Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wet Stichting LOTT[Regeling materieel uitgewerkt per 21-03-2012.]

Geldend van 15-06-1987 t/m heden

Wet van 18 maart 1987, houdende machtiging tot mede-oprichting van de Stichting Landelijke Organisatie Trauma Teams

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat de Staat tot mede-oprichting overgaat van de Stichting Landelijke Organisatie Trauma Teams en dat daartoe ingevolge artikel 40 van de Comptabiliteitswet 1976 (Stb. 671) machtiging bij de wet vereist is;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Enig artikel

Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur wordt gemachtigd overeenkomstig de bepalingen van de bij deze wet gevoegde concept-statuten mede op te richten de Stichting Landelijke Organisatie Trauma Teams, met dien verstande dat in de statuten wordt vastgelegd dat een besluit tot wijziging van de statuten of tot ontbinding van de stichting, genomen door het daartoe bevoegde orgaan, niet in werking treedt dan nadat het door Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur is goedgekeurd.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 18 maart 1987

Beatrix

De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,

D. J. D. Dees

Uitgegeven de zesentwintigste mei 1987

De Minister van Justitie,

F. Korthals Altes

Bijvoegsel Statuten Stichting LOTT

Naam en zetel

Artikel 1

1. De stichting is genaamd: "Stichting Landelijke Organisatie Trauma Teams"; zij is gevestigd te Rijswijk.

2. De stichting wordt opgericht voor onbepaalde tijd.

Doel en werkwijze

Artikel 2

1. De stichting stelt zich ten doel door middel van samenwerking aanvullende voorzieningen tot stand te brengen gericht op snelle medische hulpverlening aan slachtoffers bij grote ongevallen en rampen.

2. Zij richt zich daarbij in het bijzonder op:

  • 1°. Chirurgische en anesthesiologische hulpverlening op het rampterrein. Het gaat hier met name om triage en stabiliserende levensreddende handelingen teneinde de slachtoffers transportgereed te maken. Met name in het geval dat vervoer naar een ziekenhuis langer dan normaal op zich laat wachten of dat in verband met het grote aantal slachtoffers vervoer over een grotere afstand noodzakelijk is;

  • 2°. Assistentie in een ziekenhuis in de directe omgeving van de ramp. Deze inzet zal afhankelijk zijn van de samenstelling van een team. Gedacht wordt aan assistentie bij triage, poliklinische behandeling en uitgebreide eerste hulp.

Middelen

Artikel 3

De middelen van de stichting bestaan uit:

  • - overheidsbijdragen;

  • - bijdragen van derden;

  • - inkomsten uit dienstverlening aan derden;

  • - hetgeen de stichting door erfstelling, legaat of schenking verkrijgt;

  • - alle andere inkomsten.

Bestuur

Artikel 4

1. De stichting wordt bestuurd door de Raad van Bestuur, verder te noemen: de Raad, bestaande uit tenminste vijf en ten hoogste acht leden. Het bestuur is bevoegd tot het aangaan van de overeenkomsten bedoeld in artikel 291, lid 2, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

2. Lid, tevens voorzitter van de Raad, is de Directeur-Generaal van de Volksgezondheid.

3. De overige leden van de Raad worden benoemd als volgt:

  • a. de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur benoemt een ambtenaar van zijn departement tot lid van de Raad;

  • b. de Raad benoemt op voordracht van elk van de na te noemen organisaties één vertegenwoordiger tot lid;

  • c. de Raad kan op voordracht van andere organisaties, die door haar daartoe worden uitgenodigd, een vertegenwoordiger van elk van die organisaties tot lid benoemen.

4. De organisaties die een vertegenwoordiger kunnen voordragen om te worden benoemd tot lid van de Raad zijn:

  • - de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde, gevestigd te Utrecht;

  • - de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie, gevestigd te Amsterdam;

  • - De Nationale Ziekenhuisraad, gevestigd te Utrecht;

  • - de Vereniging van Directeuren Basisgezondheidsdiensten, gevestigd te Utrecht.

5. De Raad wijst uit zijn midden een vice-voorzitter en een penningmeester aan.

6. Benoeming tot lid van de Raad geschiedt voor een periode van tenminste twee en ten hoogste vier jaar. Zulks geldt niet voor de voorzitter die ambtshalve lid is van de Raad. Na afloop van de periode waarvoor zij zijn benoemd zijn gewezen bestuursleden terstond herbenoembaar.

7. De Raad stelt een huishoudelijk reglement vast binnen de door de statuten aangegeven grenzen.

Artikel 5

1. De Raad vergadert tenminste éénmaal per jaar en telkens wanneer de voorzitter of tenminste twee bestuursleden dit wenselijk achten.

2. De Raad is bevoegd zowel in als buiten vergadering besluiten te nemen. In het laatste geval is daartoe vereist dat alle leden van de Raad hun stem schriftelijk uitbrengen.

