Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Douane-regeling hoofdkwartier AFCENT

Geldend van 29-04-2000 t/m heden

Douane-regeling hoofdkwartier AFCENT

De staatssecretaris van Financiën,

In overeenstemming met hoofdkwartier AFCENT;

Gelet op:

Besluit:

HOOFDSTUK I. Algemeen

Artikel 1. Doel

Het doel van deze regeling is aan te geven:

  • a. de positie van AFCENT, AFCENT-personeel en gezinsleden daarvan ten opzichte van de wetten en voorschriften die worden toegepast door de Nederlandse douane-autoriteiten;

  • b. de douaneprocedure die van toepassing is op de in- en uitvoer van goederen die eigendom zijn van of bestemd zijn voor AFCENT;

  • c. de te volgen gedragslijn en de controle met betrekking tot de aan AFCENT verleende belastingvoorrechten.

Artikel 2. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. AFCENT:

Headquarters Allied Forces Central Europe, de nationale ondersteunende eenheden, de Franse Militaire Missie bij Headquarters AFCENT, en de AFCENT International School, onder de voorwaarde dat, voor de uitwerking van deze regeling, alle bovengenoemde eenheden en organisaties zich onderwerpen aan de controle van de commandant van AFCENT (CINCENT) en gehouden zijn de AFCENT-voorschriften na te komen;

b. AFCENT-personeel:
  • 1. Militair personeel verbonden aan AFCENT, zoals nader omschreven in artikel 3, onder a, van het Hoofdkwartierenprotocol;

  • 2. burgerpersoneel verbonden aan AFCENT, zoals nader omschreven in artikel 3, onder b, aanhef en onder (i) van het Hoofdkwartierenprotocol;

  • 3. burgerpersoneel in dienst van AFCENT, zoals nader omschreven in artikel 3, onder b, aanhef en onder (ii) van het Hoofdkwartierenprotocol; indien en voor zolang dit personeel zich voor de uitoefening van de dienst op het Nederlandse grondgebied bevindt;

c. gezinsleden:

de echtgeno(o)t(e) van een lid van het AFCENT-personeel, of kinderen daarvan, die van hem of haar afhankelijk zijn voor hun levensonderhoud, indien en voor zolang deze gezinsleden zich op het Nederlandse grondgebied bevinden in verband met de uitoefening van de dienst van de echtgenoot of ouder;

d. geldig identiteitsbewijs:

een geldige persoonlijke identiteitskaart afgegeven door AFCENT aan AFCENT-personeel, die is voorzien van naam, datum en plaats van geboorte, nationaliteit, rang, eventueel nummer, foto en geldigheidsduur; voor burgerpersoneel dient op het identiteitsbewijs voorts te zijn aangegeven dat het personeel de internationale status bezit;

e. AFCENT-winkels:

ruimten waarin belastingvrije goederen mogen worden verkocht, waaronder, onder de daarvoor gestelde voorwaarden, gerantsoeneerde goederen;

f. kantines, restaurants en clubs:

ruimten waarin en organisaties door wie belastingvrije goederen slechts mogen worden verkocht voor consumptie ter plaatse, waaronder, onder de daarvoor gestelde voorwaarden, gerantsoeneerde goederen;

g. rantsoenkaart:

een officieel, niet overdraagbaar certificaat, verstrekt door AFCENT aan instanties die gemachtigd zijn tot afgifte daarvan aan degenen die gerantsoeneerde goederen mogen kopen;

h. ministerie:

ministerie van Financiën, directie Douane;

i. inspecteur:

de inspecteur der invoerrechten en accijnzen;

j. ambtenaren:

inzake de invoerrechten en accijnzen bevoegde ambtenaren van 's rijks Belastingdienst;

k. ontbieder:

een militaire eenheid of een door AFCENT aangewezen niet militair geadresseerde;

l. toegelaten geadresseerde voor militaire goederen:

een ontbieder op een aangewezen plaats van bestemming aan wie een vergunning is verleend om rechtstreeks goederen te ontvangen die zijn onderworpen aan douanecontrole;

m. belastingen:

het invoerrecht en heffingen van gelijke werking zoals landbouwheffingen, alsmede de omzetbelasting, de bijzondere verbruiksbelastingen van personenauto's en motorrijwielen en de accijnzen;

n. voorwaardelijke vrijstelling van belastingen:

voorwaardelijke vrijstelling van belastingen, in de zin van de Algemene wet inzake de douane en de accijnzen (Stb. 1961, 31) alsmede de daarop berustende wettelijke bepalingen en nadere voorschriften.

Artikel 3. Toepasselijkheid Nederlandse wetgeving

  • 1 Behoudens voor zover in deze regeling anders is bepaald, zijn de Nederlandse wetten en voorschriften inzake de douane en de accijnzen alsmede de niet-fiscale wetten inzake de in-, uit- en doorvoer van goederen van toepassing op AFCENT, AFCENT-personeel en gezinsleden daarvan.

  • 2 De autoriteiten van AFCENT verlenen met alle hun ten dienste staande middelen medewerking om te verzekeren dat goederen die in aanmerking komen voor inbeslagneming aan de douaneautoriteiten worden overgedragen.

  • 3 De autoriteiten van AFCENT verlenen met alle hun ten dienste staande middelen medewerking opdat door het AFCENT-personeel en de gezinsleden daarvan verschuldigde belastingen, kosten en boeten worden betaald.

