Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitvoeringsregeling waterhuishouding[Regeling vervallen per 22-12-2009.]

Geldend van 01-07-2005 t/m 21-12-2009

Besluit van 6 juni 1990, houdende regelen ter uitvoering van de Wet op de waterhuishouding

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 20 juni 1989, nr. RW 29 877, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken; Gelet op de artikelen 7, tweede lid, 12, vijfde lid, 13, eerste lid, 16, tweede en vierde lid, 17, derde lid, 24, tweede lid, 25, tweede lid, en 70 van de Wet op de waterhuishouding (Stb. 1989, 285);

Gelet tevens op artikel 1 van de Wet van 28 februari 1891 tot vaststellen van bepalingen betreffende 's Rijks waterstaatswerken (Stb. 69), en op artikel 7, tweede lid, van de Grondwaterwet (Stb. 1981, 392);

Gehoord gedeputeerde staten van de provincies;

Gehoord de betrokken beheerders;

Gehoord de Raad van de Waterstaat;

De Raad van State gehoord (advies van 2 maart 1990, no. WO9.89.0342);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 29 mei 1990, nr. R 62108, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk I. Begripsomschrijving [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 1 [Vervallen per 22-12-2009]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. wet: de Wet op de waterhuishouding (Stb. 1989, 285);

  • b. rijkswateren: de oppervlaktewateren onder beheer van het Rijk, met inbegrip van met deze wateren in open verbinding staande wateren welke zijn aangewezen bij het Besluit aanwijzing zijwateren van hoofdwateren en van met de eerstbedoelde wateren in open verbinding staande havens welke bij anderen dan het Rijk in beheer zijn;

  • c. hoofdwateren: de in de bijlage bij dit besluit opgenomen rijkswateren van landelijk belang;

  • d. afvoeren: het door middel van een werk of langs natuurlijke weg brengen of laten stromen van water uit een oppervlaktewater naar een ander oppervlaktewater;

  • e. aanvoeren: het door middel van een werk of langs natuurlijke weg naar een oppervlaktewater halen of laten stromen van water uit een ander oppervlaktewater;

  • f. lozen: het door middel van een werk brengen van water in een oppervlaktewater, zonder dat het water daarbij uit een ander oppervlaktewater wordt gehaald;

  • g. onttrekken: het door middel van een werk halen van water uit een oppervlaktewater,zonder dat het water daarbij in een ander oppervlaktewater wordt gebracht;

  • h. beheersplan voor de rijkswateren: het in artikel 5 van de wet bedoelde plan;

  • i. vergunning: de in artikel 24 van de wet bedoelde vergunning.

Hoofdstuk II. Aanwijzing van rijkswateren waarop het provinciaal plan mede betrekking heeft, zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 2 [Vervallen per 22-12-2009]

Het provinciaal plan voor de waterhuishouding heeft mede betrekking op rijkswateren die geen hoofdwateren of bij het Besluit aanwijzing zijwateren van hoofdwateren aangewezen oppervlaktewateren zijn.

Hoofdstuk III. Beheersinstrumenten [Vervallen per 22-12-2009]

Afdeling 1. Registratie [Vervallen per 22-12-2009]

§ 1. Aanwijzing met betrekking tot rijkswateren van meldplichtige en meetplichtige gevallen, zoals bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 3 [Vervallen per 22-12-2009]

  • 1 Degene die water afvoert naar, aanvoert uit, loost in of onttrekt aan rijkswateren, meldt de wijze daarvan indien:

    • a. op die wijze meer dan 1 000 m3 water per uur kan worden afgevoerd of geloosd;

    • b. op die wijze meer dan 20 m3 water per uur kan worden aangevoerd of onttrokken; of

    • c. door veranderingen in een eerder gemelde wijze van afvoer of lozing dan wel aanvoer of onttrekking tenminste 20 percent meer of minder water, met een minimum verschil van 1000 m3 onderscheidenlijk 20 m3 per uur, kan worden afgevoerd of geloosd dan wel aangevoerd of onttrokken,

    een en ander tenzij slechts éénmalig ten hoogste 1 000 000 m3 water wordt afgevoerd of geloosd dan wel 20 000 m3 water wordt aangevoerd of onttrokken én daarbij per uur niet meer water wordt verplaatst dan 5000 m3 respectievelijk 100 m3.

