Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Examenreglement zeevisvaart[Regeling vervallen per 01-01-2014.]

Geldend van 01-11-2004 t/m 31-12-2013

Besluit van 4 juli 1986, houdende vaststelling van een examenreglement als bedoeld in de Wet op de Zeevischvaartdiploma's 1935, Stb. 455

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, mede namens Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, van 10 januari 1983, nr. PJ/S 20132, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken;

Gelet op artikel 3, tweede lid, onder a, van de Wet op de Zeevischvaartdiploma’s 1935 (Stb. 455);

De Raad van State gehoord (advies van 6 april 1983, nr. W09.83.0034a/25.3.13);

Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister, mede namens Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen van 15 mei 1986, nr. PJ/S 30928, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De begripsbepalingen genoemd in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de Zeevischvaartdiploma's 1935, Stb. 455 zijn van toepassing.

  • 2 In dit besluit wordt verstaan onder:

    "Commissie": de Commissie, genoemd in artikel 2;

    "voorzitter": de voorzitter, genoemd in artikel 3, eerste lid;

    "wet": de Wet op de Zeevischvaartdiploma's 1935, Stb. 455;

    "examenprogramma": het examenprogramma zeevisvaart, opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage.

Hoofdstuk I. Examencommissie [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2014]

Er is een Commissie voor de zeevisvaartexamens, die, met het oog op de afgifte van de diploma's en het bewijs, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de wet, examens afneemt ter verkrijging van:

  • a. de verklaring van bekendheid met de bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee S VII;

  • b. de verklaring voor de zeevisvaart SW VI;

  • c. de verklaring voor de zeevisvaart SW V;

  • d. de verklaring voor de zeevisvaart S IV-v;

  • e. de verklaring voor de zeevisvaart W IV-v;

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De Commissie bestaat uit een voorzitter, leden en plaatsvervangende leden. De voorzitter is een door Onze Minister aan te wijzen ambtenaar van zijn ministerie. De leden en plaatsvervangende leden treden op als examinator. Zij worden voor de tijd van ten hoogste twee jaren benoemd door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen en zijn terstond herbenoembaar. Bij de benoeming worden tevens uit de leden een of meer plaatsvervangende voorzitters aangewezen. Van iedere benoeming wordt schriftelijk kennis gegeven aan Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen.

  • 2 De leden en plaatsvervangende leden van de Commissie ontvangen uit 's Rijks kas een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de regelen welke gelden ter zake van reizen in Nederland ten behoeve van het Rijk, alsmede, voor zover hun benoeming haar oorzaak niet vindt in het ambt dat zij bekleden, vacatiegelden.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Onze Minister voorziet in het secretariaat van de Commissie en wijst een ambtenaar van zijn ministerie aan als secretaris.

  • 2 De voorzitter wijst een of meer leden aan als plaatsvervangend secretaris van de Commissie.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2014]

De Commissie brengt zo spoedig mogelijk na afloop van een tijdvak als bedoeld in artikel 7, aan Onze Minister verslag uit betreffende de gehouden examens en zendt een afschrift van dat verslag aan Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2014]

De voorzitter kan nadere aanwijzingen geven voor het functioneren van de Commissie.

Hoofdstuk II. Organisatie en indeling examens [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2014]

Onze Minister bepaalt, na overleg met Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, voor een tijdvak van ten hoogste een jaar de perioden waarin en de plaats waar de Commissie zitting houdt, alsmede de inschrijfperioden voor de examens.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2014]

De voorzitter stelt de roosters voor de te houden examens vast.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De voorzitter roept de leden en de plaatsvervangende leden van de Commissie op naarmate de aard en de omvang der werkzaamheden hun tegenwoordigheid vereisen.

  • 2 In het belang van het goed functioneren van de Commissie kan de voorzitter leden en plaatsvervangende leden eveneens oproepen met het doel hen in staat te stellen kennis te nemen van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van navigatie en scheepswerktuigkunde.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2014]

De examens, met uitzondering van het examen ter verkrijging van de verklaring van bekendheid met de bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee S VII, zullen naar verkiezing van de kandidaat worden afgenomen hetzij in hun geheel, hetzij in twee delen als aangegeven in het examenprogramma.

Hoofdstuk III. Toelatingsvoorwaarden [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Degene die een in artikel 2 genoemd examen of een in artikel 10 bedoeld deel daarvan wenst af te leggen, dient daartoe bij de voorzitter een aanvraag in binnen de in artikel 7 bedoelde inschrijfperiode.

