Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Bijdrageregeling proefprojecten mestverwerking[Regeling vervallen per 05-06-2004.]

Geldend van 21-10-1994 t/m 04-06-2004

Bijdrageregeling proefprojecten mestverwerking

De minister van Landbouw en Visserij,

Handelende in overeenstemming met de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Overwegende dat het wenselijk is om initiatieven op het terrein van de be- en verwerking van mest te stimuleren;

Gehoord het Landbouwschap;

Besluit:

§ 1. Algemeen [Vervallen per 05-06-2004]

Artikel 1 [Vervallen per 05-06-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de minister:

de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

b. mest:

dierlijke meststoffen als bedoeld in de Meststoffenwet (Stb. 1986, 598);

c. directeur:

directeur Veehouderij en Zuivel van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Artikel 2 [Vervallen per 05-06-2004]

  • 1 De minister kan op verzoek een bijdrage verlenen in de investeringskosten van verwerkingsinstallaties voor pluimveemest, beproevingsinstallaties, proeffabrieken en voorzuiveringsinstallaties die naar zijn oordeel van belang zijn voor de ontwikkeling van de mestverwerking in Nederland, in het bijzonder de industriële verwerking. Tevens kan de minister op verzoek een bijdrage verlenen in de investeringskosten voor grootschalige opslagen daarbij behorende overslagfaciliteiten van pluimveemest.

  • 2 Onder investeringskosten in het eerste lid worden verstaan:

    • a. ontwerpkosten voor zover door derden gemaakt;

    • b. aankoopkosten van apparaten, machines, meet- en regelapparatuur;

    • c. kosten voor de noodzakelijke bouwkundige voorzieningen daaronder niet begrepen de bouw, aankoop of uitbreiding van bedrijfshallen noch de aankoopkosten van grond;

    • d. alsmede voor opslag- en de daarbij behorende overslagfaciliteiten van pluiveemest de bouwkosten van de opslagfaciliteiten.

  • 3 Bij de bepaling van de hoogte van de in het eerste lid bedoelde investeringskosten wordt geen rekening gehouden met de ingevolge de Wet op de omzetbelasting 1968 (Stb. 1968, 329) over deze kosten verschuldigde omzetbelasting.

Artikel 3 [Vervallen per 05-06-2004]

Alvorens op de aanvragen te beslissen kunnen organisaties en instellingen in de gelegenheid worden gesteld omtrent bepaalde aspecten van de aanvragen van advies te dienen.

Artikel 4 [Vervallen per 05-06-2004]

  • 1 Geen recht op een bijdrage ontstaat indien:

    • a. ten behoeve van dezelfde beproevingsinstallatie, proeffabrieken, voorzuiveringsinstallatie, verwerkingsinstallatie voor pluimveemest of opslag- en de daarbij behorende overslagfaciliteiten voor pluimveemest reeds een bijdrage is verleend op grond van deze regeling.

    • b. een aanvang is gemaakt met de uitvoering voordat de directeur een schriftelijke bevestiging van de ontvangst van de aanvraag heeft verzonden.

  • 2 Op een bijdrage worden in mindering gebracht bijdragen, die uit anderen hoofde dan deze regeling uit de openbare middelen zijn of worden verleend, indien deze betrekking hebben op kosten waarvoor op grond van deze regeling een bijdrage kan worden verleend.

Artikel 4a [Vervallen per 05-06-2004]

  • 1 Een bijdrage uit hoofde van deze regeling wordt slechts verleend voor zover de wetgever de benodigde gelden beschikbaar stelt.

  • 2 Indien de in de artikelen 6, tweede lid, 14 en 14c alsmede de in het eerste lid bedoelde gelden niet toereikend zijn voor honorering van de ingediende aanvragen, worden de aanvragen, onverminderd het overigens in deze regeling bepaalde, beoordeeld aan de hand van de bedrijfseconomische rentabiliteit van de investeringen waarvoor een bijdrage wordt aangevraagd.

  • 3 Indien, in het in het tweede lid omschreven geval, ook na de in dat lid weergegeven beoordeling de beschikbaar gestelde gelden niet toereikend zijn, worden de aanvragen beoordeeld aan de hand van de volgende criteria gezamenlijk:

    • a. de mate waarin wordt bijgedragen aan een geografische spreiding van mestverwerkingscapaciteit en

    • b. de mate waarin de te subsidiëren investeringen leiden tot een verscheidenheid van procédé's en technieken van mestverwerking.

