Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidiregeling bevordering arbo-deskundigheid

Geldend van 22-08-1989 t/m heden

Subsidiregeling bevordering arbo-deskundigheid

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Overwegende dat het wenselijk is, ter bevordering van de beleidsvoering inzake arbeidsomstandigheden binnen kleinere ondernemingen, onder bepaalde voorwaarden subsidie te verlenen voor advisering, bedrijfsdoorlichting en training door externe adviseurs;

Besluit:

Artikel 1

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    a. de minister:

    de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

    b. werkgever en werknemer:

    partijen bij een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 1637 a van het Burgerlijk Wetboek;

    c. onderneming:

    een in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst arbeid wordt verricht;

    d. arbeidsomstandigheden:

    omstandigheden ter zake van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid;

    e. advieswerkzaamheden:

    de door een extern adviseur te verrichten werkzaamheden ten aanzien van advisering, bedrijfsdoorlichting en training, zoals in artikel 4 omschreven;

    f. extern adviseur:

    een van de werkgever onafhankelijke natuurlijke persoon of niet publiekrechtelijke rechtspersoon tot wiens beroep of bedrijf behoort het geven van voorlichting en advies aan ondernemingen; leveranciers (van bv. apparatuur, hulpmiddelen of persoonlijke beschermingsmiddelen) alsmede rechtspersonen en medewerkers van het concern waartoe de onderneming behoort, worden in het kader van deze regeling niet als extern adviseur beschouwd.

  • 2 Voor de bepaling van het aantal werknemers dat bij een onderneming in dienst is, geldt als peildatum de dag van indiening van de aanvraag; onder het begrip werknemer wordt mede begrepen degene die aan de werkgever ter beschikking is gesteld voor het verrichten van arbeid.

Artikel 2

  • 1 Aan een werkgever in wiens onderneming minder dan 100 werknemers werkzaam zijn kan, voor zover daarvoor op de begroting gelden beschikbaar zijn, op aanvraag subsidie worden verleend voor de uitvoering van advieswerkzaamheden en daarbij behorende kosten voor het volgen van trainingen en instructies, mits voldaan wordt aan de hierna vermelde voorschriften en met inachtneming van de volgende bepalingen.

  • 2 Voor de uitvoering van deze regeling is ten hoogste f 3 000 000 beschikbaar.

Artikel 3

Subsidie wordt niet verleend aan publiekrechtelijke rechtspersonen.

Artikel 4

  • 1 Een aanvraag om subsidie dient tenminste een geheel van de onder a t/m c vermelde advieswerkzaamheden te omvatten:

    • a. een bedrijfsdoorlichting, voor het geheel van arbeidsomstandigheden, danwel tenminste op hoofdpunten voor één der probleemvelden veiligheid, gezondheid, en welzijn in verband met de arbeid;

    • b. het geven van organisatorische adviezen ten behoeve van de opbouw van een arbeidsomstandighedenbeleid ter zake binnen de onderneming;

    • c. het geven van trainingen en instructies aan leidinggevenden, leden van VGW-commissie of Ondernemingsraad, ter bevordering van de deskundigheid binnen de onderneming op het gebied van arbo-beleidsvoering en bedrijfsdoorlichtingen ter zake;

      en kan daarnaast mede betrekking hebben op:

    • d. adviezen inzake technische maatregelen voor zover deze voortvloeien uit de adviezen onder b bedoeld;

  • 2 In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, kan een bedrijfsdoorlichting geheel of ten dele achterwege blijven, voorzover binnen een jaar voorafgaande aan de datum van indiening van de aanvraag reeds een bedrijfsdoorlichting heeft plaatsgevonden, waarvan bij de in het eerste lid onder b en c omschreven werkzaamheden gebruik kan worden gemaakt.

Artikel 5

Voor ondernemingen met minder dan 35 werknemers geldt, dat een door een werkgever in te dienen aanvraag tenminste betrekking moet hebben op 16 door een extern adviseur te declareren advies-uren.

Voor ondernemingen met 35 of meer werknemers is dit minimum vastgesteld op 24 advies-uren.