  • 2 Voor toelating tot een examen als bedoeld in artikel 2, onder c, d of e, dan wel een deel daarvan, dient de kandidaat in het bezit te zijn van het bewijs dat hij het eindexamen of examen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, van de wet, bestemd voor het naast lagere diploma, met goed gevolg heeft afgelegd. Indien de kandidaat een examen in twee delen aflegt, dient hij voor de toelating tot deel II van het examen tevens in het bezit te zijn van het bewijs dat hij deel I met goed gevolg heeft afgelegd.

  • 3 Terzake van de behandeling van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, is een vergoeding verschuldigd volgens een door Onze Minister vast te stellen tarief.

  • 4 Bij een aanvraag dient de kandidaat over te leggen:

    • a. het bewijs, bedoeld in het tweede lid;

    • b. een uittreksel uit het geboorteregister of, ten genoegen van de voorzitter, een identiteitsbewijs;

    • c. een bewijs van betaling van de in het derde lid bedoelde vergoeding en

    • d. het bewijs dat hij aan een school als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs (Stb. 1967, 387) het onderwijs in het vak visserijkunde met goed gevolg heeft doorlopen.

  • 5 De kandidaat die valse of vervalste bescheiden overlegt, kan voor ten hoogste een jaar door de voorzitter van deelneming aan een examen worden uitgesloten.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2014]

Onze Minister kan ontheffing of vrijstelling verlenen van het bepaalde in artikel 11 onder zonodig door hem te stellen voorwaarden of beperkingen.

Hoofdstuk IV. Examens [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een in artikel 2 genoemd examen of een deel daarvan dient binnen één zittingsperiode als bedoeld in artikel 7, te worden afgelegd in alle vakken die daarvoor zijn aangegeven in het examenprogramma.

  • 2 De kennis die wordt gevorderd, is per vak aangegeven in het examenprogramma.

  • 3 Onze Minister kan, na overleg met Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, aan de bezitters van door hem aan te wijzen diploma's vrijstelling verlenen van een of meer vakken van een examen.

  • 4 In het examenprogramma is per vak of gedeelte daarvan aangegeven of het examen daarin schriftelijk, mondeling of praktisch wordt afgenomen.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De voorzitter stelt, in overleg met de betrokken examinatoren, de opgaven voor het schriftelijk gedeelte van een examen vast.

  • 2 Het schriftelijk examenwerk wordt gemaakt op vanwege de Commissie uit te reiken gewaarmerkt papier.

  • 3 De kandidaten mogen bij het schriftelijk gedeelte van het examen in het examenlokaal niets anders meebrengen dan schrijfgerei en vanwege de Commissie uitdrukkelijk toegestane andere benodigdheden.

  • 4 Bij het schriftelijk en praktisch examen zijn in elk lokaal waar examen wordt afgenomen, zoveel leden van de Commissie voor het houden van toezicht aanwezig, als door de voorzitter voldoende of noodzakelijk wordt geacht.

  • 5 De kandidaat levert al het gebruikte papier in bij een der toezichthoudende leden.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Bij elk mondeling examen is, naast de examinator, ten minste één ander lid der Commissie als bijzitter tegenwoordig. De bijzitter houdt aantekening van de inhoud en het verloop van het examen van iedere kandidaat.

  • 2 Een examen dat mondeling wordt afgenomen, is openbaar.

  • 3 De voorzitter kan regels en aanwijzingen geven voor het ordelijk verloop van een mondeling examen.

  • 4 De voorzitter kan een toehoorder die zich niet naar de in het derde lid bedoelde regels en aanwijzingen gedraagt, het verblijf in het examenlokaal ontzeggen.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Tijdens een examen mogen de kandidaten niet met elkaar spreken, noch elkaars werk bekijken, of, anders dan met door of vanwege de voorzitter gegeven toestemming, het examenlokaal verlaten of iets van elkaar lenen.

  • 2 De kandidaten dienen zich tijdens het examen te gedragen naar de door of vanwege de voorzitter gegeven aanwijzingen.

  • 3 Gedragingen van een kandidaat in strijd met het bepaalde in het eerste en tweede lid, gedragingen die storend werken op het verloop van het examen, bedrog of een poging daartoe kunnen, zulks ter beoordeling van de voorzitter, uitsluiting van verdere deelneming aan het examen tot gevolg hebben.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Het oordeel over het in elk vak of gedeelte daarvan afgelegde examen wordt uitgedrukt in gehele cijfers, waarvan het laagste cijfer 1 en het hoogste cijfer 10 is.