Hoofdstuk II. Grensoverschrijding door AFCENT-personeel, en hun gezinsleden

Artikel 4. Reisdocument voor AFCENT-personeel en hun gezinsleden

  • 1 Voor de toepassing van deze regeling zijn overeenkomstig de Grensbewakingscirculaire 1984 (HsB2 punt 2.2.) voor militair personeel verbonden aan AFCENT, zoals nader omschreven in artikel 3, onder a, van het Hoofdkwartierenprotocol, bij grensoverschrijding uitsluitend de volgende documenten vereist, die op verzoek moeten worden getoond:

    • a. een persoonlijk identiteitsbewijs, afgegeven door de daartoe bevoegde AFCENT-autoriteit, dat is voorzien van naam, datum en plaats van geboorte, nationaliteit, rang, eventueel nummer, status, foto en geldigheidsduur; en

    • b. voor zover niet hier te lande gestationeerd, een collectieve of individuele reiswijzer, afgegeven door de daartoe bevoegde AFCENT-autoriteit of door de daartoe bevoegde autoriteit van de Organisatie van het Noord-Atlantisch Verdrag.

  • 2 Voor burgerpersoneel verbonden aan of in dienst van AFCENT, zoals nader omschreven in artikel 3, onder b, aanhef punt (i) en (ii) van het Hoofdkwartierenprotocol en hun gezins- en familieleden, alsmede de gezins- en familieleden van militair AFCENT-personeel gelden de normale voorwaarden voor binnenkomst en verblijf in Nederland.

Hoofdstuk III. Douanebehandeling van goederen toebehorende aan of bestemd voor AFCENT en van goederen die in opdracht van AFCENT worden verzonden

A. Algemeen

Artikel 5. Aangewezen kantoren

Het binnenkomen, alsmede het uitgaan van de goederen dient te geschieden langs de in de Beschikking attributen douane en accijnzen (Stcrt. 1971, 101) aangewezen eerste of laatste kantoren.

B. Binnenkomst

Artikel 6. Douanebehandeling van het formulier 302 bij binnenkomst anders dan door de lucht

Het binnenkomen van goederen aan de land- of zeezijde vindt plaats, voor zover op het moment van binnenkomst niet reeds gewone douanedocumenten worden gebezigd, onder geleide van het formulier 302 (Import/Export Customs Declaration).

Het formulier 302 wordt bij het anders dan door de lucht binnenkomen van goederen, bestemd om naar een plaats van bestemming te worden overgebracht, als volgt behandeld:

  • a. nadat de exemplaren van het formulier 302 door de ambtenaren aan het eerste kantoor zijn afgetekend in de aan de rugzijde van het formulier daartoe bestemde ruimte en overeenkomstig de aldaar vermelde aanwijzingen, wordt één exemplaar ingehouden en bij de over het eerste kantoor bevoegde inspecteur ingeleverd;

  • b. de overige exemplaren van het formulier 302 begeleiden de goederen naar hun plaats van bestemming.

Artikel 7. Binnenkomen van goederen door de lucht

  • 1 Bij het binnenkomen van goederen, toebehorend aan of bestemd voor AFCENT, door de lucht met militaire of burgerluchtvaartuigen vindt, indien op het moment van binnenkomst niet reeds gewone douanedocumenten worden gebezigd en het luchtvaartuig landt op een luchtvaartterrein niet tevens plaats van bestemming, de behandeling van het formulier 302 plaats op de wijze als is voorgeschreven in artikel 6.

  • 2 Bij het binnenkomen van goederen, toebehorend aan of bestemd voor AFCENT, door de lucht met militaire luchtvaartuigen wordt hiervan tijdig aan de ambtenaren ter plaatse kennisgegeven en wordt één exemplaar van het voor ontvangst afgetekende formulier 302 ingeleverd bij deze ambtenaren.

C. Overbrenging van de plaats van binnenkomst naar de plaats van bestemming

Artikel 8. Overbrenging naar een losplaats, dan wel een plaats van bestemming

De goederen worden van de plaats van binnenkomst overgebracht naar een losplaats, dan wel een in bijlage I bij deze regeling genoemde plaats van bestemming onder geleide van een douanedocument of een formulier 302.

Artikel 9. Plaats van bestemming

  • 1 De inspecteur verleent aan een op een in Bijlage I aangewezen plaats van bestemming gevestigde ontbieder van de goederen een vergunning ‘toegelaten geadresseerde voor militaire goederen’. In de vergunning kan de inspecteur bepalen dat bepaalde goederen niettemin dienen te worden aangebracht bij de door hem aan te wijzen ambtenaren in plaats van rechtstreeks bij geadresseerde.

  • 2 De inspecteur bepaalt welke nadere voorwaarden in de vergunning worden opgenomen.

  • 3 Bij de inspecteur moet worden overgelegd een lijst met de naam, rang, functie en handtekening van de AFCENT-functionaris(sen) die bevoegd is (zijn) tot het ondertekenen van het bewijs van ontvangst op het formulier 302.

  • 4 De inspecteur binnen wiens ambtsgebied de bestemming is gelegen bepaalt op welke wijze de bevoegde functionaris van de aankomst kennis moet geven aan de ambtenaren. Wanneer het tijdstip van aankomst vaststaat mag deze kennisgeving ook geschieden vóórdat de goederen zijn aangekomen.

  • 5 De bevoegde functionaris dient de ambtenaren onverwijld in te lichten indien met betrekking tot een zending goederen enige onregelmatigheid is geconstateerd of wordt vermoed (b.v. een verbroken ambtelijke verzegeling).

  • 6 De bevoegde functionaris dient de ambtenaren desgevraagd inzage te verschaffen van alle boeken en bescheiden welke op de zending goederen betrekking hebben teneinde hen in de gelegenheid te stellen de daadwerkelijke bestemming van de goederen administratief te controleren.

