Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit Opheffing Bedrijfschap voor het Maatkledingbedrijf[Regeling vervallen per 09-03-2007.]

Geldend van 21-04-1988 t/m 08-03-2007

Besluit van 9 maart 1988, houdende opheffing van het bedrijfschap voor het Maatkledingbedrijf

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 6 november 1987, Directoraat-Generaal voor Algemene Beleidsaangelegenheden, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. ABA/AV/M&O/R87/6695, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, A. J. Evenhuis;

Overwegende dat het wenselijk is, overeenkomstig het door de Sociaal-Economische Raad op 26 juni 1987 uit eigen beweging daartoe uitgebrachte advies, over te gaan tot opheffing van het bedrijfschap voor het Maatkledingbedrijf;

Gelet op artikel 70 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K. 22);

De Raad van State gehoord (advies van 12 januari 1988, nr. W12.87.0623);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, A. J. Evenhuis, van 24 februari 1988, Directoraat-Generaal voor Algemene Beleidsaangelegenheden, Directie Arbeidsverhoudingen, Nr. ABA/AV/M&O;/R88/216;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 [Vervallen per 09-03-2007]

Het bedrijfschap voor het Maatkledingbedrijf, ingesteld bij het Koninklijk besluit van 20 maart 1958 (Stb. 157), is opgeheven. De door het bedrijfschap vastgestelde verordeningen, voor zover nog van kracht bij de inwerkingtreding van dit besluit, vervallen.

Artikel 2 [Vervallen per 09-03-2007]

  • 1 Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit berust het beheer van het vermogen van het bedrijfschap bij de Sociaal-Economische Raad.

  • 2 Rechtsvorderingen, welke tot het vermogen van het bedrijfschap behorende rechten of verplichtingen tot onderwerp hebben, worden ingesteld door of tegen de Sociaal-Economische Raad.

Artikel 3 [Vervallen per 09-03-2007]

  • 1 De Sociaal-Economische Raad is belast met de vereffening van het vermogen van het bedrijfschap. Hij kan daartoe de tot het vermogen van het bedrijfschap behorende roerende en onroerende zaken vervreemden.

  • 2 De Raad maakt met het oog op de vereffening een boedelbeschrijving op. Hij stelt tevens de rekening van inkomsten en uitgaven van het bedrijfschap vast over het tijdvak, aanvangende op de eerste januari van het jaar, volgende op het kalenderjaar waarover laatstelijk een rekening van inkomsten en uitgaven door het bestuur van het bedrijfschap werd vastgesteld, en eindigende op de dag van inwerkingtreding van dit besluit.

  • 3 De vaststelling van de rekening van inkomsten en uitgaven door de Raad strekt tot d├ęcharge van het dagelijks bestuur van het bedrijfschap, behoudens in geval van later gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.

Artikel 4 [Vervallen per 09-03-2007]

  • 1 De Sociaal-Economische Raad maakt het tijdstip van de aanvang der vereffening bekend in de Staatscourant en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie, alsmede in de daartoe naar zijn oordeel in aanmerking komende nieuwsbladen, onder vermelding van de afkondiging van dit besluit.

  • 2 In de bekendmaking worden degenen die een vordering op het bedrijfschap hebben, opgeroepen die vorderingen binnen een daarbij aangegeven termijn bij de Raad in te dienen. Deze termijn wordt niet korter gesteld dan zes maanden, te rekenen vanaf de dag van de bekendmaking.

Artikel 5 [Vervallen per 09-03-2007]

  • 1 De opheffing van het bedrijfschap tast de rechtskracht van de door dat lichaam wettig opgelegde heffingsaanslagen niet aan.

  • 2 Bij de inning van nog niet betaalde heffingsaanslagen van het bedrijfschap oefent de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad zo nodig de in artikel 127 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie aan de voorzitter van het bedrijfschap toegekende bevoegdheden uit.

