Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Onderwerp centraal examen aardrijkskunde h.a.v.o.[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 09-06-1990 t/m 30-12-2004

Onderwerp centraal examen aardrijkskunde h.a.v.o.

De staatssecretaris van onderwijs en wetenschappen,

Gelet op het Programma Aardrijkskunde eindexamen h.a.v.o. en het Programma aardrijkskunde staatsexamen h.a.v.o.;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 31-12-2004]

De structuur van het h.a.v.o.-onderwerp ‘Frankrijk’, zoals dat voor het eerst in het schooljaar 1991–1992 in het centraal examen aan de orde komt, wordt vastgesteld als in de bijlage bij deze regeling omschreven.

Artikel 2 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Deze regeling wordt bekendgemaakt in het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. Van deze regeling wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

  • 2 Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de dagtekening van het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, waarin deze regeling is bekend gemaakt.

drs. J. Wallage

Bijlage Structuur Frankrijk (h.a.v.o.) [Vervallen per 31-12-2004]

Benaderingswijze [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1. Van de kandidaten wordt verwacht, dat zij ten aanzien van Frankrijk:

    • a. Kennis hebben van het fysisch milieu, het ingerichte landschap en het ruimtegebruik;

    • b. Kennis hebben van de veranderingen in het ruimtegebruik;

    • c. Kennis hebben van bepaalde problemen te aanzien van het ruimtegebruik en van de oplossingen die de Franse overheden daarvoor gevonden hebben;

    • d. Kennis hebben van en inzicht tonen in de samenhang tussen enerzijds het (veranderende) ruimtegebruik en anderzijds de factoren die daarop van invloed zijn;

    • e. Kennis hebben van de positie van dit land in een aantal grotere kaders, te weten:

      • -

        de positie van Frankrijk binnen de EG;

      • -

        de relatie Frankrijk-Nederland op handels- en toeristisch gebied;

      • -

        de rol van Frankrijk in de wereld.

  • 2. De onder 1d bedoelde factoren zijn in deze examenstructuur zodanig gegroepeerd, dat de samenhang belicht kan worden in het kader van de volgende vier themavelden:

    • I. Mens en Milieu;

    • II. Bevolking;

    • III. Bestaanswijze;

    • IV. Wereldverhoudingen.

  • 3. Deze themavelden komen alle vier aan de orde bij de examinering van de hoofdlijnen van Frankrijk als geheel.

  • 4. Behalve aan de hoofdlijnen dienen de kandidaten speciaal aandacht te besteden aan de volgende gebieden:

    • -

      planregio Ile de France

    • -

      planregio Nord Pas de-Calais

    • -

      planregio Lorraine

    • -

      planregio Rhône-Alpes

    • -

      zuidoost-Frankrijk (planregio's Languedoc-Roussillon en Provence-Alpes-Côte d'Azur) waarbij per gebied de nadruk gelegd wordt op (onderdelen van) bepaalde themavelden.

  • 5. Geografische bestudering van een land impliceert het aanbrengen van ruimtelijke geledingen. Ten aanzien daarvan geldt het volgende:

    • a. Elk themaveld (of onderdeel daarvan) leidt tot eigen geledingen;

    • b. Geleding kan plaatsvinden op verschillende schaal. Uitgaande van de nationale schaal kan, (in cameratermen) worden ‘ingezoomd’ tot bijvoorbeeld de schaal van een stadswijk van Parijs, of worden ‘uitgezoomd’ waarbij Frankrijk als het ware over zijn eigen grenzen wordt heengetild en geplaatst wordt in een groter kader.

  • 6. De structuur is op basis van de themavelden ingedeeld in vieren. Elk themaveld is als volgt onderverdeeld:

    • A. Globale begrenzing van de examenstof;

    • B. Precisering van de examenstof;

    • C. Lijst van termen en begrippen.

    De structuur wordt afgesloten met een topografielijst.