Artikel 10. Douaneverzegeling

Een aangebrachte douaneverzegeling mag niet worden verbroken en de goederen mogen niet eerder worden gelost dan na de bevestiging door de ambtenaren van de ontvangst van de in artikel 9, vierde lid, bedoelde kennisgeving, waarbij de ambtenaren meedelen of tot verbreken van de eventuele verzegeling en lossing van de goederen mag worden overgegaan. Controle en eventuele opnemingen kunnen steekproefsgewijs plaatsvinden.

Artikel 11. Verklaring van ontvangst

Na de lossing en opneming in de administratie wordt op alle exemplaren van het formulier 302 de daarop voorkomende verklaring van ontvangst door de in artikel 9, derde lid, bedoelde bevoegde functionaris namens de Commandant van AFCENT ingevuld en ondertekend op de volgende wijze:

  • For the Commander … (onderdeel)

  • (Naam van de aangewezen functionaris)

  • (Rang en registratienummer)

  • (Functie)

  • (Datum)

Artikel 12. Douanebehandeling van formulier 302 op het kantoor van bestemming

  • 1 Na de ondertekening van de verklaring van ontvangst overeenkomstig artikel 11, zendt of overhandigt de in artikel 9, derde lid, bedoelde bevoegde functionaris de exemplaren van het formulier 302 en de bijbehorende bescheiden aan de ambtenaren. De ambtenaren tekenen alle exemplaren van het formulier 302 af in de op de rugzijde van het formulier daartoe bestemde ruimte en overeenkomstig de aldaar vermelde aanwijzingen.

  • 2 Vervolgens houden zij één exemplaar van het formulier 302 in en zenden dit zo spoedig mogelijk terug aan de over het eerste kantoor bevoegde inspecteur.

Artikel 13. Inlevering bescheiden

  • 1 De bevoegde functionaris dient het formulier 302 en de eventuele gewone douanedocumenten onverwijld na de lossing van de goederen in te leveren bij of in te zenden aan de ambtenaren op de plaats van bestemming, dan wel te overhandigen aan deze ambtenaren in de gevallen waarin tot controle van de goederen wordt overgegaan.

  • 2 Bescheiden die op grond van fiscale en niet-fiscale bepalingen de goederen begeleiden, dienen eveneens te worden ingeleverd dan wel ingezonden aan de ambtenaren op de plaats van bestemming. Zij voorzien deze bescheiden van de vereiste aftekeningen Zij dateren deze aftekeningen op de dag waarop blijkens de boeken en bescheiden dan wel hun eigen waarneming de goederen op de plaats van bestemming zijn aangebracht dan wel geacht worden te zijn aangebracht.

D. Invoer

Artikel 14. Vrijstelling van belastingen

  • 1 Voorwaardelijke vrijstelling van belastingen wordt verleend voor de invoer door of ten behoeve van AFCENT van uitrusting, redelijke hoeveelheden proviand, materiaal en andere goederen voor uitsluitend gebruik door AFCENT, AFCENT-personeel en de gezinsleden daarvan. Deze invoer met vrijstelling kan zonder vergunning geschieden.

  • 2 De voorwaardelijke vrijstelling strekt zich mede uit tot de invoer van goederen bestemd om in AFCENT-winkels, kantines, restaurants en clubs aan AFCENT-personeel en de gezinsleden daarvan te worden verkocht of op andere wijze te worden gedistribueerd.

Artikel 15. Formulier 302

  • 1 De invoer van de in artikel 14 bedoelde goederen door of ten behoeve van AFCENT geschiedt op de losplaats of, indien de regeling ‘toegelaten geadresseerde voor militaire goederen’ wordt toegepast, uitsluitend op de in bijlage 1 aangewezen plaatsen van bestemming, met gebruikmaking van het formulier 302. Dit formulier treedt derhalve in de plaats van de gebruikelijke invoerdocumenten.

  • 2 Het formulier 302 dient tot zuivering van de douanedocumenten onder geleide waarvan de goederen naar de plaats van bestemming zijn vervoerd. De ambtenaren schrijven op de documenten waarmee de goederen zijn aangevoerd, de nader voor de goederen afgegeven formulieren 302 af, onder vermelding van het nummer van het formulier, het aantal colli of losse voorwerpen dan wel dat de goederen gestort zijn en de hoeveelheden van de goederen. Een invoervergunning behoeft ingevolge de Vrijstellingsbeschikking militaire zendingen (landbouwgoederen) 1981 (Stcrt. 1963, 124 en 1981, 51) en de Vrijstellingsbeschikking militaire zendingen (niet-landbouwgoederen) 1966 (Stcrt. 1966, 93) niet te worden overgelegd.

E. Uitvoer, uitgaan

Artikel 16. Uitvoer. Behandeling formulier 302 bij uitgaan

  • 1 Goederen die met voorwaardelijke vrijstelling van belastingen op de voet van artikel 14 zijn ingevoerd, mogen vrij weder worden uitgevoerd.

  • 2 Bij de uitvoer van goederen bedoeld in het eerste lid, dient slechts één exemplaar van het formulier 302 bij de ambtenaren van het laatste kantoor te worden ingeleverd.

  • 3 Deze ambtenaren tekenen het exemplaar van het formulier af conform de aan de rugzijde van het formulier vermelde aanwijzingen en zenden dit aan hun inspecteur.