  • 4 Indien, in het in het tweede lid omschreven geval, ook na de in het tweede en derde lid weergegeven beoordelingen de beschikbaar gestelde gelden niet toereikend zijn, genieten eerder ingediende aanvragen voorrang boven later ingediende aanvragen.

Artikel 5 [Vervallen per 05-06-2004]

Een bijdrage kan worden verleend aan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon niet zijnde een publiekrechtelijk lichaam.

§ 2. Beproevingsinstallaties [Vervallen per 05-06-2004]

Artikel 6 [Vervallen per 05-06-2004]

  • 1 Voor beproevingsinstallaties kan een bijdrage slechts worden verleend indien:

    • a. deze strekt tot het noodzakelijk uittesten, anders dan op laboratoriumschaal, van een nieuwe methode van mestbe- of verwerking;

    • b. de be- of verwerkingscapaciteit niet boven 50 000m³ mest per jaar is.

  • 2 Het totale bedrag dat uit hoofde van deze bepaling aan bijdragen kan worden verleend is ten hoogste f 5 miljoen.

Artikel 7 [Vervallen per 05-06-2004]

Een bijdrage voor beproevingsinstallaties kan worden verleend indien de voorgenomen beproeving naar het oordeel van de minister in het bijzonder gewenst is:

  • a. vanwege bevordering van nieuwe technologische ontwikkelingen;

  • b. vanwege vergroting van de verscheidenheid aan mogelijkheden van mestbe- of verwerking;

  • c. gezien het perspectief op vermindering van het mestoverschot;

  • d. gezien zijn milieutechnische procesbeheersing;

  • e. gezien zijn perspectief uit technisch oogpunt.

Artikel 8 [Vervallen per 05-06-2004]

De bijdrage is 35% van de totale investeringskosten van de beproevingsinstallatie; met dien verstande dat de maximale bijdrage f 0,5 miljoen is.

§ 3. Proeffabrieken [Vervallen per 05-06-2004]

Artikel 9 [Vervallen per 05-06-2004]

  • 1 Voor proeffabrieken kan de bijdrage slechts worden verleend indien deze:

    • a. een compleet proces van verwerking van dierlijke mest omvatten;

    • b. een verwerkingscapaciteit hebben van minimaal 2000 ton per jaar.

  • 2 In afwijking van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, kan een bijdrage voor proeffabrieken met een verwerkingscapaciteit van meer dan 100.000 ton per jaar mede betrekking hebben op voorbereidingskosten, ongeacht of deze door derden of door de aanvrager zelf zijn gemaakt, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

    • a. de werkzaamheden, waarvoor de bijdrage wordt verzocht, zullen als resultaat een compleet, binnen afzienbare termijn te realiseren plan moeten opleveren voor de opzet van een dergelijke proeffabriek;

    • b. het ingediende plan dient een tijdschema alsmede een begroting te bevatten;

    • c. de in het plan en de begroting aangegeven financiering van de voorbereidingsfase dient naar het oordeel van de minister voldoende gewaarborgd te zijn.

  • 3 In afwijking van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, kan een bijdrage voor proeffabrieken met een verwerkingscapaciteit van meer dan 100.000 ton per jaar mede betrekking hebben op de kosten van de bouw, aankoop of uitbreiding van bedrijfshallen, daaronder niet begrepen de aankoopkosten van grond.

  • 4 Het bepaalde in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op bijdragen voor proeffabrieken met een verwerkingscapaciteit van meer dan 100.000 ton per jaar.

Artikel 10 [Vervallen per 05-06-2004]

  • 1 Een bijdrage voor proeffabrieken kan worden verleend indien de bouw naar het oordeel van de minister in het bijzonder gewenst is, gelet op:

    • a. waarborgen voor technische realiseerbaarheid;

    • b. perspectief op daadwerkelijke vermindering van het mestoverschot;

    • c. perspectief uit economisch oogpunt

    • d. milieutechnische procesbeheersing;

    • e. een verantwoorde locatie uit oogpunt van aan- en afvoer;

    • f. vergroting van de verscheidenheid aan mogelijkheden tot verwerking van mest;

    • g. geografische spreiding van mestverwerkingsmogelijkheden.

  • 2 Ter zake van het verlenen van een bijdrage voor projecten als bedoeld in de artikelen 6, 9, 12, 14a en 14b, wordt aan de minister advies uitgebracht door een door hem in te stellen Commissie van deskundigen.