I. Themaveld: Mens en milieu [Vervallen per 31-12-2004]

I A Globale begrenzing van de examenstof

Van de kandidaten wordt verwacht dat zij:

  • a. Kennis hebben van en inzicht tonen in de hieronder nader te noemen aspecten van het fysisch milieu en in de processen die zich daarin voordoen (met inbegrip van processen die veroorzaakt worden door menselijk toedoen);

  • b. Zich bewust zijn van enerzijds de mogelijkheden en beperkingen van het fysisch milieu voor bepaalde vormen van ruimtegebruik, en anderzijds van de invloed van het menselijk handelen op het milieu;

  • c. Kennis hebben van geledingen die zijn aan te brengen op basis van fysische factoren.

I B Precisering van de examenstof

  • a. Van de kandidaten wordt verwacht dat zij kennis hebben van de volgende onderdelen van het fysisch milieu:

    • -

      geomorfologie;

    • -

      klimaat;

    • -

      waterhuishouding;

    • -

      delfstoffen.

  • b. Om te beginnen houdt dit in dat de kandidaten een beschrijving van Frankrijk als geheel kunnen geven ten aanzien van de genoemde onderdelen met de beperking dat:

    • -

      wat betreft de waterhuishouding de kandidaten alleen op de hoogte hoeven te zijn met het regiem van de hoofdrivieren van de vier grote stroomgebieden Seine, Loire, Garonne, Rhône en van de rivieren die van belang zijn voor de opwekking van hydro-elektriciteit in de planregio's Rhône-Alpes en Provence-Alpes-Côtes-d'Azur;

    • -

      wat betreft de delfstoffen de kandidaten alleen op de hoogte hoeven te zijn van de vindplaatsen van olie, gas, steenkool, ijzererts, uranium en kalizout

  • c. Verder wordt van de kandidaten verwacht dat zij in de volgende gevallen een verklaring kunnen geven:

    • -

      bij het thema ‘geomorfologie’: voor het ontstaan van de aanslibbingskusten in zuidoost-Frankrijk;

    • -

      bij het thema ‘waterhuishouding’: voor het regiem van de hoofdrivieren van de vier grote stroomgebieden;

    • -

      bij het thema ‘klimaat’: voor de klimaatverschillen binnen Frankrijk;

  • d. Bij de invloed van fysische factoren op het ruimtegebruik wordt van de kandidaten verwacht dat zij kennis hebben van en inzicht tonen in de betekenis van klimaat en geomorfologische structuur voor:

    • -

      het agrarisch bodemgebruik in Frankrijk als geheel;

    • -

      de wijnbouw in de planregio Languedoc-Roussillon in het bijzonder

    • -

      de produktie van hydro-elektriciteit in de planregio's Rhône-Alpes en Provence-Alpes-Côte-d'Azur;

    • -

      het toerisme in Frankrijk als geheel en zuidoost-Frankrijk en de planregio Rhône-Alpes in het bijzonder.

  • e. Bij de invloed van de mens op het milieu wordt van de kandidaten verwacht dat zij zowel kennis hebben van en inzicht tonen in zowel de gunstige als de ongunstige effecten met als voorbeelden van ongunstige effecten:

    de milieugevolgen van:

    • -

      het winter-toerisme in de Alpen;

    • -

      het zomer-toerisme in zuidoost-Frankrijk;

    • -

      de zoutwinning in de Elzas zoals die zich voordoet in de Rijnoeverstaten;

      en als voorbeeld van gunstige effecten:

    • -

      het in stand houden van nationale parken.

  • f. Binnen Frankrijk dienen geledingen bekend te zijn op grond van klimatologische en geomorfologische verschillen.

