Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vaststelling Richtlijnen 1986 voor beoordelen oprichtingen en statutenwijzigingen van n.v.'s en b.v.'s met beperkte aansprakelijkheid

Geldend van 15-10-1998 t/m heden

Vaststelling Richtlijnen 1986 voor beoordelen oprichtingen en statutenwijzigingen van n.v.'s en b.v.'s met beperkte aansprakelijkheid

De staatssecretaris van Justitie,

Overwegende dat de Richtlijnen 1976 en het supplement 1981 voor het beoordelen van oprichtingen en van statutenwijzigingen van naamloze en besloten vennootschappen wijziging behoeven en dienen te worden aangepast aan nieuwe wetgeving zoals de Aanpassingswet aan de tweede richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake het vennootschapsrecht en de Nieuwe regeling voor het kapitaal van de besloten vennootschap,

Besluit:

  • 2 dit besluit met de tekst van de Richtlijnen 1986 bekend te maken door plaatsing in de Nederlandse Staatscourant;

  • 3 als datum waarop dit besluit in werking treedt vast te stellen de datum van de inwerkingtreding van de wet Nieuwe regeling voor het kapitaal van de besloten vennootschap.

's-Gravenhage, 18 november 1985

De

staatssecretaris

voornoemd,

V. N. M. Korte-van Hemel

Richtlijnen inzake de uitvoering door het Ministerie van Justitie van de artikelen 68, 179, 125, 235, 72 en 183, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek vastgesteld door de staatssecretaris van Justitie

Voorwoord

De Richtlijnen voor het beoordelen van oprichtingen en statutenwijzigingen zijn herzien als uitvloeisel van drie ontwikkelingen. Ten eerste is het wenselijk gebleken het toezicht bij oprichting te verscherpen. Daartoe zijn vragenlijsten ingevoerd. Ten tweede is gehoor gegeven aan de wens de richtlijnen te bekorten en enigermate te versoepelen. Ten derde zijn de toe te passen wetsartikelen inmiddels gewijzigd, vooral door de Aanpassingswet tweede richtlijn en de Nieuwe regeling voor het kapitaal van de b.v. Het supplement 1981, dat aansloot op de Aanpassingswet tweede richtlijn, en de sinds de richtlijnen 1976 verschenen departementale standpunten zijn verwerkt.

Uitgangspunen bij de nieuwe opzet van de richtlijnen zijn dat aangegeven wordt waarop het departement vooral let, dat de wet slechts wordt aangehaald, waar dat nodig is om het verband in het betoog te handhaven, en dat over bepalingen van akten waarover twijfel blijkt te zijn gerezen, wordt vermeld of het departement deze wel of niet toestaat. Voor het overige wordt van de stellers van statuten verwacht dat zij nagaan welke grenzen het recht stelt. De vraag of een bepaling of het besluit waarbij die wordt vastgesteld in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, zal het departement ter beoordeling overlaten aan de rechter.

Voorts zijn voor het gemak van de gebruikers de delen waarin de richtlijnen voor naamloze en besloten vennootschappen onderling afweken, te weten de hoofdstukken Aandelen en Blokkeringsregelingen, nu afzonderlijk uitgeschreven voor elke rechtsvorm. De samenhang van deze hoofdstukken is van groter belang dat het vestigen van de aandacht op de onderlinge verschillen.

Enkele richtlijnen, die strenger bleken dan een redelijke uitleg vereist, zijn versoepeld of geschrapt. Dit geldt bijvoorbeeld voor de bepalingen over pandrecht en vruchtgebruik. Enkele andere zijn geschrapt omdat zij volstrekt vanzelf spraken, zoals de richtlijn dat als anderen dan aandeelhouders delen in de winst, de statuten moeten bepalen wie dat zijn. Uit dezelfde overweging zijn enkele wijdlopig gestelde richtlijnen nu bondiger onder woorden gebracht en is zuinigheid betracht in het geven van voorbeelden.

Deze uitgave van de richtlijnen brengt geen nieuws in de regels die slechts betrekking hebben op structuurvennootschappen.

Deze richtlijnen zullen worden gehanteerd vanaf het in werking treden van de wet Nieuwe regeling voor het kapitaal van de besloten vennootschap.

