Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instelling Programmacommissies en Stuurgroep Bodemonderzoek[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 09-04-1987 t/m 30-12-2004

Instelling Programmacommissies en Stuurgroep Bodemonderzoek

De minister van Onderwijs en Wetenschappen,

Belast met de coördinatie van het Wetenschapsbeleid;

Handelend mede namens de minister van Landbouw en Visserij, de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de minister van Verkeer en Waterstaat;

Overwegende, dat het in verband met de voorbereiding en uitvoering van het Speerpuntprogramma Bodemonderzoek in Nederland gewenst is hiertoe een organisatorische voorziening te treffen,

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 31-12-2004]

Er zijn twee Programmacommissies, een Programmacommissie Basiskennis Bodemonderzoek en een Programmacommissie Techniekontwikkeling Bodemonderzoek, hierna te noemen de Programmacommissies, en een Stuurgroep Speerpuntprogramma Bodemonderzoek, hierna te noemen de Stuurgroep.

Artikel 2 [Vervallen per 31-12-2004]

De Programmacommissies hebben tot taak:

  • a. Het opstellen van een samenhangend meerjarenprogramma en meerjarenraming van de kosten inzake bodemonderzoek, alsmede een jaarlijks werkplan en bijbehorende begroting;

  • b. het doen opstellen van onderzoekprojecten, die passen in het werkplan;

  • c. het beoordelen of doen beoordelen van de kwaliteit en het op basis daarvan selecteren of doen selecteren van onderzoekprojecten;

  • d. het adviseren van de Stuurgroep inzake toewijzing van financiële middelen;

  • e. het periodiek rapporteren aan de Stuurgroep over de voortgang van de uitvoering van zowel het onderzoekprogramma als de onderzoekprojecten;

  • f. het zorgdragen voor de uitwisseling van informatie met en tussen vertegenwoordigers van onderzoeksinstellingen;

  • g. de controle over de uitvoering van het financieel beheer van de door de Stuurgroep toegewezen middelen, onder uiteindelijke verantwoordelijkheid van de Stuurgroep;

  • h. de controle over de uitvoering van het technisch beheer van het onderzoekprogramma, onder uiteindelijke verantwoordelijkheid van de Stuurgroep.

Artikel 3 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De leden van de Programmacommissies worden op persoonlijke titel benoemd door de Stuurgroep. De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de Programmacommissies worden in functie benoemd.

  • 2 De Programmacommissies worden ondersteund door een gezamenlijk secretariaat.

  • 3 Het secretariaat heeft als taak:

    • a. het uitvoeren of doen uitvoeren van het financieel beheer van de door de Stuurgroep toegewezen middelen, onder verantwoordelijkheid van de onderscheiden Programmacommissies;

    • b. het uitvoeren van het technisch beheer van het onderzoekprogramma, onder verantwoordelijkheid van de Programmacommissies;

    • c. het ondersteunen van de Programmacommissies in de uitvoering van de in artikel 7 genoemde taken.

  • 4 De voorzitter van elke Programmacommissie heeft het recht de vergaderingen van de Stuurgroep als waarnemer bij te wonen en heeft recht op ontvangst van de vergaderstukken van de Stuurgroep. De Stuurgroep kan – besluiten, dat de voorzitter van een Programmacommissie een vergadering of een deel van een vergadering niet bijwoont.

Artikel 4 [Vervallen per 31-12-2004]

De Stuurgroep heeft tot taak:

  • a. het formuleren van doelstellingen en procedures terzake van de ontwikkeling van een onderzoekprogramma met betrekking tot bodemonderzoek;

  • b. het geven van impulsen aan, eventueel bijstellen en het vaststellen van het onder a. bedoelde onderzoekprogramma;

  • c. het toetsen en goedkeuren van de voorstellen en werkzaamheden van de Programmacommissies;

  • d. het toewijzen van financiële middelen ten behoeve van de uitvoering van goedgekeurde onderzoekprojecten in het kader van het onder b. vastgestelde onderzoekprogramma.

