Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Reglement rijksscholen v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o., l.b.o. 1986[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 12-12-1986 t/m 30-12-2004

Reglement rijksscholen v.w.o./h.a.v.o./m.a.v.o./l.b.o. 1986

De staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen,

Besluit:

Ten aanzien van de rijksscholen voor voorbereidend wetenschappelijk ondewijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs, middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en lager beroepsonderwijs, al dan niet verenigd in een scholengemeenschap, is het navolgende reglement van toepassing.

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 1 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Dit reglement verstaat onder:

    ‘de minister’:

    de minister van Onderwijs en Wetenschappen;

    ‘de inspecteur’:

    de inspecteur belast met het toezicht op de school;

    ‘het bevoegd gezag’:

    de minister van Onderwijs en Wetenschappen;

    ‘de schoolleiding’:

    de rector en conrectoren;

    ‘de docent’:

    de leraar en het lid van de schoolleiding bij de uitvoering van lesgevende taken;

    ‘het onderwijs-ondersteunend personeel’:

    het onderwijs-ondersteunend personeel waarvan salarissen en formatie worden vastgesteld op grond van hoofdstuk I-T van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel;

    ‘de ouders’:

    de ouders, voogden of verzorgers van de leerlingen;

    ‘de medezeggenschapsraad’:

    de medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 4 van de Wet medezeggenschap onderwijs;

    ‘de personeelsraad’:

    de personeelsraad als bedoeld in artikel 12 van de Wet medezeggenschap onderwijs (zie ook artikel 28 van dit reglement);

    ‘de leerlingenraad’:

    de leerlingenraad als bedoeld in artikel 12 van de Wet medezeggenschap onderwijs;

    ‘de ouderraad’:

    de ouderraad als bedoeld in artikel 12 van de Wet medezeggenschap onderwijs;

    ‘de docentenvergadering’:

    door de rector uitgeschreven vergadering van alle docenten en leden van de schoolleiding;

    ‘de rapportvergadering’:

    deelvergadering van de docentenvergadering;

    ‘de vaksectie’:

    de docenten die een vak binnen de school gemeenschappelijk verzorgen.

  • 2 In dit reglement wordt onder de rector en de conrector mede verstaan onderscheidenlijk de directeur en de adjunct-directeur van een school.

  • 3 Om redenen van leesbaarheid worden slechts mannelijke woordvormen gebruikt. Daar waar deze vorm wordt gehanteerd, worden zowel mannen als vrouwen bedoeld. Daarmee wordt aangesloten bij de gangbare formulering in wetten en besluiten.

§ 2. De schoolleiding [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 2 [Vervallen per 31-12-2004]

De rector is belast met de leiding van de school en is tegenover het bevoegd gezag verantwoordelijk voor de gang van zaken op school.

Artikel 3 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De rector wordt in de leiding van de school bijgestaan door een of meer conrectoren: hij stelt na overleg met de conrectoren en na de medezeggenschapsraad in de gelegenheid gesteld te hebben de hem toegekende bevoegdheid uit te oefenen een taakverdeling vast voor de leiding van de school en doet daarvan mededeling aan het bevoegd gezag en de inspecteur.

  • 2 De conrector is tegenover de rector verantwoording verschuldigd voor de uitvoering van de werkzaamheden die hem bij de taakverdeling zijn toebedeeld.

  • 3 De schoolleiding vergadert in principe ten minste een keer per week waarbij de algehele gang van zaken in de school onderwerp van bespreking vormt. De rector roept deze vergadering bijeen. Van de vergadering wordt ten minste een korte besluitenlijst opgemaakt. De rector zendt de besluitenlijst naar de medezeggenschapsraad, de personeelsraad/-raden, de ouderraad en de leerlingenraad. Tevens wordt de besluitenlijst gepubliceerd op het mededelingenbord in de personeelskamer(s).

  • 4 Bij afwezigheid van de rector wordt zijn taak waargenomen door de plaatsvervangend rector.

§ 3. Het personeel [Vervallen per 31-12-2004]

I. De docent [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 4 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 2 De docent verricht dientengevolge de taken die hem op grond van het schoolwerkplan bedoeld in artikel 44 door of namens de rector zijn opgedragen.

  • 3 De docent verricht de in het eerste en tweede lid vermelde taken tenzij hij door ziekte of andere wettige redenen verhinderd is dit te doen.

  • 4

    • a. Indien de docent of conrector nevenwerkzaamheden verricht, is hij verplicht deze tijdig aan de rector te melden.

    • b. Nevenwerkzaamheden die vermenging van belangen tot gevolg hebben, zijn niet toegestaan (artikel I-P 21, vierde lid, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel).

Artikel 5 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De werkzaamheden van de docent kunnen door de rector worden vastgelegd in een instructie voor het onderwijzend personeel. De rector zendt deze instructie niet dan na overleg met de personeelsraad en na instemming te hebben verkregen van het personeelsdeel van de medezeggenschapsraad ter goedkeuring aan het bevoegd gezag. Nadat de instructie is goedgekeurd zend de rector deze aan de inspecteur. De docent kan tegen deze instructie in beroep gaan bij het bevoegd gezag.

  • 2 De docent is voor de uitvoering van zijn werkzaamheden verantwoording verschuldigd aan de rector of een door deze aangewezen lid van de schoolleiding dan wel een andere persoon met bepaalde taken.

Artikel 6 [Vervallen per 31-12-2004]

Elke docent of conrector draagt mede zorg voor de handhaving van de orde op de school; hij doet verder alles wat redelijkerwijs van hem gevraagd kan worden ter bevordering van de goede gang van zaken op de school. Dit geldt eveneens voor de docenten aan wie taken zijn opgedragen ten behoeve van activiteiten die uitgaan van de school doch buiten de school plaatsvinden.

Artikel 7 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De docent of conrector die niet op school aanwezig kan zijn stelt de rector hiervan zo spoedig mogelijk in kennis onder opgave van redenen, een en ander nader te regelen in het huishoudelijk reglement. De rector doet hiervan zo spoedig mogelijk mededeling aan het bevoegd gezag.

  • 2 Indien door de rector namens het bevoegd gezag verlof in verband met overleg- en advieswerkzaamheden wordt verleend, als bedoeld in artikel I-C 38 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel stelt de rector het bevoegd gezag daaromtrent zo spoedig mogelijk in kennis.