  • 4 Een uitvoervergunning voor de goederen aangewezen in de bijlage bij het In- en uitvoerbesluit strategische goederen behoeft ingevolge de Vrijstellingsbeschikking militaire zendingen (niet-landbouwgoederen) 1966 (Stcrt. 1966, 93) niet te worden overgelegd.

F. Melding bij vertraging of bij onderbreking van het vervoer

Artikel 17. Vertraging in vervoer

  • 1 Van binnengekomen goederen onder geleide van een formulier 302, waarvan het vervoer wordt onderbroken en de termijn voor het overbrengen van de goederen naar de plaats van bestemming wordt overschreden, wordt door AFCENT kennis gegeven door middel van een kopie van het formulier 302 aan de ambtenaren over de plaats waar het vervoer wordt onderbroken. Op deze kopie vermelden de ambtenaren de reden van de vertraging. Zij zenden de kopie aan hun inspecteur.

  • 2 De inspecteur geeft van deze vertraging in het vervoer kennis aan de over de plaats van binnenkomst bevoegde inspecteur door toezending van de in het eerste lid bedoelde kopie onder vermelding dat de goederen overeenkomstig de Nederlandse wetten en voorschriften inzake de douane en accijnzen zijn opgeslagen in afwachting van het volgen van de bestemming. Hij tekent daarbij de vermoedelijke termijn van opslag aan.

G. Visitatie, opneming, verzegeling en zuivering

Artikel 18. Visitatie bij binnenkomst

  • 1 De ambtenaren van het eerste kantoor maken van de bevoegdheid tot het visiteren van vervoermiddelen en het begeleidend personeel alleen gebruik indien zij daartoe aanleiding aanwezig achten. In zodanige gevallen beperken zij zich ten aanzien van de goederen tot een globaal onderzoek, dat omvat het vergelijken van aantal, soort, gewicht en merken van de colli met de op het formulier 302 vermelde gegevens. De verpakking mag niet worden geopend.

  • 2 Geclassificeerde zendingen, die als zodanig duidelijk van merken en aanduidingen zijn voorzien, worden niet onderzocht.

  • 3 Van meer of minder bevinding stellen de ambtenaren aantekening op het formulier 302.

Artikel 19. Aanbrengen verzegeling

  • 1 De vervoermiddelen of de colli kunnen in daartoe aanleiding gevende gevallen door de ambtenaren worden verzegeld. Van deze verzegeling maken zij melding op alle exemplaren van het formulier 302 en wel in de op de voorzijde van het formulier daartoe bestemde ruimte.

  • 2 Indien de ambtenaren tot visitatie van het vervoermiddel overgaan zijn zij bevoegd een door buitenlandse douane-instanties of door AFCENT zelf aangebrachte verzegeling te verbreken. Indien daartoe is overgegaan brengen zij steeds een nieuwe verzegeling aan.

Artikel 20. Visitatie en controle op plaats van bestemming

De ambtenaren op de plaats van bestemming kunnen zowel de vervoermiddelen visiteren als de goederen controleren. Dit laatste geschiedt echter alleen in tegenwoordigheid van de daartoe bevoegde plaatselijke vertegenwoordiger van AFCENT. Goederen waarvan de verpakking duidelijk aangeeft dat het een geclassificeerde zending betreft, worden niet gecontroleerd.

Artikel 21. Behandeling door de inspecteur

De over het eerste kantoor bevoegde inspecteur hecht het door hem terugontvangen exemplaar van het formulier 302 aan het reeds in zijn bezit zijnde exemplaar. Ontvangt hij niet binnen de gestelde termijn het overeenkomstig de voorgaande paragrafen behandelde exemplaar terug van de over de plaats van bestemming of over het laatste kantoor bevoegde inspecteur dan pleegt hij ter zake overleg met zijn ambtgenoot in wiens ambtsgebied de plaats van bestemming dan wel het laatste kantoor is gelegen.

De over het eerste kantoor bevoegde inspecteur stelt, indien geen bevestiging wordt gekregen dat de in het formulier 302 omschreven goederen op regelmatige wijze hun bestemming hebben gevolgd, een onderzoek in.

Artikel 22. Niet-zuivering formulier 302

  • 1 Voor goederen, toebehorende aan of bestemd voor AFCENT, waarvoor door of namens AFCENT formulieren 302 zijn afgegeven, zijn door AFCENT bij niet-zuivering of bij gedeeltelijke zuivering van het formulier 302, de belastingen verschuldigd aan welke de goederen, of dat gedeelte van de goederen waarvoor het formulier 302 niet is gezuiverd, bij invoer zijn onderworpen.

  • 2 AFCENT is gehouden op eerste aanmaning van de inspecteur maatregelen te treffen teneinde de in het eerste lid vermelde belastingen te voldoen.

Hoofdstuk IV. Goederen door AFCENT betrokken uit het vrije verkeer hier te lande en aan AFCENT verrichte diensten

Artikel 23. Inkopen in Nederland

  • 1 Voor de toepassing van de Nederlandse douane- en belastingwetgeving wordt de levering vanuit het vrije verkeer hier te lande aan AFCENT van uitrusting, redelijke hoeveelheden proviand, materiaal en andere goederen voor uitsluitend gebruik door AFCENT, AFCENT-personeel en de gezinsleden daarvan, daaronder begrepen goederen bestemd om in de AFCENT-winkels, kantines, restaurants en clubs aan AFCENT-personeel en de gezinsleden daarvan te worden verkocht of op andere wijze te worden gedistribueerd, aangemerkt als uitvoer en worden vervolgens deze goederen aangemerkt als door AFCENT met voorwaardelijke vrijstelling van belastingen te zijn ingevoerd.

