Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling ter verbetering van de vakbekwaamheid van in de landbouw werkzame personen[Regeling vervallen per 24-01-2004.]

Geldend van 01-08-1989 t/m 23-01-2004

Regeling ter verbetering van de vakbekwaamheid van in de landbouw werkzame personen

De minister van Landbouw en Visserij,

Overwegende dat de personen, die in de landbouw werkzaam zijn en niet meer schoolplichtig zijn, in staat moeten worden gesteld nieuwe vakbekwaamheid binnen het landbouwberoep te verkrijgen of de vakbekwaamheid, die zij reeds bezitten, te verbeteren, zodat hun integratie in een modern landbouwbestel mogelijk wordt; dat het te dien einde gewenst is regelen te stellen ter bevordering van de verdere vakbekwaamheid van vorengenoemde personen;

Gelet op de Verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen nr. 797/85 van 12 maart 1985 betreffende de verbetering van de doeltreffendheid van de landbouwstructuur (Pb. EG L93) en de Verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen nr. 1760/87 van 15 juni 1987 tot wijziging van onder meer de Verordening nr. 797/85 met betrekking tot de landbouwstructuur, de aanpassing van de landbouw aan de nieuwe marktsituatie en het behoud van het agrarisch landschap (Pb EG L167/1);

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 24-01-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. ‘minister’:

de minister van Landbouw en Visserij;

b. ‘instellingen’:
  • 1º. publiekrechtelijke lichamen;

  • 2º. rechtspersoonlijkheid bezittende land- of tuinbouworganisaties of haar afdelingen;

  • 3º. rechtspersoonlijkheid bezittende organisaties, welke zich onder meer de bevordering van land- of tuinbouwonderwijs ten doel stellen;

c. ‘in de landbouw werkzame personen’:

een bedrijfshoofd, die als ondernemer een landbouwbedrijf uitoefent, de op zijn bedrijf meewerkende gezinsleden alsmede agrarische werknemers die niet meer schoolplichtig zijn;

d. ‘landbouw’:

akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw — daaronder begrepen champignonteelt, fruitteelt en het kweken van groente, bloemen, bomen en bloembollen — en elke andere tak van bodemcultuur;

e. ‘inspecteur’:

de inspecteur van het Landbouwonderwijs, in wiens ambtsgebied een in deze beschikking bedoelde cursus wordt gegeven.

Artikel 2 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 1 Uit 's Rijks kas worden bijdragen verleend ter zake van het geven onderscheidenlijk volgen van door de minister vastgestelde cursussen, die ten doel hebben in de landbouw werkzame personen die niet meer schoolplichtig zijn de gelegenheid te bieden hun vakbekwaamheid in de landbouw te verbeteren.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde bijdragen worden verleend aan:

    • a. instellingen, die in het eerste lid bedoelde cursussen verzorgen;

    • b. in de landbouw werkzame personen die niet meer schoolplichtig zijn, die de in het eerste lid bedoelde cursussen volgen.

Artikel 3 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 1 Voor zover de in artikel 2, eerste lid, bedoelde cursussen erop gericht zijn de in artikel 2, tweede lid, onderdeel b bedoelde personen in staat te stellen nieuwe vakbekwaamheid te verwerven dan wel de vakbekwaamheid, die zij reeds bezitten te verbeteren of aan te vullen, bieden deze cursussen de mogelijkheden voor:

    • a. het volgen van tweede kans-onderwijs in de vorm van de Algemene Landbouwcursus of de Algemene Tuinbouwcursus, aangevuld met de basiscursus Economie;

    • b. het behouden en verbeteren van de noodzakelijke beroepskwalificatie om in een van de agrarische produktiesectoren als ondernemer, bedrijfsleider of medewerker te kunnen functioneren dan wel te kunnen blijven functioneren en zich aan nieuwe ontwikkelingen te kunnen aanpassen door het volgen van vakgebiedscursusen op het niveau van het middelbaar agrarisch onderwijs en

    • c. het aanbrengen en vergroten van economische kennis en vaardigheiden om het uitoefenen van de ondernemers- of de bedrijfsleidersfunctie te verbeteren en dit aan nieuwe ontwikkelingen aan te passen door het volgen van bedrijfsvoeringscursusen op het niveau van het middelbaar agrarisch onderwijs.