  • 3 Indien een les vervalt draagt de rector er zorg voor dat de desbetreffende leerlingen hierover zo spoedig mogelijk in kennis worden gesteld.

Artikel 8 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Als de rector of een daartoe aangewezen persoon daarom vraagt brengt de docent hem mondeling en of schriftelijk verslag uit over de vorderingen van zijn leerlingen.

  • 2 Met uitzondering van de eindexamenklassen brengt de docent ten minste driemaal per schooljaar op daartoe in het schoolwerkplan genoemde tijdstippen een dergelijk verslag schriftelijk uit.

  • 3 De schriftelijke verslagen worden in de rapportvergadering onder leiding van de rector of een door hem aangewezen persoon besproken door de docenten van de betrokken leerlingen.

Artikel 9 [Vervallen per 31-12-2004]

De docent informeert uit eigen beweging de rector of een daartoe aangewezen persoon (bij voorbeeld decaan, counsellor, mentor) over de feiten en omstandigheden die de leerlingen en de school betreffen en waarvan hij meent dat de betrokkene op de hoogte moet zijn Soortgelijke informatie geeft de rector of de daartoe aangewezene aan de docent.

Artikel 10 [Vervallen per 31-12-2004]

De docent licht de leerling en zijn ouders desgevraagd volledig in over de vorderingen en over de normering die aan de eventuele cijfergeving ten grondslag ligt: een en ander met inachtneming van hetgeen hierover in het schoolwerkplan van de school is bepaald.

Artikel 11 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De docent overlegt uit eigen beweging of op verzoek van andere belanghebbenden met de leerling, die in het vak dat de docent onderwijst, onvoldoende vorderingen maakt.

  • 2 De docent bespreekt met de leerling op welke wijze deze betere studieresultaten kan bereiken.

  • 3 Indien de studieresultaten daartoe voor de leerling aanleiding geven kan deze met de desbetreffende docent(en) overleggen over de wijze waarop hij betere studieresultaten kan bereiken.

Artikel 12 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Als de rector daarom vraagt meldt de docent hem of, en zo ja, in hoeverre zijn onderwijs afwijkt van wat daarover in het schoolwerkplan is vastgelegd.

  • 2 De rector vraagt ten minste de vaksectie om commentaar op de hem gemelde afwijking van het schoolwerkplan.

  • 3 De sectie reageert door middel van een sectieverslag aan de rector.

II. Het onderwijs-ondersteunend personeel [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 13 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Het onderwijs-ondersteunend personeel verricht de taken zoals in hoofdlijnen neergelegd in hoofdstuk I-T van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel, die worden opgedragen door of namens de rector. Het onderwijs-ondersteunend personeel is voor de uitvoering van die taken verantwoording verschuldigd aan de rector of een door deze aangewezen persoon van de schoolleiding dan wel een andere persoon met bepaalde taken.

  • 2 Het onderwijs-ondersteunend personeel verricht de in het eerste lid vermelde taken tenzij het door ziekte of andere wettige redenen verhinderd is dit te doen.

Artikel 14 [Vervallen per 31-12-2004]

Het onderwijs-ondersteunend personeel draagt mede zorg voor de handhaving van de orde op de school; de leden van het onderwijs-ondersteunend personeel doen verder alles wat redelijkerwijs van hen gevraagd kan worden ter bevordering van de goede gang van zaken op de school.

Artikel 15 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Het lid van het onderwijs-ondersteunend personeel dat niet op school aanwezig kan zijn, stelt de rector hiervan zo spoedig mogelijk in kennis onder opgave van redenen, een en ander nader te regelen in het huishoudelijk reglement. De rector doet hiervan zo spoedig mogelijk mededeling aan het bevoegd gezag.

  • 2 Indien door de rector namens het bevoegd gezag verlof in verband met overleg- en advieswerkzaamheden wordt verleend, als bedoeld in artikel I-C 38 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel, stelt de rector het bevoegd gezag daaromtrent zo spoedig mogelijk in kennis.

§ 4. De leerling [Vervallen per 31-12-2004]

In deze paragraaf zijn bepalingen opgenomen die regelingen met betrekking tot de leerling betreffen.

Artikel 16 [Vervallen per 31-12-2004]

De leerling volgt de lessen volgens het voor hem geldende rooster.

Artikel 17 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De rector zorgt ervoor dat de leerling regelmatig wordt ingelicht over de beoordeling van zijn studieresultaten en over de gronden, waarop deze beoordeling berust.

  • 2 Hij zorgt er voor dat de leerling voldoende gelegenheid heeft raad te vragen en inlichtingen te ontvangen over zijn studieresultaten.

  • 3 Hij zorgt er ook voor dat, indien de studieresultaten van de leerling aanleiding geven tot het treffen van onderwijskundige maatregelen deze vooraf met de leerling besproken worden.

Artikel 18 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Indien de vorderingen die een leerling in een bepaald vak maakt daartoe aanleiding geven, stelt de docent die de leerling onderwijst na overleg te hebben gepleegd met een daartoe door de rector aangewezen persoon, de leerling en de ouders hiervan uit eigen beweging in kennis.

  • 2 Hij bespreekt met de ouders de maatregelen die mogelijk tot betere studieresultaten zouden kunnen leiden.

  • 3 De leerling wordt betrokken bij het overleg bedoeld in het tweede lid.

  • 4 De docent licht de in het eerste lid bedoelde aangewezen persoon volledig in over de resultaten van het onderhoud bedoeld in het eerste, tweede en derde lid.

Artikel 19 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Indien een leerling in een aantal vakken onvoldoende vorderingen maakt, dan wel in het algemeen aanleiding geeft tot opmerkingen, licht een daartoe door de rector aangewezen persoon – tenzij de rector zich die taak heeft voorbehouden – in overleg met de docenten van wie de leerling les krijgt, de ouders hierover in.

  • 2 De daartoe aangewezen persoon bespreekt met de leerling en zijn ouders de maatregelen die noodzakelijk geacht worden om de leerling tot betere studieresultaten te brengen.

  • 3 De daartoe aangewezen persoon licht de docenten van wie de leerling les krijgt, volledig in over de resultaten van het onderhoud bedoeld in het eerste en tweede lid.

