Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instelling Nederlandse organisatie voor technologisch aspectenonderzoek[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 08-07-1986 t/m 30-12-2004

Instelling Nederlandse organisatie voor technologisch aspectenonderzoek

De minister van Onderwijs en Wetenschappen, tevens belast met de coördinatie van het Wetenschapsbeleid;

Gelet op de beleidsnota van de regering inzake de Integratie van Wetenschap en Technologie in de Samenleving (IWTS-nota, Tweede Kamer 1983–1984, 18 421, nrs. 1 en 2), en de uitkomst van het overleg over deze nota met de Tweede Kamer der Staten-Generaal;

Tevens gelet op de uitkomsten van het overleg tussen de minister van Onderwijs en Wetenschappen, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over uitwerking van de opzet van een organisatorische voorziening voor ‘Technology Assessment’, het onderzoekdeel van het IWTS-programma,

Besluit:

Definities [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 1 [Vervallen per 31-12-2004]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • -

    ‘De minister’: de minister van Onderwijs en Wetenschappen, tevens belast met de coördinatie van het Wetenschapsbeleid;

  • -

    ‘De Akademie’: de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen;

  • -

    ‘De WRR’: de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid;

  • -

    ‘De Organisatie’: de Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek;

  • -

    ‘De Stuurgroep’: de Stuurgroep van de Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek;

  • -

    ‘Het Bureau’: het Bureau van de Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek;

  • -

    ‘TA’: Technologisch Aspectenonderzoek (‘Technology Assessment’), waaronder wordt verstaan het geheel van activiteiten en alle daarbij gebruikte methoden om zo vroeg mogelijk de verschillende aspecten en consequenties van een technologische of wetenschappelijke ontwikkeling voor (verschillende groepen uit) de bevolking liefst in hun onderlinge samenhang te bestuderen, ter wille van de maatschappelijke inpasbaarheid van de betreffende technologie of wetenschappelijke discipline.

Organisatie en taken [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 2 [Vervallen per 31-12-2004]

Er is een Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspectenonderzoek, bestaande uit een Stuurgroep en een Bureau.

Artikel 3 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De Organisatie is belast met het doen van voorstellen voor een programma voor TA en met het doen uitvoeren daarvan. Daarnaast kan de Organisatie de minister gevraagd en ongevraagd van advies dienen m.b.t. zaken, die de integratie van wetenschap en technologie in de samenleving betreffen.

  • 2 De Organisatie geeft vorm aan een voorziening, die personen en organisaties de gelegenheid biedt wensen en ideeën aan de Organisatie voor te leggen, het maatschappelijk adres.

  • 3 De Organisatie stelt eenmaal per twee jaar, voor het eerst voor 1 januari 1988, een rapport op, waarin de resultaten van het door de Organisatie bevorderde onderzoek, mede in het licht van de ontwikkelingen m.b.t. TA in binnen- en buitenland, op inzichtelijke wijze worden samengevat met het oog op het beleid inzake de integratie van wetenschap en technologie in de samenleving.

  • 4 De Organisatie bevordert de verspreiding in wetenschappelijke kring en in de maatschappij van resultaten van TA en andere relevante informatie in binnen- en buitenland.

  • 5 De Organisatie kan op het terrein van TA internationale betrekkingen onderhouden en aan internationale organisaties deelnemen.

De Stuurgroep [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 4 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De Stuurgroep bestaat in aanvang uit 9 leden, onder wie de voorzitter.

  • 2 De minister benoemt en ontslaat de leden bij afzonderlijk besluit.

  • 3 De voorzitter en 4 leden worden benoemd op voordracht van het Bestuur van de Akademie, de overige 4 leden op voordracht van de WRR. De Akademie en de WRR voeren onderling overleg over de voordrachten alvorens deze aan de minister voor te leggen.

  • 4 De voorzitter en de overige leden worden op persoonlijke titel benoemd op grond van hun deskundigheid met betrekking tot en affiniteit tot maatschappelijke en ethische aspecten van wetenschap en technologie of op het gebied van het Technologisch Aspectenonderzoek.

  • 5 De Stuurgroep kan uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aanwijzen. De minister, de Akademie en de WRR worden van de aanwijzing van een plaatsvervangend voorzitter in kennis gesteld.

  • 6 De voorzitter en de overige leden van de Stuurgroep worden benoemd voor een periode van vier jaren. Zij zijn na het verstrijken van hun eerste zittingsperiode onmiddellijk herbenoembaar voor één periode van vier jaren met inachtneming van het bepaalde in het zevende en achtste lid.