3. Alle besluiten van de Raad worden - behoudens het hierna en in de artikelen 12 en 13 bepaalde - met volstrekte meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Ter vergadering kunnen geen besluiten worden genomen indien niet tenminste vier bestuursleden aanwezig zijn. In afwijking hiervan kunnen besluiten, indien tenminste twee bestuursleden aanwezig zijn, worden genomen tijdens een tweede te beleggen vergadering.

Artikel 6

De voorzitter van de Raad en de direkteur van de stichting te zamen vertegenwoordigen de stichting in en buiten rechte. Bij ontstentenis of verhindering van de direkteur wordt de stichting in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter en penningmeester.

Bij ontstentenis of verhindering van de voorzitter vertegenwoordigen de direkteur en de penningmeester de stichting in en buiten rechte.

Artikel 7

Het lidmaatschap van de Raad eindigt:

  • a. door het aftreden van het bestuurslid of doordat de periode waarvoor een bestuurslid was benoemd is verstreken;

  • b. doordat het bestuurslid de funktie verliest uit hoofde waarvan hij als zodanig optreedt of is benoemd;

  • c. door tussentijds ontslag als bestuurslid al dan niet op verzoek van degene op wiens voordracht het lid is benoemd.

Begroting en financiële verantwoording

Artikel 8

Telkenjare vóór één november stelt de Raad een aktiviteitenplan met een begroting van baten en lasten voor het komende kalenderjaar vast.

Artikel 9

De Raad stelt jaarlijks een jaarverslag op met bijbehorende jaarrekening, bestaande uit balans, staat van baten en lasten en de toelichting daarop en zendt deze voor één juli van het kalenderjaar, volgende op het verslag, ter kennisneming aan de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. De controle van de jaarrekening geschiedt mede ten behoeve van het Rijk door een door de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur aan te wijzen registeraccountant. Aan deze wordt inzage gegeven van de boeken en bescheiden en worden alle inlichtingen verstrekt welke hij nodig acht om een juist inzicht te krijgen in het financiële beheer van de stichting.

Aan de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en de Algemene Rekenkamer wordt een exemplaar van het accountantsrapport gezonden.

Artikel 10

Het boekjaar van de stichting komt overeen met het kalenderjaar.

Direkteur

Artikel 11

1. De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur benoemt op voordracht van de Raad een Direkteur, aan wie de leiding van de werkzaamheden van de stichting wordt opgedragen. De Direkteur is belast met de uitvoering van de besluiten van de Raad. De Voorzitter van de Raad voorziet in het secretariaat.

2. De Raad stelt voor de Direkteur een instructie vast.

3. De Direkteur woont de vergaderingen van de Raad bij.

4. Hij heeft in de vergaderingen een adviserende stem.

Statutenwijziging en ontbinding van de stichting

Artikel 12

1. Een besluit van de Raad tot wijziging van de statuten zal slechts kunnen worden genomen met tenminste twee/derde meerderheid van de stemmen in een vergadering waarin alle leden aanwezig of door schriftelijk gevolmachtigden vertegenwoordigd zijn.

2. In afwijking van het eerste lid kan het in dat lid bedoelde besluit, indien tenminste 3 bestuursleden aanwezig zijn, worden genomen tijdens een tweede te beleggen vergadering.

3. Een besluit tot wijziging van de statuten treedt niet in werking dan nadat het door de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur is goedgekeurd.

Artikel 13

Ter zake van de ontbinding van de stichting is toepasselijk hetgeen in artikel 12 van deze statuten is bepaald aangaande een besluit tot wijziging van de statuten.

Een besluit tot ontbinding treedt niet in werking dan nadat het door de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur is goedgekeurd.

Artikel 14

1. De vereffening geschiedt door de Raad.

2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan indien en voorzover dit voor de vereffening van haar zaken nodig is.

3. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk van kracht.

4. De Raad bepaalt welke bestemming, na betaling van alle schulden, aan de overgebleven bezittingen van de stichting zal worden gegeven, met dien verstande dat, na aftrek en storting ten gunste van 's Rijks kas van een in verhouding tot de rijksbijdragen evenredig deel van het saldo, het eindsaldo moet worden bestemd voor een doel dat het doel van de stichting zoveel mogelijk nabij komt. Een besluit met betrekking tot de bestemming van het liquidatiesaldo behoeft de voorafgaande goedkeuring van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.

Artikel 15

In alle gevallen waarin twijfel bestaat omtrent de uitleg van één of meer bepalingen van de statuten of in gevallen waarin de statuten niet voorzien beslist de Raad.

Ten slotte verklaarden de comparanten dat voor de eerste maal tot leden van de Raad worden benoemd:

Directeur-Generaal van de Volksgezondheid, als voorzitter;

aangewezen door de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;

benoemd op voordracht van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde;

benoemd op voordracht van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie;

benoemd op voordracht van de Nationale Ziekenhuisraad;

benoemd op voordracht van de Vereniging van Directeuren Basisgezondheidsdiensten.