De herziening is voorbereid in de werkgroep Vennootschapsrecht 1 en komt voor het overgrote deel overeen met het advies van de werkgroep. De richtlijnen dragen daarom het stempel van kritische toetsing uit rechtsgeleerd en praktisch oogpunt.

Voor de grote zorg die de leden van de werkgroep aan het omsmeden van de richtlijnen hebben besteed, ben ik hun zeer erkentelijk.

Oprichting en statutenwijziging

Paragraaf 1. De beoordeling bij oprichting

Indien gerede twijfel bestaat aan de (morele of financiële) betrouwbaarheid of integriteit van bij de vennootschap betrokken beleidsbepalende personen, wordt de gevraagde verklaring van geen bezwaar voor de oprichting van een vennootschap geweigerd. In die gevallen kan immers worden aangenomen dat er gevaar bestaat dat hetzij de vennootschap voor ongeoorloofde doeleinden zal worden gebruikt, hetzij haar werkzaamheid zal leiden tot benadeling van schuldeisers. De beoordeling van de betrouwbaarheid en integriteit vindt plaats aan de hand van een controle op criminele en financiële antecedenten.

In bijlage A bij deze richtlijnen wordt aangegeven welke criminele, respectievelijk financiële antecedenten in ieder geval relevant zijn voor de beoordeling van de betrouwbaarheid en de integriteit van de bij de vennootschap betrokken beleidsbepalende personen.

Bij gebleken criminele antecedenten, zoals hiervoor bedoeld, wordt steeds de aard van de aan het antecedent ten grondslag liggende (verweten) gedraging bezien in relatie tot de voorgenomen activiteiten van de op te richten vennootschap. Een verklaring van geen bezwaar voor de oprichting van een vennootschap wordt niet geweigerd wanneer dat, gelet op de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, de recente (persoonlijke) ontwikkeling van betrokkene en het gevaar voor misbruik van de vennootschap in relatie tot de voorgenomen bedrijfsuitoefening kennelijk onredelijk is.

Een verklaring van geen bezwaar wordt niet geweigerd wanneer dit kennelijk onredelijk is, bijvoorbeeld wanneer uit informatie van de curator aannemelijk wordt dat het faillissement of de surseance van betaling niet in belangrijke mate aan de betrokken persoon is te wijten.

Paragraaf 2. Administratieve behandeling van verzoeken bij oprichting

De ontwerp-akte moet in tweevoud worden ingediend, evenals stukken waarnaar in de ontwerp-akte wordt verwezen of die aan de oprichtingsakte worden gehecht. In plaats van originele stukken kunnen voor kopie conform getekende stukken worden overgelegd (art. 68, 179)

Van de stukken waarnaar wordt verwezen, behoeven niet te worden overgelegd:

  • a. volmachten;

  • b. de ingevolge artikel 93a of 203a vereiste bankverklaringen over storting in geld;

  • c. de beschrijving van inbreng in natura ingevolge artikel 94a of 204a;

  • d. de accountantsverklaring daarbij.

Het departement kan toezending van de beide laatste stukken verlangen. Ter bespoediging van de administratieve afhandeling is het gewenst dat bij de aanvraag vragenlijsten2 worden gevoegd die zijn ingevuld en ondertekend door de oprichters en de te benoemen bestuurders. Dit wordt niet verlangd, indien een der oprichters is:

  • a. structuurvennootschap,

  • b. vennootschap waarvan de effecten ter beurze op de officiële markt of op de parallelmarkt zijn genoteerd;

  • c. overheidslichaam;

  • d. dochtermaatschappij van een hiervoor genoemde vennootschap o een overheidslichaam

Van een oprichtende rechtspersoon die blijkens zijn jongste jaarrekening een eigen vermogen heeft van een miljoen gulden of meer en van een oprichtende dochtermaatschappij van zulk een rechtspersoon wordt evenmin een vragenlijst verlangd. Hetzelfde geldt voor de tot eerste bestuurder te benoemen bestuurders of werknemers van de in de vorige zin of hierboven onder a t/m d genoemde rechtspersonen of dochtermaatschappijen, mits zulke rechtspersonen of dochtermaatschappijen bij de oprichting alle of nagenoeg alle aandelen nemen.

Vreemdelingen die buiten Nederland wonen en verblijven, behoeven geen vragenlijsten in te vullen.

