Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling Duitse strijdkrachten Nederland

Geldend van 29-04-2000 t/m heden

Regeling Duitse strijdkrachten Nederland

De staatssecretaris van Financiën,

In overeenstemming met de bevoegde Duitse autoriteiten in Nederland:

Gelet op:

Besluit:

Hoofdstuk I. Algemeen

Artikel 1. Doel

Het doel van deze regeling is aan te geven:

  • a. de positie van de Duitse strijdkrachten, de leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten en gezinsleden daarvan ten opzichte van de wetten en voorschriften die worden toegepast door de Nederlandse douaneautoriteiten;

  • b. de douaneprocedure die van toepassing is op de in- en uitvoer van goederen die eigendom zijn van of bestemd zijn voor de Duitse strijdkrachten;

  • c. de te volgen gedragslijn en de controle met betrekking tot de aan de Duitse strijdkrachten verleende belastingvoorrechten.

Artikel 2. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. leden van de Duitse strijdkrachten of civiele diensten:

de leden van de hier te lande gestationeerde Duitse strijdkrachten of civiele diensten of van elders gestationeerde Duitse strijdkrachten of civiele diensten, in het laatste geval alleen voor zover deze zich voor de dienst hier te lande bevinden;

b. civiele dienst:

het burgerpersoneel hetwelk bij de Duitse strijdkrachten in dienst is, met uitzondering van staatloze personen en personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten of hier te lande hun verblijfplaats plegen te hebben;

c. gezinslid:

de echtgeno(o)t(e) van een lid van de Duitse strijdkrachten of civiele diensten, een kind van zodanig lid, dat van hem of haar afhankelijk is voor zijn onderhoud en die bloedverwanten, die gewoonlijk bij hem of haar verblijven en werkelijk van hem of haar afhankelijk zijn;

d. ministerie:

ministerie van Financiën, directie Douane-aangelegenheden;

e. inspecteur:

het Hoofd van een eenheid Douane (Douane district);

f. ambtenaren:

inzake de invoerrechten en accijnzen bevoegde ambtenaren van 's rijks belastingdienst;

g. ontbieder:

een militaire eenheid of een door de Duitse strijdkrachten aangewezen niet-militaire geadresseerde;

h. toegelaten geadresseerde voor militaire goederen:

een ontbieder op een aangewezen plaats van bestemming aan wie een vergunning is verleend om rechtstreeks goederen te ontvangen die zijn onderworpen aan douanecontrole;

i. belastingen:

het invoerrecht en heffingen van gelijke werking zoals landbouwheffingen, alsmede de omzetbelasting, de bijzondere verbruiksbelastingen van personenauto's en motorrijwielen en de accijnzen;

j. voorwaardelijke vrijstelling van belastingen:

voorwaardelijke vrijstelling van belastingen, in de zin van de Algemene wet inzake de douane en de accijnzen (Stb. 1961, 31) alsmede de daarop berustende wettelijke bepalingen en nadere voorschriften.

k. Duitse winkels:

ruimten waarin belastingvrije goederen mogen worden verkocht, waaronder, onder de daarvoor gestelde voorwaarden, gerantsoeneerde goederen;

l. kantines en messes:

ruimten waarin en organisaties door wie belastingvrije goederen slechts mogen worden verkocht voor consumptie ter plaatse, waaronder, onder de daarvoor gestelde voorwaarden, gerantsoeneerde goederen;

Artikel 3. Toepasselijkheid Nederlandse wetgeving

  • 1 Behoudens voor zover in deze regeling anders is bepaald, zijn de Nederlandse wetten en voorschriften inzake de douane en de accijnzen alsmede de niet-fiscale wetten inzake de in-, uit- en doorvoer van goederen van toepassing op de Duitse strijdkrachten, leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten en gezinsleden daarvan.

  • 2 De autoriteiten van de Duitse strijdkrachten verlenen met alle hun ten dienste staande middelen medewerking om te verzekeren dat goederen die in aanmerking komen voor inbeslagneming aan de douaneautoriteiten worden overgedragen.

  • 3 De autoriteiten van de Duitse strijdkrachten verlenen met alle hun ten dienste staande middelen medewerking opdat door leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten en de gezinsleden daarvan verschuldigde belastingen, kosten en boeten worden betaald.

Hoofdstuk II. Grensoverschrijding door leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten, en hun gezinsleden

Artikel 4. Reisdocument voor leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten en hun gezinsleden

  • 1 Voor de toepassing van deze regeling zijn overeenkomstig de Grensbewakingscirculaire 1984 (HsB2 punt 2.2.) voor leden van de Duitse strijdkrachten bij grensoverschrijding uitsluitend de volgende documenten vereist, die op verzoek moeten worden getoond:

    • a. een persoonlijk identiteitsbewijs, afgegeven door de daartoe bevoegde autoriteit van de Duitse strijdkrachten, dat is voorzien van naam, datum en plaats van geboorte, nationaliteit, rang, eventueel nummer, status, foto en geldigheidsduur; en

    • b. voor zover niet hier te lande gestationeerd, een collectieve of individuele reiswijzer, afgegeven door de daartoe bevoegde autoriteit van de Duitse strijdkrachten of door de daartoe bevoegde autoriteit van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie.

  • 2 Voor leden van de Duitse civiele diensten en hun gezins- en familieleden, alsmede de gezins- en familieleden van leden van de Duitse strijdkrachten gelden de normale voorwaarden voor binnenkomst en verblijf in Nederland.