  • 2 Wanneer het examen in een vak uit meer dan een gedeelte bestaat, wordt het eindcijfer voor dat vak bepaald door het gemiddelde van de bij die gedeelten behaalde cijfers, waarbij breuken van een half of meer naar boven en breuken van minder dan een half naar beneden worden afgerond.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Onze Minister stelt, ter bepaling van de uitslag van de examens, normen vast.

  • 2 De Commissie bepaalt aan de hand van deze normen of een kandidaat is geslaagd of afgewezen, dan wel in welke vakken hij herexamens kan doen.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een kandidaat die niet voldoet aan de normen om te slagen, kan een herexamen afleggen, indien hij daardoor alsnog aan die normen kan voldoen.

  • 2 Een herexamen kan ten hoogste het aantal vakken omvatten dat hieronder is aangegeven:

    • 1. Verklaring voor de zeevisvaart SW VI (geheel): 4

    • 2. Verklaring voor de zeevisvaart SW VI (deel I): 2

    • 3. Verklaring voor de zeevisvaart SW VI (deel II): 2

    • 4. Verklaring voor de zeevisvaart SW v (geheel): 4

    • 5. Verklaring voor de zeevisvaart SW v (deel I): 1

    • 6. Verklaring voor de zeevisvaart SW v (deel II): 3

    • 7. Verklaring voor de zeevisvaart S IV-v (geheel): 4

    • 8. Verklaring voor de zeevisvaart S IV-v (deel I): 2

    • 9. Verklaring voor de zeevisvaart S IV-v (deel II): 2

    • 10. Verklaring voor de zeevisvaart W IV-v (geheel): 3

    • 11. Verklaring voor de zeevisvaart W IV-v (deel I): 1

    • 12. Verklaring voor de zeevisvaart W IV-v (deel II): 2

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een herexamen dient binnen een jaar nadat de Commissie heeft bepaald dat de kandidaat hiervoor in aanmerking komt, te worden afgelegd op een, na ontvangst van de aanvraag daarvoor, door de voorzitter te bepalen tijdstip. De aanvraag dient uiterlijk een maand voor het verstrijken van de periode van een jaar te zijn ingediend.

  • 2 Op de aanvraag voor het herexamen is artikel 11 van overeenkomstige toepassing.

  • 3 Indien een herexamen niet tijdig is afgelegd of indien, na het afleggen daarvan, blijkt dat niet is voldaan aan de normen om te slagen, wordt de kandidaat afgewezen.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Wordt een kandidaat ingevolge het bepaalde in artikel 16, derde lid, uitgesloten van verdere deelneming aan een examen of trekt hij zich tijdens een examen terug, dan wordt hij beschouwd te zijn afgewezen.

  • 2 Indien een kandidaat zich tijdens het examen terugtrekt vindt het bepaalde in het eerste lid geen toepassing als zulks, naar het oordeel van de voorzitter, het gevolg is van overmacht.

  • 3 Indien de voorzitter ingevolge het bepaalde in het tweede lid van oordeel is dat de kandidaat zich heeft teruggetrokken als gevolg van overmacht, bepaalt hij op welk tijdstip de kandidaat het examen alsnog kan voltooien.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Degene die voor de eerste maal een examen of een deel daarvan aflegt in overeenstemming met artikel 13, eerste lid, en wordt afgewezen, behoeft de eerstvolgende keer dat hij eenzelfde examen of eenzelfde deel daarvan aflegt niet nogmaals examen af te leggen in de vakken waarvoor hij reeds het eindcijfer 6 of hoger had behaald, mits dit examen binnen twee jaar na de afwijzing wordt afgelegd; het reeds behaalde eindcijfer zal dan op de nieuwe cijferlijst worden overgenomen.

  • 2 Op de kandidaat die ten tweede male is afgewezen voor eenzelfde examen of eenzelfde deel daarvan, afgelegd binnen twee jaar na de eerste afwijzing, is de eerstvolgende keer dat hij eenzelfde examen of eenzelfde deel daarvan aflegt, het eerste lid weer van toepassing.

  • 3 Op de aanvraag voor eenzelfde examen of deel daarvan als bedoeld in het eerste lid, is artikel 11 van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk V. Verklaringen [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2014]

Onze Minister stelt de modellen vast van de krachtens dit besluit uit te reiken verklaringen.

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2014]

De voorzitter reikt aan de geslaagde kandidaat de desbetreffende verklaring uit.