  • 2 De meldplicht geldt niet voor een afvoer, aanvoer, lozing of onttrekking:

    • a. waarvoor ingevolge artikel 19, 20, 21 of 22 een waterakkoord of vergunning is vereist;

    • b. waarvoor vóór het van kracht worden van de meldplicht een vergunning is verleend die ingevolge artikel 60, derde lid, van de wet wordt beschouwd als een vergunning op grond van de wet.

Artikel 4 [Vervallen per 22-12-2009]

Met een melding wordt gelijkgesteld de indiening van een aanvraag om een vergunning, (of een wijziging daarvan), zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, dan wel het houden van zodanige (al dan niet gewijzigde) vergunning op de dag van het van kracht worden van de meldplicht.

Artikel 5 [Vervallen per 22-12-2009]

  • 1 Degene die water afvoert of aanvoert is verplicht de verplaatste waterhoeveelheden te meten, daarvan aantekening te houden en van de verkregen gegevens opgave te doen, indien op de gemelde wijze meer dan 5000 m3 water per uur kan worden afgevoerd dan wel meer dan 100 m3 water kan worden aangevoerd. De in de voorgaande volzin omschreven verplichting geldt in de gevallen dat de afvoer of aanvoer van water plaatsvindt naar of uit een rijkswater behorende tot die welke daartoe zijn aangewezen door Onze Minister.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde aanwijzing vindt slechts plaats wanneer nauwkeurige gegevens over de werkelijk verplaatste waterhoeveelheden noodzakelijk zijn voor een goed oordeel over de invloed van de afvoer of de aanvoer op de peilregeling of waterbeweging en over de noodzaak tot bijzondere beheersmaatregelen. Onze Minister houdt daarbij rekening met het beheersplan voor de rijkswateren.

  • 3 De meetplicht als bedoeld in het eerste lid geldt niet indien in een waterakkoord meetvoorschriften zijn opgenomen.

§ 2. Landelijke regelingen voor de melding en de meting, zoals bedoeld in artikel 12, vijfde lid, van de wet [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 6 [Vervallen per 22-12-2009]

  • 1 Een melding, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet geschiedt tenminste 8 weken voordat een begin wordt gemaakt met uitvoering van de tot afvoer, aanvoer, lozing of onttrekking dienende werken dan wel met het op andere wijze mogelijk maken van de afvoer, aanvoer, lozing of onttrekking.

  • 2 Indien in een spoedeisend geval de meldplichtige niet aan het eerste lid kan voldoen, doet hij de melding zo spoedig mogelijk.

Artikel 7 [Vervallen per 22-12-2009]

Indien op de dag waarop de meldplicht van kracht wordt, de afvoer, aanvoer, lozing of onttrekking reeds op een te melden wijze mogelijk is, geschiedt de melding binnen 8 weken na die dag.

Artikel 8 [Vervallen per 22-12-2009]

De melding bevat:

  • a. de naam en het adres van de meldingplichtige;

  • b. de dagtekening;

  • c. de naam van de betrokken wateren;

  • d. een kaart met de plaats van de afvoer, aanvoer, lozing of onttrekking, met de ligging van de werken en, indien het gaat om afwatering van een gebied, met de percelen ten behoeve waarvan water wordt afgevoerd;

  • e. een beschrijving van de werken, waaronder een opgave van de capaciteit;

  • f. een aan duiding van de waterhoeveelheden in m3 die per één of meer tijdseenheden worden verplaatst, te onderscheiden naar perioden of omstandigheden;

  • g. het doel, de begindatum en, indien vooraf bekend, de einddatum van de afvoer, lozing, aanvoer of onttrekking.

Artikel 9 [Vervallen per 22-12-2009]

De kwantiteitsbeheerder kan voor het doen van de melding een formulier vaststellen.

Artikel 10 [Vervallen per 22-12-2009]

Een meting, aantekening en opgave, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet, geschieden op de volgende wijze:

  • a. gemeten wordt op een zodanige plaats en op een zodanige wijze dat het meetresultaat niet meer dan 10% kan afwijken van de werkelijk verplaatste waterhoeveelheid;

  • b. een waterverplaatsing wordt uitgedrukt in m3 per één of meer tijdseenheden;

  • c. van een waterverplaatsing wordt in ieder geval het gemiddelde per etmaal berekend;

  • d. de regelmaat waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt, komen overeen met de wijze waarop de kwantiteitsbeheerder in vergelijkbare gevallen gegevens verwerkt.