Indien buitenlanders of in het buitenland gevestigde rechtspersonen bij de oprichting zijn betrokken, verdient het evenwel aanbeveling over de financiële positie en de betrouwbaarheid van deze personen inlichtingen te verschaffen en voorts kenbaar te maken of betrokkenen reeds plannen hebben aandelen in de op te richten vennootschap binnen een jaar na de oprichting over te dragen of aandelen uit te geven aan anderen dan oprichters, en zo ja, aan wie.

Het departement behoudt zich in alle gevallen de bevoegdheid voor toch de invulling van een vragenlijst te verlangen

Het departement houdt de ontvangen vragenlijsten geheim; wel kan het verstrekte gegevens natrekken.

Indien een rechtspersoon-oprichter nog niet is opgericht, kan daarvoor een nog ongetekende ingevulde vragenlijst worden ingediend. In dit geval moet de rechtspersoon-oprichter, eenmaal zelf opgericht, voor de oprichting een ongewijzigd ingevulde vragenlijst ondertekenen die de notaris onverwijld inzendt. Zo niet, dan moet de notaris de ontwerp-akte met verklaring van geen bezwaar terugzenden

Paragraaf 3. Storting op aandelen bij oprichting

Uit de akte van oprichting moet blijken hoeveel aandelen bij iedere oprichter zijn geplaatst.

In de akte moet worden vermeld tot welk bedrag op de aandelen is gestort en, bij inbreng in geld, dat de storting die bij de oprichting moet geschieden, heeft plaatsgevonden. Ingeval van storting overeenkomstig artikel 93a, lid 1 onder b, c.q. 203a, lid 1 onder b, van Boek 2 B.W., moet tevens in de akte worden vermeld dat de vennootschap die stortingen aanvaardt. Slechts voor zover op aandelen die tegen inbreng in natura zijn genomen, bij de oprichting de storting nog niet is geschied of voltooid, mag het gestorte kapitaal lager zijn dan het bij de oprichting moet bedragen; de verplichting tot onverwijlde storting moet dan worden vermeld (art. 67, 80–80b, 93–94a, 178, 191–191b, 203–204a).

De overeenkomst betreffende storting op aandelen in natura moet in haar geheel worden opgenomen in de akte van oprichting zelf of in een geschrift dat aan de akte van oprichting wordt gehecht en waarnaar de akte van oprichting verwijst. Dit geschrift moet bij het aanvragen van de verklaring van geen bezwaar aan het departement worden overgelegd. Indien de mogelijkheid wordt opengelaten voor aanpassing van de creditering wegens overinbreng aan de voor de belastingen vastgestelde waardering, moet zijn bepaald dat deze aanpassing slechts is toegelaten, indien een (register)accountant of accountant-administratieconsulent over de aangepaste waardering een verklaring aflegt op de voet van artikel 94a of 204a van Boek 2 B.W.; aanpassing van het geplaatste kapitaal wordt niet toegestaan. Het departement aanvaardt geen ontwerp-akte die, afhankelijk van de uitkomst van de waardering van de inbreng, nog moet worden gewijzigd of ingevuld.

Aanvaardbaar is bijvoorbeeld een inbrengregeling volgens een door de werkgroep Vennootschapsrecht uitgewerkt stramien dat als bijlage B bij deze richtlijnen is gevoegd. Bij de akte van oprichting kan de vennootschap niet worden verbonden buiten de perken van het laatste lid van de artikelen 93 of 203 van boek 2 B.W. Zo mogen bijvoorbeeld de aan het oprichten van een vennootschap verbonden kosten niet op deze wijze te haren laste worden gebracht.

Paragraaf 4. Statutenwijziging

De akte of ontwerp-akte moet in tweevoud worden ingediend. Bij de aanvraag moet aannemelijk worden gemaakt dat de algemene vergadering van aandeelhouders tot statutenwijziging heeft besloten met inachtneming van de bepalingen van de wet en de statuten in de regel zal daartoe kunnen worden volstaan met een uittreksel uit de notulen van de algemene vergadering (art. 72, 125, 183, 235).