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2014]

Indien blijkt, dat de kandidaat tijdens het examen bedrog heeft gepleegd of zich aan een andere onregelmatigheid heeft schuldig gemaakt, kan de voorzitter, na overleg met de Commissie, de kandidaat de verklaring onthouden of een reeds uitgereikte verklaring intrekken.

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2014]

Een duplicaat van een uitgereikte verklaring wordt slechts afgegeven, indien de belanghebbende aannemelijk kan maken, dat de oorspronkelijke verklaring verloren is geraakt. Tenzij de oorspronkelijke verklaring verloren is geraakt ten gevolge van een oorlogsdaad, een scheepsramp of daarmee vergelijkbare omstandigheid, is voor een duplicaat een vergoeding verschuldigd volgens een door Onze Minister vast te stellen tarief.

Hoofdstuk VI. Beroep [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 2 Tegen een beschikking van de voorzitter als bedoeld in het eerste lid kan de belanghebbende beroep instellen bij Onze Minister.

  • 3 De Commissie handelt overeenkomstig de door Onze Minister genomen beslissing.

Hoofdstuk VII. Slot- en overgangsbepalingen [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-2014]

Het Reglement voor de stuurliedenexamens Zeevisvaart (Stb. 1947, H 443) en het Reglement voor de machinistenexamens Zeevisvaart (Stb. 1947, H 444) worden ingetrokken met ingang van 1 september 1984.

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-2014]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 1982.

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-2014]

Dit besluit kan worden aangehaald als "Examenreglement zeevisvaart".

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende bijlage alsmede de nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage, 4 juli 1986

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

N. Smit-Kroes

De Minister van Onderwijs en Wetenschappen,

W. J. Deetman

Uitgegeven de twaalfde augustus 1986

De Minister van Justitie a.i.,

C. P. van Dijk

Bijlage als bedoeld in het koninklijk besluit van 4 juli 1986 (Stb. 412) [Vervallen per 01-01-2014]

Examenprogramma zeevisvaart

Verklaring van bekendheid met de bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee S VII [Vervallen per 01-01-2014]

Exameneisen 1 [Vervallen per 01-01-2014]

Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van: de "Bepalingen ter Voorkoming van Aanvaringen op Zee" en de meest voorkomende toepassingen hiervan.

Verklaring voor de zeevisvaart SW VI [Vervallen per 01-01-2014]

Exameneisen 2 [Vervallen per 01-01-2014]

Deel I [Vervallen per 01-01-2014]

1. Nederlandse taal [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet duidelijk leesbaar schrijven en de beginselen van grammatica kunnen toepassen teneinde zijn gedachten zonder grove fouten te kunnen uitdrukken.

2. Rekenkunde [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kunnen werken met de hoofdbewerkingen, met verhoudingen en procenten, met het SI-stelsel en andere maten en gewichten bij de scheepvaart in gebruik. De kandidaat moet begrip hebben van machtsverheffen en worteltrekken en het oppervlak en de inhoud van blok, bol en cilinder kunnen berekenen.

3. Communicatieprocedure [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van: het gebruik van radiotelefonische communicatiemiddelen, welke aan boord aanwezig kunnen zijn; het gebruik van de internationale communicatieprocedure; de procedure betreffende de nood-, spoed- en veiligheidsvoorschriften, alsmede de opsporing en redding op zee.

4. Wettelijke bepalingen [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet begrip hebben van: de voornaamste wettelijke bepalingen in verband met de veiligheid; de voornaamste taken van de divisie Scheepvaart en van de Raad voor de Scheepvaart; de hoofdzaken omtrent de kapitein en zijn voornaamste verplichtingen; de schepelingen; de maatschapsovereenkomst; het monsteren; het scheepsdagboek; het machinedagboek; de scheepsverklaring; hulpverlening; de hoofdzaken van de wettelijke bepalingen ter voorkoming van zeeverontreiniging; de voornaamste bepalingen betreffende de zeevisserij.

5. Verbrandingsmotoren [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet enig begrip hebben van: de inrichting en de werking van zuigermotoren en hun samenstellende delen; de asleiding en voortstuwer; het brandstofsysteem; het bedrijfsgereed maken; de beginselen van koeling en smering; de controle op de werking. De kandidaat moet kennis hebben van de voornaamste bepalingen en voorschriften met betrekking tot de veiligheid van schip, lading en opvarenden.