Hoofdstuk III. Grensoverschrijding door militaire eenheden

Artikel 5. Militaire eenheden

Ten einde bij grotere oefeningen, omvangrijke verplaatsingen en dergelijke, een vlotte doorstroming van grensoverschrijdende militaire eenheden te bevorderen en de inspecteur in de gelegenheid te stellen de nodige maatregelen te treffen dient aan de inspecteur in wiens ambtsgebied de betreffende grensovergang is gelegen ten minste vier dagen van tevoren schriftelijk te worden gemeld de soort en hoeveelheid van de organieke uitrusting van de eenheid en van de andere goederen die zij medevoert, een en ander voor zover zulks in overeenstemming is met de militaire geheimhoudingsvoorschriften.

Met betrekking tot de grensoverschrijding van militaire voertuigen wordt verwezen naar artikel 44.

Hoofdstuk IV. Douanebehandeling van goederen toebehorende aan of bestemd voor de Duitse strijdkrachten en van goederen die in opdracht van de Duitse strijdkrachten worden verzonden

A. Algemeen

Artikel 6. Aangewezen kantoren

Het binnenkomen, alsmede het uitgaan van de goederen dient te geschieden langs de in de Beschikking attributen douane en accijnzen (Stcrt. 1971, 101) aangewezen eerste of laatste kantoren.

B. Binnenkomst

Artikel 7. Douanebehandeling van het formulier 302 bij binnenkomst anders dan door de lucht

Het binnenkomen van goederen aan de land- of zeezijde vindt plaats, voor zover op het moment van binnenkomst niet reeds gewone douanedocumenten worden gebezigd, onder geleide van het Duitse formulier 302 (Import/Export Customs Declaration).

Het formulier 302 wordt bij het anders dan door de lucht binnenkomen van goederen, bestemd om naar een plaats van bestemming te worden overgebracht, als volgt behandeld:

  • a. nadat de exemplaren van het formulier 302 door de ambtenaren aan het eerste kantoor zijn afgetekend in de aan de rugzijde van het formulier daartoe bestemde ruimte en overeenkomstig de aldaar vermelde aanwijzingen, wordt één exemplaar ingehouden en bij de over het eerste kantoor bevoegde inspecteur ingeleverd;

  • b. de overige exemplaren van het formulier 302 begeleiden de goederen naar hun plaats van bestemming.

Artikel 8. Binnenkomen van goederen door de lucht

  • 1 Bij het binnenkomen van goederen, toebehorend aan of bestemd voor de Duitse strijdkrachten, door de lucht met militaire of burgerluchtvaartuigen vindt, indien op het moment van binnenkomst niet reeds gewone douanedocumenten worden gebezigd en het luchtvaartuig landt op een luchtvaartterrein niet tevens plaats van bestemming, de behandeling van het formulier 302 plaats op de wijze als is voorgeschreven in artikel 7.

  • 2 Bij het binnenkomen van goederen, toebehorend aan of bestemd voor de Duitse strijdkrachten, door de lucht met militaire luchtvaartuigen wordt hiervan tijdig aan de ambtenaren ter plaatse kennisgegeven en wordt één exemplaar van het voor ontvangst afgetekende formulier 302 ingeleverd bij deze ambtenaren.

C. Overbrenging van de plaats van binnenkomst naar de plaats van bestemming

Artikel 9. Overbrenging naar een losplaats, dan wel een plaats van bestemming

De goederen worden van de plaats van binnenkomst overgebracht naar een losplaats, dan wel een in bijlage I bij deze regeling genoemde plaats van bestemming onder geleide van een douanedocument of een formulier 302.

Artikel 10. Plaats van bestemming

  • 1 De inspecteur verleent aan een op een in Bijlage I aangewezen plaats van bestemming gevestigde ontbieder van de goederen een vergunning ‘toegelaten geadresseerde voor militaire goederen’. In de vergunning kan de inspecteur bepalen dat bepaalde goederen niettemin dienen te worden aangebracht bij de door hem aan te wijzen ambtenaren in plaats van rechtstreeks bij geadresseerde.

  • 2 De inspecteur bepaalt welke nadere voorwaarden in de vergunning worden opgenomen.

  • 3 Bij de inspecteur moet worden overgelegd een lijst met de naam, rang, functie en handtekening van de functionaris(sen) van de Duitse strijdkrachten die bevoegd is (zijn) tot het ondertekenen van het bewijs van ontvangst op het formulier 302.

  • 4 De inspecteur binnen wiens ambtsgebied de bestemming is gelegen bepaalt op welke wijze de bevoegde functionaris van de aankomst kennis moet geven aan de ambtenaren. Wanneer het tijdstip van aankomst vaststaat mag deze kennisgeving ook geschieden vóórdat de goederen zijn aangekomen.

  • 5 De bevoegde functionaris dient de ambtenaren onverwijld in te lichten indien met betrekking tot een zending goederen enige onregelmatigheid is geconstateerd of wordt vermoed (bij voorbeeld een verbroken ambtelijke verzegeling).

  • 6 De bevoegde functionaris dient de ambtenaren desgevraagd inzage te verschaffen van alle boeken en bescheiden welke op de zending goederen betrekking hebben ten einde hen in de gelegenheid te stellen de daadwerkelijke bestemming van de goederen administratief te controleren.

Artikel 11. Douaneverzegeling

Een aangebrachte douaneverzegeling mag niet worden verbroken en de goederen mogen niet eerder worden gelost dan na de bevestiging door de ambtenaren van de ontvangst van de in artikel 10, vierde lid, bedoelde kennisgeving, waarbij de ambtenaren meedelen of tot verbreken van de eventuele verzegeling en lossing van de goederen mag worden overgegaan. Controle en eventuele opnemingen kunnen steekproefsgewijs plaatsvinden.