Artikel 20 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De leerling wordt geregeld ingelicht over de beoordeling van zijn studievorderingen en de wijze waarop deze zich ontwikkelen. Dit vindt in ieder geval plaats wanneer zich omstandigheden voordoen die tot herziening van het oordeel aanleiding kunnen geven.

  • 2 Wanneer de herziening van het oordeel leidt tot wijziging van de benadering van een leerling, worden plannen tijdig vooraf met hem, en indien de wijzigingen van ingrijpende aard zijn zo mogelijk in tegenwoordigheid van de ouders besproken.

Artikel 21 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De leerling kan, mits daardoor de voortgang van het onderwijs niet wordt belemmerd, aan zijn docenten inlichtingen vragen over de beoordeling van zijn studievorderingen en de normering die daaraan ten grondslag ligt en zijn verdere mogelijkheden.

  • 2 Indien hem inlichtingen worden geweigerd of hij meent dat inlichtingen worden achtergehouden, dan wel dat de hem gegeven beoordeling niet in overeenstemming is met de daartoe afgesproken procedure kan de leerling of kunnen zijn ouders aan de rector verzoeken een onderzoek in te stellen. Aan dit verzoek wordt zo spoedig mogelijk gevolg gegeven en van de resultaten daarvan worden de belanghebbenden onverwijld in kennis gesteld.

Artikel 22 [Vervallen per 31-12-2004]

De leerling behoort de door hem ingeleverde proefwerken en andere schriftelijke stukken binnen een redelijke termijn van de docent ter inzage te krijgen.

Artikel 23 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De leerling houdt zich op de terreinen en in de gebouwen van de school en bij activiteiten die onder de verantwoordelijkheid van de school vallen, aan de voorschriften die binnen de school gelden.

  • 2 Handelingen in strijd met deze voorschriften kunnen worden bestraft.

  • 3 Als een docent de straf oplegt, kan de leerling in beroep gaan bij de rector of conrector; als de conrector de straf oplegt, kan de leerling in beroep gaan bij de rector.

    Van de beslissing op dit beroep kunnen zowel de docent, conrector als de leerling in beroep gaan bij de inspecteur. Hangende het beroep geldt de beslissing van de rector.

  • 4 Als de rector de straf oplegt, kan de leerling in beroep gaan bij de inspecteur. Hangende het beroep geldt de beslissing van de rector.

Artikel 24 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De rector kan met opgave van redenen een leerling voor een periode van ten hoogste een week de toegang tot bepaalde of alle lessen ontzeggen.

  • 2 De rector deelt zijn beslissing met opgave van redenen binnen 24 uur mede aan de docenten, de leerling en, indien deze minderjarig is, ook aan de ouders van de leerling en aan de inspecteur.

  • 3 De leerling en, indien deze minderjarig is, ook de ouders van de leerling en de docenten kunnen tegen de beslissing van de rector binnen één week in beroep gaan bij de inspecteur.

  • 4 Hangende het beroep geldt de beslissing van de rector.

Artikel 25 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De rector kan, na het bevoegd gezag te hebben ingelicht en gehoord de docentenvergadering, besluiten tot definitieve verwijdering van de leerling, die bij herhaling de voorschriften van de school overtreedt of die zich schuldig maakt aan ernstig wangedrag. Een voorstel tot definitieve verwijdering aan de rector kan uitgaan van ten minste 2, 3 van het aantal docenten, van wie de leerling les krijgt.

  • 2 Het besluit tot definitieve verwijdering noemt de redenen die tot de verwijdering hebben geleid en vermeldt de mogelijkheid van beroep. Dit besluit wordt slechts genomen nadat de leerling en de ouders van de leerling in de gelegenheid zijn gesteld daarover te worden gehoord.

  • 3 De definitieve verwijdering van een leerplichtige leerling geschiedt slechts na overleg met de inspecteur.

  • 4 De rector zorgt er voor dat de leerling en, indien deze minderjarig is ook de ouders van de leerling zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen drie dagen nadat het besluit tot definitieve verwijdering genomen is, bij aangetekende brief op de hoogte worden gesteld van dat besluit.

  • 5 Tegen het besluit tot definitieve verwijdering kan de leerling en, indien deze minderjarig is, ook de ouders bij het bevoegd gezag in beroep komen binnen dertig dagen na dagtekening van de in het vierde lid bedoelde brief van de rector.

  • 6 De inspecteur ontvangt een afschrift van het besluit tot definitieve verwijdering.

§ 5. De schoolorganisatie [Vervallen per 31-12-2004]

I. De Medezeggenschapsraad [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 26 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Aan de school is een medezeggenschapsraad verbonden.

  • 2 De algemene en bijzondere bevoegdheden alsmede de taken van de medezeggenschapsraad en de leden van de raad zijn vastgelegd in de Wet medezeggenschap onderwijs en in het medezeggenschapsreglement van de school.

Artikel 27 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De medezeggenschapsraad is bevoegd tot bespreking van alle aangelegenheden de school betreffende. Hij is bevoegd over deze aangelegenheden aan het bevoegd gezag voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken (artikel 5, tweede lid, van de Wet medezeggenschap onderwijs), een en ander met inachtneming van het medezeggenschapsreglement van de school.

  • 2 Hij beschikt met het oog daarop krachtens de Wet medezeggenschap onderwijs over een aantal algemene bevoegdheden.

  • 3 Het medezeggenschapsreglement bepaalt welke bijzondere bevoegdheden daarnaast aan de raad of een deel ervan worden toegekend met betrekking tot de aangelegenheden vermeld in artikel 7 van de Wet medezeggenschap onderwijs.

II. De Personeelsraad(-raden) [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 28 [Vervallen per 31-12-2004]

Het personeel kan een gezamenlijke personeelsraad instellen dan wel afzonderlijke raden voor het onderwijzend en het onderwijs-ondersteunend personeel.

Artikel 29 [Vervallen per 31-12-2004]

De personeelsraad of -raden zijn bevoegd desgevraagd of eigener beweging advies uit te brengen aan de medezeggenschapsraad en/of de rector, met name over die aangelegenheden die de geleding personeel in het bijzonder aangaan.