6. Hulpwerktuigen [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet enig begrip hebben van de uitvoering van aan boord van zeevissersvaartuigen gebruikelijke hulpwerktuigen.

7. Elektrotechniek [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet enig begrip hebben van: elektrische stroom, spanning en weerstand; elektrisch vermogen en arbeid; accumulatoren; natuurlijk- en elektromagnetisme; het onderhoud van de elektrische installatie aan boord.

8. Werktuigboudkundig tekenen [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet een schets kunnen maken van een eenvoudig onderdeel van een motor, hulpwerktuig of appendage naar een gegeven model. De kandidaat moet een eenvoudige werktuigbouwkundige tekening kunnen lezen en verklaren.

9. Praktisch werken [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet eenvoudige werkstukken kunnen vervaardigen met de verwerking bankwerken. De kandidaat moet enige vaardigheid bezitten in demontage en montage van werktuigen en werktuigonderdelen en in het beoordelen van eenvoudige werktuigonderdelen op hun bruikbaarheid.

10. Eerste hulp bij ongevallen [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet begrip hebben van enige vaardigheid in het verlenen van eerste hulp bij ongevallen aan de hand van de krachtens de Schepenwet aan boord van schepen voorgeschreven handleiding.

Deel II [Vervallen per 01-01-2014]

11. Zeevaartkunde [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van: het coördinatenstelsel op aarde; het werken in de zeekaart; het uitzetten van koersen en het herleiden hiervan; de invloed van stroom en drift; het bijhouden van gegist bestek; plaatsbepaling door middel van peilingen en met behulp van radar en Decca.

De kandidaat moet enig begrip hebben van de vertikale en horizontale getijbeweging in vaargebied I.

12. Instrumenten [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van: van de inrichting van het magnetisch vloeistofkompas; de peiltoestellen; de loggen en loden welke bij de Nederlandse vissersvloot voorkomen; de aneroïde barometer; de thermometer.

13. Scheepsbouw, tuig en uitrusting [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet begrip hebben van: de constructie van zeevissersvaartuigen; doel en benaming van de voornaamste samenstellende delen; het lezen van de voornaamste scheepstekeningen; de waterdichte indeling; het onderhoud van schip, tuig en uitrusting; het veilig werken aan boord; de voorgeschreven reddingmiddelen en brandblusmiddelen.

15. Stabiliteit [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van: de betekenis van verplichte stabiliteitsgegevens voor zeevissersvaartuigen; de GM-berekening voor diverse beladingstoestanden; de minimum GM-waarden voor de zeevisvaart; het belang van vrijboord en waterlozing voor de stabiliteit; de stabiliteit bij de boomkorvisserij.

15. Manoeuvreren [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van: het manoeuvreren met zeevissersvaartuigen; het waarnemen van de wacht, het gebruik van trossen en meerdraden.

16. Praktische navigatie [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet zeekaarten in gebruik in vaargebied I kunnen gebruiken en lezen; peilingen en koersen kunnen afzetten. De kandidaat moet kunnen werken met de zeemansgidsen, lichtenlijsten en getijtafels. De kanidaat moet kennis hebben van het internationale betonningsstelsel.

17. Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van: de "Bepalingen ter Voorkoming van Aanvaringen op Zee" en de meest voorkomende toepassingen hiervan.

Verklaring voor de zeevisvaart SW V [Vervallen per 01-01-2014]

Exameneisen 3, 4 [Vervallen per 01-01-2014]

Deel I [Vervallen per 01-01-2014]

1. Engelse taal [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van de beginselen van de Engelse taal en deze kunnen toepassen voor het gebruik van in het Engels gestelde nautische en technische instructies.

2. Communicatieprocedure [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van: het gebruik van de telecommunicatiemiddelen welke aan boord aanwezig kunnen zijn; het gebruik van het "Internationaal Seinboek"; het morse-alfabet. De kandidaat moet bedrevenheid hebben in het gebruik van de radiotelefonie-procedure. De kanidaat moet enige bedrevenheid hebben in het aflezen van seinvlaggen, welke voor de zeevisserij van belang zijn.

3. Wettelijke bepalingen [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet begrip hebben van: het in- en uitklaren; aanvaring, hulp en berging; hulpverlening; verzekering; strafbare feiten in de scheepvaart en hun behandeling; het testament; het handelen bij overlijden.