Artikel 5 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Als leden van de Stuurgroep worden benoemd:

    • 1e. Dr. J. E. van Dam, tevens voorzitter, als vertegenwoordiger van de minister van Onderwijs en Wetenschappen; als plaatsvervanger wordt benoemd dr. P. A. J. Tindemans.

    • 2e. Dr. K. Verhoeff, als vertegenwoordiger van de minister van Landbouw en Visserij; als plaatsvervanger wordt benoemd dr. ir. J. van de Vooren.

    • 3e. Dr. J. E. T. Moen, als vertegenwoordiger van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; als plaatsvervanger wordt benoemd dr. J. J. Vegter.

    • 4e. Dr. H. L. F. Saeijs, als vertegenwoordiger van de minister van Verkeer en Waterstaat; als plaatsvervanger wordt benoemd ir. P. Huisman.

  • 2 De minister van Onderwijs en Wetenschappen kan in overeenstemming met de minister van Landbouw en Visserij, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Verkeer en Waterstaat als lid van de Stuurgroep anderen benoemen, voorzover die optreden als vertegenwoordigers van andere ministers en instellingen die een substantiële bijdrage leveren aan het onderzoekprogramma inzake bodemonderzoek.

  • 3 Als secretaris van de Stuurgroep wordt aangewezen ir. drs. J. M. C. Dirven.

Artikel 6 [Vervallen per 31-12-2004]

De Stuurgroep vergadert ten minste twee maal per jaar en voorts zo dikwijls als een van de leden dit nodig of gewenst acht.

Artikel 7 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De Stuurgroep stelt een reglement op voor haar werkwijze. Dit reglement wordt herzien, voor zover en zo dikwijls dit noodzakelijk is.

  • 2 In dit reglement worden in ieder geval bepalingen opgenomen over de wijze van vergaderen en de wijze van besluitvorming.

  • 3 De Stuurgroep keurt het reglement voor de wijze waarop de Programmacommissies en het secretariaat van die commissies hun taken uitoefenen, goed.

Artikel 8 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De Instellingsbeschikking Nationaal Onderzoekprogramma Bodemecologie van 22 mei 1985, kenmerk DGWB 34.430, wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop dit besluit in de Nederlandse Staatscourant wordt gepubliceerd.

  • 2 Voor de toepassing van dit besluit worden toewijzingen van financiële middelen ten behoeve van de uitvoering van onderzoekprojecten als omschreven in artikel 2 van de Instellingsbeschikking Nationaal Onderzoekprogramma Bodemecologie en beheersaktiviteiten als bedoeld in artikel 8, derde lid, van evengenoemde Instellingsbeschikking geacht te hebben plaatsgevonden krachtens dit besluit.

  • 3 Voor de toepassing van dit besluit worden de in het kader van de in het eerste en tweede lid genoemde Instellingsbeschikking door de daarin vermelde Stuurgroep nog niet toegewezen ter beschikking staande middelen geacht ter beschikking te zijn gesteld ter uitvoering van dit besluit.

Artikel 9 [Vervallen per 31-12-2004]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum waarop het in de Nederlandse Staatscourant is gepubliceerd.

Afschrift van deze beschikking zal worden gezonden aan:

  • a. de betrokkenen,

  • b. de voorzitter van het Interdepartementaal Overleg voor het Wetenschapsbeleid,

  • c. de Colleges van Bestuur van de Instellingen van Wetenschappelijk Onderwijs, incl. de Landbouwuniversiteit te Wageningen,

  • d. de voorzitter van de Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid,

  • e. de voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid,

  • f. de voorzitter van de Nederlandse Organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek,

  • g. de voorzitter van de Raad van Bestuur van TNO,

  • h. de president van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen,

  • i. de Algemene Rekenkamer.

Zoetermeer, 3 april 1987

De

minister

voornoemd,

W. J. Deetman