Indien blijkt, dat het besluit tot statutenwijziging wijzigingen inhoudt die in generlei verband staan met het voorstel, zoals dat voor de aandeelhouders ter inzage heeft gelegen, zal een nieuwe algemene vergadering moeten worden gehouden, tenzij aangetoond wordt dat het besluit tot statutenwijziging met algemene stemmen van alle aandeelhouders is genomen.

Indien de algemene vergadering personen heeft gemachtigd de veranderingen aan te brengen welke nodig mochten blijken om de verklaring van geen bezwaar te verkrijgen, zal, indien het departement wijzigingen nodig acht die wezenlijk afwijken van het besluit van de algemene vergadering, een nieuwe vergadering moeten worden gehouden.

De statuten mogen bepalen dat de statutenwijziging op een vaste datum in de toekomst in werking zal treden. Ook mag worden bepaald dat de statutenwijziging slechts in werking zal treden indien en wanneer een afschrift daarvan ten kantore van het handelsregister is neergelegd. De statuten mogen daarbij bepalen dat de beslissing tot nederlegging door een bepaald vennootschapsorgaan3 zal worden genomen en ook dat dit orgaan daartoe alleen in bepaalde omstandigheden zal mogen of moeten overgaan.

Bij verandering van het maatschappelijk kapitaal moet in de statuten of elders in de akte de grootte van het geplaatste kapitaal worden vermeld op een bepaalde datum. Deze datum mag met gelegen zijn voor de datum waarop het besluit tot statutenwijziging is genomen. Het geplaatste kapitaal moet ten minste een vijfde van het maatschappelijk kapitaal bedragen (art. 124, 234).

Naam en doel

Paragraaf 5

De naam behoeft niet in de Nederlandse taal te zijn gesteld, maar moet worden geschreven in Latijnse letters (art. 66, 177).

Het departement ziet er niet op toe of het voeren van de voorgenomen naam of nieuwe naam in strijd is met de Handelsnaamwet of Benelux Merkenwet 4. Indien de vennootschap activiteiten die voordien door een andere naamloze of besloten vennootschap werden uitgeoefend voortzet, mag de naam niet gelijk of nagenoeg gelijk zijn aan de naam van die andere vennootschap, tenzij aannemelijk is gemaakt dat van de naamsgelijkheid geen nadeel is te duchten voor degenen jegens wie de vennootschap verplichtingen zal aangaan. Het departement acht dit onder meer aannemelijk, indien het geplaatste kapitaal van de vennootschap ten minste het bedrag beloopt van de som van het geplaatste kapitaal en de niet uitkeerbare reserves van de vennootschap waarvan activiteiten worden voortgezet.

De naam moet voldoende onderscheidend zijn en geen verwarring kunnen wekken. De naam mag niet alleen bestaan uit de naam van een plaats, land, rivier of straat; evenmin alleen uit cijfers, losse letters of een combinatie van beide. Namen als ‘N.V. Autogarage’, ‘Pijploze Orgels B.V.’ zijn onvoldoende onderscheidend. Dit kan men verhelpen met een toevoeging, bijvoorbeeld: ‘N.V. Autogarage Vondelpark’ of ‘Pijploze Orgels Waterman B.V.’

Woorden in de naam zoals ‘beurs’, ‘bouwsociëteit’, ‘trust’ of ‘groep’ worden slechts toegestaan als de daardoor gewekte schijn overeenkomt met de uitgeoefende werkzaamheid. Is de doelomschrijving bijvoorbeeld de exploitatie van een zwembad in één gemeente, dan mag de vennootschap zich niet Nederlandse Zwembaden Exploitatie Maatschappij N.V. noemen. ‘Verenigde Schildersbedrijven Heko B.V.’ moet uit een combinatie van bedrijven voorkomen. Niet toegestaan is ‘Technisch Bureau voorheen Nierstrasz NV.’. Dat zou de voortzetting van een voormalige naamloze vennootschap lijken. In dit geval moet ‘N.V.’ of ‘B.V.’ dus voorop staan. Afkortingen als S.A., Ltd., G.m.b.H. worden niet toegestaan. Indien men ‘Naamloze Vennootschap’ of ‘Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid’ als deel van de naam wil afkorten, moeten N.V. of B.V. met hoofdletters worden geschreven. De afkorting mag niet voor een familienaam worden gebruikt: ‘B.V. Snor’ zou Barend Victor Snor kunnen zijn. Toegestaan is wel: Snor B.V. In de doelomschrijving moeten de belangrijkste werkzaamheden van de onderneming(en) van de vennootschap duidelijk worden vermeld. Voor het overige mag de doelomschrijving algemeen zijn.