Artikel 6

Geen subsidie wordt verleend:

  • a. indien de opdracht tot uitvoering van de advieswerkzaamheden reeds is verstrekt vòòr de datum van de subsidie-aanvraag;

  • b. voorzover de werkgever daarvoor uit andere hoofde subsidie is toegezegd.

Artikel 7

Het bedrag van de subsidie wordt berekend op basis van:

  • a. de kosten van de in artikel 4, le lid, omschreven werkzaamheden tot een maximum van f 1 500, exclusief BTW, per gehele adviesdag van 8 uur.

  • b. de binnen de onderneming te maken kosten voor het volgen van trainingen en instructies, tot een maximum van 25% van de in dit artikel onder a. bedoelde kosten.

Artikel 8

  • 1 De subsidie bedraagt 50% van de in artikel 7 omschreven kosten, exclusief b.t.w. Aan één werkgever kan niet meer dan f 15 000 per subsidie-aanvraag worden verleend.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, bedraagt voor een werkgever bij wiens onderneming minder dan 35 werknemers in dienst zijn de subsidie voor de eerste twee gehele adviesdagen 70% van de in artikel 7 omschreven kosten, exclusief b.t.w.

Artikel 9

  • 1 De werkgever richt de aanvraag om subsidie tot de minister door middel van een volledig ingevuld formulier overeenkomstig het als bijlage I bij deze regeling gevoegde model.

  • 2 De aanvraag moet worden ingediend bij het districtshoofd van de Arbeidsinspectie in wiens district de aanvrager is gevestigd.

  • 3 De aanvraag moet zijn voorzien van een verklaring houdende het oordeel van de ondernemingsraad: of, bij het ontbreken daarvan, van een vertegenwoordiging van de belanghebbende werknemers.

Artikel 10

  • 1 De minister kan, alvorens op de aanvraag te beslissen, ter zake een ambtelijk onderzoek in de onderneming van de aanvrager doen instellen.

  • 2 De minister kan omtrent de aanvraag tevens advies inwinnen van één of meer onafhankelijke deskundigen.

Artikel 11

De minister zegt subsidie toe aan degenen over wier aanvraag het ambtelijk onderzoek is voltooid, voor zover zij aan de voorschriften en bepalingen van de regeling voldoen, zulks overeenkomstig het hierna bepaalde:

  • a. een maximum subsidiebedrag wordt vastgesteld aan de hand van de geraamde kosten van de advieswerkzaamheden, trainingen en instructies;

  • b. indien het in artikel 2, tweede lid, genoemde bedrag onvoldoende is om aan alle aanvragen te voldoen, komen volledige aanvragen die eerder zijn ingediend het eerst voor subsidie in aanmerking;

  • c. aan de subsidietoezegging is de voorwaarde verbonden, dat de werkgever bereid moet zijn medewerking te verlenen aan een door of namens de minister in te stellen evaluatie-onderzoek; dit onderzoek heeft betrekking op de resultaten van de advieswerkzaamheden.

Artikel 12

  • 1 De minister beslist op de aanvraag nadat aan hem advies is uitgebracht, uiterlijk drie maanden nadat alle ingevolge artikel 9 vereiste gegevens zijn verstrekt aan het districtshoofd van de Arbeidsinspectie.

  • 2 Een overzicht van de namen en adressen van de aanvragers aan wie subsidie is toegezegd is ter inzage voor een ieder.

Artikel 13

  • 1 Op aanvraag kan, door middel van het formulier overeenkomstig het als bijlage 2 bij deze regeling behorende model, een voorschot worden verleend van 50% van het toegezegde subsidiebedrag. Op dit formulier dient tevens gemeld te worden wanneer met de uitvoering van de advieswerkzaamheden is begonnen.

  • 2 De definitieve subsidie wordt, met inachtneming van het in artikel 11 genoemde maximum, vastgesteld na beëindiging van de in de aanvraag genoemde advieswerkzaamheden. Hiertoe wordt binnen twee maanden na beëindiging van de in de aanvraag genoemde advieswerkzaamheden een formulier met bijbehorende bijlagen volgens het in de bijlage 3 van deze regeling vermelde model ingediend bij het districtshoofd van de Arbeidsinspectie.

