Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verwijderen van zijruiten bij bestelauto’s[Regeling vervallen per 29-01-2008.]

Geldend van 12-07-1998 t/m 28-01-2008

Verwijderen van zijruiten bij bestelauto’s

Voor de heffing van bijzondere verbruiksbelasting van personenauto’s (BVP) en enkele andere binnenlandse belastingen wordt sinds 1 januari 1988 onder personenauto’s mede verstaan motorrijtuigen op drie of meer wielen met een maximum toelaatbare massa van 3500 kg of minder welke zijn voorzien van een laadruimte, tenzij die laadruimte aan bepaalde voorwaarden voldoet. Die voorwaarden zijn vermeld in artikel 50, derde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968.

Eén van de voorwaarden is dat de laadruimte niet is voorzien van zijruiten, dan wel is voorzien van niet meer dan één aan de rechterzijde van de laadruimte aangebrachte zijruit die niet langer is dan de helft van de lengte van de laadruimte. Deze voorwaarde geldt niet indien de laadruimte een hoogte heeft van 130 cm of meer over ten minste 75 cm van de lengte van de laadruimte

Naar mij is gebleken is niet altijd geheel duidelijk wat er onder ‘één zijruit’ moet worden verstaan. Dit probleem speelt met name bij auto’s waarvan het rechterachterportier is voorzien van zowel een beweegbare als een niet beweegbare ruit, welke door middel van een spijltje van elkaar zijn gescheiden. Deze constructie wordt veelal veroorzaakt door het feit dat, indien de betreffende zijruit uit één stuk zou bestaan, deze door de vorm van de carrosserie niet geheel kan worden opengedraaid.

Bij deze – en soortgelijke – constructies is naar mijn mening sprake van twee zijruiten. In voorkomende gevallen zal derhalve sprake zijn van een personenauto, tenzij één van deze zijruiten is verwijderd overeenkomstig het gestelde in Bijlage 1, punt 4, van de Leidraad BVP. Dit geldt ook indien beide ruiten van het betreffende portier tezamen niet langer zijn dan de helft van de lengte van de laadruimte.

Met het vorenstaande dient met ingang van heden rekening te worden gehouden. Indien in het verleden onjuist is gehandeld, kan daarin worden berust.