I C Lijst van termen en begrippen

EH-klimaat

olie

bekken

Cf-klimaat

gas

cuesta

Cs-klimaat

ijzererts

vulkanisme

Mediterrane vegetatie

steenkool

bodem

maquis

uranium

regiem

kalizout

regenrivier

aanslibbingskust

gletsjerrivier

delta

gemengde rivier

étang

waterscheiding

hooggebergte

stroomgebied

middelgebergte

verval/verhang

massief

II. Themaveld: bevolking [Vervallen per 31-12-2004]

II A Globale begrenzing van de examenstof

Van de kandidaten wordt verwacht dat zij:

  • a. Kennis hebben van en inzicht tonen in de onder II B nader aangegeven aspecten van:

    • -

      de demografie;

    • -

      het politieke systeem;

    • -

      de ruimtelijke ordening;

    • -

      het wonen en werken in grootstedelijke gebieden.

  • b. Kennis hebben van en inzicht tonen in de invloed die bovenbedoelde aspecten hebben op de inrichting van de ruimte.

II B Precisering van de examenstof

  • a. Binnen het onderwerp demografie wordt van de kandidaten verwacht dat zij kennis hebben van en inzicht tonen in:

    • -

      de groei van het inwonertal sinds 1830 vergeleken met de groei in andere Westeuropese landen in dezelfde periode;

    • -

      de binnenlandse migratie, met speciale aandacht voor de ‘exode rural’ en voor de verstedelijking in Ile-de-France en in zuidoost-Frankrijk;

    • -

      de bevolkingspolitiek ten aanzien van de geboorten.

  • b. Bij het politieke systeem wordt van de kandidaten verwacht dat zij kennis hebben van en inzicht tonen in:

    • -

      de administratieve indeling van het land in ‘communes’, ‘départements’ en ‘régions’;

    • -

      de ruimtelijk gevolgen van het staatscentralisme en de geleidelijke verandering van dit centralistische systeem sinds de jaren '70.

  • c. Bij het onderwerp ruimtelijke ordening wordt van de kandidaten verwacht dat zij kennis hebben van en inzicht tonen in de wijze waarop de Franse overheid een oplossing probeert te vinden voor:

    • -

      de té dominerende positie van Parijs;

    • -

      de ruimtelijke problemen binnen de planregio Ile-de-France, met speciale aandacht voor de ‘Villes Nouvelles’ en voor grote bouwprojekten als middel om bepaalde stadsdelen een betere status te geven.

  • d. Wat betreft ‘het wonen en werken in grootstedelijke gebieden’ kan volstaan worden met de kennis van de planregio Ile-de-France. De kandidaat moet in staat zijn om zowel in beschrijvende als verklarende zin aandacht te besteden aan:

    • -

      de verkeersproblematiek;

    • -

      spreiding van werkgelegenheid naar sectoren;

    • -

      spreiding van bewoners naar sociaal-economische status;

    • -

      statusverandering van wijken (o.a. gentrification).

II C Lijst van termen en begrippen

spreiding

Villes Nouvelles

dichtheid

Petite Couronne

bevolkingsdruk

Grande Couronne

natuurlijke bevolkingsbeweging

Banlieue

sociale bevolkingsbeweging

Quartiers

migratievormen

Arrondissement

leeftijdsopbouw

Région

levensverwachting

Commune

bevolkingspolitiek

rehabilitatie

Métropoles d' équilibre

renovatie

l' Aménagement du Territoire

sanering

centralisme/décentralisme

gentrificatie

III. Themaveld: bestaanswijzen [Vervallen per 31-12-2004]

III A Globale begrenzing van de examenstof

Van de kandidaten wordt verwacht dat zij:

  • a. kennis hebben van bestaanswijzen en de ontwikkelingen daarin;

  • b. kennis hebben van en inzicht tonen in de ruimtelijke consequenties van die bestaanswijzen;

  • c. kennis hebben van en inzicht tonen in de wijze waarop fysische en menselijke factoren deze bestaanswijzen beïnvloeden;

  • d. kennis hebben van geledingen die zijn aan te brengen op basis van bestaanswijzen.

III B Precisering van de examenstof

  • a. De kandidaat dient kennis te hebben van de volgende bestaanswijzen: de landbouw, de industrie en de dienstensector.

  • b. Bij het onderwerp landbouw dient de kandidaat in het bijzonder kennis te hebben van:

    • -

      de positie van Frankrijk als landbouwland binnen de EG;

    • -

      de wijnbouw;

    • -

      de landbouw in het Bekken van Parijs.

