Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling erkenning opleidingen

Geldend van 01-07-2001 t/m heden

Regeling erkenning opleidingen

De minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 39, tweede lid van de Regeling Toezicht Luchtvaart (Stb. 1978, 99), laatstelijk gewijzigd bij besluit van 13 juli 1987 (Stb. 1987, 449);

Besluit:

Hoofdstuk I. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder een erkende opleiding: Een instelling die door de Minister van Verkeer en Waterstaat is erkend voor het geven van een opleiding voor examens ter verkrijging van bewijzen van bevoegdheid, zoals aangegeven in het bewijs van erkenning.

Artikel 2 [Vervallen per 01-04-1998]

Hoofdstuk II. De aanvraag

Artikel 3

  • 1 De aanvraag tot het verlenen, opnieuw verlenen of wijzigen van een erkenning moet worden ingediend bij de Minister van Verkeer en Waterstaat (per adres de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat) met behulp van een behoorlijk ingevuld en ondertekend formulier waarvan exemplaren bij de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat verkrijgbaar zijn, aangevuld met de volgende gegevens:

    • a. een overzicht en het curriculum vitae van het bij de opleiding betrokken leidinggevend en onderwijzend personeel;

    • b. selectiecriteria voor het onder a, genoemde personeel;

    • c. het leerplan van de opleiding;

    • d. een voorbeeld van het in gebruik zijnde beoordelingssysteem;

    • e. een overzicht van namen en eindresultaten van de leerlingen die, gedurende drie jaar voorafgaande aan de datum van aanvraag, bij de instelling een opleiding volgden;

    • f. een overzicht van de in gebruik zijnde leslokaliteiten en leermiddelen;

    • g. een overzicht van de in gebruik zijnde lesvliegtuigen en/of vluchtnabootsers (voorzover van toepassing);

    • h. de toelatingsregeling (voorzover van toepassing).

  • 2 Teneinde de erkenning tijdig opnieuw te kunnen verlenen, moet de aanvraag hiertoe uiterlijk 60 dagen, doch niet eerder dan 90 dagen voor de vervaldatum van de geldende erkenning worden ingediend.

Hoofdstuk III. De eisen

Artikel 4

De erkende opleiding moet beschikken over:

  • a. voldoende deskundig en geschikt personeel voor binnen de opleiding te verrichten taken;

  • b. door de Minister van Verkeer en Waterstaat geaccepteerde criteria op grond waarvan personeel wordt geselecteerd en benoemd.

Artikel 5

De erkende opleiding moet beschikken over een leerplan, dat bestaat uit een systematische rangschikking van de leefstof, het vereiste aantal lesuren en de verdeling over de voor de opleiding beschikbare tijd.

Artikel 6

De erkende opleiding moet een beoordelingssysteem bijhouden, waarvan de administratie per leerling ten minste tot 3 jaar na het door de leerling beëindigen van de opleiding bewaard moet blijven.

Artikel 7

De erkende opleiding moet desgevraagd aantonen dat de opleiding, waarop de erkenning betrekking heeft, gunstige resultaten oplevert. Voor de beoordeling van deze resultaten kan het percentage van de bij examens geslaagde leerlingen in ogenschouw worden genomen.

Artikel 8

De erkende opleiding moet kunnen beschikken over lokaliteiten van voldoende afmeting en voorzien van voldoende ventilatie, verwarming en verlichting. De lokaliteiten moeten zodanig zijn ingericht en van leermiddelen zijn voorzien, dat het beoogde onderricht daarin naar behoren kan worden gegeven.

Artikel 9

  • 1 De erkende opleiding moet beschikken over voldoende geschikte leermiddelen voor het verzorgen van lessen, instructies en practica.

  • 2 De erkende opleiding die een praktische vliegopleiding verzorgt moet beschikken over:

    • a. een voldoend aantal lesvliegtuigen en/of gekwalificeerde vluchtnabootsers;

    • b. een lokaliteit op of in de onmiddellijke omgeving van het luchtvaartterrein waar de opleiding plaatsvindt, voor de vlucht voorbereidingen en het met de leerlingen bespreken van de oefeningen;

    • c. een voor de vliegopleiding verantwoordelijke chef-instructeur die als zodanig voor de Minister van Verkeer en Waterstaat aanvaardbaar is.

Artikel 10

De erkende opleiding moet beschikken over een door de Minister van Verkeer en Waterstaat geaccepteerde toelatingsregeling. Een zodanige regeling wordt niet geëist van instellingen die opleidingen verzorgen voor bewijzen van bevoegdheid als privé-vlieger.