Artikel 11 [Vervallen per 05-06-2004]

De bijdrage uit hoofde van deze paragraaf bedraagt 35% van de bij de aanvraag aangegeven en door de minister goed te keuren subsidiabele kosten, met dien verstande dat de maximale bijdrage voor een proeffabriek met een verwerkingscapaciteit van meer dan 100.000 ton per jaar f 35 miljoen en voor een proeffabriek met een verwerkingscapaciteit van 100.000 ton per jaar of minder f 5 miljoen bedraagt. In elk geval bedraagt de bijdrage niet meer dan 35% van de werkelijke investeringskosten.

§ 4. Voorzuiveringsinstallaties [Vervallen per 05-06-2004]

Artikel 12 [Vervallen per 05-06-2004]

  • 1 Een bijdrage kan worden verleend voor voorzuiveringsinstallaties indien:

    • a. de afzet van de produkten en de bijprodukten is gewaarborgd;

    • b. uitzicht bestaat op een blijvende rentabiliteit;

    • c. de locatie uit oogpunt van aan- en afvoer verantwoord is;

    • d. de installatie uit technisch oogpunt verantwoord is;

    • e. er milieuhygiënische beheersing van de reststoffen is.

  • 2 Onder voorzuiveringsinstallatie wordt verstaan een installatie die dunne mest van vleeskalveren en fokzeugen verwerkt.

Artikel 13 [Vervallen per 05-06-2004]

De bijdrage bedraagt 30% van de investeringskosten met dien verstande dat de maximale bijdrage in guldens 3 miljoen is.

Artikel 14 [Vervallen per 05-06-2004]

Geen recht op een bijdrage voor voorzuiveringsinstallaties kan ontleend worden aan deze regeling indien de aanvrage is ingediend na mededeling in de Staatscourant dat de aanvragen op een bepaalde datum het maximale bedrag van f 10 miljoen hebben bereikt.

§ 4a. opslagfaciliteiten en verwerkingsinstallaties voor pluimveemest [Vervallen per 05-06-2004]

Artikel 14a [Vervallen per 05-06-2004]

Een bijdrage kan worden verleend voor opslagfaciliteiten aan degene wiens hoofdactiviteit in de verwerking of opslag en de daarbij behorende overslag van mest ligt, indien:

  • a. deze is bestemd voor de opslag van pluimveemest met een droge stofgehalte van ten ministe 40%;

  • b. de opslagcapaciteit ten minste 3.000 m³ bedraagt;

  • c. de opslag voorzien is van een gesloten overkapping;

  • d. er een milieuhygiënische beheersing van de bij de opslag vrijkomende stoffen is;

  • e. de opslag voorzien is van een milieuhygiënisch beheersbare overslagvoorziening;

  • f. de lokatie uit oogpunt van aan- en afvoer verantwoord is;

  • g. uitzicht bestaat op een blijvende rentabiliteit.

Artikel 14b [Vervallen per 05-06-2004]

Een bijdrage kan worden verleend voor verwerkingsinstallaties indien:

  • a. de installatie bestemd is voor het verwerken van pluimveemest met een droge stofgehalte van ten minste 40%;

  • b. de installatie een verwerkingscapaciteit heeft van ten minste 10.000 ton pluimveemest per jaar;

  • c. de lokatie uit oogpunt van aan- en afvoer verantwoord is;

  • d. er een adequate milieutechnische procesbeheersing is;

  • e. er milieuhygiënische beheersing van reststoffen is;

  • f. uitzicht bestaat op een blijvende rentabiliteit.

Artikel 14c [Vervallen per 05-06-2004]

Het totale bedrag dat uit hoofde van de artikelen 14a en 14b aan bijdragen kan worden verleend, is ten hoogste f 15 miljoen.

Artikel 14d [Vervallen per 05-06-2004]

De bijdrage voor de in de artikelen 14a en 14b bedoelde opslag- en de daarbij behorende overslagfaciliteiten of mestverwerkingsinstallaties is 30% van de respectievelijke investeringskosten met dien verstande dat de respectievelijke maximale bijdragen f 3 miljoen bedragen.

§ 5. Slotbepalingen [Vervallen per 05-06-2004]

Artikel 15 [Vervallen per 05-06-2004]

  • 1 De aanvraag voor een bijdrage wordt ingediend bij de directeur op een daartoe voorgeschreven formulier dat volledig en naar waarheid dient te worden ingevuld.

