Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Privacyregeling BVD

Geldend van 05-07-1988 t/m heden

Privacyregeling BVD

De minister van Binnenlandse Zaken handelende in overeenstemming met de minister van Justitie;

Overwegende dat het noodzakelijk is in verband met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van geregistreerden regels vast te stellen omtrent het beheer van de verzamelingen van persoonsgegevens gehouden door of ten behoeve van de Binnenlandse Veiligheidsdienst;

Gelet op artikel 16, derde, vierde en vijfde lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Stb. 1987, 635);

Besluit vast te stellen de navolgende regeling:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de wet:

de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;

b. de BVD:

de Binnenlandse Veiligheidsdienst;

c. de PID:

de ten behoeve van de BVD werkzame ambtenaren van Rijks- en gemeentepolitie bedoeld in artikel 18 van de wet;

d. persoonsgegeven:

een gegeven dat herleidbaar is tot een individuele natuurlijke persoon;

e. registratie:

een verzameling van op verschillende personen betrekking hebbende persoonsgegevens, die al dan niet langs geautomatiseerde weg wordt gevoerd;

f. houder:

het hoofd van de Binnenlandse Veiligheidsdienst.

Artikel 2

  • 1 De registraties zijn te onderscheiden in:

    • a. registraties gehouden bij de BVD (BVD-registraties);

    • b. registraties ten behoeve van de BVD gehouden bij de PID (PID-registraties);

    • c. registraties ten behoeve van de BVD gehouden bij grensbewakingsambtenaren bedoeld in artikel 18 van de wet (grensbewakingsregistraties);

  • 2 De PID- en grensbewakingsregistraties zijn strikt gescheiden van de andere bij de politie en de diensten belast met de grensbewaking aanwezige gegevensbestanden. De houder kan hieromtrent aanwijzingen geven.

Artikel 3

  • 1 De houder draagt, in ondergeschiktheid aan de minister van Binnenlandse Zaken, zorg voor de juiste werking van de registraties overeenkomstig deze regeling.

  • 2 Hij wijst voor elke BVD-registratie een (hoofd-)afdelingshoofd aan als beheerder, die belast is met de leiding van de werkzaamheden verbonden aan de uitvoering van deze regeling met betrekking tot die registratie.

Artikel 4

Een registratie wordt slechts aangelegd indien dit noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de aan de BVD opgedragen taken en voor een bepaald doel.

Artikel 5

Een registratie kan slechts gegevens bevatten over personen:

  • a. die aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor de democratische rechtsorde, dan wel voor de veiligheid of voor andere gewichtige belangen van de Staat;

  • b. naar wie een veiligheidsonderzoek is ingesteld;

  • c. over wie door een andere inlichtingen- of veiligheidsdienst informaties zijn ingewonnen;

  • d. wier gegevens in bepaald geval of soorten van gevallen noodzakelijk zijn ter ondersteuning van een goede taakuitvoering door de BVD;

  • e. die in dienst zijn of zijn geweest bij de BVD.

Artikel 6

  • 1 Een registratie bevat uitsluitend persoonsgegevens die rechtmatig zijn verkregen en noodzakelijk zijn voor het doel waarvoor de registratie is aangelegd.

  • 2 Opneming in een registratie van personen wegens hun godsdienst of levensovertuiging, ras, seksualiteit, intiem levensgedrag, of op grond van medische of psychologische kenmerken vindt niet plaats.

Artikel 7

  • 1 De houder treft de nodige voorzieningen te bevordering van de juistheid en de volledigheid van de opgenomen persoonsgegevens.

  • 2 Een in een registratie opgenomen persoonsgegevens bevat een aanduiding omtrent de mate van betrouwbaarheid dan wel een verwijzing naar de documenten of de bron waaraan zulks is te ontlenen.

Artikel 8

  • 1 De houder draagt met betrekking tot elke registratie zorg voor het bij geschrift vastleggen van:

    • a. een duidelijke omschrijving van het doel van de registratie;

    • b. de categorieën van personen over wie gegevens kunnen worden opgenomen;

    • c. de soorten van gegevens die over deze personen kunnen worden opgenomen;

    • d. de termijn gedurende welke gegevens kunnen blijven vastgelegd;

    • e. de regeling van het recht op kennisneming en verbetering voor wat betreft de personeels- en salarisregistraties ten dienste van het interne beheer van de BVD.

  • 2 Een registratie wordt eerst in gebruik genomen nadat een exemplaar van het geschrift bedoeld in het eerste lid aan de houder is bekendgemaakt.