Afdeling 2. Het Peilbesluit [Vervallen per 22-12-2009]

§ 1. Aanwijzing met betrekking tot rijkswateren van gevallen waarin een peilbesluit moet worden vastgesteld, zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 11 [Vervallen per 22-12-2009]

  • 1 Onze Minister stelt een peilbesluit vast voor de volgende rijkswateren:

    • - Noordzeekanaal; Het IJ, Amsterdam-Rijnkanaal;

    • - Grevelingemeer;

    • - Veerse Meer;

    • - Krammer, Volkerak, Eendracht, Zoommeer, Bathse Spuikanaal;

    • - IJsselmeer, Ketelmeer, Vossemeer, Zwarte Meer, Markermeer, IJmeer, Gooimeer, Eemmeer, Wolderwijd, Nijkerkernauw, Nuldernauw, Veluwemeer, Drontermeer.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde verplichtingen worden eerst van kracht met ingang van 1 juli 1991, onverlet de bevoegdheid van Onze Minister het peilbesluit eerder vast te stellen.

§ 2. Regelen met betrekking tot rijkswateren voor de voorbereiding en vaststelling van een peilbesluit, zoals bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de wet [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 12 [Vervallen per 22-12-2009]

Onze Minister stelt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een termijn van acht maanden na het van kracht worden van de verplichting een peilbesluit vast te stellen, een ontwerp van het peilbesluit op.

Artikel 13 [Vervallen per 22-12-2009]

Op de voorbereiding van het peilbesluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-1994]

Artikel 15 [Vervallen per 22-12-2009]

Onze Minister stelt binnen acht weken na afloop van de door hem vast te stellen termijn als bedoeld in artikel 3.11. van de Algemene wet bestuursrecht, het peilbesluit vast.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-1994]

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-1994]

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-1994]

Afdeling 3. Aanwijzing met betrekking tot rijkswateren van gevallen waarin een waterakkoord moet worden gesloten, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de wet [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 19 [Vervallen per 22-12-2009]

  • 1 Een kwantiteitsbeheerder die water afvoert naar of aanvoert uit rijkswateren, alsmede het Rijk zijn in de volgende gevallen van afvoer of aanvoer verplicht gezamenlijk een waterakkoord vast te stellen:

    • - de aanvoer uit het IJsselmeer ten behoeve van de watervoorziening in Friesland, Groningen en Noord-West-Overijssel;

    • - de afvoer naar het IJsselmeer ten behoeve van de afwatering van de Wieringermeer;

    • - de afvoer naar het Ketelmeer, Markermeer en Veluwemeer ten behoeve van de afwatering van Flevoland;

    • - de aanvoer uit het Markermeer ten behoeve van de watervoorziening in Noord-Holland;

    • - de afvoer naar het Noordzeekanaal en het Amsterdam-Rijnkanaal ten behoeve van de afwatering van delen van Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland;

    • - de aanvoer uit de Lek, de Hollandsche IJssel en het Amsterdam-Rijnkanaal ten behoeve van de watervoorziening in delen van Midden-Holland;

    • - de aanvoer uit het Zoommeer ten behoeve van de watervoorziening in delen van Noord-Brabant, Zeeland en Zuid-Holland alsmede de afvoer naar het Zoommeer ten behoeve van de afwatering van die gebieden;

    • - de aanvoer uit de Zuid-Willemsvaart, het Wilhelminakanaal, het Kanaal Wessem-Nederweert en de Noordervaart ten behoeve van de watervoorziening in delen van Noord-Brabant en Limburg alsmede de afvoer naar de Zuid-Willemsvaart en het Wilhelminakanaal ten behoeve van de afwatering van die gebieden;

    • - de aanvoer uit de Twentekanalen, het kanaal Almelo-De Haandrik en de Overijsselsche Vecht ten behoeve van de watervoorziening in delen van Overijssel, Gelderland en Drenthe alsmede de afvoer naar de Twentekanalen ten behoeve van de afwatering van delen van Overijssel en Gelderland;

    • - de aanvoer uit het Meppelerdiep en de Drentse Hoofdvaart ten behoeve van de watervoorziening in Drenthe;

    • - de afvoer naar de Drentse Hoofdvaart, Het Meppelerdiep en de Overijsselsche Vecht in geval van hoog water in Noord-Overijssel en Zuid-Drenthe.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde verplichtingen worden eerst van kracht met ingang van 1 juli 1991, onverlet de bevoegdheid van partijen het waterakkoord eerder vast te stellen.