Artikel 30 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De personeelsraad stelt binnen het kader van dit reglement een huishoudelijk reglement vast.

  • 2 De rector ziet erop toe dat het huishoudelijk reglement van de personeelsraad niet in strijd is met het huishoudelijk reglement van de school.

  • 3 De rector biedt onder meer, onder door hem te stellen voorwaarden, de personeelsraad de gelegenheid tot het houden van vergaderingen in het schoolgebouw.

III . De Leerlingenraad [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 31 [Vervallen per 31-12-2004]

De leerlingen kunnen een leerlingenraad instellen.

Artikel 32 [Vervallen per 31-12-2004]

De leerlingenraad is bevoegd desgevraagd of eigener beweging advies uit te brengen aan de medezeggenschapsraad en/of de rector, met name over die aangelegenheden die de geleding leerlingen in het bijzonder aangaan.

Artikel 33 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De leerlingenraad stelt binnen het kader van dit reglement een huishoudelijk reglement vast.

  • 2 De rector ziet erop toe dat het huishoudelijk reglement van de leerlingenraad niet in strijd is met het huishoudelijk reglement van de school.

Artikel 34 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De rector bevordert het functioneren van de leerlingenraad.

  • 2 Hij biedt onder meer, onder door hem te stellen voorwaarden, de leerlingenraad de gelegenheid tot het houden van vergaderingen in het schoolgebouw.

IV. De Ouderraad [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 35 [Vervallen per 31-12-2004]

Aan de school is een ouderraad verbonden.

Artikel 36 [Vervallen per 31-12-2004]

De ouderraad is bevoegd desgevraagd of eigener beweging advies uit te brengen aan de medezeggenschapsraad en/of de rector, met name over die aangelegenheden die de geleding ouders in het bijzonder aangaan.

Artikel 37 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De ouderraad stelt binnen het kader van dit reglement een huishoudelijk reglement vast.

  • 2 De rector ziet erop toe dat het huishoudelijk reglement van de ouderraad niet in strijd is met het huishoudelijk reglement van de school.

  • 3 De rector biedt onder meer, onder door hem te stellen voorwaarden, de ouderraad de gelegenheid tot het houden van vergaderingen in het schoolgebouw.

V. De docentenvergadering [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 38 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Er is een docentenvergadering.

  • 2 De rector is voorzitter en evenals de conrectoren en docenten lid van de docentenvergadering. De vergadering kiest uit haar midden een secretaris.

  • 3 De voorzitter roept onder opgave van de agenda de docentenvergadering bijeen zo dikwijls hij dit nodig oordeelt.

  • 4 Tevens roept hij de docentenvergadering binnen 14 dagen bijeen, nadat ten minste een vijfde van het aantal docenten dan wel de personeelsraad voor het onderwijzend personeel daartoe onder opgave van de te behandelen onderwerpen schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven.

  • 5 De docent is gehouden de op grond van het derde en vierde lid bijeengeroepen vergaderingen bij te wonen. Indien hij verhinderd is dient hij dit onder opgaaf van redenen de rector te melden.

  • 6 Een vergadering kan slechts plaatsvinden indien ten minste de helft van het aantal leden is opgekomen.

  • 7 De besluiten van de docentenvergadering worden genomen bij volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen (meer dan de helft), tenzij dit reglement anders bepaalt. Alle aanwezigen dienen hun stem uit te brengen. Blanco stemmen tellen niet mee, Stemmen bij volmacht is niet mogelijk.

  • 8 De voorzitter beslist bij staking van stemmen.

  • 9 Bij geschillen over de toepassing van dit artikel beslist het bevoegd gezag.

  • 10 Van het besluit van het bevoegd gezag kunnen belanghebbenden in beroep komen bij de minister binnen dertig dagen nadat het te hunner kennis is gebracht; hangende dit beroep wordt naar de beslissing van het bevoegd gezag gehandeld.

  • 11 De docentenvergadering kan op voorstel van de rector deelvergaderingen instellen. De rector of een door hem aangewezen persoon is voorzitter van de deelvergadering. De vergadering kiest uit haar midden een secretaris. Het derde tot en met het tiende lid zijn overeenkomstig van toepassing.

Artikel 39 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De docentenvergadering dan wel deelvergadering beslist, afhankelijk van de daartoe vastgelegde taakverdeling over de toelating van de leerling tot het volgende leerjaar, nader geregeld in het leerplan rijksscholen voor v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-l.b.o.

  • 2 De docentenvergadering dan wel de deelvergadering adviseert daarbij over de te vervolgen schoolloopbaan van de leerling. De leerling wordt in kennis gebracht van het uitgebrachte advies.

  • 3 Voor wat betreft de overige aangelegenheden kan de rector indien hij zulks wenselijk acht de docentenvergadering dan wel de deelvergadering consulteren Artikel 38, zevende en achtste lid, zijn in deze gevallen niet van toepassing.

Artikel 40 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De rector zorgt voor de uitvoering van de besluiten van de docentenvergadering dan wet de deelvergadering en van de beslissingen bedoeld in artikel 38, negende en tiende lid.

  • 2 Een besluit van de docentenvergadering dat naar het oordeel van de rector strijdig is met de belangen van de school, brengt hij niet ten uitvoer

  • 3 Hij stelt de inspecteur en de docentenvergadering onverwijld van zijn beslissing op de hoogte.

  • 4 De rector is tot uitvoering verplicht indien de inspecteur beslist dat het besluit niet strijdt met de belangen van de school; de inspecteur beslist binnen 3 weken nadat de mededeling van de rector, bedoeld in het derde lid, hem heeft bereikt.

  • 5 Van het besluit van de inspecteur kunnen belanghebbenden in beroep komen bij de minister binnen dertig dagen nadat het te hunner kennis is gebracht; hangende dit beroep wordt naar de beslissing van de inspecteur gehandeld. De rector is belast met de uitvoering van de beslissing van de minister.

Artikel 41 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Er zijn vaksecties.

  • 2 De rector wijst, nadat daartoe door de vaksectie binnen een door hem te bepalen termijn een voordracht is gedaan, een sectie-voorzitter aan. De sectie-voorzitter draagt zorg voor de coördinatie van de werkzaamheden in de vaksectie. Hij verzorgt namens de vaksectie de communicatie met de schoolleiding.