Artikel 12. Verklaring van ontvangst

Na de lossing en opneming in de administratie wordt op alle exemplaren van het formulier 302 de daarop voorkomende verklaring van ontvangst door de in artikel 10, derde lid, bedoelde bevoegde functionaris namens de Commandant van de Duitse strijdkrachten ingevuld en ondertekend op de volgende wijze (of een Duitse vertaling daarvan):

Voor de Commandant ...... (onderdeel)

(Naam van de aangewezen functionaris)

(Rang)

(Functie)

(Datum)

Artikel 13. Douanebehandeling van formulier 302 op het kantoor van bestemming

  • 1 Na de ondertekening van de verklaring van ontvangst overeenkomstig artikel 12, zendt of overhandigt de in artikel 10, derde lid, bedoelde bevoegde functionaris de exemplaren van het formulier 302 en de bijbehorende bescheiden aan de ambtenaren. De ambtenaren tekenen alle exemplaren van het formulier 302 af in de op de rugzijde van het formulier daartoe bestemde ruimte en overeenkomstig de aldaar vermelde aanwijzingen.

  • 2 Vervolgens houden zij één exemplaar van het formulier 302 in en zenden dit zo spoedig mogelijk terug aan de over het eerste kantoor bevoegde inspecteur.

Artikel 14. Inlevering bescheiden

  • 1 De bevoegde functionaris dient het formulier 302 en de eventuele gewone douanedocumenten onverwijld na de lossing van de goederen in te leveren bij of in te zenden aan de ambtenaren op de plaats van bestemming, dan wel te overhandigen aan deze ambtenaren in de gevallen waarin tot controle van de goederen wordt overgegaan.

  • 2 Bescheiden die op grond van fiscale en niet-fiscale bepalingen de goederen begeleiden, dienen eveneens te worden ingeleverd dan wel ingezonden aan de ambtenaren op de plaats van bestemming. Zij voorzien deze bescheiden van de vereiste aftekeningen. Zij dateren deze aftekeningen op de dag waarop blijkens de boeken en bescheiden dan wel hun eigen waarneming de goederen op de plaats van bestemming zijn aangebracht dan wel geacht worden te zijn aangebracht.

D. Invoer

Artikel 15. Vrijstelling van belastingen

  • 1 Voorwaardelijke vrijstelling van belastingen wordt verleend voor de invoer door of ten behoeve van de Duitse strijdkrachten van uitrusting, redelijke hoeveelheden proviand, materiaal en andere goederen voor uitsluitend gebruik door de Duitse strijdkrachten, leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten en de gezinsleden daarvan.

    Deze invoer met vrijstelling kan zonden vergunning geschieden.

  • 2 De voorwaardelijke vrijstelling strekt zich mede uit tot de invoer van goederen bestemd om in de Duitse winkels, kantines en messes aan leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten en de gezinsleden daarvan te worden verkocht of op andere wijze te worden gedistribueerd.

Artikel 16. Formulier 302

  • 1 De invoer van de in artikel 15 bedoelde goederen door of ten behoeve van de Duitse strijdkrachten geschiedt op de losplaats of, indien de regeling ‘toegelaten geadresseerde voor militaire goederen’ wordt toegepast, uitsluitend op de in Bijlage I aangewezen plaatsen van bestemming, met gebruikmaking van het Duitse formulier 302. Dit formulier treedt derhalve in de plaats van de gebruikelijke invoerdocumenten.

  • 2 Het formulier 302 dient tot zuivering van de douanedocumenten onder geleide waarvan de goederen naar de plaats van bestemming zijn vervoerd. De ambtenaren schrijven op de documenten waarmee de goederen zijn aangevoerd, de nader voor de goederen afgegeven formulieren 302 af, onder vermelding van het nummer van het formulier, het aantal colli of losse voorwerpen dan wel dat de goederen gestort zijn en de hoeveelheden van de goederen Een invoervergunning behoeft ingevolge de Vrijstellingsbeschikking militaire zendingen (landbouwgoederen) 1981 (Stcrt. 1963, 121 en 1981, 51) en de Vrijstellingsbeschikking militaire zendingen (niet-landbouwgoederen) 1966 (Stcrt. 1966, 93) niet te worden overgelegd.

E. Uitvoer, uitgaan

Artikel 17. Uitvoer Behandeling formulier 302 bij uitgaan

  • 1 Goederen die met voorwaardelijke vrijstelling van belastingen op de voet van artikel 15 zijn ingevoerd, mogen vrij weder worden uitgevoerd.

  • 2 Bij de uitvoer van goederen bedoeld in het eerste lid, dient slechts één exemplaar van het formulier 302 bij de ambtenaren van het laatste kantoor te worden ingeleverd.

  • 3 Deze ambtenaren tekenen het exemplaar van het formulier af conform de aan de rugzijde van het formulier vermelde aanwijzingen en zenden dit aan hun inspecteur.

  • 4 Een uitvoervergunning voor de goederen aangewezen in de bijlage bij het In- en uitvoerbesluit strategische goederen behoeft ingevolge de Vrijstellingsbeschikking militaire zendingen (niet-landbouwgoederen) 1966 (Stcrt. 1966, 93) niet te worden overgelegd.

F. Melding bij vertraging of bij onderbreking van het vervoer

Artikel 18. Vertraging in vervoer

  • 1 Van binnengekomen goederen onder geleide van een formulier 302, waarvan het vervoer wordt onderbroken en de termijn voor het overbrengen van de goederen naar de plaats van bestemming wordt overschreden, wordt door de Duitse strijdkrachten kennis gegeven door middel van een kopie van het formulier 302 aan de ambtenaren over de plaats waar het vervoer wordt onderbroken Op deze kopie vermelden de ambtenaren de reden van de vertraging. Zij zenden de kopie aan hun inspecteur.

