Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Nederlandse uitvoeringsvoorschriften belastingovereenkomst Nederland-Ierland[Regeling vervallen per 01-10-2004.]

Geldend van 01-01-1997 t/m 30-09-2004

Nederlandse voorschriften tot uitvoering van de op 11 februari 1969 tussen Nederland en Ierland gesloten Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting

De staatssecretaris van Financiën,

In overeenstemming met ‘the Revenue Commissioners’ te Dublin, Ierland:

Gelet op artikel 8, vierde lid, en artikel 9, tweede lid, van de op 11 februari 1969 te 's-Gravenhage tussen Nederland en Ierland gesloten Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het vermogen (Trb. 1969, nr. 37);

Besluit:

Artikel 1. Algemeen [Vervallen per 01-10-2004]

  • 1 Deze regeling verstaat onder:

    Overeenkomst:

    de op 11 februari 1969 te 's-Gravenhage tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Ierland gesloten Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het vermogen, met protocol.

  • 2 Deze regeling neemt verder de begrippen van de Overeenkomst over.

Artikel 2. Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden (vrijstellingsprocedure) [Vervallen per 01-10-2004]

  • 1 Een inwoner van Ierland (niet zijnde een persoon als bedoeld in artikel 4) die ingevolge artikel 8, tweede lid, of artikel 9, eerste lid, van de Overeenkomst aanspraak heeft op vermindering van dividendbelasting, levert voor het geldend maken van die aanspraak bij het belastingbestuur over zijn woonplaats een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud in op een formulier volgens het in bijlage I opgenomen model (formulier ‘IB 92 IER’). Nadat hij een exemplaar van de verklaring voorzien van dagtekening en ondertekening van de daarop voorkomende bevestiging omtrent de woonplaats, van vorenbedoeld bestuur heeft terugontvangen, legt hij dit over bij het innen van de dividenden.

  • 2 De vennootschap die dividend verschuldigd is, degene bij wie de opbrengst betaalbaar is gesteld, het administratiekantoor dat de opbrengst doorbetaalt aan certificaathouders, en degene tot wiens beroep het kopen of innen van dividendbewijzen gewoonlijk behoort, zijn bevoegd die opbrengst uit te betalen onder aftrek van dividendbelasting van 15 percent indien het gaat om opbrengst van aandelen of winstbewijzen, en zonder aftrek van dividendbelasting indien het gaat om opbrengst van winstdelende obligaties, indien de gerechtigde tot de opbrengst het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de in het eerste lid bedoelde verklaring heeft overgelegd.

  • 3 Voor zover dividendbelasting, die is ingehouden en afgedragen, ingevolge het tweede lid bij de uitbetaling van de opbrengst niet in aftrek is gebracht, wordt deze aan de vennootschap teruggegeven na indiening van een verzoek bij de inspecteur binnen wiens ambtsgebied zij is gevestigd, onder overlegging van het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de in het eerste lid bedoelde verklaring. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

  • 4 Indien de verzoeker niet kan bevestigen dat hij uit noofde van zijn eigendomsrechten met betrekking tot de in punt 2 van het formulier ‘IB 92 IER’ vermelde effecten, op de in dat punt vermelde datum(s) van betaalbaarstelling gerechtigd is (was, zal zijn) tot de in dat punt vermelde inkomsten, dient hij hiervan uitdrukkelijk melding te maken in punt 8 van het formulier en daarbij zijn specifieke omstandigheden nader toe te lichten. In dat geval mag het formulier ‘IB 92 IER’ slechts worden gebruikt als verzoek om gehele of gedeeltelijke teruggaaf van dividendbelasting.