  • 3 De taken en bevoegdheden van de vaksectie zijn vastgelegd in het schoolwerkplan van de school.

  • 4 Besluiten worden genomen krachtens het hierover bepaalde in het huishoudelijk reglement van de school.

  • 5 De leden van de vaksectie zijn gehouden genomen besluiten uit te voeren.

  • 6 Van iedere vergadering van de vaksectie wordt een besluitenlijst gemaakt die naar de rector gezonden wordt.

§ 6. Algemene taken en procedures [Vervallen per 31-12-2004]

I . Het huishoudelijk reglement van de school [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 42 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De rector stelt het huishoudelijk reglement in concept op, waarin voorschriften zijn opgenomen die de goede uitvoering van het Reglement rijksscholen v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-l.b.o. bevorderen en zendt het ter vaststelling naar het bevoegd gezag.

  • 2 De rector zendt het huishoudelijk reglement naar het bevoegd gezag, niet dan nadat de medezeggenschapsraad hieraan zijn instemming heeft verleend, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, van de Wet medezeggenschap onderwijs.

  • 3 Indien de instemming als bedoeld in het tweede lid, niet wordt verleend, is artikel 10, derde lid, van de Wet medezeggenschap onderwijs van toepassing.

  • 4 Alvorens het bevoegd gezag het huishoudelijk reglement vaststelt, toetst het of het voldoet aan de voorschriften van dit reglement, aan overige wettelijke voorschriften, alsmede aan circulaires en brieven.

  • 5 De rector kan op eigen initiatief dan wel op voorstel van de medezeggenschapsraad het bevoegd gezag voorstellen doen ter wijziging of aanvulling van het huishoudelijk reglement. Het bepaalde in het tweede of derde lid is daarbij van overeenkomstige toepassing.

  • 6 Het huishoudelijk reglement wordt aan het begin van het schooljaar aan alle betrokkenen bekendgemaakt.

II. Rookverbod [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 43 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 In de onderwijsruimten mag gedurende de lessen niet worden gerookt.

  • 2 Het huishoudelijk reglement van de school geeft regels over het roken buiten de lessen.

  • 3 Een integraal rookverbod voor het personeel is niet toegestaan.

III. Het schoolwerkplan [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 44 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De rector stelt – zonodig in overleg met het bevoegd gezag – jaarlijks tijdig voor de aanvang van het nieuwe schooljaar het schoolwerkplan voor dat schooljaar vast.

Artikel 45 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Het schoolwerkplan voldoet aan de voorschriften uit dit reglement en aan de volgende voorschriften, voor zover van toepassing, tenzij de minister toestemming heeft gegeven daarvan af te wijken:

    • a. de Wet op het voortgezet onderwijs;

    • b. het Besluit dagscholen v.w.o. h.a.v.o. m.a.v.o.;

    • c. het Eindexamenbesluit dagscholen v.w.o. h.a.v.o. m.a.v.o.;

    • d. de Programma's eindexamens v.w.o. h.a.v.o. m.a.v.o.;

    • e. het Besluit l.b.o./l.a.v.o.;

    • f. het Eindexamenbesluit l.b.o.;

    • g. de C-programma's l.b.o. 1978/1979;

    • h. het Leerplan rijksscholen voor v.w.o. h.a.v.o. m.a.v.o. l.b.o.;

    • i. de verdere door de minister gegeven voorschriften of aanwijzingen.

  • 2 Als het schoolwerkplan afwijkt van één of meer van de in het eerste lid genoemde voorschriften, wordt in het plan aangegeven op grond waarvan die afwijking is toegestaan.

Artikel 46 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Het schoolwerkplan bevat tenminste:

    • a. een overzicht van de scholen en/of afdelingen die deel uitmaken van de school;

    • b. de algemene onderwijsdoelstelling per school of afdeling;

    • c. een overzicht van de vakkenpakketten die per school of afdeling gekozen kunnen worden;

    • d. de lessentabel per school of afdeling;

    • e. de onderwijsdoelstellingen per vak per school of afdeling en per leerjaar;

    • f. informatie over de toelating tot het eerste leerjaar:

      • -

        de samenstelling van de toelatingscommissie;

      • -

        de toelatingsvoorwaarden;

      • -

        de samenwerking met andere scholen;

      • -

        de introductie na toelating;

    • g. informatie over de toelating tot de andere leerjaren, per school of afdeling en eventueel ook per vak:

      • -

        de toelatingsvoorwaarden;

      • -

        het tijdstip waarop de docentenvergadering over de toelating beslist;

      • -

        het advies aan en overleg met de leerlingen en hun houders over de keuze van een school of afdeling en een vakkenpakket;

      • -

        de samenwerking met andere scholen;

      • -

        de introductie van nieuwe leerlingen;

    • h. informatie per school of afdeling en per leerjaar over:

      • -

        de onderwijsmethoden (didactische werkvormen);

      • -

        de onderwijsleermiddelen, waaronder de lijst van boeken en benodigdheden die in beginsel niet kosteloos van de leerlingen worden verstrekt met een voorlopige prijsopgave;

      • -

        buitenschoolse activiteiten (excursies, werkweken e.d.), indien de leerlingen daaraan in beginsel niet kosteloos kunnen deelnemen eveneens met een voorlopige prijsopgave;

    • i. extra informatie over gemeenschappelijke leerjaren:

      • -

        een overzicht van de gemeenschappelijke leerjaren;

      • -

        de criteria op grond waarvan de leerlingen per leerjaar in klassen worden ingedeeld;

    • j. de regeling van het schoolonderzoek;

    • k. informatie over het advies aan en het overleg met de leerlingen en hun ouders over de keuze van een vervolgopleiding of een beroep,

    • l. bijzonderheden over eventuele:

      • -

        vakkenintegratie,

      • -

        activiteiten gericht op bepaalde groepen leerlingen,

      • -

        speciale contacten met andere scholen of instanties,

      • -

        deelneming aan vernieuwingsprojecten,

      • -

        toekomstplannen en de stappen die ondernomen worden om die plannen te zijner tijd te kunnen realiseren,

    • m. de taakomschrijving van de personen of groepen die een bijzondere taak hebben bij de uitvoering of wijziging van het schoolwerkplan, zoals klassedocenten of mentoren, schooldecanen, coördinatoren en vaksecties, en een overzicht van de taakeenheden die in verband daarmee eventueel ter beschikking worden gesteld.