  • 2 Indien overeenkomstig de in het eerste lid genoemde wetgeving bij uitvoer van genoemde goederen teruggaaf van belastingen – andere dan het invoerrecht en heffingen van gelijke werking zoals landbouwheffingen – zou kunnen worden verleend, wordt voor de toepassing van het eerste lid teruggaaf van die belastingen verleend aan de Nederlandse leveranciers. Met betrekking tot de omzetbelasting wordt het tarief van nihil toegepast.

  • 3 Ter zake van aan AFCENT verleende diensten wordt met betrekking tot de omzetbelasting eveneens het tarief van nihil toegepast.

  • 4 De in artikel 9, derde lid, bedoelde bevoegde functionaris(sen) dient (dienen) op de goederen of diensten betrekking hebbende aangiften, facturen of documenten af te tekenen.

  • 5 De wijze waarop teruggaaf kan worden verkregen is geregeld in de resolutie van de staatssecretaris van Financiën van 19 april 1967, nr. D7/2320 (D.A.A.-370/O.B.-B.T.W.-183).

Hoofdstuk V. AFCENT-winkels, kantines, restaurants en clubs

A. Algemene bepalingen

Artikel 24. Algemeen

  • 1 De goederen die op de voet van artikel 14 alsmede overeenkomstig artikel 23, eerste lid, met voorwaardelijke vrijstelling van belastingen door of ten behoeve van AFCENT zijn ingevoerd, kunnen in AFCENT-winkels, kantines, restaurants en clubs aan het AFCENT-personeel en gezinsleden daarvan onder de hierna genoemde voorwaarden worden verkocht of op andere wijze worden gedistribueerd.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde personen hebben uitsluitend toegang tot de AFCENT-winkels, kantines, restaurants en clubs wanneer zij een geldig identiteitsbewijs kunnen tonen. De aankoop van de in artikel 30 bedoelde gerantsoeneerde goederen is slechts mogelijk met gebruikmaking van de rantsoenkaart.

  • 3 De inspecteur oefent in overleg met en met medewerking van de bevoegde autoriteiten van AFCENT steekproefsgewijs controle uit op de toegang tot de AFCENT-winkels, kantines, restaurants en clubs. Daarbij wordt erop toegezien dat de aankoop van goederen wordt geweigerd in het geval dat de in het tweede lid bedoelde bescheiden niet kunnen worden getoond.

Artikel 25. Afgifte rantsoenkaarten

  • 1 De rantsoenkaarten worden uitsluitend afgegeven door:

    • a. Commandanten van de nationale ondersteunende eenheden aan militair personeel, zoals genoemd in artikel 2, onder b, 1, en burgerpersoneel, zoals genoemd in artikel 2, onder b, 2, waarover zij administratie voeren,

    • b. Het hoofd Burgerpersoneel aan burgerpersoneel, zoals genoemd in artikel 2, onder b, 3, waarover hij administratie voert.

  • 2 De namen en adressen van de hiervoor onder a en b genoemde autoriteiten worden opgegeven aan de inspecteur.

  • 3 Genoemde autoriteiten verkrijgen de benodigde rantsoenkaarten van AFCENT, op grond van het aantal, in het eerste lid omschreven, gerechtigden.

  • 4 Per gerechtigde wordt op verzoek één (1) rantsoenkaart afgegeven.

  • 5 Elke rantsoenkaart moet bij de afgifte door de afgevende instantie zijn ondertekend en doorlopend genummerd en moet de naam van de houder van de kaart vermelden.

Artikel 26. Aantekening van de afgifte

  • 1 De afgifte van de rantsoenkaarten wordt in overleg met de inspecteur aangetekend in de registers, die worden bijgehouden door de afgevende instanties en die een opsomming bevatten van de serienummers van de afgegeven kaarten in numerieke volgorde en die de naam van de gerechtigde en zijn rang vermelden, alsmede de bijzonderheden omtrent het geldige identiteitsbewijs, en zijn handtekening.

  • 2 Na elke rantsoenperiode worden de registers gedurende twee jaar bewaard.

  • 3 De in gebruik zijnde en niet meer in gebruik zijnde registers worden op verzoek van de inspecteur ter beschikking gesteld voor controle.

Artikel 27. Geldigheid van de rantsoenkaarten

  • 1 De rantsoenkaart is geldig gedurende de wekelijkse periode, die erop gedrukt staat, de daaraan voorafgaande week en gedurende twee weken na deze periode.

  • 2 De rantsoenkaarten kunnen worden afgegeven in een vorm die de mogelijkheid biedt de rantsoenen aan te geven voor maximaal 26 achtereenvolgende weken.

Artikel 28. Inlevering van rantsoenkaarten. Verlies van rantsoenkaarten

  • 1 AFCENT maakt zodanige aparte regelingen dat personeelsleden die om een of andere reden niet langer gerechtigd zijn tot rantsoenen, hun rantsoenkaart moeten inleveren bij de afgevende instantie.

  • 2 AFCENT maakt zodanige aparte regelingen dat ieder die zijn rantsoenkaart verliest, dat verlies moet opgeven aan de bevoegde autoriteit van AFCENT, dat de ambtenaren en de AFCENT-winkels, kantines, restaurants en clubs omtrent het verlies worden ingelicht en dat de bevoegde instantie van AFCENT beslist of de afgevende instantie al dan niet gerechtigd zal zijn een vervangende rantsoenkaart af te geven.