  • 2 De inspecteur geeft van deze vertraging in het vervoer kennis aan de over de plaats van binnenkomst bevoegde inspecteur door toezending van de in het eerste lid bedoelde kopie onder vermelding dat de goederen overeenkomstig de Nederlandse wetten en voorschriften inzake de douane en accijnzen zijn opgeslagen in afwachting van het volgen van de bestemming. Hij tekent daarbij de vermoedelijke termijn van opslag aan.

G. Visitatie, opneming, verzegeling en zuivering

Artikel 18. Vertraging in vervoer

  • 1 Van binnengekomen goederen onder geleide van een formulier 302, waarvan het vervoer wordt onderbroken en de termijn voor het overbrengen van de goederen naar de plaats van bestemming wordt overschreden, wordt door de Duitse strijdkrachten kennis gegeven door middel van een kopie van het formulier 302 aan de ambtenaren over de plaats waar het vervoer wordt onderbroken Op deze kopie vermelden de ambtenaren de reden van de vertraging. Zij zenden de kopie aan hun inspecteur.

  • 2 De inspecteur geeft van deze vertraging in het vervoer kennis aan de over de plaats van binnenkomst bevoegde inspecteur door toezending van de in het eerste lid bedoelde kopie onder vermelding dat de goederen overeenkomstig de Nederlandse wetten en voorschriften inzake de douane en accijnzen zijn opgeslagen in afwachting van het volgen van de bestemming. Hij tekent daarbij de vermoedelijke termijn van opslag aan.

Artikel 19. Visitatie bij binnenkomst

  • 1 De ambtenaren van het eerste kantoor maken van de bevoegdheid tot het visiteren van vervoermiddelen en het begeleidend personeel alleen gebruik indien zij daartoe aanleiding aanwezig achten. In zodanige gevallen beperken zij zich ten aanzien van de goederen tot een globaal onderzoek, dat omvat het vergelijken van aantal, soort, gewicht en merken van de colli met de op het formulier 302 vermelde gegevens. De verpakking mag niet worden geopend.

  • 2 Geclassificeerde zendingen, die als zodanig duidelijk van merken en aanduidingen zijn voorzien, worden niet onderzocht.

  • 3 Van meer of minder bevinding stellen de ambtenaren aantekening op het formulier 302.

Artikel 20. Aanbrengen verzegeling

  • 1 De vervoermiddelen of de colli kunnen in daartoe aanleiding gevende gevallen door de ambtenaren worden verzegeld. Van deze verzegeling maken zij melding op alle exemplaren van het formulier 302 en wel in de op de voorzijde van het formulier daartoe bestemde ruimte.

  • 2 Indien de ambtenaren tot visitatie van het vervoermiddel overgaan zijn zij bevoegd een door buitenlandse douaneinstanties of door de Duitse strijdkrachten zelf aangebrachte verzegeling te verbreken. Indien daartoe is overgegaan brengen zij steeds een nieuwe verzegeling aan.

Artikel 21. Visitatie en controle op plaats van bestemming

De ambtenaren op de plaats van bestemming kunnen zowel de vervoermiddelen visiteren als de goederen controleren. Dit laatste geschiedt echter alleen in tegenwoordigheid van de daartoe bevoegde plaatselijke vertegenwoordiger van de Duitse strijdkrachten. Goederen waarvan de verpakking duidelijk aangeeft dat het een geclassificeerd zending betreft, worden niet gecontroleerd.

Artikel 22. Behandeling door de inspecteur

De over het eerste kantoor bevoegde inspecteur hecht het door hem terugontvangen exemplaar van het formulier 302 aan het reeds in zijn bezit zijnde exemplaar. Ontvangt hij niet binnen de gestelde termijn het overeenkomstig de voorgaande paragrafen behandelde exemplaar terug van de over de plaats van bestemming of over het laatste kantoor bevoegde inspecteur dan pleegt hij ter zake overleg met zijn ambtgenoot in wiens ambtsgebied de plaats van bestemming dan wel het laatste kantoor is gelegen. De over het eerste kantoor bevoegde inspecteur stelt, indien geen bevestiging wordt gekregen dat de in het formulier 302 omschreven goederen op regelmatige wijze hun bestemming hebben gevolgd, een onderzoek in.

Artikel 23. Niet-zuivering formulier 302

  • 1 Voor goederen, toebehorende aan of bestemd voor de Duitse strijdkrachten, waarvoor door of namens de Duitse strijdkrachten formulieren 302 zijn afgegeven, zijn door de Duitse strijdkrachten of niet-zuivering of bij gedeeltelijke zuivering van het formulier 302, de belastingen verschuldigd aan welke de goederen of dat gedeelte van de goederen waarvoor het formulier 302 niet is gezuiverd, bij invoer zijn onderworpen.

  • 2 De Duitse strijdkrachten zijn gehouden op eerste aanmaning van de inspecteur maatregelen te treffen ten einde de in het eerste lid vermelde belastingen te voldoen.

Hoofdstuk V. Goederen door de Duitse strijdkrachten betrokken uit het vrije verkeer hier te lande en aan de Duitse strijdkrachten verrichte diensten

Artikel 24. Inkopen in Nederland

  • 1 Voor de toepassing van de Nederlandse douane- en belastingwetgeving wordt de levering vanuit het vrije verkeer hier te lande aan de Duitse strijdkrachten van uitrusting, redelijke hoeveelheden proviand, materiaal en andere goederen voor uitsluitend gebruik door leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten en de gezinsleden daarvan, daaronder begrepen goederen bestemd om in de Duitse winkels, kantines en messes aan leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten en de gezinsleden daarvan te worden verkocht of op andere wijze te worden gedistribueerd, aangemerkt als uitvoer en worden vervolgens deze goederen aangemerkt als door de Duitse strijdkrachten met voorwaardelijke vrijstelling van belastingen te zijn ingevoerd.