  • 2 Daarnaast bevat het plan een systematische inhoudsopgave en eventueel ook een alfabetisch register. De inhoudsopgave en of het register verwijzen naar de zojuist genoemde onderdelen van het plan

Artikel 47 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Elk schooljaar kunnen de medezeggenschapsraad, de personeelsraad -raden, de leerlingenraad, de ouderraad en de docentenvergadering tot 1 januari de rector voorstellen het schoolwerkplan voor het volgende schooljaar op bepaalde punten te wijzigen.

  • 2 De rector maakt jaarlijks zo mogelijk voor 15 februari aan de zojuist genoemde raden/vergadering bekend of, en zo ja, op welke punten hij het schoolwerkplan voor het volgende jaar wil wijzigen

Artikel 48 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De rector stelt het schoolwerkplan voor het volgende schooljaar vast nadat de medezeggenschapsraad heeft ingestemd met die delen van het plan waarvoor bij instemmingsbevoegdheid bezit.

  • 2 In verband daarmee legt hij het concept-schoolwerkplan tijdig aan de raad voor.

  • 3 Indien de medezeggenschapsraad zijn instemming onthoudt aan het voorstel van de rector volgt finaal overleg over het schoolwerkplan dan wel onderdelen daarvan tussen het bevoegd gezag en rector enerzijds en de medezeggenschapsraad anderzijds. Daarna stelt het bevoegd gezag zijn eindstandpunt vast.

  • 4 Indien een maatregel van de minister aanleiding geeft tot wijziging van de lessentabel en er tussen de rector en de medezeggenschapsraad geen overeenstemming wordt bereikt, doet de rector een voorstel aan het bevoegd gezag.

Artikel 49 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De rector zendt het vastgestelde schoolwerkplan voor de aanvang van het nieuwe schooljaar aan de in artikel 47 genoemde raden/vergadering, aan de inspecteur en – in drievoud – aan het bevoegd gezag. Indien het schoolwerkplan en dat van het voorafgaande jaar losbladig is, kan worden volstaan met het zenden van de nieuwe of gewijzigde pagina's. Daarbij wordt dan op de pagina's zelf aangegeven met ingang van welk schooljaar ze van kracht worden.

  • 2 Hij deelt daarbij mee op welke punten het schoolwerkplan afwijkt van het plan voor het daaraan voorafgaande jaar.

  • 3 Tevens attendeert hij de medezeggenschapsraad, de personeelsraad/-raden, de leerlingenraad, de ouderraad en de docentenvergadering op de inhoud van artikel 47.

Artikel 50 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De rector geeft het schoolwerkplan ter inzage aan de leiders van de hierna genoemde scholen en instellingen indien deze daarom vragen:

    • -

      toeleverende scholen,

    • -

      scholen en instellingen voor vervolgonderwijs;

    • -

      andere rijksscholen.

Artikel 51 [Vervallen per 31-12-2004]

De rector verdeelt de taken die uit het schoolwerkplan voortvloeien en de eventueel daaraan toegekende taakeenheden na overleg met de medezeggenschapsraad en de betrokken personeelsleden.

IV. Het leerlingenregister [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 52 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Op elke school is een register van de op 1 september van het schooljaar ingeschreven leerlingen aanwezig. Daarin wordt ten minste aangetekend:

    • a. de naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum van de leerlingen, alsmede hun woonplaats en adres en de datum van inschrijving.

    • b. de naam en het adres van de ouders van de leerling;

    • c. het tijdstip waarop de leerlingen de school hebben verlaten met vermelding van de reden waarom het schoolbezoek is geëndigd;

    • d. de rapportcijfers en de examenresultaten;

    • e. het adres van de leerling bij het verlaten van de school en zo mogelijk vervolgadressen

  • 2 Het register van leerlingen kan te allen tijde door de docenten worden geraadpleegd.

  • 3 Tot waarborg van de bescherming van de privacy stelt de rector, gehoord de medezeggenschapsraad, een reglement op. Dit geeft regels betreffende drie categorieën van informatie:

    • a. informatie tussen rector/conrector/decaan mentor counsellor en leerling die niet schriftelijk wordt vastgelegd;

    • b. informatie tussen de onder a genoemden die schriftelijk wordt vastgelegd doch slechts toegankelijk is voor de betrokkenen zelf;

    • c. informatie tussen de onder a genoemden die schriftelijk is vastgelegd en algemeen toegankelijk is.

  • 4 Het in het derde lid bedoelde reglement geeft tevens regels met betrekking tot de mogelijkheid voor betrokkenen tot correctie van de opgenomen gegevens.

V. Het programmaboekje [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 53 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Jaarlijks stelt de rector het programmaboekje van de school vast.

  • 2 Het programmaboekje omvat ten minste:

    • a. de naam en het adres van de inspecteur;

    • b. de namen en adressen van het bevoegd gezag, de rector, de conrector(en) en de docenten van de school, met vermelding van de vakken waarin zij onderwijs geven;

    • c. de namen en adressen van het aan de school verbonden niet-onderwijzend personeel;

    • d. de namen en adressen van de leden van de ouderraad;

    • e. de namen en adressen van de leden van de medezeggenschapsraad alsmede de plaats waar het medezeggenschapsreglement ter inzage ligt;

    • f. de algemene lessentabel;

    • g. de lijst van boeken en leermiddelen;

    • h. inlichtingen van financiële en schoolorganisatorische aard die voor de ouders en leerlingen van belang zijn;

    • i. een uittreksel uit het Reglement rijksscholen v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o., l.b.o.;

    • j. een uittreksel uit het huishoudelijk reglement van de school;

    • k. de plaats waar het schoolwerkplan ter inzage ligt alsmede de naam van degene die als contactpersoon van de schoolwerkplancommissie functioneert;

    • l. het spreekuur van de rector, conrector(en) en docenten met speciale opdrachten;

    • m. een opgave van de datum van de aanvang van de lessen en de data van de schoolvakanties.

Artikel 54 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Het programmaboekje wordt tijdig uitgereikt aan de docenten, de leden van de ouderraad, het niet-onderwijzend personeel, de leerlingen en de leden van de medezeggenschapsraad.

