verplichtingen te voldoen.

  • 3 De Raad is bevoegd op grond van bijzondere omstandigheden de doorhaling, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b en d, op door hem te stellen voorwaarden, gedurende een door hem te bepalen tijd, op te schorten. De Raad kan de termijn van opschorting verlengen, zo hij gegronde redenen daartoe aanwezig acht. Van deze opschorting stelt de Raad aantekening in het register onder vermelding van de termijn van opschorting.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2006]

De werking van het besluit tot doorhaling van de inschrijving op grond van artikel 8, tweede lid, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, totdat op het beroep is beslist.

§ 2. De beloning en de rechtspositie van de tussenpersoon [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De verzekeraar die door een tussenpersoon voor de eerste maal wordt benaderd met een voorstel tot het sluiten van een verzekering gaat slechts tot behandeling van dat voorstel over indien hij zich ervan heeft vergewist dat de tussenpersoon is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3, eerste lid.

  • 2 De verzekeraar gaat één maal per jaar na of de tussenpersoon, door wiens bemiddeling hij een verzekering heeft gesloten die nog niet is beëindigd, nog in het register, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is ingeschreven.

  • 3 Indien uit de in het tweede lid bedoelde controle blijkt dat een tussenpersoon niet meer in het register is ingeschreven, gaat de verzekeraar niet meer over tot het in behandeling nemen van diens voorstellen tot het sluiten van verzekeringen.

  • 4 Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing ten aanzien van de faillissementscurator van een tussenpersoon. Deze verstrekt aan de verzekeraar een bewijsstuk waaruit zijn aanstelling als curator blijkt.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De tussenpersoon die tevens gevolmachtigde agent is vermeldt dit op zijn briefpapier. Hij vermeldt daarbij de naam van de verzekeraars die hem volmacht hebben verleend.

  • 2 Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de tussenpersoon en de gevolmachtigde agent niet in dezelfde natuurlijke of rechtspersoon zijn verenigd doch onder dezelfde leiding staan.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2006]

Een verzekeringsovereenkomst die of door bemiddeling van een tussenpersoon tot stand is gekomen of naar een tussenpersoon is overgeboekt behoort in de relatie tot de betrokken verzekeraar tot de portefeuille van die tussenpersoon zolang die verzekering daaruit niet is overgeboekt.

Artikel 13 [Vervallen per 01-04-2002]

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Tenzij anders wordt overeengekomen of de tussenpersoon zich bij de verzekeringsovereenkomst tegenover de verzekeraar tot betaling van premie en kosten als eigen schuld heeft verbonden, verzorgt de tussenpersoon voor de verzekeraar het incasso der premies. Ter zake van dit premie-incasso is hij jegens de verzekeraar te allen tijde rekening en verantwoording schuldig.

  • 2 Tenzij tussen een verzekeraar en een tussenpersoon anders is overeengekomen kan de verzekeraar de tussenpersoon van het premie-incasso ontheffen, indien:

    • a. de inschrijving van de tussenpersoon is doorgehaald;

    • b. de tussenpersoon het premie-incasso in ernstige mate verwaarloost;

    • c. de tussenpersoon in gebreke blijft namens de verzekeraar door hem geïnde premies tijdig aan deze af te dragen;

    • d. de tussenpersoon zich schuldig heeft gemaakt aan handelingen, die de vrees wettigen dat hij niet zal voldoen aan zijn uit het premie-incasso voortvloeiende verplichtingen.

  • 3 In de gevallen waarin in verband met het bepaalde in het tweede lid het premie-incasso door een tussenpersoon eindigt, wordt dit door de verzekeraar overgenomen.

Artikel 15 [Vervallen per 01-04-2002]

Artikel 16 [Vervallen per 29-12-1999]

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De verzekeraar kan slechts met toestemming van de tussenpersoon of diens rechtverkrijgenden een deel of het geheel van diens portefeuille overboeken naar de portefeuille van een andere tussenpersoon.