  • 2 Indien overeenkomstig de in het eerste lid genoemde wetgeving bij uitvoer van genoemde goederen teruggaaf van belastingen – andere dan het invoerrecht en heffingen van gelijke werking zoals landbouwheffingen – zou kunnen worden verleend, wordt voor de toepassing van het eerste lid teruggaaf van die belastingen verleend aan de Nederlandse leveranciers. Met betrekking tot de omzetbelasting wordt het tarief van nihil toegepast.

  • 3 Ter zake van aan de Duitse strijdkrachten verleende diensten wordt met betrekking tot de omzetbelasting eveneens het tarief van nihil toegepast.

  • 4 De in artikel 10, derde lid, bedoelde bevoegde functionaris(sen) dient (dienen) op de goederen of diensten betrekking hebbende aangiften, facturen of documenten af te tekenen.

  • 5 De wijze waarop teruggaaf kan worden verkregen is geregeld in de resolutie van de staatssecretaris van Financiën van 19 april 1967, nr. D7/2320 (D.A.A.-370/O.B.-B.T.W.-183).

  • 6 Minerale oliën als motorbrandstof voor dienstvoertuigen worden door tussenkomst van de Nederlandse militaire instanties uit de BOS-opslagplaatsen met vrijstelling van accijns van minerale oliën en omzetbelasting bij wijze van teruggaaf afgeleverd. Op deze leveringen is de Beschikking van 17 april 1978, nr. 278-5668, van toepassing.

Hoofdstuk VI. Duitse winkels, kantines en messes

A. Algemene bepalingen

Artikel 25. Algemeen

  • 1 De goederen die op de voet van artikel 15 alsmede overeenkomstig artikel 24, eerste lid, met voorwaardelijke vrijstelling van belastingen door of ten behoeve van de Duitse strijdkrachten zijn ingevoerd, kunnen in Duitse winkels, kantines en messes met behoud van de vrijstelling aan leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten en gezinsleden daarvan onder de hierna genoemde voorwaarden worden verkocht of op andere wijze worden gedistribueerd.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde personen hebben uitsluitend toegang tot de Duitse winkels, kantines en messes wanneer zij een geldig identiteitsbewijs kunnen tonen. De aankoop van de in artikel 31 bedoelde gerantsoeneerde goederen is slechts mogelijk met gebruikmaking van de rantsoenkaart.

  • 3 De inspecteur oefent in overleg met en met medewerking van de bevoegde autoriteiten van de Duitse strijdkrachten steekproefsgewijs controle uit op de toegang tot de Duitse winkels, kantines, en messes. Daarbij wordt erop toegezien dat de aankoop van goederen wordt geweigerd in het geval dat de in het tweede lid bedoelde bescheiden niet kunnen worden getoond.

Artikel 26. Afgifte rantsoenkaarten

  • 1 De rantsoenkaarten worden uitsluitend afgegeven door de Bundeswehrverwaltungsstelle in den Niederlanden.

  • 2 Per gerechtigde wordt op verzoek één (1) rantsoenkaart afgegeven.

  • 3 Elke rantsoenkaart moet bij de afgifte zijn ondertekend en doorlopend genummerd en moet de naam van de houder van de kaart vermelden.

Artikel 27. Aantekening van de afgifte

  • 1 De afgifte van de rantsoenkaarten wordt in overleg met de inspecteur aangetekend in de registers, die worden bijgehouden door de Bundeswehrverwaltungsstelle in den Niederlanden en die een opsomming bevatten van de serienummers van de afgegeven kaarten in numerieke volgorde en die de naam van de gerechtigde en zijn rang vermelden, alsmede de bijzonderheden omtrent het geldige identiteitsbewijs, en zijn handtekening.

  • 2 Na elke rantsoenperiode worden de registers gedurende twee jaar bewaard.

  • 3 De in gebruik zijnde en niet meer in gebruik zijnde registers worden op verzoek van de inspecteur ter beschikking gesteld voor controle.

Artikel 28. Geldigheid van de rantsoenkaarten

  • 1 De rantsoenkaart is geldig gedurende de wekelijkse periode, die erop gedrukt staat, de daaraan voorafgaande week en gedurende twee weken na deze periode.

  • 2 De rantsoenkaarten kunnen worden afgegeven in een vorm die de mogelijkheid biedt de rantsoenen aan te geven voor maximaal 26 achtereenvolgende weken.

Artikel 29. Inlevering van rantsoenkaarten. Verlies van rantsoenkaarten

  • 1 De Duitse strijdkrachten maken zodanige afzonderlijke regelingen dat de personen die om een of andere reden niet langer gerechtigd zijn tot rantsoenen, hun rantsoenkaart moeten inleveren bij de Bundeswehrverwaltungsstelle in den Niederlanden.

  • 2 De Duitse strijdkrachten maken zodanige afzonderlijke regelingen dat ieder die zijn rantsoenkaart verliest, dat verlies moet opgeven aan de Bundeswehrverwaltungsstelle in den Niederlanden, dat de ambtenaren en de Duitse winkels, kantines en messes omtrent het verlies worden ingelicht en dat de Bundeswehrverwaltungsstelle in den Niederlanden beslist of al dan niet een vervangende rantsoenkaart zal worden afgegeven.