  • 2 Jaarlijks voor 1 juni zendt de rector het programmaboekje in drievoud aan het bevoegd gezag en in enkelvoud aan de inspecteur.

VI. Het Jaarverslag [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 55 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De rector stelt jaarlijks een verslag op over het afgelopen schooljaar en zendt dit voor 1 december aan het bevoegd gezag (in drievoud), de inspecteur, de docenten, de leden van het onderwijs-ondersteunend personeel, de leden van de medezeggenschapsraad, de ouderraad en de leerlingenraad.

  • 2 Het verslag bevat informatie die van belang is voor de evaluatie van:

    • a. het materiële beleid,

    • b. het personeelsbeleid en

    • c. het onderwijskundige beleid van de school.

  • 3 Het verslag beschrijft onder meer de schoolloopbaan van de cohorten leerlingen die instroomden in het eerste leerjaar, in 4-h.a.v.o. en in 5-v.w.o. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de schoolloopbaan van jongens en die van meisjes. Ook gegevens over de schoolloopbaan van andere groepen worden zonodig apart vermeld.

    Per cohort wordt naast de door- en uitstroom per groep ook de vakkenkeuze per groep vermeld per leerjaar en per schoolsoort en ten aanzien van degenen die uitstromen zo mogelijk het type vervolgonderwijs.

    De jaarlijkse teldatum is 1 september van het schooljaar dat volgt op het jaar waarover verslag wordt uitgebracht.

  • 4 Indien het onderwijs in het betrokken schooljaar afweek van wat daarover in het schoolwerkplan werd vastgelegd, worden deze afwijkingen in het verslag vermeld.

§ 7. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 56 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 In gevallen waarin dit reglement niet of niet naar billijkheid voorziet, beslist het bevoegd gezag na overleg met de schoolleiding.

  • 2 Het bevoegd gezag kan nadere regels geven ter uitvoering van het bepaalde in dit reglement.

Artikel 57 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Zolang aan een school nog geen medezeggenschapsraad is geïnstalleerd blijft het Reglement rijksscholen vastgesteld bij beschikking van 4 juli 1973, kenmerk AVO 539.447 en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 7 september 1981, kenmerk VO/AV/RVO 748.346, van toepassing.

  • 2 De artikelen 36 tot en met 49 van het in het eerste lid genoemde reglement blijven van toepassing tot het moment dat het Leerplan rijksscholen van november 1975 is aangepast.

    De tekst van deze artikelen is opgenomen in de bij dit reglement behorende bijlage

Artikel 58 [Vervallen per 31-12-2004]

Dit besluit kan worden aangehaald als het Reglement rijksscholen v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o., l.b.o. 1986 en vervangt, onverminderd het bepaalde in artikel 57, het Reglement Rijksscholen v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o., l.b.o., vastgesteld bij beschikking van 4 juli 1973, kenmerk AVO-539.447, Stcrt. nr. 158, laastelijk gewijzigd bij beschikking van 7 september 1981, kenmerk VO/AV/RVO-748.346, Stcrt. nr. 185.

Artikel 59 [Vervallen per 31-12-2004]

Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van de Nederlandse Staatscourant, waarin het met de toelichting en de bijlage wordt geplaatst.

Zoetermeer, 1 december 1986

De

staatssecretaris

van Onderwijs en Wetenschappen,

N. J. Ginjaar-Maas

Bijlage [Vervallen per 31-12-2004]

(De artikelen 36 t/m 49 van het Reglement rijksscholen, vastgesteld bij beschikking van 4 juli 1973, kenmerk AVO-539.447 en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 7 september 1981. kenmerk VO/AV/RVO-748.346)

Artikel 36 [Vervallen per 31-12-2004]

Bij de toelating van leerlingen tot de school wordt onderscheid gemaakt in toelating tot het eerste leerjaar en toelating tot andere leerjaren.

Artikel 37 [Vervallen per 31-12-2004]

Toelating van leerlingen tot het eerste leerjaar van de school vindt, behoudens het bepaalde in artikel 4, lid 3, van het Besluit dagscholen v.w.o. h.a.v.o. m.a.v.o., slechts plaats na een toelatingsonderzoek, tenzij de door de minister ingestelde toelatingscommissie op grond van het bepaalde in artikel 10 van het Besluit dagscholen v.w.o. h.a.v.o. m.a.v.o., besluit een leerling zonder verder onderzoek tot het eerste leerjaar toe te laten.

Artikel 38 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Voor het toelatingsonderzoek voor het eerste leerjaar wordt een keuze gemaakt uit de toetsingsmiddelen die in het tweede lid van artikel 4 van het Besluit dagscholen v.w.o. h.a.v.o. m.a.v.o. worden genoemd.

  • 2 Over de keuze van de toetsingsmiddelen overlegt de rector met de inspecteur en voor zover mogelijk met de leiders van de naburige scholen.

  • 3 De rector dient door tussenkomst van de inspecteur vóór 1 december bij de minister een voorstel in, waarbij hij aangeeft welke toetsingsmiddelen zullen worden gebruikt bij een algemeen toelatingsonderzoek en welke bij het toelatingsonderzoek niet kunnen worden toegepast.

  • 4 De minister stelt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 1 januari, vast welke toetsingsmiddelen zullen worden gebruikt en deelt dit mee aan de rector en de inspecteur.

Artikel 39 [Vervallen per 31-12-2004]

De rector maakt voor 1 februari bekend waar en wanneer het toelatingsonderzoek voor het eerste leerjaar zal plaatsvinden en welke toetsingsmiddelen daarbij zullen worden gebruikt. Hij maakt daarbij tevens bekend waar en wanneer de aanmelding voor het toelatingsonderzoek zal plaatsvinden.

Artikel 40 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Tot de andere leerjaren worden de leerlingen slechts toegelaten na een toelatingsonderzoek, tenzij de toelating plaatsvindt op grond van het bepaalde in artikel 12 van het Besluit dagscholen v.w.o. h.a.v.o. m.a.v.o. of tenzij de door de minister ingestelde toelatingscommissie op grond van het bepaalde in artikel 13, tweede lid, van dat besluit, beslist dat een toelatingsonderzoek achterwege wordt gelaten.