  • 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid boekt de verzekeraar op schriftelijk verzoek van een verzekeringnemer diens verzekering uit de portefeuille van een tussenpersoon over naar die van een andere tussenpersoon, tenzij de verzekeraar gegronde bezwaren heeft tegen die tussenpersoon.

  • 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op het door een verzekeraar in eigen beheer nemen van een verzekeringsovereenkomst.

  • 4 De verzekeraar verleent op schriftelijk verzoek van een tussenpersoon zijn medewerking aan de gehele of gedeeltelijke overdracht van de portefeuille van die tussenpersoon aan een andere tussenpersoon, tenzij de verzekeraar gegronde bezwaren heeft tegen die tussenpersoon.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2006]

Het bepaalde in de artikelen 10, 12, 14 en 17, met betrekking tot de verhouding tussen de verzekeraar en de tussenpersoon geldt op overeenkomstige wijze voor de verhouding tussen de tussenpersoon en de sub-agent.

Hoofdstuk III. De gevolmachtigde agent [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Daar, waar in deze wet, behoudens in artikel 1 en in dit hoofdstuk, de term verzekeraar wordt gebruikt, wordt daaronder mede verstaan de gevolmachtigde agent.

  • 2 Het bepaalde in dit hoofdstuk met betrekking tot gevolmachtigde agenten is mede van toepassing op agenten, aan wie door een gevolmachtigd agent een ondervolmacht is afgegeven. Ten aanzien van de inschrijving van ondergevolmachtigde agenten in het in artikel 20 bedoelde register, geldt dat voor de toepassing van artikel 21, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder volmacht moet worden verstaan ondervolmacht.

  • 3 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid treedt de gevolmachtigde agent in zijn kwaliteit van verlener van ondervolmachten voor de toepassing van dit hoofdstuk op als verzekeraar.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het is verboden als gevolmachtigde agent van een verzekeraar op te treden tenzij men als zodanig is ingeschreven in het register van gevolmachtigde agenten, dat door de Raad wordt gehouden.

  • 2 Het register van gevolmachtigde agenten is openbaar. De Raad verstrekt op verzoek informatie uit het register. Voor het verstrekken van informatie uit het register kan de Raad een kostenvergoeding vaststellen.

  • 3 Van de inschrijving van de naam van een gevolmachtigde agent, alsmede van de naam van de verzekeraar, voor wie zijn volmacht geldt, wordt door de Raad onverwijld in de Staatscourant mededeling gedaan.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Inschrijving in het in artikel 20 bedoelde register geschiedt niet dan nadat een door de verzekeraar voor gelijkluidend afschrift getekend exemplaar van de verleende volmacht bij de Raad is gedeponeerd en nadat de Raad heeft geconstateerd dat:

    • a. de volmacht is opgemaakt overeenkomstig een door Onze Minister van Financiën vast te stellen model;

    • b. de gevolmachtigde agent voldoet aan de in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, bedoelde vakbekwaamheidseisen en aan bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen eisen ter waarborging van een vakkundige uitoefening van het verzekeringsbedrijf.

  • 2 Als voorwaarde voor de inschrijving geldt voorts dat:

    • a. geen vrees bestaat dat de aanvrager als gevolmachtigde agent het aanzien van de stand der gevolmachtigde agenten zal schaden;

    • b. de aanvrager niet in staat van faillissement verkeert en dat ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling niet van toepassing is.

  • 3 Indien de aanvrager een natuurlijk persoon is, dient hij bovendien meerderjarig te zijn of handlichting te hebben verkregen en niet onder curatele te zijn gesteld of wegens onderbewindstelling het vrije beheer over zijn goederen te hebben verloren.

  • 4 Indien de aanvrager niet zelf de feitelijke leiding over een of meer vestigingen van zijn gevolmachtigdenbedrijf zal uitoefenen, gelden te zijnen aanzien de vereisten van het tweede en derde lid. Als voorwaarde voor zijn inschrijving geldt voorts dat de natuurlijke personen die blijkens de opgave van de aanvrager met bedoelde feitelijke leiding zullen zijn belast, voldoen aan de vereisten van het eerste lid, onderdeel b, het tweede lid, onderdeel a en het derde lid. Deze personen zullen niet tevens belast mogen zijn met de feitelijke leiding over het gevolmachtigdenbedrijf van een andere gevolmachtigde agent, tenzij dit bedrijf deel uitmaakt van dezelfde groep waartoe ook het bedrijf van de aanvrager behoort.