    Aan de winkels, kantines en messes dient te worden voorgeschreven een lijst van de vermiste rantsoenkaarten zichtbaar op te hangen op alle verkooppunten van gerantsoeneerde goederen en om alle getoonde rantsoenkaarten te controleren aan de hand van de lijst voordat tot verkoop wordt overgegaan.

Artikel 30. Verantwoordelijkheid. Beheer en exploitatie door derden

  • 1 De Bundeswehrverwaltungsstelle in den Niederlanden is verantwoordelijk zowel voor de uitoefening van de vorengenoemde voorrechten als voor de controle op de werking van de winkels, kantines en messes.

  • 2 De Duitse strijdkrachten mogen na voorafgaande toestemming van het ministerie het beheer en de exploitatie van hun winkels, kantines en messes overlaten aan derden.

B. Duitse winkels

Artikel 31. Gerantsoeneerde goederen

Alcoholhoudende dranken en tabaksprodukten, hierna te noemen gerantsoeneerde goederen, mogen uitsluitend worden verkocht aan personen die in het bezit zijn van een geldige rantsoenkaart. Met betrekking tot gerantsoeneerde goederen zijn hoeveelheidsbeperkingen vastgesteld, die zijn opgenomen in Bijlage II. De daarin opgenomen hoeveelheden zijn de maximale rantsoenen die door de in die bijlage genoemde personen per week mogen worden aangeschaft.

Artikel 32. Kopen voor een ander

Het is niet toegestaan gerantsoeneerde goederen te kopen voor een ander behoudens in de volgende gevallen:

  • a. Een gezinslid mag voor een ander lid van het gezin met gebruikmaking van diens rantsoenkaart aankopen verrichten;

  • b. Personen die bevoegd zijn gerantsoeneerde goederen te kopen doch die daartoe wegens ziekte, dienst of anderszins niet in staat zijn, kunnen een gemachtigde aanwijzen, die zelf eveneens bevoegd is te kopen in de Duitse winkels, om de nodige inkopen te doen. De gemachtigde moet een ondertekende machtiging hebben, waarin zijn naam en een duidelijke omschrijving van de te kopen gerantsoeneerde goederen zijn vermeld.

C. Kantines en messes

Artikel 33. Controle en consumptie ter plaatse

  • 1 Het toewijzen en controleren van met voorwaardelijke vrijstelling van belastingen ingevoerde voorraden en uitrusting voor kantines en messes geschiedt in overeenstemming met de voor Duitse winkels voorgeschreven procedures.

  • 2 In de kantines en messes mogen gerantsoeneerde alcoholhoudende dranken slechts worden verkocht voor consumptie ter plaatse. Voor wat betreft recruten die niet langer dan ongeveer vier maanden hier te lande zijn gelegerd is dit eveneens van toepassing op wijnen en bier. Tabaksprodukten mogen uitsluitend worden verkocht in de kleinst gebruikelijke verpakking en moeten worden afgeschreven op de rantsoenkaart.

D. Administratie

Artikel 34. Aantekeningen

De Duitse winkels, kantines en messes houden een nauwkeurige voorraadadministratie bij van alle ingekochte en verkochte goederen. Deze administratie blijft gedurende twee jaren bewaard en wordt op verzoek ter beschikking gesteld aan de ambtenaren voor controle, onverminderd de verplichting tot het bewaren van boeken en bescheiden uit hoofde van de Nederlandse wetgeving.

Hoofdstuk VII. Verhuisgoed

Artikel 35. Invoer met vrijstelling

  • 1 Ingevolge artikel XI, vijfde lid, van het NAVO-Statusverdrag kunnen leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten en de gezinsleden daarvan, bij gelegenheid van hun eerste aankomst hier te lande om dienst te gaan doen of bij aankomst van een of meer van hun gezinsleden die zich bij hen komen voegen, hun verhuisgoed en persoonlijke bezittingen met voorwaardelijke vrijstelling van belastingen invoeren voor de duur van hun verblijf hier te lande in vorenbedoelde hoedanigheid. Als verhuisgoed en persoonlijke bezittingen worden voor de toepassing van de bepalingen in dit hoofdstuk beschouwd de nieuwe en gebruikte goederen die voor de vestiging in Nederland reeds deel uitmaakten van de inboedel van de betrokkene, met uitzondering van privé-motorrijtuigen.

  • 2 De invoer van in eigendom toebehorende motorrijtuigen met voorwaardelijke vrijstelling van belastingen geschiedt op de voet van hoofdstuk VIII van deze regeling.

  • 3 Personen met de Belgische of de Luxemburgse nationaliteit hebben geen recht op vrijstelling van invoerrecht ingevolge een door de Regeringen van de Benelux-landen bij de ondertekening van het NAVO-Statusverdrag afgelegde gezamenlijke verklaring.

Artikel 36. Binnenvoeren van verhuisgoed

  • 1 Het binnenvoeren van verhuisgoed en persoonlijke bezittingen van leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten en gezinsleden daarvan door of namens de Duitse strijdkrachten geschiedt onder geleide van het formulier 302.

  • 2 De bepalingen van hoofdstuk IV zijn ten deze van overeenkomstige toepassing, met dien verstande:

    • a. dat op de plaats van bestemming het formulier 302 door de Duitse strijdkrachten moet worden gecompleteerd met een inventarislijst;

    • b. dat in afwijking van artikel 7 de ambtenaren van het eerste kantoor het door hen ingehouden exemplaar zo spoedig mogelijk opzenden aan de over de plaats van bestemming bevoegde inspecteur;

    • c. dat in afwijking van artikel 8, tweede lid, de ambtenaren van de plaats van bestemming de door hen ingehouden exemplaren van het formulier 302 met de inventarislijst opzenden aan hun inspecteur.