Afdeling 4. De Vergunning [Vervallen per 22-12-2009]

§ 1. Aanwijzing met betrekking tot rijkswateren van gevallen waarin een vergunning is vereist, zoals bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 20 [Vervallen per 22-12-2009]

Het is verboden zonder vergunning water te lozen in of te onttrekken aan rijkswateren, indien op de voorgenomen wijze van lozing of onttrekking meer dan 5000 m3 water per uur kan worden geloosd of meer dan 100 m3 water per uur kan worden onttrokken.

Artikel 21 [Vervallen per 22-12-2009]

  • 1 Onze Minister kan met betrekking tot een of meer rijkswateren gevallen aanwijzen, waarin het verbod van artikel 20 tevens geldt bij overschrijding van aangegeven waterhoeveelheden die kleiner zijn dan die in artikel 20 maar groter dan die in artikel 3, eerste lid, onder a en b.

  • 2 Onze Minister oefent de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid slecht uit met betrekking tot rijkswateren die onvoldoende capaciteit hebben om onder normale of afwijkende omstandigheden de te verwachten lozingen of onttrekkingen zonder nadelige gevolgen voor de waterhuishouding te kunnen verwerken.

Artikel 22 [Vervallen per 22-12-2009]

De artikelen 20 en 21 zijn tevens van toepassing op het afvoeren naar of aanvoeren uit rijkswateren door anderen dan kwantiteitsbeheerders.

§ 2. Landelijke regelen voor de aanvraag tot verlening van een vergunning, zoals bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 23 [Vervallen per 22-12-2009]

Bij de aanvraag tot verlening van een vergunning worden in ieder geval overgelegd de gegevens bedoeld in artikel 8.

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-1994]

Hoofdstuk IV. Wijziging of intrekking van enkele andere besluiten [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 25 [Vervallen per 22-12-2009]

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel 26 [Vervallen per 22-12-2009]

Het besluit van 1 oktober 1982 (Stb. 591), houdende aanwijzing van rijksambtenaren als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Grondwaterwet, wordt ingetrokken met ingang van het tijdstip waarop in de onderscheiden provincies de verordeningen als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet zijn vastgesteld.

Hoofdstuk V. Slotbepalingen [Vervallen per 22-12-2009]

Artikel 27 [Vervallen per 22-12-2009]

Dit besluit treedt met ingang van 1 juli 1990 in werking.

Artikel 28 [Vervallen per 22-12-2009]

Dit besluit kan worden aangehaald als Uitvoeringsregeling waterhuishouding.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende bijlage en nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage , 6 juni 1990

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

J. R. H. Maij-Weggen

Uitgegeven de achtentwintigste juni 1990

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Bijlage bij de Uitvoeringsregeling waterhuishouding [Vervallen per 22-12-2009]

Hoofdwateren

  • - Noordzee;

  • - Waddenzee;

  • - Eems, Dollard;

  • - Westerschelde, Kanaal van Gent naar Terneuzen, Oosterschelde, Kanaal door Zuid-Beveland;

  • - Grevelingenmeer;

  • - Krammer, Volkerak, Eendracht, Zoommeer, Bathse Spuikanaal, Antwerps kanaalpunt in de Schelde-Rijnverbinding;

  • - Boven-Rijn, Bijlandsch Kanaal, Waal, Boven Merwede, Nieuwe Merwede, Hollandsch Diep, Haringvliet;

  • - Pannerdensch Kanaal, Neer-Rijn, Lek, Nieuwe Maas, Nieuwe Waterweg; Hollandsche IJssel van Krimpen aan de IJssel tot de Waaiersluis bij Gouda;

  • - Beneden Merwede, Noord, Dordtsche Kil, Oude Maas, Spui;

  • - Maas, Bergsche Maas, Heusdensch Kanaal, Afgedamde Maas, Amer, Biesbosch;

  • - Julianakanaal, Lateraal kanaal, Maas-Waalkanaal, Kanaal van St. Andries; IJssel, Keteldiep, Kattendiep, Ketelmeer, Vossemeer;

  • - Twentekanalen;

  • - Zwarte Water, Zwolle-IJsselkanaal, Zwolsche Diep, Zwarte Meer;

  • - IJsselmeer, Markermeer (met inbegrip van het Oostvaarders diep), Gouwzee, IJmeer, Gooimeer, Eemmeer, Wolderwijd, Nijkerkernauw, Nuldernauw, Veluwemeer, Drontermeer;

  • - Lekkanaal, Amsterdam-Rijnkanaal, het IJ, Noordzeekanaal, Buitenhaven van IJmuiden.