  • 5 De aanvrager dient ten genoegen van de Raad aannemelijk te maken dat hijzelf of de door hem opgegeven natuurlijke personen de feitelijke leiding zullen uitoefenen.

  • 6 De Raad vermeldt in het register bij de inschrijving van een gevolmachtigde agent de namen van degenen die door de gevolmachtigde agent zijn belast met de feitelijke leiding.

  • 7 In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt bepaald op welke wijze van het voldoen aan de eisen ter waarborging van een vakkundige uitoefening van het verzekeringsbedrijf kan blijken. Voorts is de Raad bevoegd te verklaren dat de aanvrager voldoet aan deze eisen. De Raad stelt regels krachtens welke de afgifte van zodanige verklaring zal plaatsvinden en stelt het bedrag vast, dat verschuldigd is voor het verkrijgen van deze verklaring.

  • 8 Van zijn beslissing op een verzoek tot inschrijving in het register doet de Raad onverwijld mededeling aan de verzekeraar.

  • 9 Indien door de Raad op een verzoek tot inschrijving gunstig is beslist, zendt de Raad aan de gevolmachtigde agent een bewijs van inschrijving, vermeldende de naam van de gevolmachtigde agent, de naam van de verzekeraar voor wie zijn volmacht geldt, het nummer, waaronder hij is ingeschreven, zomede de datum van inschrijving. Het bewijs van inschrijving wordt niet verstrekt aan degene, die aan zijn verplichtingen, voortvloeiende uit het tiende lid van dit artikel, niet heeft voldaan.

  • 10 De Raad stelt het bedrag vast, dat door de gevolmachtigde agent aan hem moet worden voldaan ter verkrijging van het in het negende lid bedoelde bewijs van inschrijving.

  • 11 Indien de richtlijn op de aanvrager van toepassing is en de aanvrager blijkens een verklaring als bedoeld in artikel 9 van de richtlijn voldoet aan de artikelen 4, 5, tweede lid, eerste gedachtestreep, 7 en 8 van de richtlijn, wordt het overleggen van die verklaring gelijkgesteld aan het bewijs dat wordt voldaan aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

Artikel 21a [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Op een daartoe strekkend verzoek kan de Raad, in het belang van het bedrijf van een gevolmachtigde agent en na raadpleging van de volmachtgevende verzekeraar, ontheffing verlenen van de in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, bedoelde eisen, aan hetzij:

    • a. een der personen die met een overleden gevolmachtigde agent tot het tijdstip van diens overlijden een duurzame gemeenschappelijke huishouding hebben gehad;

    • b. een der niet tot de huishouding behorende kinderen van een overleden gevolmachtigde agent;

    • c. de vereffenaar van een in liquidatie getreden gevolmachtigde agent;

    • d. de curator van een onder curatele gestelde gevolmachtigde agent.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde ontheffing wordt met terugwerkende kracht verleend tot de datum van overlijden, aanvang van de vereffening of de ondercuratelestelling. De ontheffing geldt voor ten hoogste een jaar en kan ten hoogste tweemaal met een jaar worden verlengd.

  • 3 Bij de inschrijving in het in artikel 20 bedoelde register van degene aan wie een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend, wordt aangetekend:

    • a. de grond van de ontheffing;

    • b. de termijn gedurende welke de ontheffing geldt;

    • c. de naam van de in het eerste lid bedoelde gevolmachtigde agent.

Artikel 21b [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Iedere in het in artikel 20 bedoelde register ingeschreven gevolmachtigde agent deelt wijzigingen in de bij de aanvraag tot inschrijving vermelde gegevens onverwijld schriftelijk aan de Raad mee.