  • 3 Indien verhuisgoed en persoonlijke bezittingen door leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten zelf worden binnengevoerd, zijn de normale douaneprocedures van toepassing.

Artikel 37. Uitvoer van verhuisgoed

Het uitgaan van verhuisgoed en persoonlijke bezittingen van leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten en gezinsleden daarvan geschiedt overeenkomstig de procedure die is vermeld in artikel 17 van deze regeling, met dien verstande, dat reeds op de plaats van afzending het formulier 302 alsmede een inventarislijst aan de plaatselijke ambtenaren worden overhandigd. De ambtenaren houden één exemplaar in en zenden dit te zamen met de inventarislijst aan hun inspecteur.

Hoofdstuk VIII. Motorrijtuigen

Artikel 38. Invoer van motorrijtuigen

  • 1 Ingevolge artikel XI, zesde lid, van het NAVO-Statusverdrag mogen in Nederland gestationeerde leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten hun in eigendom toebehorende motorrijtuigen (daaronder begrepen caravans en andere aanhangwagens), bestemd voor persoonlijk gebruik door henzelf of hun gezinsleden met voorwaardelijke vrijstelling van belastingen invoeren.

  • 2 Personen met de Belgische of de Luxemburgse nationaliteit hebben geen recht op vrijstelling van invoerrecht ingevolge een door de Regeringen van de Benelux-landen bij de ondertekening van het NAVO-Statusverdrag afgelegde gezamenlijke verklaring.

Artikel 39. Militairen die voor eerste oefening hier te lande verblijven

De hierna in dit hoofdstuk opgenomen artikelen zijn niet van toepassing op leden van de Duitse strijdkrachten die zich hier te lande voor eerste oefening bevinden. De bij hen in gebruik zijnde motorrijtuigen behouden de buitenlandse registratie.

Artikel 40. Registratie van motorrijtuigen

  • 1 Voor in eigendom toebehorende motorrijtuigen van de leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten die geruime tijd hier te lande zijn gestationeerd worden, na aanvraag door de Bundeswehrverwaltungsstelle in den Niederlanden, door de Inspecteur van het Vervoerswezen van de Koninklijke Landmacht van het ministerie van Defensie registratiebewijzen afgegeven.

  • 2 De leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten, die overeenkomstig het eerste lid geregistreerde motorrijtuigen bezitten, zijn vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting voor niet meer dan twee in particuliere eigendom toebehorende motorrijtuigen per lid van die strijdkrachten en civiele diensten.

  • 3 De motorrijtuigen waarvoor aanspraak bestaat op vrijstelling van motorrijtuigenbelasting worden voorzien van een registratieplaat met een zwarte ondergrond en gele cijfers en letters. Het registratienummer bestaat uit:

    • 1e. twee letters te beginnen met AB, AC tot en met ZZ;

    • 2e. twee cijfers te beginnen met 01, 02 tot en met 99;

    • 3e. de letter D.

    De motorrijtuigen worden voorzien van de aanduiding NL.

  • 4 De motorrijtuigen waarvoor geen aanspraak bestaat op vrijstelling van motorrijtuigenbelasting worden voorzien van registratienummers in de serie MB.

  • 5 De motorrijtuigenbelasting die is verschuldigd voor de op de voet van het vierde lid van dit artikel geregistreerde motorrijtuigen wordt door tussenkomst van de Duitse strijdkrachten aangegeven en betaald bij het Hoofd van het Centraal Bureau Motorrijtuigenbelasting te Apeldoorn onder wederzijds overeen te komen voorwaarden.

  • 6 De Bundeswehrverwaltungsstelle in den Niederlanden deelt personeelsmutaties als gevolg van de terugplaatsing naar de Bondsrepubliek Duitsland van degenen op wiens naam een registratiebewijs is gesteld mede aan de in het eerste lid van dit artikel genoemde functionaris van het ministerie van Defensie.

Artikel 41. Afgifte Benelux 4

De in artikel 40 bedoelde registratiebewijzen zijn slechts geldig indien daarop door de douanepost te Rijswijk een aantekening is gesteld en voor het desbetreffende motorrijtuig een certificaat Benelux 4 is afgegeven. De Duitse strijdkrachten mogen het certificaat Benelux 4 afgeven namens de Inspecteur te Venlo onder door hem te stellen voorwaarden.

Artikel 42. Motorbrandstof voor persoonlijk gebruik

  • 1 Ten einde de leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten, die ten minste één motorrijtuig bezitten dat op de voet van artikel 40 is geregistreerd, in staat te stellen tussen hun woonplaats en de plaatsen waar de Duitse strijdkrachten in Nederland zijn gestationeerd heen en weer te reizen, wordt het volgende belastingvoorrecht verleend met betrekking tot de in particulier eigendom toebehorende motorrijtuigen.

  • 2 De Duitse strijdkrachten ontvangen maandelijks teruggaaf van het bedrag aan omzetbelasting en, indien van toepassing, accijns dat is begrepen in de prijs van de in die motorrijtuigen verbruikte brandstof berekend over een hoeveelheid van 150 liter per maand per personeelslid dat een dergelijke auto bezit.

  • 3 Op een daartoe gedaan verzoek wordt teruggaaf verleend door het Hoofd van de Belastingdienst/Douane district Heerlen. In het verzoek is het aantal tot dit voorrecht gerechtigde personeelsleden per de eerste van de desbetreffende maand vermeld alsmede de aantallen motorrijtuigen per categorie benzine, diesel of LPG.

Artikel 43

De Duitse strijdkrachten houden aantekening van de in artikel 40 omschreven registratie van motorrijtuigen, van de inning en de betaling van de motorrijtuigenbelasting als bedoeld in artikel 40, vierde lid, en van de leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten die zijn gerechtigd tot de teruggaaf van belastingen als bedoeld in artikel 42. De aantekeningen worden op verzoek van de daartoe bevoegde douaneautoriteiten ter beschikking gesteld voor controle.