Bestuur en raad van commissarissen

Paragraaf 6. Benoeming, schorsing, ontslag

De statuten mogen bepalen hoeveel bestuurders er zullen zijn of welk vennootschapsorgaan bepaalt hoeveel bestuurders er zullen zijn. Benamingen van bestuurders die twijfel kunnen wekken over hun bevoegdheden en verantwoordelijkheden, worden niet toegestaan (art 132–134, 140, 142–144, 242–244, 250, 252–254).

De statuten mogen bepalen dat er een raad van commissarissen zal zijn; zij mogen de instelling daarvan afhankelijk stellen van een tijdsbepaling alsook van de nederlegging van een daartoe strekkend besluit van een bepaald daartoe aangewezen vennootschapsorgaan 3 ten kantore van het handelsregister. De statuten mogen daarbij bepalen dat dit orgaan daartoe alleen in bepaalde omstandigheden zal mogen of moeten overgaan. Kennen de statuten aan één of meer personen de bevoegdheden toe die wettelijk aan de raad van commissarissen toekomen, dan moeten deze commissarissen worden genoemd. Er is dan een raad van commissarissen aan welk orgaan geen andere benaming mag worden gegeven. De vorige alinea is van overeenkomstige toepassing op commissarissen. Toegelaten wordt dat een commissarisbenoeming ingaat voor het geval dat een ander, voor de algemene vergadering, ophoudt commissaris te zijn. Plaatsvervangende commissarissen worden niet toegelaten. De statuten mogen bepalen dat een of meer commissarissen zullen of kunnen worden benoemd tot gedelegeerd commissaris, mits hun speciale taak uit de statuten blijkt. Deze taak mag geen inbreuk maken op de taak en bevoegdheden die de wet toekent aan de raad van commissarissen; de taak mag geen bevoegdheden inhouden die niet aan de raad zelf toekomen.

De statuten mogen eisen stellen waaraan bestuurders dan wel commissarissen moeten voldoen. Nationaliteitseisen mogen geen verschil maken naar gelang van de nationaliteit van onderdanen van de Europese Gemeenschappen, buiten de gevallen waarin zulks Europeesrechtelijk geoorloofd. Wel mag ingezetenschap van bijvoorbeeld Nederland een vereiste zijn. De statuten mogen aan een vennootschapsorgaan of aan derden toestaan ontheffing van de gestelde vereisten te verlenen. De gestelde eisen mogen de kring van kandidaten niet te zeer beperken, tenzij de statuten bepalen dat de beperking kan worden doorbroken. De statuten mogen aan deze doorbreking geen strengere eisen stellen dan is toegestaan voor de besluitvorming tot het ontnemen van de bindende kracht aan een voordracht voor benoeming van bestuurders of commissarissen.

Indien de statuten een recht van bindende voordracht voor benoeming van bestuurders of commissarissen toekennen, mogen zij bepalen dat deze moet zijn uitgebracht binnen een termijn gesteld bij of krachtens de statuten.

De statuten mogen bepalen dat de algemene vergadering het bindende karakter aan zulk een voordracht slechts kan ontnemen met een versterkte meerderheid, mits niet groter dan twee derden der uitgebrachte stemmen. De statuten mogen tevens bepalen dat gerechtigden tot meer dan de helft van alle stemmen moeten hebben gestemd voor het ontnemen van het bindende karakter: zwaardere eisen worden niet toegestaan. De statuten mogen bepalen dat het bindende karakter aan een voordracht slechts kan worden ontnomen in een vergadering waarin de gerechtigden tot meer dan de helft van alle stemmen aanwezig of vertegenwoordigd zijn: een zwaardere quorum-eis wordt niet toegestaan, tenzij bij ontbreken van het vereiste quorum een nieuwe vergadering wordt belegd, waarin geen zwaardere quorum-eis wordt gesteld dan in de vorige zin omschreven.