  • 2 Voor zover deze wijzigingen betrekking hebben op gegevens opgenomen in het register brengt de Raad deze hierin aan.

  • 3 De Raad verstrekt, tegen een door hem te bepalen vergoeding, aan de gevolmachtigde agent op diens verzoek een nieuw bewijs van inschrijving.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Een volmacht kan door de verzekeraar worden beperkt.

  • 2 Een ondervolmacht kan zowel door de verzekeraar als door diens gevolmachtigde, zolang de volmacht van de gevolmachtigde van kracht is, worden beperkt. De ondergevolmachtigde geldt jegens de verzekeraar niet als derde.

  • 3 Beperkingen van de volmacht kunnen niet aan derden worden tegengeworpen.

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 In het register, bedoeld in artikel 20, wordt doorgehaald de inschrijving van de gevolmachtigde agent:

    • a. die daarom verzoekt;

    • b. wiens volmachten zijn beëindigd;

    • c. die is overleden;

    • d. die in staat van faillissement verkeert of ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard;

    • e. die in liquidatie is getreden;

    • f. die onder curatele is gesteld of van wie de handlichting is ingetrokken.

  • 2 In het register wordt voorts doorgehaald de inschrijving van de gevolmachtigde agent die:

    • a. naar het oordeel van de Raad in ernstige mate handelt in strijd met het belang van een of meer verzekeraars, verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkering of anderszins niet meer voldoet aan de in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, gestelde eis;

    • b. de feitelijke leiding over een of meer vestigingen van het gevolmachtigdenbedrijf laat uitoefenen door natuurlijke personen die niet voldoen aan de vereisten, genoemd in artikel 21, vierde lid, tweede en laatste volzin;

    • c. niet meer in het bezit is van de ontheffing, bedoeld in artikel 21a, eerste lid;

    • d. naar het oordeel van de Raad ernstig in gebreke blijft aan de in artikel 28, eerste tot en met derde lid, bedoelde verplichtingen te voldoen.

  • 3 De Raad is bevoegd op grond van bijzondere omstandigheden de doorhaling, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b en d, op door hem te stellen voorwaarden, gedurende een door hem te bepalen tijd, op te schorten. De Raad kan de termijn van opschorting verlengen, zo hij gegronde redenen daartoe aanwezig acht. Van deze opschorting stelt de Raad aantekening in het register onder vermelding van de termijn van opschorting.

  • 4 De werking van het besluit tot doorhaling op grond van het tweede lid, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, totdat op het beroep is beslist.

  • 5 De Raad maakt de doorhaling onverwijld bekend aan de gevolmachtigde agent en aan de verzekeraar(s) door toezending van een afschrift. Tevens wordt hiervan mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De beëindiging van een volmacht gaat, onverminderd de overige vereisten bij de wet gesteld, niet eerder in dan op het tijdstip, waarop de verzekeraar of de gevolmachtigde agent aan de Raad per aangetekende brief mededeling heeft gedaan van die beëindiging.

  • 2 Door de Raad worden de namen van hen, wier volmacht is geëindigd, voor wat betreft de betrokken volmacht, doorgehaald in het register, bedoeld in artikel 20.

  • 3 In de gevallen, waarin de naam van een gevolmachtigde agent, al dan niet na herroeping van zijn volmacht, in het register is doorgehaald, kan de verzekeraar de agent, wiens volmacht is vervallen, ongeacht de bepalingen dezer wet, belasten met het beheer en de afwikkeling van de door hem gevormde verzekeringsportefeuille. Aan de verzekeraar blijft echter het recht voorbehouden op andere wijze in het beheer en de afwikkeling van die portefeuille te voorzien.

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2006]

De gevolmachtigde agent heeft jegens de verzekeraar recht op een beloning voor de door hem voor rekening van de verzekeraar verrichte werkzaamheden.

Artikel 26 [Vervallen per 01-07-1995]

Hoofdstuk IV. Uitvoering van de wet [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De kosten van de Raad in verband met de uitvoering van deze wet worden, tenzij anders is bepaald, voor de helft gedragen door tussenpersonen en voor de helft door verzekeraars.