  • 2 Een volledige cursuscyclus voor verbetering van de vakbekwaamheid bestaat uit een cursus of een samenhangend geheel van cursussen van minimaal tachtig uur waarvan, indien een cursuscyclus gericht is op handvaardigheid dan wel vakvaardigheid, minimaal tien uur gewijd zijn aan algemeen landbouwkundige en economische onderwerpen.

Artikel 4 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 1 De instellingen dienen door de minister ten aanzien van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde cursussen opgestelde voorwaarden te vervullen.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde voorwaarden hebben betrekking op:

    • a. de toelating;

    • b. de programma's en in het bijzonder de plaats, welke daarin wordt ingeruimd voor de technische en economische dan wel de technische of economische vorming;

    • c. de duur op grond van hun aard en met inachtneming van hun doelstelling;

    • d. de wijze van beheer zowel uit oogpunt van de kwaliteit van de opleiding als uit kwantitatief en financieel oogpunt.

Artikel 5 [Vervallen per 24-01-2004]

De bijdrage aan de in artikel 2, tweede lid onder a, bedoelde instellingen bestaat uit:

  • a. een vergoeding volgens door de minister vast te stellen normen van de kosten van de cursussen ter zake van:

    • 1º. de organisatie en de administratie;

    • 2º. de reiskosten van de leerkrachten;

    • 3º. de leermiddelen, voor zover deze verbruiksmaterialen zijn en niet het eigendom van de cursisten worden;

    • 4º. de huur van cursuslokalen, indien het niet mogelijk is, dat overeenkomstig het bepaalde onder c lesruimten in land- of tuinbouwscholen beschikbaar worden gesteld;

  • b. een door de minister vastgestelde honorering van de leerkrachten;

Daarnaast kan de minister beschikbaar stellen:

  • -

    lesruimten in land- of tuinbouwscholen voor de huisvesting van de cursussen;

  • -

    duurzame leermiddelen, voor zover deze in de onder het eerste gedachtenstreeepje bedoelde scholen aanwezig zijn en in bezit van deze scholen blijven.

Artikel 6 [Vervallen per 24-01-2004]

Toezicht op de cursussen wordt uitgeoefend door of namens de inspecteur.

Artikel 7 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 1 De instellingen delen de inspecteur tijdig mede, dat zij voornemens zijn een in artikel 2 bedoelde cursus te organiseren.

  • 2 De instellingen dienen uiterlijk twee weken voor de aanvang van de cursus de haar door of namens de inspecteur verstrekte formulieren voor het aanvragen van een bijdrage in.

Artikel 8 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 1 Uiterlijk twee maanden na afloop van de cursus dienen de instellingen de door of namens de inspecteur verlangde bescheiden met betrekking tot de afrekening aan de inspecteur toe te zenden.

  • 2 Nadat de in het eerste lid bedoelde bescheiden door de inspecteur zijn goedgekeurd en ten genoegen van de inspecteur is gebleken dat aan het bepaalde in deze beschikking is voldaan, wordt de bijdrage voor de cursus vastgesteld en aan de instelling uitgekeerd, met uitzondering van de in artikel 5, onder b, bedoelde honorering van de leerkrachten, die rechtstreeks aan de leerkrachten wordt uitbetaald.

Artikel 9 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 2 De bijdrage wordt slechts verstrekt, indien een volledige cursus is gevolgd.

Artikel 10 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 1 De aanvraag voor de in artikel 9 bedoelde bijdrage wordt middels de instelling, die de cursus verzorgt en tevens zorgdraagt voor de administratieve afhandeling van de cursus, ingediend bij de inspecteur.

  • 2 Na afloop van de cursus wordt de bijdrage rechtstreeks aan de aanvrager uitgekeerd.

Artikel 11 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 1 De Regeling bijscholing van in de landbouw werkzame personen van 11 maart 1977, nr. J. 451 (Stcrt. 1977, nr. 53), komt te vervallen.

  • 2 Deze beschikking kan worden aangehaald als: Regeling ter verbetering van de vakbekwaamheid van in de landbouw werkzame personen.

  • 3 Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 augustus 1989. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

's-Gravenhage, 28 november 1988

De

minister

van Landbouw en Visserij,
Voor deze,
De

secretaris-generaal

,

T. H. J. Joustra