  • c. Bij het onderwerp industrie dient de kandidaat in het bijzonder kennis te hebben van:

    • -

      de oorzaken van de problemen in de oude centra van de planregio's Nord-Pas-de-Calais en Lorraine;

    • -

      de zeehavenindustrie langs de Seine en bij Marseille;

    • -

      de ruimtelijke gevolgen van technologische veranderingen (toegespitst op industriële ontwikkeling in de regio Rhône-Alpes);

    • -

      de industrie van Parijs;

    • -

      de aard en spreiding van de elektriciteitsproduktie (thermo/hydro/kerncentrales).

  • d. Bij het onderwerp diensten dient de kandidaat in het bijzonder kennis te hebben van:

    • -

      de dienstensector in Parijs;

    • -

      de centrale plaats van Parijs in het web van verbindingen;

    • -

      het toerisme;

    • -

      de gevolgen van het gereedkomen van de Kanaaltunnel.

III C Lijst van termen en begrippen

  • BNP

  • beroepsstructuur

  • mijnbouw

  • landbouw

    • -

      schaalvergroting

    • -

      verkaveling

    • -

      wijnbouw

  • Europese Gemeenschap industrie:

    • -

      ‘high tech’-industrie

    • -

      zeehavenindustrie

    • -

      zware/lichte industrie

    • -

      afvallozingen en uitstoot elektrische centrales

    • -

      Hydro-thermo-kern

  • diensten

    • -

      infrastructuur

    • -

      goederenstromen

    • -

      verzorginsgebied

    • -

      vervoersvormen (o.a. TGV)

IV. Themaveld: wereldverhoudingen [Vervallen per 31-12-2004]

IV A Globale begrenzing van de examenstof

Van de kandidaten wordt verwacht dat zij kennis hebben van en inzicht tonen in:

  • -

    de economische relaties van Frankrijk met de rest van de EG in het algemeen en die met Nederland in het bijzonder;

  • -

    de rol van Frankrijk in de wereld (de economische en politieke relaties en ‘la francophonie’).

IV B Precisering van de examenstof

  • a. De kandidaat dient kennis te hebben van de volgende economische relaties met het buitenland: handel, gastarbeid, toerisme.

  • b. De kennis van de kandidaat dient toegespitst te zijn op:

    • -

      handel: samenstelling van het import- en exportpakket, de handelsbalans;

    • -

      gastarbeid: de omvang, de herkomst- en vestigingsgebieden van allochtonen, de relatie autochtonen/allochtonen;

    • -

      toerisme: de economische aspecten en de omvang en spreiding van het inkomende toerisme.

IV C Lijst van termen en begrippen

  • handels- en betalingsbalans

  • toeristenbalans

  • pull- en pushfactoren

  • autochtonen

  • allochtonen

  • gastarbeid

Lijst van topografie

Plaatsen

Wateren

Gebergten en bekkens

Parijs

Seine

Armorikaans Massief

Lille

Loire

Ardennen

Roubaix

Rijn

Vogezen

Lens

Garonne

Centraal Massief

Valenciennes

Rhône

Pyreneeën

Le Havre

Saône

Jura

Rouen

Meuse (Maas)

Alpen

Nancy

Dordogne

Bekken van Parijs

Metz

Tarn

Aquitaanse Bekken

Strasbourg

Ardèche

Nantes

Isère

GEBIEDEN

Bordeaux

Durance

Ile de France

Toulouse

Nauw van Calais

Nord Pas de Calais

Marseille

Het Kanaal

Rhône-Alpes

Toulon

Golf van Biskaje

Lorraine/Lotharingen

Nice

Middellandse Zee

Languedoc-Roussillon

Clermont-Ferrand

Golfe du Lion

Provence-Alpes-Côte d'Azur

St. Etienne

Cote d'Azur

Lyon

Bretagne

Normandië

Provence

Languedoc

Corsica