  • 5 Indien de verzoeker niet kan bevestigen dat hij de in punt 2 van het formulier ‘IB 92 IER’ vermelde effecten niet heeft verkregen ingevolge enige overeenkomst, optie of regeling, waarbij hij is overeengekomen of kan worden verplicht de effecten weer te verkopen of over te dragen, dient hij hiervan uitdrukkelijk melding te maken in punt 8 van het formulier en daarbij zijn specifieke omstandigheden nader toe te lichten. In dat geval mag het formulier ‘IB 92 IER’ slechts worden gebruikt als verzoek om gehele of gedeeltelijke teruggaaf van dividendbelasting.

Artikel 3. Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden (teruggaafprocedure) [Vervallen per 01-10-2004]

  • 1 Een inwoner van Ierland (niet zijnde een persoon als bedoeld in artikel 4) die ingevolge artikel 8, tweede lid, of artikel 9, eerste lid, van de Overeenkomst aanspraak heeft op vermindering van dividendbelasting en die zijn aanspraak niet op de voet van artikel 2 heeft kunnen geldend maken, heeft recht op teruggaaf van hetgeen aan dividendbelasting meer is ingehouden dan 15 percent indien het gaat om opbrengst van aandelen of winstbewijzen, en van het volle bedrag van de ingehouden dividendbelasting indien het gaat om opbrengst van winstdelende obligaties.

  • 2 Tot het verkrijgen van de teruggaaf levert de belanghebbende bij het belastingbestuur over zijn woonplaats een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud in op een formulier volgens het in bijlage I opgenomen model (formulier ‘IB 92 IER’).

    Nadat hij een exemplaar van de verklaring, voorzien van dagtekening en ondertekening van de daarop voorkomende bevestiging omtrent de woonplaats, van vorenbedoeld bestuur heeft terugontvangen, handelt hij overeenkomstig het derde of het vierde lid.

  • 3 Indien de opbrengst is uitbetaald door een in Nederland wonende of gevestigde persoon die de in artikel 9 van de Wet op de dividendbelasting 1965 bedoelde dividendnota, waaruit van de betaling van de terug te geven belasting door de belanghebbende blijkt, heeft uitgereikt, levert de belanghebbende het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de verklaring in bij de hierboven bedoelde persoon, onder bijvoeging van de dividendnota. Is dit laatste niet mogelijk, dan voegt de persoon die de dividendnota heeft uitgereikt bij de verklaring een door hem gewaarmerkt afschrift van de dividendnota. Degene die de dividendnota heeft uitgereikt zendt, met een begeleidende brief, waaruit blijkt dat hij voor de belanghebbende optreedt, de bij hem ingeleverde verklaring te zamen met de dividendnota of het afschrift daarvan, aan de inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland, die op het verzoek beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het terug te geven bedrag wordt door de ontvanger van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland ten behoeve van de belanghebbende overgemaakt aan degene die de dividendnota heeft uitgereikt.

  • 4 Indien de opbrengst niet is uitbetaald door een in Nederland wonende of gevestigde persoon en de belanghebbende dientengevolge niet in het bezit is van een in het derde lid bedoelde dividendnota, zendt hij het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de verklaring rechtstreeks toe aan de inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland, onder bijvoeging van een dividendnota of ander bewijsstuk, waaruit blijken:

    • a) de desbetreffende opbrengst, en

    • b) het feit dat de terug te geven belasting door de belanghebbende is betaald.

    De inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het terug te geven bedrag wordt door de ontvanger van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland aan de belanghebbende overgemaakt.

Artikel 4. Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot portfoliodividenden (bijzondere teruggaafprocedure) [Vervallen per 01-10-2004]

  • 1 Een inwoner van Ierland die ingevolge artikel 8, tweede lid, of artikel 9, eerste lid, van de Overeenkomst aanspraak heeft op vermindering van dividendbelasting, maar wiens aanspraak ingevolge artikel 2, derde lid, van de Overeenkomst slechts betrekking heeft op dat gedeelte van de opbrengst dat is overgemaakt naar of ontvangen in Ierland, heeft recht op teruggaaf van dividendbelasting, ingehouden op het gedeelte van de opbrengst dat is overgemaakt naar of ontvangen in Ierland. De teruggaaf is gelijk aan het bedrag dat aan dividendbelasting meer is ingehouden dan 15 percent indien het gaat om opbrengst van aandelen of winstbewijzen, en aan het volle bedrag van de ingehouden dividendbelasting indien het gaat om opbrengst van winstdelende obligaties.