4. Verbrandingsmotoren [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet begrip hebben van: de indeling van zuigermotoren; de opbouw en de samenstellende delen; het proces van inspuiting en verbranding; het aanzetten en omkeren van de draairichting; de drukvulling; de koeling; de smering; het onderhoud; het verband tussen brandstofverbruik en vaart van het schip

5. Hulpwerktuigen [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet begrip hebben van de werking van aan boord van zeevissersvaartuigen gebruikelijke hulpwerktuigen.

6. Elektrotechniek [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet enig begrip hebben van: het schakelen van weerstanden; de Lorenzkracht; het ontstaan van een bronspanning in een geleider; het principe van gelijk- en één-fase wisselstroomgeneratoren en -motoren; het drie- en viergeleidernet bij draaistroom.

Deel II [Vervallen per 01-01-2014]

7. Zeevaartkunde [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet grondige kennis hebben van: het coördinatenstelsel op aarde; het werken in de zeekaart; het uitzetten van koersen en het herleiden hiervan; de invloed van stroom en drift; het bijhouden van het gegist bestek.

De kandidaat moet kennis hebben van: kaartprojecties; het bepalen van de kompasfout met behulp van merklijn; de koers- en verheidsrekening; methoden van plaatsbepaling bij kustnavigatie en met behulp van elektronische navigatiemiddelen; de vertikale en horizontale getijbeweging in vaargebied II.

8. Instrumenten [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van: het aardmagnetisme en de plaatsing van de compensatiemiddelen van het magnetisch vloeistofkompas; eisen te stellen aan een magnetisch kompas. De kandidaat moet begrip hebben van: het gyrokompas; netsonde en sonar.

9. Meteorologie [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van: depressies; wolkenvormen; Wet van Buys-Ballot; het lezen van weerkaarten; stormwaarschuwingen; radioweerberichten.

10. Cijferen [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet zeevaartkundige vraagstukken betrekking hebbend op het voorgaande onder 7 kunnen becijferen

11. Scheepsbouw, tuig en uitrusting [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van: de voornaamste gegevens en tekeningen benodigd voor de bouw van een zeevissersvaartuig; het lezen van aan boord voorkomende scheepstekeningen; de waterdichte leiding; het onderhoud van schip, tuig en uitrusting; het dokken en de daarbij te nemen veiligheidsmaatregelen; brandbestrijding.

12. Stabiliteit [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van: het verschil in stabiliteit bij kleine en grote hellingen; het belang van de stabiliteitskromme voor de beoordeling van de stabiliteit; de stabiliteitsproef; de kenmerken van een rank en een stijf schip; de maatregelen ter verbetering van de stabiliteit.

13. Manoeuvreren [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet grondige kennis hebben van: het manoeuvreren met alle typen zeevissersvaartuigen onder alle omstandigheden; het instrueren van het wachtdoende personeel; het meren, ontmeren en ankeren onder alle omstandigheden; het werken met reddingmiddelen; opsporing- en reddingacties op zee.

14. Praktische navigatie [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet zeekaarten kunnen gebruiken en kritisch lezen, daarin peilingen en bestekken alsmede koersen kunnen afzetten. De kandidaat moet kunnen werken met zeemansgidsen en lichtenlijsten en gebruik kunnen maken van getijtafels en stroomatlassen.

15. Bepalingen ter voorkoming van aanvaring op zee [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet grondige kennis hebben van: de "Bepalingen ter Voorkoming van Aanvaringen op Zee" en hun praktische toepassingen.

Verklaring voor de zeevisvaart S IV v [Vervallen per 01-01-2014]

Exameneisen 5, 6 [Vervallen per 01-01-2014]

Deel I [Vervallen per 01-01-2014]

1. Nederlandse taal [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet zich in het Nederlands mondeling en schriftelijk behoorlijk kunnen uitdrukken.

2. Engelse taal [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet de beginselen van de Engelse taal kunnen toepassen voor het gebruik van in het Engels gestelde nautische handboeken, kaarten en instructies en voor het vertalen uit het Nederland in het Engels van een eenvoudige tekst op het vak betrekking hebbend.

3. Aardrijkskunde [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van de voornaamste scheepsvaartwegen en aanliggende geografische plaatsaanduidingen.

4. Zeevaartkunde [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van: het principe van de plaatsbepaling met de hoogtepuntmethode van zon en sterren; de verbetering toe te passen op gemeten zonshoogten en stershoogten; het gebruik van het zonsmeridiaansbreedtepunt en het poolstersbreedtepunt; het bepalen van de kompasfout met behulp van een zons- of poolsters-azimuth; het gebruik van de "Nautical Almanac"; eenvoudige sfeerstanden; het grootcirkelvaren met behulp van de kaart en het berekenen van een grootci rkelkoers.

