Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Nato airborne early warning and controlprogramme management agency (NAPMA)

Geldend van 09-03-1987 t/m heden

Nato airborne early warning and controlprogramme management agency (NAPMA)

De Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

1.0.1. Inleiding

Per 1 juli 1979 is te Brunssum gevestigd NAPMA, onderdeel van de NAVO.

De privileges en immuniteiten van NAPMA en zijn personeel zijn geregeld in het Verdrag van Ottawa van 20 september 1951 (boekwerk IFZ 325.00.00) en nader uitgewerkt in de nog in het boekwerk IFZ op te nemen briefwisseling tussen de Minister van Buitenlandse Zaken en de Secretaris-Generaal van de NAVO van 31 augustus en 11 september 1979.

Met betrekking tot de verleende fiscale faciliteiten, die met het oog op de vestiging van NAPMA op het terrein van AFCENT zoveel mogelijk op die van AFCENT zijn afgestemd, deel ik u het volgende mede.

1.1. Belastingvrijstellingen van NAPMA

1.1.1. Vrijstelling van belasting bij invoer, doorvoer en uitvoer

1. NAPMA is vrijgesteld van belasting bij de invoer van goederen bestemd voor officieel gebruik.

Tevens wordt vrijstelling verleend voor goederen welke worden in- of doorgevoerd ten behoeve van het door NAPMA beheerde NATO AEW & C Programme.

2. Ter uitvoering van de hiervoor genoemde vrijstellingen vindt de douanebehandeling die voor Afcent is voorgeschreven in hoofdstuk I van de Douaneovereenkomst tussen Nederland en Afcent (boekwerk DAA 55.07.00) overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor NAPMA de bepaling van punt 1 in de plaats treedt van § 3, a van de Douaneovereenkomst. § 11 van de Douaneovereenkomst vindt geen toepassing ten aanzien van NAPMA, in verband met het feit dat de daartoe gerechtigde NAPMA-personeelsleden van de Afcent-kantines gebruik kunnen maken (zie punt 10).

Het NAVO-formulier 302 moet zijn ondertekend door een der NAPMA-functionarissen die voorkomen op de lijst in de bijlage bij deze aanschrijving.

1.1.2. Levering van goederen bestemd voor officieel gebruik van NAPMA of bestemd voor het NATO AEW & C Programme

Met betrekking tot dergelijke leveringen vindt de aanschrijving DAA 370/OB-BTW 183 overeenkomstige toepassing. In verband met het gestelde in punt 10 hierna blijft levering van kantinegoederen aan NAPMA achterwege.

1.1.3. Het verrichten van diensten aan NAPMA of ten behoeve van het NATO AEW & C Programme

Met betrekking tot dergelijke diensten vindt de aanschrijving OB-BTW 90 overeenkomstige toepassing.

1.1.4. Motorrijtuigenbelasting van motorrijtuigen die in officieel gebruik van NAPMA zijn

Voor de betreffende motorrijtuigen die voorzien zijn van een kentekenbewijs met de letters RC, geldt vrijstelling van motorrijtuigenbelasting.

1.2. Belastingvrijstellingen voor de personeelsleden van NAPMA en hun gezinsleden

1.2.1. Verhuisboedelvrijstelling

§ 29 van de Douaneovereenkomst tussen Nederland en AFCENT vindt overeenkomstige toepassing.

1.2.2. Invoer van motorrijtuigen voor persoonlijk gebruik

§§ 30 en 32, letters a, b en c van de Douaneovereenkomst tussen Nederland en AFCENT vinden overeenkomstige toepassing.

1.2.3. Motorrijtuigenbelasting voor motorrijtuigen, eigendom zijnde van NAPMA-personeelsleden

§§ 31 en 32, letters c, d en e van de Douaneovereenkomst tussen Nederland en AFCENT vinden overeenkomstige toepassing.

1.2.4. Motorbrandstof voor persoonlijk gebruik

§§ 33 van de Douaneovereenkomst tussen Nederland en AFCENT vindt overeenkomstige toepassing.

1.2.5. Kantinegoederen

§§ 13 t/m 25 van de Douaneovereenkomst tussen Nederland en AFCENT vinden overeenkomstige toepassing.

1.2.6. Inkomsten- en vermogensbelasting

Anders dan buitenlandse militairen en burgers die onder het NAVO-krijgsmachtenverdrag (boekwerk IFZ 325.01.00) vallen – vgl. de woonplaatsfictie van artikel X van dat verdrag –, kunnen buitenlandse functionarissen van NAPMA hun fiscale woonplaats in Nederland hebben.

De salarissen, ontvangen door de functionarissen van NAPMA, zijn vrijgesteld van Nederlandse inkomstenbelasting, zonder dat daarbij het progressie voorbehoud kan worden toegepast.

1.2.7. Status van de general-manager van NAPMA en zijn plaatsvervanger

1. Op grond van artikel 20 van het Verdrag van Ottawa en paragraaf 7 van de in punt 1 genoemde briefwisseling genieten de general-manager van NAPMA en zijn plaatsvervanger de privileges en immuniteiten van diplomaten van vergelijkbare rang.

Eerstgenoemde wordt voor de toepassing van de fiscale privileges gelijkgesteld met het hoofd van een diplomatieke missie, laatstgenoemde met attaché.

2. Aan de in punt 1 genoemde personen worden voor hun privé-motorrijtuigen kentekenbewijzen uitgereikt, welke zijn voorzien van achtereenvolgens de letters CD, de letter N en twee cijfers.

1.2.8. Toepassing ten aanzien van Nederlanders

In verband met § 9 van de in punt 1 genoemde brief zijn in de in hoofdstuk II van deze aanschrijving opgenomen regelingen, met uitzondering van die van punt 11, niet van toepassing op de Nederlandse personeelsleden van NAPMA.

2. Bijlage

A. MR. F. BÜLLING,

CHIEF, PERSONNEL & ADMINISTRATION, NAPMA

B. MR. G. STEPHEN,

GENERAL SERVICES ASSISTANT, NAPMA

C. MR. A. EGAS,

PROCUREMENT OFFICER, NAPMA

D. MR. D. TOPHAM,

SECURITY OFFICER ASSISTANT, NAPMA