  • 2 Tot het verkrijgen van de teruggaaf levert de belanghebbende bij het belastingbestuur over zijn woonplaats een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud in op een formulier volgens het in bijlage II opgenomen model (formulier ‘IB 95 IER’). Nadat hij een exemplaar van de verklaring, voorzien van dagtekening en ondertekening van de daarop voorkomende bevestiging omtrent de woonplaats, van vorenbedoeld bestuur heeft terugontvangen, zendt hij dit toe aan de inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland, die op het verzoek beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking.

  • 3 Bij het exemplaar van de verklaring dat de verzoeker aan de inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland zendt, legt hij een dividendnota over, of een afschrift daarvan, gewaarmerkt door degene die de dividendnota heeft uitgereikt, of enig ander bewijsstuk, waaruit de opbrengst waarop de verklaring betrekking heeft alsmede het bedrag van de daarop ingehouden dividendbelasting blijken. Het bewijsstuk als bovenbedoeld behoeft slechts te worden overgelegd bij de verklaring waarin de eerste overmaking uit de opbrengst waarop het bewijsstuk betrekking heeft, is vermeld.

  • 4 Het terug te geven bedrag wordt door de ontvanger van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland ten behoeve van de belanghebbende overgemaakt naar een door belanghebbende aan te wijzen bank of girorekening in Ierland.

  • 5 Indien de verzoeker niet kan bevestigen dat hij uit hoofde van zijn eigendomsrechten met betrekking tot de in punt 2 van het formulier ‘IB 95 IER’ vermelde effecten, op de in dat punt vermelde datum(s) van betaalbaarstelling gerechtigd was tot de in dat punt vermelde inkomsten, dient hij hiervan uitdrukkelijk melding te maken in punt 8 van het formulier en daarbij zijn specifieke omstandigheden nader toe te lichten.

  • 6 Indien de verzoeker niet kan bevestigen dat hij de in punt 2 van het formulier ‘IB 95 IER’ vermelde effecten niet heeft verkregen ingevolge enige overeenkomst, optie of regeling, waarbij hij is overeengekomen of kan worden verplicht de effecten weer te verkopen of over te dragen, dient hij hiervan uitdrukkelijk melding te maken in punt 8 van het formulier en daarbij zijn specifieke omstandigheden nader toe te lichten.

Artikel 5. Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot deelnemingsdividenden (vrijstellingsprocedure) [Vervallen per 01-10-2004]

  • 1 Een lichaam, dat aan een lichaam welks bedrijf wordt geleid en bestuurd in Ierland en dat onmiddellijk ten minste 25 percent bezit van het totale aantal stemmen in het lichaam, dividenden betaalt die ingevolge artikel 8, derde lid, van de Overeenkomst zijn vrijgesteld van dividendbelasting, kan hij de inspecteur binnen wiens ambtsgebied het is gevestigd, het verzoek indienen ontslagen te worden van de verplichting tot inhouding van die belasting.

  • 2 In het verzoek wordt opgaaf verstrekt van:

    • a) de naam, het adres van het in het eerste lid bedoelde Ierse lichaam en de plaats waar zijn bedrijf wordt geleid en bestuurd;

    • b) het aantal en het totale nominale bedrag van de door het Nederlandse lichaam uitgegeven stemgerechtigde aandelen;

    • c) het gedeelte van de stemgerechtigde aandelen van het Nederlandse lichaam dat het in het eerste lid bedoelde Ierse lichaam onmiddellijk bezit.

    In het verzoek wordt voorts verklaard dat het kapitaal van het Ierse lichaam waarop het verzoek betrekking heeft, geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld.