De kandidaat moet grondige kennis hebben van de loxodromische koers- en verheidsrekening; de vertikale en horizontale getijbeweging in het onbeperkt vaargebied; de mogelijkheden voor elektronische plaatsbepaling met behulp van radiorichtingzoekers, Decca en radar. De kandidaat moet kennis hebben van de principes van satellietnavigatie, Omega en Loran.

5. Instrumenten [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet grondige kennis hebben van het gebruik en de inrichting van de sextant. De kandidaat moet kennis hebben van: het gebruik van de tijdmeter; het principe van het gyrokompas en van de koers- en vaartfout op de gyrokompassen.

6. Meteorologie [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van: de luchtdrukverdeling op aarde; koude en warme massa; fronten, luchtsoorten en brongebieden; isothermen en isobaren; gradiënt; de constante, periodieke en variabele winden; het ontstaan van mist en bewolking; de belangrijkste zeestromen; het ontstaan van depressies en orkanen; het ontwijken van orkanen.

7. Communicatieprocedure [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet begrip hebben van: de nationale en internationale voorschriften en bepalingen die voor zeevissersvaartuigen van belang zijn voor het doelmatig functioneren van de telecommunicatiedienst aan boord.

De kandidaat moet grondige kennis hebben van de procedures betreffende de nood-, spoed- en veiligheidsberichten. De kandidaat moet enige bedrevenheid hebben in het opnemen van morsetekens met de lamp en het aflezen van seinvlaggen.

8. Eerste hulp bij ziekten en ongevallen [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van eerste hulpverlening bij en behandeling van ziekten en ongevallen alsmede begrip van scheepshygiëne, een en ander aan de hand van de krachtens de Schepenwet aan boord van schepen voorgeschreven handleiding. De kandidaat moet enige vaardigheid hebben in het leggen van verbanden.

Deel II [Vervallen per 01-01-2014]

9. Cijferen [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet zeevaartkundige vraagstukken betrekking hebbend op het voorgaande onder 4 kunnen becijferen.

10. Scheepsbouw, tuig en uitrusting [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van: de procedure bij nieuwbouw van zeevissersvaartuigen; het lezen van bouwtekeningen; de werkwijze van erkende particuliere onderzoekingsbureaus; de waterdichte indeling en het minimum vrijboord; het doel en de benaming van samenstellende delen; het gebruik en het onderhoud van tuig en uitrusting; het onderhoud van het schip; de dokwerkzaamheden; maatregelen ter bescherming van het milieu; het veilig werken aan boord; brandbeveiliging en brandbestrijding.

11. Stabiliteit [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van: de invloed van vrije vloeistofoppervlakken op de stabiliteit; de berekening van de invloed van ijsafzetting en dwarswind op de stabiliteit van zeevissersvaartuigen; de stabiliteit in zeegang; de trimberekening bij diverse beladingstoestanden.

12. Praktische navigatie [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet een route kunnen kiezen en beschrijven aan de hand van diverse navigatorische, economische, milieu- en veiligheidscriteria met gebruikmaking van "Ocean passages for the world", klimatologische kaarten en routering. De kandidaat moet zeemansgidsen kunnen gebruiken in verband met het aanlopen van havens en kusten.

13. Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet grondige kennis hebben van de toepassing van de "Bepalingen ter Voorkoming van Aanvaringen op Zee".

Verklaring voor de zeevisvaart W IV v [Vervallen per 01-01-2014]

Exameneisen 7, 8 [Vervallen per 01-01-2014]

Deel I [Vervallen per 01-01-2014]

1. Nederlandse taal [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet zich in het Nederlands mondeling en schriftelijk behoorlijk kunnen uitdrukken.

2. Engelse taal [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet de beginselen van de Engelse taal kunnen toepassen voor het gebruik van in het Engels gestelde technische handboeken en instructies en voor het vertalen uit het Nederlands in het Engels van een eenvoudige tekst op het vak betrekking hebbend.

3. Natuurkunde [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet enig begrip hebben van: de bouw van de stof, de hydrostatische wetten; dichtheid van de stof; de druk van een gas en de meting ervan; temperatuur en warmte; de uitzetting van een stof.

4. Werktuigkunde [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet enig begrip hebben van: de krachtenleer, arbeid en arbeidsvermogen; eenvoudige werktuigen en takels.