  • 2 De Raad stelt jaarlijks voor elke betrokkene diens bijdrage in de kosten vast.

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Iedere verzekeraar en tussenpersoon verstrekt aan de Raad binnen de door deze laatste te bepalen termijn de inlichtingen die deze voor de vervulling van de hem bij of krachtens deze wet opgelegde taak mocht verlangen.

  • 2 Verzekeraars en tussenpersonen zijn verplicht op eerste verzoek van de Raad of van personen, door deze daartoe gemachtigd, inzage te verstrekken van alle tot hun administratie behorende zakelijke gegevens en bescheiden waarvan de Raad de inzage wenselijk oordeelt voor de controle op de juiste naleving van de bepalingen van deze wet.

  • 3 Indien de zakelijke gegevens en bescheiden van een verzekeraar of tussenpersoon zich buiten Nederland bevinden, geschiedt de inzage volgens nader door Onze Ministers te stellen regels.

  • 4 Van gegevens die op grond van deze wet door verzekeraars en tussenpersonen moeten worden verstrekt aan de Raad, mag, voor zover deze gegevens betrekking hebben op zaken- en bedrijfsgeheimen, uitsluitend door het secretariaat van de Raad kennis worden genomen.

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De Raad verstrekt aan een belanghebbende op diens verzoek een verklaring waaruit blijkt dat deze in Nederland werkzaamheden heeft uitgeoefend als in de richtlijn bedoeld en voorts voldoet aan de in de richtlijn gestelde eisen betreffende de duur en de aard van de betrokken werkzaamheden.

  • 2 De Raad stelt het bedrag vast dat aan hem moet worden voldaan ter verkrijging van de in het eerste lid bedoelde verklaring.

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-1994]

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2006]

Over een voornemen tot vaststelling, wijziging of intrekking van algemeen verbindende voorschriften op grond van deze wet kunnen Onze Ministers het advies van de Raad vragen. In dat geval is de Raad verplicht dit advies uit te brengen.

Hoofdstuk VI. Beroep [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 32 [Vervallen per 01-01-2006]

Tegen een op grond van deze wet genomen besluit, met uitzondering van een besluit van Onze Minister van Financiën tot afgifte van een bewijs dat de aanvrager voldoet aan de in artikel 4, eerste lid, dan wel artikel 21, eerste lid, onderdeel b bedoelde vakbekwaamheidseisen, kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Hoofdstuk VII. Overgangsbepalingen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 33 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Met het voldoen aan de vakbekwaamheidseisen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a onderscheidenlijk b, wordt gelijkgesteld het voldoen aan de vakbekwaamheidseisen die golden voor de inschrijving in het register A onderscheidenlijk B bedoeld in de Wet Assurantiebemiddeling (Stb. 1952, 34).

  • 2 De Raad brengt de namen van de tussenpersonen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zijn ingeschreven in de registers A en B als bedoeld in de Wet Assurantiebemiddeling over naar het in artikel 3 bedoelde register.

  • 3 Op een verzoek tot inschrijving in een der registers A en B, gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, beslist de Raad met toepassing van de Wet Assurantiebemiddeling. Degene op wiens verzoek gunstig is beslist, wordt ingeschreven in het in artikel 3 bedoelde register.

Artikel 34 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De Raad houdt het register C, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet Assurantiebemiddeling, tot 4 jaren na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet ten behoeve van de tussenpersonen die op dit tijdstip in het register zijn ingeschreven, alsmede ten behoeve van degenen die op voornoemd tijdstip zijn ingeschreven in het register D en nadien op grond van het bepaalde in het vierde lid recht hebben op inschrijving in het register C. Ten aanzien van de in de registers C en D ingeschreven tussenpersonen zijn de bepalingen van deze wet van overeenkomstige toepassing.

  • 2 Op een verzoek tot inschrijving in het register C, gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, beslist de Raad met toepassing van de Wet Assurantiebemiddeling.