Hoofdstuk IX. Dienstvoertuigen

Artikel 44. Toelating

Voor de invoer van geregistreerde dienstvoertuigen die toebehoren aan de Duitse strijdkrachten, wordt zonder dat daarvoor een vergunning is vereist voorwaardelijke vrijstelling van belastingen verleend, mits bij de grensoverschrijding een bij het voertuig behorend militair kentekenbewijs of soortgelijk document wordt overgelegd waarop de gegevens van het voertuig duidelijk zijn omschreven. Met betrekking tot deze voertuigen blijft heffing van motorrijtuigenbelasting achterwege.

Hoofdstuk X. Officiële en koerierzendingen

Artikel 45. Officiële documenten

Officiële documenten in officieel verzegelde omslagen, alsmede documenten in van officieel cachet voorziene pakketten zijn niet onderworpen aan een onderzoek door de ambtenaren.

Artikel 46. Identiteitsbewijs, koeriers

De koeriers die de in artikel 45 bedoelde zendingen overbrengen dienen ongeacht hun status te zijn voorzien van een persoonlijk identiteitsbewijs of paspoort en van een individuele reiswijzer als bedoeld in artikel 4 van deze regeling. De reiswijzer moet het aantal omslagen en pakketten vermelden en een verklaring bevatten dat de inhoud slechts uit officiële documenten bestaat.

Artikel 47. Ernstig vermoeden van fraude

Indien er zeer ernstig vermoeden van fraude bestaat het betrekking tot de onder officieel cachet verzonden documenten, melden de ambtenaren dat onmiddellijk aan hun inspecteur. Deze dient alsdan terstond in overleg te treden met het ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Kabinet en Protocol te 's-Gravenhage. Noch de ambtenaren, noch de inspecteur mogen op eigen gezag tot verbreking van de verzegeling overgaan.

Hoofdstuk XI. Overdracht van met voorwaardelijke vrijstelling van belastingen ingevoerde goederen

Artikel 48. Verbod van verkoop of overdracht

  • 1 De goederen bedoeld in de artikelen 15, 24, 25, 35 en 38 van deze regeling mogen niet worden verkocht of op andere wijze worden overgedragen, tenzij de inspecteur daartoe onder door hem te stellen voorwaarden toestemming heeft verleend. Indien overdracht plaats vindt aan personen die niet tot de in deze regeling voorziene belastingvoorrechten zijn gerechtigd, wordt in ieder geval als voorwaarde gesteld dat een aangifte ten invoer tot verbruik wordt gedaan met betaling van de dan verschuldigde belastingen.

  • 2 Wanneer de Duitse strijdkrachten kennis nemen van enige belastingovertreding, lichten zij de inspecteur daaromtrent in.

Hoofdstuk XII. Slotbepalingen

Artikel 49. Douanecontrole

Indien de ambtenaren hun recht van controle op de voet van deze regeling wensen uit te oefenen op localiteiten van de Duitse strijdkrachten, vindt deze controle slechts plaats na voorafgaande kennisgeving aan de bevelvoerende officier van die vestiging of diens aangewezen vertegenwoordiger.

Artikel 50. Inwerkingtreding en Citeertitel

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 1990 en zal in de Staatscourant worden bekend gemaakt.

  • 2 Met ingang van de datum van in werkingtreding is de beschikking van 30 juni 1983, nr. 280-14889, ingetrokken.

  • 3 Deze regeling kan worden aangehaald als: ‘Regeling Duitse strijdkrachten Nederland.’.

De

staatssecretaris

van Financiën,
namens deze,
De

directeur-generaal voor Fiscale Zaken

,

A. Schoemaker

Bijlage I

Plaats van bestemming als bedoeld in artikel 9

De inspecteur in wiens ambtsgebied de plaats van bestemming is gelegen

Apeldoorn – (Duitse verbindingsofficier bij het 1 LK)

Arnhem

Beek – (Duitse militaire eenheid bij Eurocontrol)

Heerlen

Budel – (Bundeswehrverwaltungsstelle in den Niederlanden)

  • -

    (Luftwaffeausbildungsregiment II)

  • -

    (8 /Feldjägerbataljon 730)

  • -

    (Reservelazarettengruppen 801 en 805)

  • -

    (Evangelischer Militärgeistlicher)

  • -

    (Katholischer Militärgeistlicher)

Venlo

's-Gravenhage – (Duitse leden van het International Planning Group Implementation Team, IPGIT)

Hoofddorp

Den Helder – (NATO Logistic Facility) (G.E.)

Amsterdam

's-Hertogenbosch – (Duitse leden van de Güteprütstelle 5, gestationeerd bij de Nederlandse Wapen- en Munitiefabriek ‘De Kruithoorn N.V.’)

Venlo

N.V.’)

Roosendaal

Ossendrecht – (Reservelazarettengruppen 802, 803, 804 en 806)

 

Bijlage II. Gerantsoeneerde goederen

   
 

1. Tabaksprodukten per week

 

Leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten

geziensleden ouder dan 17 jaar

sigaretten of

300

80

sigaren of

60

20

cigarillos of

100

30

rooktabak

250 gram

100 gram

 

2. Alcoholhoudende dranken per week

 

Leden van de Duitse strijdkrachten en civiele diensten

echtgenoot of echtgenote

alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 22 volume percenten

2 liter

2 liter

overige alcoholhoudende dranken, wijnen en bier

redelijke hoeveelheden

redelijke hoeveelheden