  • 7 Om het andere jaar treedt de helft van de leden van de Stuurgroep af. Derhalve wordt van de Stuurgroep in haar eerste samenstelling de helft van de door de Akademie voorgedragen en de helft van de door de WRR voorgedragen leden voor een periode van twee jaar benoemd, volgens een door de Stuurgroep op te stellen rooster van aftreden. Tussentijds benoemde leden die de zetel van afgetreden leden innemen, nemen ook wat het rooster van aftreden betreft, de plaats in van degenen die zij opvolgen.

  • 8 De leden treden af aan het eind van het kalenderjaar waarin zij 70 jaar worden.

  • 9 De minister kan, op voordracht van de Akademie en de WRR en gehoord de Stuurgroep, wijzigingen in de samenstelling en de omvang van de Stuurgroep aanbrengen.

  • 10 Voor de voorzitter van de Stuurgroep kan de minister een regeling treffen voor de vergoeding van werkzaamheden.

  • 11 De leden van de Stuurgroep hebben recht op vergoeding van door hen voor voorbereiding en bijwoning van vergaderingen gemaakte kosten. Indien noodzakelijk kan de minister voor leden van de Stuurgroep een regeling treffen voor vergoeding van de werkelijk gemaakte werkuren of werkdagen.

Taken en werkwijze van de Stuurgroep [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 5 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De Stuurgroep stelt jaarlijks het in 3.1. bedoelde door het Bureau voorbereide programmavoorstel vast, alsmede de begroting van de Organisatie. De Stuurgroep voert hiertoe in een vroegtijdig stadium overleg met andere instellingen en organisaties, waaronder in ieder geval de Akademie en de WRR.

  • 2 De Stuurgroep dient het programmavoorstel en de begroting voor een bepaald jaar vóór 1 juli van het voorafgaande jaar in bij de minister, die deze stukken voorziet van zijn standpunt en deze tegelijk met het Wetenschapsbudget doorgeleidt naar de Staten-Generaal.

  • 3 De Stuurgroep is belast met de goedkeuring van de door het Bureau voorbereide voorstellen voor de uitvoering van het TA-programma voor een bepaald jaar en met de vaststelling van de door de Organisatie voor TA-projekten te verstrekken subsidies.

  • 4 De Stuurgroep is verantwoordelijk voor het beheer van de aan de Organisatie ter beschikking te stellen geldmiddelen.

  • 5 De Stuurgroep stelt de adviezen van de Organisatie en de tweejaarlijkse beroepsgerichte rapportage vast.

  • 6 De Stuurgroep kan taken delegeren aan het hoofd van het Bureau.

  • 7 De Stuurgroep vergadert ten minste vijfmaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter zulks wenselijk acht of wanneer ten minste drie andere leden schriftelijk hun wens tot het houden van een vergadering bij de voorzitter kenbaar maken.

  • 8 Het hoofd van het Bureau is secretaris van de Stuurgroep en woont in die hoedanigheid de vergaderingen van de Stuurgroep bij.

Openbaarheid en publikaties [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 6 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Schriftelijke adviezen van en aan de Organisatie zijn, met uitzondering van zaken die de privacy van personen betreffen, openbaar, evenals de reacties die zijn binnengekomen via het maatschappelijk adres. Dit geldt evenens voor de verslagen van onderzoeksprojecten, conferenties en andere activiteiten, die in het kader van het TA-programma hebben plaatsgevonden. Jaarlijks wordt als bijlage bij het TA-programma een overzicht verstrekt van adviezen en reacties, die het voorafgaande jaar zijn binnengekomen.

  • 2 Bij publikaties van de Organisatie wordt vermeld dat de Organisatie is ingesteld door de minister van Onderwijs en Wetenschappen, mede onder auspiciën van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Het Bureau [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 7 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De Stuurgroep wordt ten behoeve van de voorbereiding en uitvoering van haar werkzaamheden bijgestaan door een Bureau, dat onder leiding staat van het hoofd van het Bureau. Het Bureau zal worden ondergebracht bij de Akademie.

  • 2 Benoeming en ontslag van de medewerkers van het bureau geschiedt, de Stuurgroep gehoord, volgens de regels vastgelegd voor de ambtenaren van de Akademie in het Reglement voor de Akademie.

  • 3 De omvang van het Bureau wordt vastgesteld door de minister, na overleg met de Akademie en de Stuurgroep. Stuurgroep.

  • 4 Het Bureau functioneert onder verantwoordelijkheid en volgens de richtlijnen van de Stuurgroep, in het bijzonder van haar voorzitter.

  • 5 Het Bureau wordt gevestigd in 's-Gravenhage.

Ondersteuning en advisering [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 8 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De Stuurgroep is bevoegd ter ondersteuning of uitvoering van haar werkzaamheden commissies en werkgroepen in te stellen. Daarin kunnen ook niet-leden van de Stuurgroep worden benoemd. Voorzitters van deze commissies en werkgroepen worden door de Stuurgroep benoemd en dienen lid van de Stuurgroep te zijn. Leden van commissies en werkgroepen die geen lid van de Stuurgroep zijn kunnen als gast tot vergaderingen of delen van vergaderingen van de Stuurgroep worden toegelaten.

  • 2 De Stuurgroep is bevoegd zich ter ondersteuning of uitvoering van haar werkzaamheden tijdelijk door externe adviseurs te doen bijstaan. Zij kunnen als gast tot vergaderingen of delen van vergaderingen van de Stuurgroep worden toegelaten.

  • 3 Leden van commissies en werkgroepen, die geen lid van de Stuurgroep zijn, en externe adviseurs hebben recht op vergoeding van door hen voor voorbereiding en bijwoning van vergaderingen gemaakte kosten.

  • 4 Indien externe adviseurs werkzaamheden verrichten die in omvang uitgaan boven wat gebruikelijk is, kan de minister een regeling treffen voor vergoeding van de werkelijk gemaakte werkuren of werkdagen.

Middelen [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 9 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Voor de uitgaven van de Stuurgroep, het Bureau en de voorbereiding en uitvoering van het TA-programma staan ter beschikking:

    • -

      een jaarlijkse subsidie van de minister van Onderwijs en Wetenschappen;

    • -

      eventuele bijdragen of subsidies van andere ministers;

    • -

      eventuele bijdragen of subsidies van andere organisaties of personen.

  • 2 Jaarlijks vindt vóór 1 maart overleg plaats tussen de minister en de Stuurgroep waarin door de minister de financiële randvoorwaarden worden vastgesteld voor de uitvoering van het programma in het daaropvolgende kalenderjaar.

  • 3 De Stuurgroep is aan de minister en anderen, die haar middelen ter beschikking hebben gesteld voor uitvoering van het TA-programma of aan door dezen aan te wijzen controlerende instanties verantwoording verschuldigd over de besteding van de ter beschikking gestelde gelden.

Evaluatie [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 10 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Nadat de Organisatie haar derde jaarlijkse programma heeft uitgevoerd, zal de opzet en de werkwijze van de Organisatie door een evaluatiecommissie op haar effectiviteit en doelmatigheid worden beoordeeld, mede aan de hand van een door de Organisatie op te stellen rapportage over haar werkwijze. Deze rapportage wordt opgesteld, nadat het bureau is gehoord. Deze evaluatiecommissie zal worden ingesteld door de minister, na overleg over de samenstelling met de Akademie en de WRR. De beoordeling door de evaluatiecommissie en de rapportage van de Organisatie zullen ook aan de Staten-Generaal worden gezonden.

  • 2 Op basis van deze evaluatie zal de minister in overleg met de Staten-Generaal zijn standpunt bepalen over de wijze waarop de uitoefening van de taken van de Organisatie dient te worden gecontinueerd. Naar aanleiding hiervan zal tussen de minister, de Akademie, de WRR en de Organisatie zonodig overleg worden gevoerd over veranderingen in opzet en werkwijze van de Organisatie.

Artikel 11 [Vervallen per 31-12-2004]

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die van dagtekening en wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

Afschrift van deze beschikking zal worden gezonden aan:

I.

Alle ministers.

II.

De voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal.

III.

1.

De President van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

2.

De voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

3.

De voorzitter van de Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid.

4.

De directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau.

5.

De voorzitter van de Nederlandse Organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderwijs.

6.

De voorzitter van de Stichting voor Technische Wetenschappen.

7.

De voorzitters van de sectorraden en de voorzitter van de Commissie Onderzoek Sectorraden.

8.

De voorzitter van de Commissie c.q. Stichting Publieksvoorlichting over Wetenschap en Technologie.

IV.

De Algemene Rekenkamer.

Zoetermeer, 17 juni 1986

De

minister

van Onderwijs en Wetenschappen,

W. J. Deetman