  • 3 De Raad houdt het register D, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet Assurantiebemiddeling, tot 15 maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet ten behoeve van de tussenpersonen die op genoemd tijdstip zijn ingeschreven in het register D, dan wel nadien daarin worden ingeschreven op grond van een voor dit tijdstip bij de Raad ingediend verzoek.

  • 4 De Raad brengt de namen van de in het derde lid bedoelde tussenpersonen over naar het in het eerste lid bedoelde register C zodra de betrokkenen voldoen aan de eisen ter waarborging van een vakkundige uitoefening van het assurantiebemiddelingsbedrijf, bedoeld in artikel 10, eerste lid, tweede en laatste volzin, van de Wet Assurantiebemiddeling.

  • 5 Ten aanzien van de in het derde lid bedoelde tussenpersonen blijven, zolang zij in het register D zijn ingeschreven, de artikelen 8, vierde lid, en 13, tweede en derde lid, van de Wet Assurantiebemiddeling van toepassing.

  • 6 De Raad haalt de inschrijvingen in het register C door van de tussenpersonen die 15 maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet niet hebben voldaan aan de eisen ter waarborging van een vakkundige uitoefening van het assurantiebemiddelingsbedrijf, bedoeld in artikel 10, eerste lid, tweede en laatste volzin, van de Wet Assurantiebemiddeling. Artikel 8, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 7 De Raad brengt de namen van de tussenpersonen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zijn ingeschreven in het register C, dan wel nadien ingevolge het vierde lid daarin worden ingeschreven over naar het in artikel 3 bedoelde register zodra de betrokkenen voldoen aan de in artikel 4, eerste lid, bedoelde vakbekwaamheidseisen.

Artikel 35 [Vervallen per 01-01-2006]

Een dispensatie als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Wet Assurantiebemiddeling, blijft tot twaalf maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van kracht.

Artikel 36 [Vervallen per 01-01-2006]

De Raad geeft op een verzoek, gedaan binnen 4 jaren na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, een verklaring af dat aan de vakbekwaamheidseisen van artikel 4, eerste lid, onderdeel b, is voldaan aan degene die op het tijdstip waarop ingevolge artikel 34, eerste lid, het register C wordt opgeheven:

  • a. ten minste 50 jaren oud is;

  • b. onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van opheffing van het register C ten minste 10 jaren onafgebroken in het register C ingeschreven is geweest of de feitelijke leiding in de zin van artikel 5, vijfde lid, van de Wet Assurantiebemiddeling heeft uitgeoefend;

  • c. gedurende de onder b genoemde termijn het assurantiebemiddelingsbedrijf als hoofdactiviteit heeft uitgeoefend of als feitelijk leider heeft gefungeerd bij een rechtsvorm die als hoofdactiviteit de assurantiebemiddeling uitoefent;

  • d. ten minste 10 jaren voldoet aan de eisen ter waarborging van een vakkundige uitoefening van het assurantiebemiddelingsbedrijf, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet Assurantiebemiddeling; en

  • e. regelmatig aangelegenheden heeft behandeld betreffende:

    • 1. levensverzekeringen, anders dan verzekeringen tot het doen van uitkeringen in natura in verband met het overlijden van de mens;

    • 2. brandverzekeringen en verzekeringen ter zake van bedrijfsschade; en

    • 3. variaverzekeringen.

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 37 [Vervallen per 01-01-2006]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 38 [Vervallen per 01-01-2006]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 39 [Vervallen per 01-01-2006]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 40 [Vervallen per 01-01-2006]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 41 [Vervallen per 01-01-2006]

De Wet Assurantiebemiddeling (Stb. 1952, 34) wordt ingetrokken.

Artikel 42 [Vervallen per 01-01-2006]

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 43 [Vervallen per 01-01-2006]

Deze wet kan worden aangehaald als Wet assurantiebemiddelingsbedrijf.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage, 7 februari 1991

Beatrix

De Minister van Financiën,

W. Kok

De Minister van Economische Zaken,

J. E. Andriessen

Uitgegeven de achtentwintigste februari 1991

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin