Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Samenwonersvrijstelling voor niet langer samenwonende broer en zuster[Regeling vervallen per 12-07-2007.]

Geldend van 18-09-1989 t/m 11-07-2007

Samenwonersvrijstelling voor niet langer samenwonende broer en zuster

De (plv) Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiƫn het volgende besloten.

Een erflater en zijn zuster waren na het overlijden van hun ouders gezamenlijk in het ouderlijk huis blijven wonen. Zij voerden daar tot op zeer hoge leeftijd een gezamenlijke huishouding. De zuster werd t.g.v. een dwingende medische reden opgenomen in een verpleeghuis. De inrichting van de gemeenschappelijke woning bleef ongewijzigd. Daarna verhuisde de erflater met medeneming van zijn eigen meubilair naar een bejaardenhuis, waar de inrichting van zijn wooneenheid niet was gericht op bewoning tezamen met zijn zuster. Ook aan die verhuizing lag een dwingende medische reden ten grondslag. De partners bleven elkaar tot steun v.z.v. de omstandigheden dat toelieten. De erflater overleed drie jaar na zijn verhuizing. De zuster was enig erfgenaam.

De opname van de zuster in het verpleeghuis behoefde, nu deze het gevolg was van een dwingende medische reden, terwijl voorts de inrichting van de gemeenschappelijke woning bleef gericht op haar terugkeer, op zich niet te leiden tot verlies van de aanspraak op het tarief en de vrijstelling, geldend voor personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren.

De daarop volgende verhuizing door de erflater met medeneming van slechts het eigen meubilair, had echter wel het verlies van de aanspraak op die faciliteit tot gevolg.

Gelet op de omstandigheid dat hier sprake is van hoogbejaarde partners, die totdat zich bij hen beiden een dwingende medische reden voordeed, hun gehele leven een gemeenschappelijke huishouding hadden gevoerd, heeft de Staatssecretaris van Financiƫn met toepassing van art. 63 AWR goedgekeurd dat m.b.t. het successierecht dat wegens de erfrechtelijke verkrijging door de zuster was verschuldigd, de vorenbedoelde faciliteit werd verleend.