5. Materialen [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet enig begrip hebben van: de eigenschappen van materialen bij de motorbouw gebezigd; het harden van staal; de samenstelling van soldeer en de toepassing van de gebruikelijk vloeimiddelen; de samenstelling van pakking- en isolatiestoffen en het gebruik ervan.

6. Werktuigbouwkundig tekenen [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet een werktekening kunnen maken van een eenvoudig onderdeel van een motor, hulpwerktuig of appendage met behulp van een door hem gemaakte handschets naar een gegeven model. De kandidaat moet scheeps- en werktuigbouwkundige tekeningen, zoals deze aan boord van zeevissersvaartuigen voorkomen, kunnen lezen.

Deel II [Vervallen per 01-01-2014]

7. Scheepskennis [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet kennis hebben van: de algemene inrichting en de constructie van zeevissersvaartuigen op de belangrijkste plaaten, voornamelijk ter plaatse van de doorvoering van de schroefas, de motorfundatie, het stuwblok, de buitenboordskranen en -afsluiters en de fundatie van de vislier; de invloed van het dokken op het scheepsverband en de motorinstallatie.

6. Verbrandingsmotoren [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet begrip hebben van: de spoeling van verbrandingsruimten; inspuiting en de processen van inspuiting en verbranding; de toepassing van drukvulgroepen; het gebruik van verschillende soorten brandstoffen; de wijzen van overbrenging van het vermogen op de voortstuwer; de asleiding met toebehoren en de voortstuwer.

9. Hulpwerktuigen [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet begrip hebben van de uitvoering van, de controle op en het onderhoud van aan boord van zeevissersvaartuigen gebruikelijke hulpwerktuigen. De kandidaat moet enig begrip hebben van de regeltechniek.

10. Elektrotechniek [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet enig begrip hebben van: stoom- en spanningswaarden bij wisselstroom; draaistroomgeneratoren en -motoren; het vermogen van wisselstroom en draaistroom; meetinstrumenten.

11. Praktisch werken [Vervallen per 01-01-2014]

De kandidaat moet eenvoudige werkstukken vervaardigen met de bewerking autogeen lassen.

De kandidaat moet enige vaardigheid bezitten in het beoordelen van onderdelen van de machinekamerinstallatie op bruikbaarheid en het vervangen van deze onderdelen.

  • ^ [1]

    Het examen is schriftelijk en mondeling voor de vakken 1, 2 en 5, praktisch voor de vakken 8 en 9, mondeling en praktisch voor het vak 10 en mondeling voor de overige vakken.

  • ^ [2]

    Het examen is schriftelijk en mondeling voor de vakken 1, 2 en 5, praktisch voor de vakken 8 en 9, mondeling en praktisch voor het vak 10 en mondeling voor de overige vakken.

  • ^ [3]

    Het examen is schriftelijk en mondeling voor de vakken 1 en 4, schriftelijk voor vak 10 en mondeling voor de overige vakken.

  • ^ [4]

    Hoewel het niet de bedoeling is al hetgeen waarin bij het examen voor het diploma zeevisvaart SW VI kan worden geëxamineerd ook bij dit examen te vragen, is de examencommissie bevoegd naar de kennis, vereist voor bedoeld diploma een onderzoek in te stellen, indien gegronde twijfel rijst of die kennis nog in voldoende mate aanwezig is.

  • ^ [5]

    Het examen is schriftelijk en mondeling voor de vakken 1 en 2, schriftelijk voor de vakken 9 en 12, mondeling en praktisch voor het vak 8 en mondeling voor de overige vakken.

  • ^ [6]

    Hoewel het niet de bedoeling is al hetgeen, waarin hij het examen voor het diploma zeevisvaart SW V kan worden geëxamineerd ook bij dit examen te vragen, is de examencommissie bevoegd naar de kennis, vereist voor bedoeld diploma een onderzoek in te stellen, indien gegronde twijfel rijst of die kennis nog in voldoende mate aanwezig is.

  • ^ [7]

    Het examen is schriftelijk en mondeling voor de vakken 1, 2, 8 en 9, praktisch voor de vakken 6 en 11 en mondeling voor de overige vakken.

  • ^ [8]

    Hoewel het niet de bedoeling is al hetgeen, waarin bij het examen voor het diploma zeevisvaart SW V kan worden geëxamineerd ook bij dit examen te vragen, is de examencommissie bevoegd naar de kennis, vereist voor bedoeld diploma een onderzoek in te stellen, indien gegronde twijfel rijst of die kennis nog in voldoende mate aanwezig is.