  • 3 Indien de inspecteur gunstig op het verzoek beslist, blijft zijn beslissing van kracht met betrekking tot elk daarin genoemd lichaam zolang

    • -

      het bedrijf daarvan wordt geleid en bestuurd in Ierland, en

    • -

      het lichaam onmiddellijk ten minste 25 percent van het totale aantal stemmen in het Nederlandse lichaam blijft bezitten, en

    • -

      de in de laatste volzin van het tweede lid bedoelde verklaring op het Ierse lichaam van toepassing blijft.

    De bestuurder van het Nederlandse lichaam aan wie blijkt of die redelijkerwijs moet vermoeden dat zulks in enig opzicht niet meer het geval is, is gehouden daarvan aan de inspecteur schriftelijk mededeling te doen voor de eerstvolgende vaststelling van dividend.

Artikel 6. Nederlandse dividendbelasting met betrekking tot deelnemingsdividenden (teruggaafprocedure) [Vervallen per 01-10-2004]

  • 1 Indien dividendbelasting is ingehouden van dividenden, betaald door een lichaam aan een lichaam welks bedrijf wordt geleid en bestuurd in Ierland, die ingevolge artikel 8, derde lid, van de Overeenkomst vrijgesteld zijn van dividendbelasting, kan dat Ierse lichaam een verzoek om teruggaaf van hetgeen is ingehouden richten tot de inspecteur binnen wiens ambtsgebied het Nederlandse lichaam is gevestigd.

  • 2 Het in het eerste lid bedoelde verzoek wordt ingeleverd bij het lichaam dat de dividenden heeft betaald. Dit zendt het verzoek aan de in het eerste lid bedoelde inspecteur, nadat het daaraan de in artikel 5, tweede lid, bedoelde gegevens en de in dat lid bedoelde verklaring heeft toegevoegd. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

  • 3 Het terug te geven bedrag wordt door de ontvanger ten behoeve van het Ierse lichaam aan het Nederlandse lichaam overgemaakt.

Artikel 7. Formele bepaling [Vervallen per 01-10-2004]

De in deze regeling bedoelde verklaringen, verzoeken, gegevens en mededelingen moeten duidelijk, stellig en zonder voorbehoud worden gedaan of verstrekt.

Artikel 8. Verjaringstermijn [Vervallen per 01-10-2004]

Verzoeken om teruggaaf van belasting, als bedoeld in de artikelen 3, 4 en 6 moeten bij de bevoegde inspecteur zijn ingediend binnen een tijdvak van zes jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting werd geheven.

Artikel 9. Formulieren [Vervallen per 01-10-2004]

De in de artikelen 2, eerste lid, 3, tweede lid en 4, tweede lid, bedoelde formulieren worden van rijkswege verstrekt. De formulieren zijn op aanvraag kosteloos verkrijgbaar in Nederland bij de Belastingdienst/Centrum voor facilitaire dienstverlening, Afdeling Logistiek reprografisch centrum, Postbus 1314, 7301 BN Apeldoorn en in Ierland bij the Revenue Commissioners, Dublin Castle, Dublin 2.

Artikel 10. Intrekking [Vervallen per 01-10-2004]

De beschikking van de staatssecretaris van Financiën van 25 november 1970, nr. B70/21055 (Stcrt. van 24 december 1970, nr. 249, en van 5 januari 1971, nr. 2), wordt ingetrokken.

Artikel 11. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-10-2004]

  • 1 Deze regeling kan worden aangehaald als Nederlandse uitvoeringsvoorschriften belastingovereenkomst Nederland Ierland.

  • 2 Zij treedt in werking met ingang van 1 januari 1991

  • 3 Zij vindt met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 toepassing met betrekking tot dividenden die betaald of betaalbaar zijn gesteld op of na 1 januari 1965.

De

Staatssecretaris

van Financiën,

M.J.J. van Amelsvoort