Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen[Regeling vervallen per 01-01-2007.]

Geldend van 28-02-2006 t/m 31-12-2006

Uitvoeringsregelingen Wet toezicht beleggingsinstellingen (ex art. 14)

De minister van Financiën,

Gelet op artikel 14 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen (Stb. 1990, 380);

Gezien het advies van De Nederlandsche Bank N.V. (d.d. 4 oktober 1990)

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Van de in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verboden wordt vrijstelling verleend indien de gelden of andere goederen ter deelneming in een beleggingsinstelling uitsluitend worden gevraagd aan of verkregen van natuurlijke personen of rechtspersonen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen of beleggen in beleggingsproducten dan wel indien de rechten van deelneming in een beleggingsinstelling als hiervoor bedoeld uitsluitend worden aangeboden aan deze categorie natuurlijke personen en rechtspersonen, of die wordt gecombineerd met een aanbieding van effecten die van artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen is vrijgesteld op grond van het in deze regeling bepaalde.

  • 2 Aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, wordt het voorschrift verbonden dat in het aanbod dan wel in advertenties of documenten waarin het aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld, wordt vermeld dat het aanbod uitsluitend is onderscheidenlijk zal zijn gericht tot de in het eerste lid bedoelde personen, dan wel dat het aanbod wordt gecombineerd met een of meerdere vrijstellingen uit deze paragraaf.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 2 Van de in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verboden wordt vrijstelling verleend aan participatiemaatschappijen, niet zijnde particuliere participatiemaatschappijen als bedoeld in het eerste lid, voor zover:

    • a. de aandelen van de ondernemingen die worden gehouden door de participatiemaatschappijen moeilijk dan wel in het geheel niet te plaatsen zijn bij andere dan de natuurlijke personen of rechtspersonen, bedoeld in artikel 1; en

    • b. de participatiemaatschappijen op grond van een schriftelijk vastgelegde overeenkomst, die een beëindigingsregeling bevat, het bestuur of de raad van commissarissen van de ondernemingen waarvan de aandelen worden gehouden kunnen benoemen, schorsen of ontslaan dan wel op andere wijze invloed kunnen uitoefenen op het bestuur en het dagelijks beleid.

Artikel 2a [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Van de in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verboden wordt vrijstelling verleend indien:

    • a. de gelden of andere goederen worden gevraagd of verkregen ter deelneming in een beleggingsinstelling waarvan het balanstotaal voor minder dan 50% bestaat uit beleggingen dan wel indien rechten van deelneming in een dergelijke beleggingsinstelling worden aangeboden, en

    • b. minder dan 50% van de totale gerealiseerde opbrengsten gegenereerd wordt uit beleggingen.

  • 2 De in het vorige lid onder a en b genoemde criteria worden bepaald ongeacht de presentatie in de jaarrekening en vastgesteld per balansdatum einde boekjaar.

Artikel 2b [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Van de in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verboden wordt vrijstelling verleend voor zover het betreft:

    • a. het middellijk of onmiddellijk aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling aan minder dan 100 natuurlijke personen of rechtspersonen, niet zijnde natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in artikel 1, per staat;

    • b. het middellijk of onmiddellijk aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling die slechts kunnen worden verworven tegen een tegenwaarde van ten minste € 50.000 per deelnemer; of

    • c. het middellijk of onmiddellijk aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling met een nominale waarde per recht van deelneming van ten minste € 50.000.

  • 2 Het bepaalde in het eerste lid onderdeel b en c is niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen die voorzieningen aanhouden in het kader van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel 2c [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Van het in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verboden wordt vrijstelling verleend voor het aanbieden van rechten van deelneming, aan bestuurders, leden van de raad van commissarissen of werknemers van de beleggingsinstelling van die rechten van deelneming, of aan bestuurders, leden van de raad van commissarissen of werknemers van een met die beleggingsinstelling in een groep verbonden rechtspersoon, vennootschap of instelling.

Artikel 2d [Vervallen per 01-01-2007]

Ter zake van de in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verboden kunnen meerdere van de in deze regeling opgenomen vrijstellingen gelijktijdig van toepassing zijn.

Artikel 2e [Vervallen per 01-01-2007]

Van de in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen vervatte verboden wordt tot 1 juli 2006 vrijstelling verleend indien de beheerder of de beleggingsinstelling afkomstig is uit een staat die is aangewezen op grond van het Besluit van de Minister van Financiën tot aanwijzing van staten als bedoeld in artikel 17c, eerste lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen en aan de beheerder of de beleggingsinstelling voor 1 september 2005 een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen (oud).

Artikel 2f [Vervallen per 01-01-2007]

Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2007]

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet toezicht beleggingsinstellingen in werking treedt.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2007]

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 9 oktober 1990

De

Minister

van Financiën,

W. Kok