    Aan de AFCENT-winkels, kantines, restaurants en clubs dient te worden voorgeschreven een lijst van de vermiste rantsoenkaarten zichtbaar op te hangen op alle verkooppunten van gerantsoeneerde goederen en om alle getoonde rantsoenkaarten te controleren aan de hand van de lijst voordat tot verkoop wordt overgegaan.

Artikel 29. Beheer door derden

AFCENT mag na voorafgaand overleg met het ministerie het beheer van zijn winkels en restaurants toevertrouwen aan derden. AFCENT is verantwoordelijk zowel voor de uitoefening van de vorengenoemde voorrechten als voor de controle op de werking van de winkels, kantines, restaurants en clubs.

B. AFCENT-winkels

Artikel 30. Gerantsoeneerde goederen

Alcoholhoudende dranken en tabaksprodukten, hierna te noemen gerantsoeneerde goederen, mogen uitsluitend worden verkocht aan personen die in het bezit zijn van een geldige rantsoenkaart. Met betrekking tot gerantsoeneerde goederen zijn hoeveelheidsbeperkingen vastgesteld, die zijn opgenomen in Bijlage II. De daarin opgenomen hoeveelheden zijn de maximale rantsoenen die door de in die bijlage genoemde personen per week mogen worden aangeschaft.

Artikel 31. Kopen voor een ander

Het is niet toegestaan gerantsoeneerde goederen te kopen voor een ander behoudens in de volgende gevallen:

  • a. Een gezinslid mag voor een ander lid van het gezin met gebruikmaking van diens rantsoenkaart aankopen verrichten;

  • b. Opperofficieren en vlagofficieren kunnen een ondergeschikte aanwijzen om de hun normaal toegestane hoeveelheid gerantsoeneerde goederen te kopen. Aan deze officieren wordt door de commandant van AFCENT een machtigingsformulier verstrekt, dat door de ondergeschikte bij de aankoop moet worden getoond;

  • c. Personen die bevoegd zijn gerantsoeneerde goederen te kopen doch die daartoe wegens ziekte, dienst of anderszins niet in staat zijn, kunnen een gemachtigde aanwijzen, die zelf eveneens bevoegd is te kopen in de AFCENT-winkels, om de nodige inkopen te doen. De gemachtigde moet een ondertekende machtiging hebben, waarin zijn naam en een duidelijke omschrijving van de te kopen gerantsoeneerde goederen zijn vermeld.

C. Kantines, restaurants en clubs

Artikel 32. Controle en consumptie ter plaatse

  • 1 Het toewijzen en controleren van met voorwaardelijke vrijstelling van belastingen ingevoerde voorraden en uitrusting voor kantines, restaurants en clubs van AFCENT of voor door de commandant van AFCENT aangewezen en aan de inspecteur medegedeelde personeelsleden met speciale functies, geschiedt in overeenstemming met de voor AFCENT-winkels voorgeschreven procedures.

  • 2 In de kantines en restaurants en door de clubs mogen gerantsoeneerde alcoholhoudende dranken slechts worden verkocht voor consumptie ter plaatse. Tabaksprodukten mogen uitsluitend worden verkocht in de kleinst gebruikelijke verpakking en moeten worden afgeschreven op de rantsoenkaart.

D. Administratie

Artikel 33. Aantekeningen

De winkels, kantines, restaurants en clubs van AFCENT houden een nauwkeurige voorraadadministratie bij van alle ingekochte en verkochte goederen. Deze administratie blijft gedurende twee jaar bewaard en wordt op verzoek ter beschikking gesteld aan de ambtenaren voor controle.

Hoofdstuk VI. Verhuisgoed

Artikel 34. Invoer met vrijstelling

  • 1 Ingevolge artikel XI, vijfde lid, van het NAVO-Statusverdrag in verbinding met het Hoofdkwartierenprotocol kunnen AFCENT-personeel en de gezinsleden daarvan, met uitzondering van personen met de Nederlandse nationaliteit, bij gelegenheid van hun eerste aankomst hier te lande om dienst te gaan doen of bij aankomst van een of meer van hun gezinsleden die zich bij hen komen voegen, hun verhuisgoed en persoonlijke bezittingen met voorwaardelijke vrijstelling van belastingen invoeren voor de duur van hun verblijf hier te lande als personeelslid van AFCENT of als gezinslid daarvan. Als verhuisgoed en persoonlijke bezittingen worden voor de toepassing van de bepalingen in dit hoofdstuk beschouwd de nieuwe en gebruikte goederen die voor de vestiging in Nederland reeds deel uitmaakten van de inboedel van de betrokkene, met uitzondering van privé-motorrijtuigen.

  • 2 De invoer van in eigendom toebehorende motorrijtuigen met voorwaardelijke vrijstelling van belasting geschiedt op de voet van hoofdstuk VII van deze regeling.

  • 3 Personen met de Belgische of Luxemburgse nationaliteit hebben geen recht op vrijstelling van invoerrecht ingevolge een op 20 juni 1953 door de regeringen van de Benelux-landen vóór de bekrachtiging van het Hoofdkwartierenprotocol ondertekende gezamenlijke verklaring (Trb. 1953, 70).

Artikel 35. Binnenvoeren van verhuisgoed

  • 1 Het binnenvoeren van verhuisgoed en persoonlijke bezittingen van AFCENT-personeel en gezinsleden daarvan door of namens AFCENT geschiedt onder geleide van het formulier 302.