  • 3 De Raad kan, voor zover dit voor de voldoening van de schulden van het bedrijfschap noodzakelijk is, bij verordening aan de ondernemers in het betrokken deel van het bedrijfsleven die over het jaar 1987 heffing verschuldigd waren, een heffing opleggen volgens dezelfde maatstaven als in voormeld jaar werd toegepast. De verordening behoeft goedkeuring bij Koninklijk besluit.

Artikel 6 [Vervallen per 09-03-2007]

  • 1 Zo spoedig mogelijk nadat de Sociaal-Economische Raad het vermogen van het bedrijfschap heeft vereffend, brengt hij daarover aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verslag uit. Het verslag gaat vergezeld van een door de Raad vastgestelde rekening van baten en lasten.

  • 2 De vaststelling van het verslag en van de rekening van baten en lasten betreffende de vereffening kan slechts plaatsvinden nadat de ontwerpen van deze stukken gedurende twee maanden ten kantore van de Raad voor een ieder ter lezing zijn neergelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar zijn gesteld en indien binnen die termijn bij de Raad geen bezwaren zijn ingekomen. Van de nederlegging en de verkrijgbaarheid geschiedt openbare kennisgeving in de Staatscourant en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie.

  • 3 Elk ingekomen bezwaar wordt door de Raad onderzocht; wordt het gegrond bevonden, dan zet de Raad de vereffening voort en maakt, zo nodig, een nieuw verslag en een nieuwe rekening op waarin aan het bezwaar is tegemoet gekomen.

    Ten aanzien van laatstbedoeld verslag en laatstbedoelde rekening is het tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de Raad nieuwe bezwaren, welke reeds tegen het eerste verslag en de eerste rekening hadden kunnen worden ingebracht, niet in overweging neemt. Wordt het bezwaar ongegrond bevonden, dan stelt de Raad het verslag en de rekening alsnog vast.

  • 4 De rekening behoeft goedkeuring bij Koninklijk besluit. De goedkeuring strekt tot d├ęcharge van de Raad. De Raad doet van het verlenen van de goedkeuring zo spoedig mogelijk openbare kennisgeving op de wijze als is aangegeven in het tweede lid.

Artikel 7 [Vervallen per 09-03-2007]

Aan hetgeen blijkens de goedgekeurde rekening aan vermogen van het bedrijfschap over is, wordt door de Sociaal-Economische Raad, de betrokken organisaties van ondernemers en van werknemers gehoord, een bestemming gegeven, zoveel mogelijk ten nutte van het betrokken deel van het bedrijfsleven.

Artikel 8 [Vervallen per 09-03-2007]

  • 1 De opheffing van het bedrijfschap heeft geen gevolg voor de ontvankelijkheid van beroepen ingevolge de Wet administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie. In plaats van het bedrijfschap treedt de Sociaal-Economische Raad als partij op.

  • 2 Uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, gedaan tegen het bedrijfschap of, op grond van het eerste lid, tegen de Sociaal-Economische Raad, worden door de Raad uitgevoerd, voor zover nodig ten laste van het vermogen van het opgeheven bedrijfschap.

Artikel 9 [Vervallen per 09-03-2007]

De Sociaal-Economische Raad draagt zorg, in de zin van de Archiefwet 1962 (Stb. 313), voor de archiefbescheiden van het bedrijfschap, totdat daaromtrent door Onze Minister, belast met de zaken van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, in overeenstemming met Onze Ministers, wie het mede aangaat, een andere regeling is getroffen.

Artikel 10 [Vervallen per 09-03-2007]

Het Instellingsbesluit Bedrijfschap voor het Maatkledingbedrijf wordt ingetrokken.

Artikel 11 [Vervallen per 09-03-2007]

  • 1 Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit Opheffing Bedrijfschap voor het Maatkledingbedrijf.

  • 2 Het treedt in werking met ingang van de tweede dag, volgende op die van de uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting, alsmede met het desbetreffende advies van de Sociaal-Economische Raad, in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage, 9 maart 1988

Beatrix

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. de Koning

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

A. J. Evenhuis

Uitgegeven de negentiende april 1988

De Minister van Justitie,

F. Korthals Altes