Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wet op het consumentenkrediet

Geldend van 01-01-2017 t/m heden

Wet van 4 juli 1990, houdende regels met betrekkking tot het consumentenkrediet

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regels te geven met betrekking tot het consumentenkrediet, mede ter vervanging van de bepalingen van de Wet op het consumptief geldkrediet (Stb. 1972, 399) en de Wet op het afbetalingsstelsel 1961 (Stb. 1976, 515) en, in verband daarmee, de Colportagewet (Stb. 1973, 438) te wijzigen en voorts, dat de richtlijn (EEG) nr. 87/102 van de Raad van de Europese Gemeenschappen, van 22 december 1986, betreffende de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake het consumentenkrediet (PbEG L 42), noodzaakt tot het vaststellen van een aantal wettelijke bepalingen met betrekking tot het consumentenkrediet;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2017]

Afdeling 1. Definities [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. krediettransactie: iedere overeenkomst en ieder samenstel van overeenkomsten met de strekking dat:

    • 1°. door of vanwege de eerste partij (de kredietgever) aan de tweede partij (de kredietnemer) een geldsom ter beschikking wordt gesteld en de tweede partij aan de eerste partij een of meer betalingen doet,

    • 2°. door of vanwege de eerste partij (de kredietgever) aan de tweede partij (de kredietnemer) het genot van een roerende zaak wordt verschaft of een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen dienst wordt verleend en de tweede partij aan de eerste partij een of meer betalingen doet, of

    • 3°. door of vanwege de eerste partij (de kredietgever) aan de tweede partij (de kredietnemer), dan wel ten behoeve van deze aan een derde partij (de leverancier) een geldsom ter beschikking wordt gesteld ter zake van het verschaffen van het genot van een roerende zaak of het verlenen van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen dienst aan de tweede partij, en de tweede partij aan de eerste partij of aan de derde partij een of meer betalingen doet;

  • b. [Red: vervallen;]

  • c. [Red: vervallen;]

  • d. [Red: vervallen;]

  • e. [Red: vervallen;]

  • f. [Red: vervallen;]

  • g. [Red: vervallen;]

  • h. [Red: vervallen;]

  • i. [Red: vervallen;]

  • j. [Red: vervallen;]

  • k. [Red: vervallen;]

  • l. [Red: vervallen;]

  • m. [Red: vervallen;]

  • n. gemeentelijke kredietbank: een instelling voor kredietverlening, opgericht door een of meer gemeenten.

Afdeling 2. Beperking van de reikwijdte van de wet [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 4 [Vervallen per 25-05-2011]

Afdeling 3. Gemeentelijke kredietbanken [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-1994]

Hoofdstuk II. De kredietgever [Vervallen per 01-01-2006]

Afdeling 1. De vergunning [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 14a [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 14b [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 14c [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2006]

Afdeling 2. Het register [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2006]

Afdeling 3. Overige bepalingen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2006]

Hoofdstuk III. Werving, bemiddeling en behandeling van kredietaanvragen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-2006]

Hoofdstuk IV. De krediettransactie [Vervallen per 01-01-2017]

Afdeling 1. Het aangaan van een krediettransactie [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 30 [Vervallen per 25-05-2011]

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 32 [Vervallen per 25-05-2011]

Afdeling 2. Nietigheden [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 33 [Vervallen per 01-01-2017]

Afdeling 3. Kredietvergoeding en betalingen [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 34 [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 35 [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 36 [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 37 [Vervallen per 25-05-2011]

Artikel 38 [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 39 [Vervallen per 25-05-2011]

Afdeling 4. Pandrecht en eigendomsvoorbehoud [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 40 [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 41 [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 42 [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 43 [Vervallen per 01-01-2017]

Afdeling 5. Overige bepalingen [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 44 [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 45 [Vervallen per 25-05-2011]

Artikel 46 [Vervallen per 01-01-2017]

Hoofdstuk V. Schuldbemiddeling

Artikel 47

  • 1 Schuldbemiddeling is verboden.

  • 2 Onder schuldbemiddeling wordt verstaan het in de uitoefening van een bedrijf of beroep, anders dan door het aangaan van een krediettransactie, verrichten van diensten, gericht op de totstandkoming van een regeling met betrekking tot de bestaande schuldenlast van een natuurlijke persoon, geheel of gedeeltelijk voortvloeiend uit een of meer krediettransacties.

Artikel 48

  • 1 Het in artikel 47, eerste lid, bedoelde verbod is niet van toepassing op schuldbemiddeling:

    • a. om niet;

    • b. door gemeenten, gemeentelijke kredietbanken of andere door gemeenten gehouden instellingen, die zich krachtens hun doelstelling met schuldbemiddeling bezighouden;

    • c. door advocaten, curatoren en bewindvoerders ingevolge de Faillissementswet of ingevolge artikel 383, zevende lid, dan wel artikel 435, zevende lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, notarissen, deurwaarders, registeraccountants en accountants-administratieconsulenten;

    • d. door natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel categorieën daarvan, aan te wijzen bij algemene maatregel van bestuur.

  • 2 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat voor het verrichten van schuldbemiddeling als bedoeld in het eerste lid een certificaat is vereist en dat de vergoeding voor schuldbemiddeling voor ingevolge het eerste lid, onder d, aangewezen personen of categorieën van personen niet meer mag bedragen dan een daarbij te bepalen percentage van het bedrag van de schulden, voor zover daaromtrent een regeling is tot stand gekomen, dat de vergoeding niet meer mag bedragen dan de kosten van de bemiddeling, alsmede dat geen vergoeding mag worden bedongen, in rekening gebracht of aanvaard indien geen regeling is tot stand gekomen. Deze regels kunnen verschillen naar gelang van de aangewezen personen of categorieën van personen, waarop zij betrekking hebben.

  • 3 Nietig is een overeenkomst, voor zover daarbij wordt afgeweken van het bij of krachtens het tweede lid bepaalde.

Artikel 48a

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde zijn belast de bij ministeriële regeling aangewezen personen.

Hoofdstuk VI. Beroep [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 49 [Vervallen per 01-01-2006]

Hoofdstuk VII [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 50 [Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 51 [Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 52 [Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 53 [Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 54 [Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 55 [Vervallen per 21-02-1997]

Artikel 56 [Vervallen per 21-02-1997]

Hoofdstuk VIII. Toezicht op de naleving [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 57 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 58 [Vervallen per 01-01-1998]

Artikel 59 [Vervallen per 01-01-1998]

Artikel 60 [Vervallen per 01-01-1998]

Artikel 61 [Vervallen per 01-01-1998]

Artikel 62 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 63 [Vervallen per 01-01-2006]

Hoofdstuk IX. Uitvoering van de wet [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 64 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 65 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 66 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 67 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 68 [Vervallen per 01-01-1994]

Hoofdstuk X. Straf-, overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 69 [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 70 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 71 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 72 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 73 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 74 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 75 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 76 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 77 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 78 [Vervallen per 01-01-2006]

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage , 4 juli 1990

Beatrix

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

P. Bukman

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

De Minister van Financiën,

W. Kok

Uitgegeven de zesentwintigste juli 1990

De Minister van Justitie a.i.,

J. E. Andriessen