  • 2 De toelatingscommissie bepaalt van geval tot geval hoe en door wie het toelatingsonderzoek zal worden gehouden.

Artikel 41 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De minister stelt jaarlijks voor 1 februari in:

    • a. een toelatingscommissie voor de toelating van leerlingen tot het eerste leerjaar, van deze commissie kunnen naast leraren van de school, hoofden en onderwijzers van basisscholen deel uitmaken, en

    • b. een toelatingscommissie, voor de toelating van leerlingen tot andere leerjaren, waarvan alleen leraren van de school deel uitmaken

  • 2 De aanwijzing van de leden van de toelatingscommissie geschiedt door de minister op voordracht van de rector, de inspecteur gehoord. De rector is ambtshalve lid en tevens voorzitter van de toelatingscommissie.

Artikel 42 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De toelatingscommissies, bedoeld in artikel 41, beslissen over de toelating van leerlingen, tenzij de toelating op grond van artikel 12 van het Besluit dagscholen v.w.o. h.a.v.o. m.a.v.o. plaatsvindt.

  • 2 De toelatingscommissie draagt zorg voor de voorbereiding en het goede verloop van het toelatingsonderzoek en voor de bekendmaking van de uitslag van het onderzoek aan de belanghebbenden.

  • 3 De toelating van leerlingen tot het eerste leerjaar vindt steeds onvoorwaardelijk plaats.

Artikel 43 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De toelatingscommissie voor het eerste leerjaar zendt binnen zes maanden na het jaarlijks toelatingsonderzoek een verslag betreffende de toegepaste toelatingsmiddelen en van de daarmede opgedane ervaring aan de inspecteur.

  • 2 De toelatingscommissie voor het eerste leerjaar stelt het hoofd van de school waarvan leerlingen aan het toelatingsonderzoek hebben deelgenomen, in kennis van de beslissing over de toelating.

  • 3 Na de eerste algemene beoordeling van de leerlingen van het eerste leerjaar stelt de rector het hoofd van de school, waarvan leerlingen afkomstig zijn, op de hoogte van hun studieresultaten. Nadien worden deze inlichtingen verstrekt op verzoek.

Artikel 44 [Vervallen per 31-12-2004]

Over de keuze van de soort van het door de leerling te volgen onderwijs en de te volgen vakken overleggen de rector of de door hem daartoe aangewezen leraren met de leerling en zijn ouders, voogden of verzorgers.

Artikel 45 [Vervallen per 31-12-2004]

De rector stelt in overleg met de lerarenvergadering vast op welke tijdstippen moet worden beslist over de voortzetting van het door de leerling te volgen onderwijs.

Artikel 46 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Tijdig voor de in artikel 45 bedoelde tijdstippen lichten de rector en de door hem aangewezen leraren de leerling en zijn ouders, voogden of verzorgers in over de te verwachten studieresultaten. Zij adviseren hen bij de keuze van de soort van onderwijs en de te volgen vakken.

  • 2 De rector licht de lerarenvergadering in over het resultaat van zijn gesprek met de ouders, voogden of verzorgers.

Artikel 47 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Op de tijdstippen bedoeld in artikel 45, beslist de lerarenvergadering over de toelating van de leerling tot het volgende leerjaar.

  • 2 Zij beslist eerst over de toelating van de leerling tot het volgende leerjaar van de school of afdeling die hij volgt. De beslissing luidt:

    • a. onvoorwaardelijke toelating

    • b. voorwaardelijke toelating of

    • c. afwijzing.

  • 3 Indien de lerarenvergadering een beslissing neemt als bedoeld in het tweede lid onder b of c, beslist zij vervolgens of de leerling, al dan niet voorwaardelijk, wordt toegelaten tot een andere school of afdeling. Bij toelating beslist zij tevens tot welk leerjaar de leerling wordt toegelaten; daarbij neemt zij de artikelen 48 en 48a in acht.

  • 4 Indien de lerarenvergadering een beslissing neemt als bedoeld in het tweede lid onder c of indien aan de voorwaarden gesteld bij een beslissing als bedoeld in het tweede lid onder b, niet wordt voldaan, heeft de leerling het recht het leerjaar dat hij doorlopen heeft, te herhalen behoudens het bepaalde in artikel 48.

Artikel 48 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De lerarenvergadering staat niet toe, dat een leerling het onderwijs in eenzelfde leerjaar van een school of afdeling gedurende meer dan twee schooljaren volgt.

  • 2 De lerarenvergadering staat niet toe, dat een leerling het onderwijs in eenzelfde leerjaar in twee of meer scholen of afdelingen te zamen gedurende meer dan drie schooljaren volgt.

  • 3 De lerarenvergadering staat niet toe dat een leerling het onderwijs in twee opeenvolgende leerjaren van een school of afdeling gedurende meer dan drie schooljaren volgt.

  • 4 Onder ‘eenzelfde leerjaar’ of ‘twee opeenvolgende leerjaren’ als bedoeld in de vorige leden worden mede verstaan het leerjaar of de leerjaren waarin de leerling op een gelijksoortige andere school of afdeling het onderwijs heeft gevolgd.

  • 5 Bij de toepassing van het derde lid worden gemeenschappelijke leerjaren geacht te behoren tot de school of afdeling die de leerling in aansluiting daarop volgt.

Artikel 48 a [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De lerarenvergadering kan van het bepaalde in artikel 48 afwijken indien daarvoor naar har oordeel een zeer gewichtige reden bestaat. Een dergelijk besluit vereist een meerderheid van ten minste twee-derde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen.

  • 2 In afwijking van het bepaalde in artikel 48, derde lid, heeft de leerling die afgewezen is bij zijn examen het recht het examenjaar te herhalen.

Artikel 48 b [Vervallen per 31-12-2004]

Indien een leerling op grond van het bepaalde in de artikelen 47 en 48 de school moet verlaten, adviseert de lerarenvergadering hem en zijn ouders, voogden of verzorgers over de keuze van een vervolgopleiding of een beroep.

Artikel 49 [Vervallen per 31-12-2004]

Bij een stemming, als bedoeld in de artikelen 47, 48 en 48a zijn de leraren van wie de leerling les krijgt, verplicht hun stem uit te brengen. Blanco stemmen is hun niet toegestaan.