  • 2 De bepalingen van hoofdstuk III zijn ten deze van overeenkomstige toepassing, met dien verstande:

    • a. dat op de plaats van bestemming het formulier 302 door AFCENT moet worden gecompleteerd met een inventarislijst;

    • b. dat in afwijking van artikel 6 de ambtenaren van het eerste kantoor het door hen ingehouden exemplaar zo spoedig mogelijk opzenden aan de over de plaats van bestemming bevoegde inspecteur;

    • c. dat in afwijking van artikel 7, tweede lid, de ambtenaren van de plaats van bestemming de door hen ingehouden exemplaren van het formulier 302 met de inventarislijst opzenden aan hun inspecteur.

  • 3 Indien verhuisgoed en persoonlijke bezittingen door AFCENT-personeel zelf worden binnengevoerd, zijn de normale douaneprocedures van toepassing.

Artikel 36. Uitvoer van verhuisgoed

Het uitgaan van verhuisgoed en persoonlijke bezittingen van AFCENT-personeel en gezinsleden daarvan geschiedt overeenkomstig de procedure die is vermeld in artikel 16 van deze regeling, met dien verstande, dat reeds op de plaats van afzending het formulier 302 alsmede een inventarislijst door AFCENT aan de plaatselijke ambtenaren zullen worden overhandigd. De ambtenaren houden één exemplaar in en zenden dit te zamen met de inventarislijst aan hun inspecteur.

Hoofdstuk VII. Motorrijtuigen

Artikel 37. Invoer van motorrijtuigen

  • 1 Ingevolge artikel XI, zesde lid, van het NAVO-Statusverdrag in verbinding met het Hoofdkwartierenprotocol kan AFCENT-personeel, met uitzondering van personeel met de Nederlandse nationaliteit, zijn in eigendom toebehorende motorrijtuigen (caravans en andere aanhangwagens daaronder begrepen), bestemd voor persoonlijk gebruik door henzelf of hun gezinsleden, gedurende de duur van het verblijf hier te lande als personeelslid van AFCENT met voorwaardelijke vrijstelling van belastingen invoeren. Met betrekking tot deze motorrijtuigen blijft voor twee motorrijtuigen per AFCENT-personeelslid eveneens de heffing van motorrijtuigenbelasting achterwege.

  • 2 Personen met de Belgische of de Luxemburgse nationaliteit hebben geen recht op vrijstelling van invoerrecht ingevolge een op 20 juni 1953 door de regeringen van de Benelux-landen vóór de bekrachtiging van het Hoofdkwartierenprotocol ondertekende gezamenlijke verklaring (Trb. 1953, 70).

Artikel 38. Afgifte Benelux 4

  • 1 Aan AFCENT-personeel dat zijn motorrijtuigen op de voet van artikel 37 met voorwaardelijke vrijstelling van belastingen wenst in te voeren, wordt door of namens de inspecteur der invoerrechten en accijnzen te Heerlen een certificaat voor tijdelijke invoer van motorrijtuigen BENELUX 4 afgegeven. Behoudens in bijzondere door genoemde inspecteur te bepalen gevallen kan het stellen van zekerheid daarbij achterwege blijven.

  • 2 In het certificaat wordt de aangever minimaal omschreven met de volgende gegevens:

    • a. naam en voornamen;

    • b. militair en/of burgeradres hier te lande.

  • 3 Deze gegevens worden gecontroleerd aan de hand van de in artikel 4 van deze regeling genoemde bescheiden.

  • 4 Als reden voor het niet stellen van zekerheid dient op het certificaat naar deze regeling te worden verwezen.

Artikel 39. Geldigheidsduur Benelux 4

Aan de overeenkomstig artikel 38 af te geven certificaten BENELUX 4 wordt een geldigheidsduur van één jaar toegekend. Deze termijn kan worden verlengd.

Artikel 40. Registratie van vervoermiddelen

  • 1 De motorrijtuigen die op de voet van artikel 37 met vrijstelling van belastingen zijn ingevoerd worden door AFCENT geregistreerd. Alle andere motorrijtuigen blijven onderworpen aan de normale Nederlandse procedure van registratie en afgifte van kentekenbewijzen.

  • 2 Registratienummers die door AFCENT worden uitgegeven bestaan uit de lettercombinatie AFC gevolgd door vijf cijfers.

  • 3 AFC registratienummers boven 80 000 worden gereserveerd voor motorrijtuigen ten aanzien waarvan naast de vrijstelling van belastingen bij invoer, aanspraak kan worden gemaakt op vrijstelling van motorrijtuigenbelasting op de voet van artikel 37. Voor motorrijtuigen ten aanzien waarvan niet tevens aanspraak bestaat op vrijstelling van motorrijtuigenbelasting worden AFC registratienummers uitgegeven onder 80 000.

  • 4 Motorrijtuigenbelasting verschuldigd voor motorrijtuigen die door AFCENT overeenkomstig het vorenstaande zijn of zullen worden geregistreerd, wordt door tussenkomst van AFCENT aangegeven en betaald bij het hoofd van het Centraal Bureau Motorrijtuigenbelasting te Apeldoorn onder wederzijds overeen te komen voorwaarden.

  • 5 Bijzonderheden betreffende de registratieprocedure worden zo nodig vastgesteld in overleg met het ministerie.

Artikel 41. Motorbrandstof voor persoonlijk gebruik

  • 1 Teneinde het AFCENT-personeel in staat te stellen tussen zijn woonplaats en de plaatsen waar AFCENT is gevestigd heen en weer te reizen, wordt aan AFCENT het volgende belastingvoorrecht verleend met betrekking tot motorbrandstof die wordt gebruikt voor de in particulier eigendom toebehorende motorrijtuigen.