  • 2 De aanvraag dient vergezeld te gaan van een opgave van de te treffen maatregelen en te verrichten werkzaamheden, die tenminste omvat:

    • 1º. de investeringskosten;

    • 2º. de soort, samenstelling en jaarlijkse hoeveelheid van de te verwerken mest;

    • 3º. een volledige beschrijving van het proces;

    • 4º. een projectplan voor de beproevingsinstallaties;

    • 5º. een ondernemingsplan voor de voorzuiveringsinstallaties, proeffabrieken en verwerkingsinstallaties of opslag- en de daarbij behorende overslagfaciliteiten voor pluimveemest.

    • 6º. een financieringsplan;

    • 7º. een beschrijving van de eindprodukten en de perspectieven met betrekking tot de afzet hiervan tenzij sprake is van een aanvraag voor een bijdrage voor opslag- en de daarbij behorende overslagfaciliteiten.

    • 8º. een tijdschema voor de uitvoering;

    • 9º. een beschrijving van de te treffen milieuhygiënische voorzieningen;

    • 10º. de capaciteit van de opslag- en de daarbij behorende overslagfaciliteiten voor pluimveemest of de verwerkingscapaciteit van de mestverwerkingsinstallatie voor pluimveemest;

    • 11º. gegevens waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat de investeringen waarvoor een bijdrage is aangevraagd worden gerealiseerd vóór 1 januari 1998.

  • 3 Door of namens de minister kunnen nadere gegevens worden gevraagd.

  • 4 Aanvragen kunnen tot en met 31 december 1994 worden ingediend.

Artikel 16 [Vervallen per 05-06-2004]

Het recht op een bijdrage ontstaat pas indien de Commissie van de Europese Gemeenschappen hiertegen geen bezwaar maakt.

Artikel 17 [Vervallen per 10-03-1994]

Artikel 18 [Vervallen per 05-06-2004]

  • 1 De bijdrage zal worden uitgekeerd in drie termijnen:

    • -

      50% van de bijdrage zal worden uitgekeerd indien 40% van de geraamde investeringskosten is uitgegeven, zoals dat blijkt uit de bij de directeur ingediende declaraties;

    • -

      tot 80% van de bijdrage zal worden uitgekeerd indien 80% van de geraamde investeringskosten is uitgegeven zoals dat blijkt uit de bij de directeur ingediende declaraties;

    • -

      het resterende deel van de bijdrage zal worden uitgekeerd indien de totale investeringskosten zijn uitgegeven, zoals dat blijkt uit de bij de directeur ingediende declaraties.

  • 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan een bijdrage voor proeffabrieken met een verwerkingscapaciteit van meer dan 100.000 ton per jaar op aanvraag worden uitgekeerd in ten hoogste zeven termijnen, met dien verstande dat

    • -

      bij de voorlaatste termijn tot 80% van de bijdrage zal worden uitgekeerd, indien 80% van de geraamde investeringskosten is uitgegeven, zoals dat blijkt uit de bij de directeur ingediende declaraties;

    • -

      het resterende deel van de bijdrage zal worden uitgekeerd bij de definitieve vaststelling van de hoogte van de bijdrage.

  • 3 De declaraties, bedoeld in het eerste en tweede lid, dienen te zijn voorzien van een verklaring van getrouwheid als bedoeld in artikel 70a van de Wet op de registeraccountants (Stb. 1962, 258) omtrent de aan deze declaraties ten grondslag liggende rekeningen.

Artikel 19 [Vervallen per 05-06-2004]

Met het oog op een verantwoorde aanwending van de bijdrage en in het belang van een goed toezicht op de besteding van de bijdrage kunnen door de minister aan de toekenning nadere voorschriften worden verbonden.

Artikel 20 [Vervallen per 05-06-2004]

  • 1 Het recht op een bijdrage vervalt indien niet binnen een jaar, te rekenen vanaf het tijdstip waarop over de aanvraag is beslist met de uitvoering van de werkzaamheden, waarvoor een bijdrage is toegezegd is begonnen.

  • 2 In geval van niet nakoming door de aanvrager van de uit deze regeling voortvloeiende verplichtingen, vervalt het recht op de bijdrage. Reeds uitgekeerde bedragen worden, vermeerderd met de wettelijke rente over de periode van niet-nakoming tot aan het tijdstip van terugvordering aan het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij terugbetaald.

Artikel 21 [Vervallen per 05-06-2004]

  • 1 Deze regeling wordt bekend gemaakt in de Staatscourant en treedt in werking met ingang van de dag volgend op die van haar bekendmaking.

  • 2 Zij kan worden aangehaald als:

    Bijdrageregeling proefprojecten mestverwerking.

's-Gravenhage, 29 april 1988

De

minister

van Landbouw en Visserij,

G. J. M. Braks