  • 3 Indien de toegezegde subsidie meer dan f 10 000 bedraagt, dient bij de in het tweede lid genoemde declaratie te worden overgelegd een verklaring van getrouwheid verleend door een register-accountant danwel een verklaring van een accountantadministratieconsulent, ingericht overeenkomstig het als bijlage 4 bij deze regeling gevoegde model.

  • 4 Indien de toegezegde subsidie f 10 000 of minder bedraagt, dienen bij de in het tweede lid genoemde declaratie de originele facturen alsmede de betalingsbewijzen die op de voor subsidie in aanmerking komende kosten betrekking hebben, te worden overgelegd.

  • 5 Betaling van de definitieve subsidie vindt onder verrekening van het verstrekte voorschot plaats, indien aan de voorschriften waaronder de subsidie is toegezegd is voldaan en het project, behoudens ingeval van door de Minister vooraf goedgekeurde afwijkingen, overeenkomstig de subsidieaanvraag is gerealiseerd.

  • 6 De minister kan een onderzoek doen instellen naar de juistheid van alle ingediende stukken.

Artikel 14

De werkgever aan wie subsidie is toegezegd is verplicht aan de door de minister aangewezen personen desgevraagd:

  • a. inzage te verlenen in haar boeken en bescheiden en hun de gelegenheid te bieden daarvan afschrift te nemen;

  • b. toegang te verlenen tot alle plaatsen waar de onderneming haar aktiviteiten uitoefent;

  • c. alle inlichtingen te verstrekken en door haar externe accountant te doen verstrekken;

  • d. anderszins alle medewerking te verlenen, voor zover deze personen dat noodzakelijk achten in het kader van:

    • -

      het toezicht op de naleving van de subsidievoorwaarden, de behandeling van subsidie aanvragen of daarmee samenhangende verzoeken;

    • -

      onderzoeken die ten doel hebben de doelmatigheid en effectiviteit hetzij van subsidiëring in het algemeen hetzij van de onderneming in het bijzonder te evalueren.

Artikel 15

De minister kan de subsidie-toezegging geheel of gedeeltelijk intrekken en het reeds uitgekeerde bedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien:

  • a. de aanvrager binnen drie maanden na de datum van de subsidiebeschikking de adviesopdracht nog niet heeft verstrekt, tenzij de minister hem daarvan ontheffing heeft verleend: deze ontheffing wordt slechts eenmaal verleend voor een periode van maximaal drie maanden;

  • b. de aanvrager handelt in strijd met de aan de subsidie verbonden voorschriften en bepalingen van deze regeling;

  • c. binnen één jaar na de datum van de subsidiebeschikking blijkt van feiten of omstandigheden die, waren zij eerder bekend geweest, ertoe zouden hebben geleid dat geen subsidie zou zijn verleend;

  • d. de advieswerkzaamheden binnen een jaar na de subsidietoezegging nog niet zijn voltooid, tenzij de minister aan de aanvrager ontheffing van deze voorwaarde heeft verleend; deze ontheffing wordt slechts eenmaal verleend voor een periode van maximaal drie maanden.

Artikel 16

Een beroepschrift tegen een beschikking krachtens deze regeling, dat is ingediend bij de Afdeling rechtspraak van de Raad van State en door de minister is aangemerkt als bezwaarschrift, zal aan de Commissie Bezwaarschriften Arbeidsplaatsverbetering van de Arboraad worden gezonden. De Commissie zal de indiener van het bezwaarschrift horen en de minister ter zake van advies dienen.

Artikel 17

  • 1 Aanvragen op grond van deze regeling kunnen tot 2 jaren na inwerkingtreding worden ingediend.

  • 2 Deze regeling met bijbehorende toelichting wordt in de Nederlandse Staatscourant bekend gemaakt.

  • 3 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking.

Artikel 18

Deze regeling kan worden aangehaald als: Subsidieregeling bevordering arbodeskundigheid.

's-Gravenhage, 16 augustus 1989

De

staatssecretaris

voornoemd,

L. de Graaf