  • 3 Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing indien dringende redenen van staatsveiligheid onmiddellijke ingebruikneming vereisen. In dat geval wordt het geschrift zo spoedig mogelijk na het aanleggen van de registratie aan de houder ter kennis gebracht.

  • 4 De houder houdt een overzicht bij van de bij en ten behoeve van zijn dienst in gebruik zijnde registraties.

Artikel 9

  • 1 De houder draagt zorg voor de geheimhouding van de in de registraties opgenomen persoonsgegevens alsmede van de in artikel 8 bedoelde geschriften.

  • 2 Hij draagt zorg voor de nodige voorzieningen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van de registratie tegen verlies of aantasting van de gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking daarvan.

  • 3 Het invoeren, wijzigen, verwijderen en vernietigen van persoonsgegevens vindt uitsluitend plaats door personen die daartoe door de beheerder zijn aangewezen.

Artikel 10

  • 1 Een geregistreerde heeft geen recht op kennisneming van zijn persoonsgegevens. Evenmin heeft hij er recht op te weten of over hem al dan niet persoonsgegevens in de registratie zijn opgenomen.

  • 2 Deze bepaling is niet van toepassing op personeels- en salarisregistraties ten dienste van het interne beheer van de BVD.

Artikel 11

  • 1 Binnen de organisatie van de houder worden uit een registratie slechts persoonsgegevens verstrekt aan personen die ingevolge hun taak die gegevens mogen ontvangen. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op de organisaties van de PID en de grensbewakingsambtenaren bedoeld in artikel 18 van de wet.

  • 2 Met betrekking tot verstrekking van persoonsgegevens aan derden gedraagt de houder zich naar de aanwijzingen van de minister van Binnenlandse Zaken.

  • 3 Verstrekking van persoonsgegevens aan anderen dan overheidsorganen geschiedt niet dan na machtiging van de minister van Binnenlandse Zaken in de in die machtiging omschreven gevallen of soorten van gevallen.

  • 4 Bij het verstrekken van persoonsgegevens aan derden worden de volgende bepalingen in acht genomen:

    • a. de verstrekking geschiedt alleen door daartoe bevoegde ambtenaren;

    • b. er worden maatregelen getroffen dat de bronnen waaruit de gegevens afkomstig zijn geheim blijven;

    • c. persoonsgegevens waarvan de juistheid niet redelijkerwijs vaststaat of waarvan sedert de datum van de laatste mutatie meer dan 10 jaren zijn verstreken en die in deze periode niet zijn gevolgd door nieuwe gegevens, worden niet verstrekt;

    • d. het bepaalde onder c, is niet van toepassing op verstrekkingen aan personen werkzaam bij andere inlichtingen- en veiligheidsdiensten dan wel aan opsporingsambtenaren bedoeld in het Wetboek van Strafvordering voorzover zij gegevens behoeven voor de uitoefening van hun taak en zulks geschiedt onder vermelding van de mate van betrouwbaarheid van de betreffende gegevens dan wel de ouderdom ervan, alsmede op verstrekkingen in andere bijzondere gevallen na toestemming van de houder en onder vermelding van de mate van betrouwbaarheid van de betreffende gegevens dan wel de ouderdom ervan.

Artikel 12

  • 1 De persoonsgegevens die gelet op de doelstelling van een registratie hun betekenis hebben verloren, worden verwijderd.

  • 2 De persoonsgegevens waarvan blijkt dat zij onjuist of ten onrechte zijn opgenomen, worden verbeterd of verwijderd. De houder doet hiervan mededeling aan hen wie hij de betrokken gegevens heeft verstrekt.

  • 3 De persoonsgegevens in de PID- en grensbewakingsregistraties worden verwijderd indien sedert de datum van de laatste mutatie zes jaren zijn verstreken

  • 4 De verwijderde persoonsgegevens worden vernietigd, tenzij wettelijke regels omtrent bewaring daaraan in de weg staan.

  • 5 Ten minste éénmaal per jaar worden de registraties in beschouwing genomen met het oog op toepassing van het gestelde in dit artikel.

Artikel 13

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant.

  • 2 Voor de bestaande registraties wordt uiterlijk twee jaren na deze datum voldaan aan artikel 8.

Artikel 14

De regeling kan worden aangehaald als Privacyregeling BVD.

's-Gravenhage, 21 juni 1988

De

minister

van Binnenlandse Zaken,

C. P. van Dijk