Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit aanwijzing ministers Wet energiebesparing toestellen[Regeling vervallen per 05-03-2011.]

Geldend van 05-11-1988 t/m 04-03-2011

Besluit van 22 september 1988, houdende aanwijzing van ministers, in overeenstemming met wie gehandeld moet worden ter zake van besluiten op grond van de Wet energiebesparing toestellen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 15 juli 1988, nr. 688/1246 WJA/W, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw en Visserij en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;

Gelet op de artikelen 11, eerste lid, en 18, eerste lid, van de Wet energiebesparing toestellen (Stb. 1986, 59);

De Raad van State gehoord (advies van 12 augustus 1988, nr. W10.88.0394);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 14 september 1988, nr. 688/1703 WJA/W uitgebracht in overeenstemming met Onze andere voornoemde Ministers;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 [Vervallen per 05-03-2011]

De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 2, 4, 5, 19, 20 of 21 van de Wet energiebesparing toestellen (Stb. 1986, 59) met betrekking tot het installeren van toestellen of installaties in gebouwen wordt Ons gedaan door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Artikel 2 [Vervallen per 05-03-2011]

De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 2, 4, 5, 6, 17, 19, 20 of 21 van de Wet energiebesparing toestellen met betrekking tot vervoermiddelen en onderdelen daarvan wordt Ons gedaan door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 3 [Vervallen per 05-03-2011]

Onze Minister wijst ambtenaren als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Wet energiebesparing toestellen aan:

  • a. voor zover het betreft het toezicht op de naleving van het bij of krachtens genoemde wet bepaalde met betrekking tot het installeren van toestellen of installaties in gebouwen, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

  • b. voor zover het betreft het toezicht op de naleving van het bij of krachtens genoemde wet bepaalde met betrekking tot vervoermiddelen en onderdelen daarvan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

  • c. voor zover het betreft ambtenaren die onder een andere dan Onze Minister ressorteren, in overeenstemming met die andere minister.

Artikel 4 [Vervallen per 05-03-2011]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage, 22 september 1988

Beatrix

De Minister van Economische Zaken,

R. W. de Korte

Uitgegeven de derde november 1988

De Minister van Justitie,

F. Korthals Altes