Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit bepalingen met betrekking tot de betaling van de vakantie-uitkering in 1985 [...] met de Wet afschaffing overneming premie A.O.W./A.W.W.

Geldend van 01-06-1985 t/m heden

Besluit van 23 september 1986, houdende a. bepalingen met betrekking tot de betaling van de vakantie-uitkering in 1985 en b. vaststelling van een drietal overgangsregelingen per 1 juni 1985 in verband met de Wet afschaffing overneming premie A.O.W./A.W.W.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie, van 25 juli 1986, Afdeling Arbeidsvoorwaarden Militair Personeel, nr. D 86/096/22673;

Gelet op artikel 12 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 (Stb. 519), artikel 2 van de Wet rechtstoestand dienstplichtigen (Stb. 1971, 231) en artikel III, onderdeel B van de Wet afschaffing overneming premie A.O.W./A.W.W. (Stb. 1985, 288);

De Raad van State gehoord (advies van 21 augustus 1986, nr. W 07.86.0388);

Gezien het nader rapport van de voornoemde Staatssecretaris van 15 september 1986, nr. D 86/096/28077;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk I. Bepaling met betrekking tot de betaling van de vakantie-uitkering in 1985

Artikel I

In afwijking van artikel 4, eerste lid, van het Besluit vakantie-uitkering militairen zeemacht (Stb. 1954, 607) onderscheidenlijk artikel 44, eerste lid, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969 (Stb. 1968, 523) wordt de vakantie-uitkering over de periode van tien maanden, die is aangevangen met de maand juni 1984 betaald in maart 1985 en wordt in mei 1985 de vakantie-uitkering over de maanden april en mei 1985 betaald.

Hoofdstuk II. Vaststelling van een drietal overgangsregelingen per 1 juni 1985 in verband met de Wet afschaffing overneming premie A.O.W./A.W.W.

Artikel II

  • 1 Voor de militair wiens bezoldiging op 31 mei 1985 wordt verhoogd op grond van artikel 3, vijfde lid, van het Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 1954 (Stb. 50) onderscheidenlijk die aanspraak heeft op een garantietoelage op grond van artikel 37, tweede lid, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969 (Stb. 1968, 523) wordt het in genoemde artikelen bedoelde maandbedrag van het wettelijke minimumloon fictief verhoogd met 10%.

  • 2 Voor de toepassing van het gestelde in het vorige lid worden artikel 3, vijfde lid, van het Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 1954 (Stb. 50) onderscheidenlijk artikel 37 van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969 (Stb. 1968, 523) geacht te luiden zoals zij luidden op genoemde datum, zulks onverminderd het bepaalde in artikel II van het Besluit van 23 augustus 1984 (Stb. 413), houdende vaststelling van een tweetal overgangsregelingen, ingaande 1 oktober 1984, in verband met de wijziging van de bezoldigingsvoorschriften voor militairen naar aanleiding van de structurele herziening van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948 (Stb. 1949, J 261) per 1 januari 1984.

Artikel III

[Red: Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]

Artikel IV

Voor de militair die op 31 mei 1985 in het genot is van een overbruggingstoelage als bedoeld in artikel 36 van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969 (Stb. 1968, 523) wordt het bedrag van die toelage, zoals die was vastgesteld op 31 mei 1985, verhoogd met 10%.

Hoofdstuk III. Slotbepaling

Artikel V

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juni 1985 met dien verstande dat hoofdstuk I terugwerkt tot en met 1 maart 1985.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage, 23 september 1986

Beatrix

De Staatssecretaris van Defensie,

J. van Houwelingen

Uitgegeven de zesde november 1986

De Minister van Justitie,

F. Korthals Altes