Hoofdstuk IV. De erkenning

Artikel 11

  • 1 Een opleidingsinstelling die een aanvraag voor erkenning heeft ingediend wordt erkend nadat ten genoegen van de Minister van Verkeer en Waterstaat is aangetoond dat er voldoende waarborgen zijn voor een deugdelijke opleiding.

  • 2 Een opleidingsinstelling, waarvan de erkenning werd ingetrokken of waarvan een aanvraag voor erkenning werd afgewezen en die opnieuw een volledige aanvraag voor erkenning heeft ingediend, wordt erkend nadat ten genoegen van de Minister van Verkeer en Waterstaat tevens is aangetoond dat de omstandigheden die tot intrekking of afwijzing hebben geleid, zijn opgeheven.

Artikel 12

  • 1 De erkenning wordt verleend voor ten hoogste twee jaren en kan daarna steeds op verzoek van de erkende opleiding voor ten hoogste twee jaren opnieuw worden verlengd.

  • 2 De erkenning wordt opnieuw verleend indien, naar het oordeel van de Minister van Verkeer en Waterstaat, gedurende de voorafgaande geldigheidstermijn van de erkenning:

    • a. de opleiding door tenminste 5 leerlingen is gevolgd;

    • b. de van toepassing zijnde voorschriften zijn nagekomen en

    • c. de opleidingsresultaten voldoende waren.

Artikel 13

Van de erkenning wordt een bewijs, eventueel met aanhangsel, afgegeven overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlagen I en II.

Hoofdstuk V. Wijziging en intrekking

Artikel 14

Iedere wijziging in de organisatie van de erkende opleiding die verandering in de gegevens als bedoeld in artikel 3 als gevolg heeft, moet voor instemming aan de Minister van Verkeer en Waterstaat worden aangeboden, voor zover nodig met het verzoek om de erkenning dienovereenkomstig te wijzigen.

Artikel 15

  • 1 De erkenning kan geheel of gedeeltelijk door de Minister van Verkeer en Waterstaat worden ingetrokken, indien:

    • a. één of meer bepalingen van deze regeling niet worden nagekomen;

    • b. een wijziging als bedoeld in artikel 14 zonder instemming is ingevoerd;

    • c. niet meer wordt voldaan aan het gestelde in Hoofdstuk III;

    • d. met betrekking tot de opleiding ernstige tekortkomingen zijn vastgesteld;

    • e. de opleiding is opgeheven;

    • f. de erkende opleiding hiertoe een verzoek heeft ingediend of heeft verklaard dat van de erkenning geen gebruik meer wordt gemaakt;

    • g. ter verkrijging van de erkenning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • h. de opleiding niet meer wordt uitgeoefend.

  • 2 Van de intrekking wordt door de Minister van Verkeer en Waterstaat per aangetekende brief mededeling gedaan aan de erkende opleiding met vermelding van de datum van ingang van de intrekking en de termijn waarbinnen de opleidingsinstelling het bewijs van erkenning terug moet zenden aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 15a

De Minister van Verkeer en Waterstaat kan in dringende gevallen afwijken van deze regeling.

Hoofdstuk VI. Slotbepalingen

Artikel 16

Van de opleidingsinstellingen die krachtens deze regeling zijn erkend, worden in Mededelingen aan Nederlandse Luchtvarenden en Eigenaren van Luchtvaartuigen (M.A.L.) de volgende gegevens gepubliceerd:

  • a. de naam en het deel;

  • b. de vestigingsplaats;

  • c. de rechten, die aan de erkenning zijn verbonden.

Artikel 17

De erkenningen die zijn afgegeven op grond van de regeling van 4 oktober 1976, nr. LI 24741, behouden hun geldigheid tot de op het bewijs van erkenning vermelde datum

Artikel 18

Deze regeling kan worden aangehaald als de Regeling erkenning opleidingen

Artikel 19

De regeling van de directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst van 4 oktober 1976, nr. L1 24741 wordt ingetrokken

Artikel 20

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van verschijning van de Nederlandse Staatscourant waarin zij wordt geplaatst

De bij deze regeling behorende bijlagen liggen ter inzage bij de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat te Den Haag

's-Gravenhage, 18 mei 1990

De

minister

van Verkeer en Waterstaat,

J. R. H. Maij-Weggen

Bijlage I

[Red: Ligt ter inzage bij de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat te Den Haag.]

Bijlage II

[Red: Ligt ter inzage bij de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat te Den Haag.]