  • 2 AFCENT ontvangt maandelijks teruggaaf van het bedrag aan omzetbelasting en, indien van toepassing, accijns, dat is begrepen in de prijs van de in die motorrijtuigen gebruikte brandstof berekend over een hoeveelheid van 150 liter per maand per AFCENT-personeelslid dat een motorrijtuig bezit, met uitzondering van personeelsleden die behoren tot de Amerikaanse en Canadese strijdkrachten of de civiele diensten daarvan.

  • 3 AFCENT houdt registers bij van de in het voorgaande lid genoemde personeelsleden. Deze registers worden op verzoek van de ambtenaren aan hen ter beschikking gesteld voor controle.

  • 4 De teruggave wordt verleend op daartoe gedaan verzoek door het ministerie of na machtiging daartoe door de inspecteur der invoerrechten en accijnzen te Heerlen. In het verzoek is het aantal tot dit voorrecht gerechtigde personeelsleden per de eerste van de desbetreffende maand vermeld alsmede de aantallen motorrijtuigen per categorie benzine, diesel of L.P.G..

Hoofdstuk VIII. Dienstvoertuigen

Artikel 42. Toelating

Voor de invoer van geregistreerde dienstvoertuigen die toebehoren aan AFCENT, wordt zonder dat daarvoor een vergunning is vereist voorwaardelijke vrijstelling van belasting verleend, mits bij de grensoverschrijding een bij het voertuig behorend militair kentekenbewijs of soortgelijk document, waarop de gegevens van het voertuig duidelijk zijn omschreven, wordt overgelegd. Met betrekking tot deze voertuigen blijft heffing van motorrijtuigenbelasting achterwege.

Hoofdstuk IX. Officiële en koerierzendingen

Artikel 43. Officiële documenten

Officiële documenten in officieel verzegelde omslagen, alsmede documenten in van officieel cachet voorziene pakketten zijn niet onderworpen aan een onderzoek door de ambtenaren.

Artikel 44. Koeriers

De koeriers die de in artikel 43 bedoelde zendingen overbrengen, dienen ongeacht hun status te zijn voorzien van een persoonlijk identiteitsbewijs of paspoort en van een individuele reiswijzer, als bedoeld in artikel 4 van deze regeling. De reiswijzer moet het aantal omslagen en pakketten vermelden en de verklaring bevatten, dat de inhoud slechts uit officiële documenten bestaat.

Artikel 45. Ernstig vermoeden van fraude

Indien er zeer ernstig vermoeden van fraude bestaat met betrekking tot de onder officieel cachet verzonden documenten, melden de ambtenaren dat onmiddellijk aan hun inspecteur. Deze dient alsdan terstond in overleg te treden met het ministerie van Buitenlandse Zaken, directie Kabinet en Protocol te 's-Gravenhage. De ambtenaren, noch de inspecteur, mogen op eigen gezag tot het verbreken van de verzegeling overgaan.

Hoofdstuk X. Overdracht van met voorwaardelijke vrijstelling van belastingen ingevoerde goederen

Artikel 46. Verbod van verkoop of overdracht

  • 1 De goederen bedoeld in de artikelen 14, 23, 24, 34 en 37 van deze regeling mogen niet worden verkocht of op andere wijze worden overgedragen, tenzij de inspecteur daartoe onder door hem te stellen voorwaarden toestemming heeft verleend. Indien overdracht plaatsvindt aan personen die niet tot de AFCENT-belastingvoorrechten zijn gerechtigd, wordt in ieder geval als voorwaarde gesteld dat een aangifte ten invoer tot verbruik wordt gedaan met betaling van de dan verschuldigde belastingen.

  • 2 Wanneer AFCENT kennis neemt van enige belastingovertreding, licht dat hoofdkwartier de inspecteur daaromtrent in.

Hoofdstuk XI. Slotbepalingen

Artikel 47. Douanecontrole op localiteiten binnen AFCENT-vestigingen.

Indien de ambtenaren hun recht van controle op de voet van deze regeling wensen uit te oefenen op localiteiten binnen AFCENT-vestigingen, vindt deze controle slechts plaats na voorafgaande kennisgeving aan de bevelvoerende officier van die vestiging of diens aangewezen vertegenwoordiger.

Artikel 48. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 1989 en zal in de Staatscourant worden bekend gemaakt.

  • 2 Vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling vinden de bepalingen van de Douane-Overeenkomst tussen Nederland en AFCENT van 1 juli 1968 geen toepassing meer.

  • 3 Deze regeling kan worden aangehaald als: ‘Douane-regeling hoofdkwartier AFCENT’.

's-Gravenhage, 21 april 1989

De

staatssecretaris

van Financiën,
Namens deze,
De

directeur-generaal voor Fiscale Zaken

,

A. Schoemaker

Bijlage I

Plaats van bestemming als bedoeld in artikel 9

De inspecteur in wiens ambtsgebied de plaats van bestemming is gelegen

Brunssum

Heerlen

Schinnen

Heerlen

Heerlen (Hoensbroek)

Heerlen

Landgraaf

Heerlen

Kerkrade (Eygelshoven)

Heerlen

Maastricht

Maastricht

Bijlage II. Gerantsoeneerde goederen

1. Tabaksprodukten per week

 

AFCENT-personeel

Gezinsleden ouder dan 17 jaar

Sigaretten of

300

80

Sigaren of

60

20

Cigarillos of

100

30

Rooktabak

250 gram

100 gram

2. Alcoholhoudende dranken per week

 

AFCENT-personeel

Echtgenoot of echtgenote

Alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 22 volume percenten

2 liter

2 liter

Overige alcoholhoudende dranken, wijnen en bier

redelijke hoeveelheden

redelijke hoeveelheden