De statuten mogen aan de besluitvorming tot schorsing of ontslag van bestuurders of commissarissen geen strengere eisen stellen dan is toegestaan voor de besluitvorming tot het ontnemen van de bindende kracht aan een voordracht voor benoeming van bestuurders of commissarissen. De bevoegdheid tot schorsing of ontslag mag niet aan anderen worden toegekend dan degenen die de wet noemt.

Paragraaf 7. Belet of ontstentenis van bestuurders

Het departement ziet er op toe, dat de statuten voorschriften bevatten omtrent de wijze waarop in het bestuur der vennootschap voorlopig wordt voorzien in geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders. Uit deze regeling dient te blijken wie alsdan tijdelijk met het bestuur is belast dan wel welk vennootschapsorgaan3 verplicht is bij ontstentenis of belet van alle bestuurders personen aan te wijzen die tijdelijk met het bestuur zijn belast. De statuten mogen in dit verband niet spreken over ‘beheer’ (art. 134, 244).

Toegelaten wordt een regeling dat een of meer personen met het mede-bestuur worden belast bij belet of ontstentenis van een of meer, doch niet van alle bestuurders.

Paragraaf 8. Besluitvorming binnen meerhoofdig bestuur of meerhoofdige raad van commissarissen

De statuten mogen regelen hoe binnen een meerhoofdig bestuur een besluit tot stand komt. Deze regeling moet zodanig zijn dat iedere bestuurder aan de besluitvorming kan meewerken. Niet toegestaan is derhalve de bepaling dat beslissingen over bepaalde onderwerpen aan het bestuur worden onttrokken; wel de bepaling dat één bestuurder speciaal is belast met bepaalde bestuurswerkzaamheden.

De statuten mogen aan een met name of in functie aangeduide bestuurder meer dan één stem toekennen, mits deze bestuurder alléén niet meer stemmen kan uitbrengen dan de andere bestuurders tezamen. De statuten kunnen bepalen dat bij staken van stemmen de beslissing wordt genomen door een in de statuten aangewezen vennootschapsorgaan3 of door een in de statuten aangewezen bestuurder, mits deze alleen minder stemmen heeft dan alle andere bestuurders tezamen. De statuten mogen bepalen dat een vennootschapsorgaan3 een reglement opstelt waarbij de besluitvorming wordt geregeld. Indien de statuten bepalen dat het bestuur buiten vergadering kan besluiten, moeten zij bepalen dat dan algemene stemmen zijn vereist of dat dan aan alle bestuurders moet zijn bericht dat zij de gelegenheid hebben zich uit te spreken. Deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing op besluitvorming binnen een meerhoofdige raad van commissarissen.

Paragraaf 9. Beperkingen in de bestuursbevoegdheid

De statuten mogen de bestuursbevoegdheid niet aan het bestuur ontnemen. Tot de bestuursbevoegdheid worden onder meer gerekend: samenwerking met en deelneming in andere rechtspersonen of vennootschappen, investeringen, benoeming en ontslag van werknemers en de vaststelling van hun arbeidsvoorwaarden (art. 129, 239).

De statuten mogen bestuursbesluiten niet onderwerpen aan de goedkeuring van derden. Zij mogen bepaalde bestuursbesluiten onderwerpen aan de goedkeuring van een vennootschapsorgaan3.

Toegestaan wordt de bepaling dat een vennootschapsorgaan3 de aard van de goed te keuren besluiten vaststelt, mits de statuten voorschrijven dat dit vennootschapsorgaan in zijn daartoe strekkende besluit de desbetreffende bestuursbesluiten duidelijk omschrijft. Toegestaan is dat de statuten goedkeuring eisen voor bestuursbesluiten waarmee een groter bedrag is gemoeid dan door een vennootschapsorgaan3 is vastgesteld.

Toegestaan wordt te bepalen dat het bestuur zich moet gedragen naar de aanwijzingen van een vennootschapsorgaan3 betreffende de algemene lijnen van het te voeren financiële, sociale, economische en personeelsbeleid.

Paragraaf 10. Vertegenwoordiging van de vennootschap

Indien de statuten een regeling voor de vertegenwoordigingsbevoegdheid bevatten, dient daaruit duidelijk te blijken welke bestuurders bevoegd zijn de vennootschap te vertegenwoordigen (art. 130, 240).

De statuten mogen – indien er één bestuurder is – zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid niet beperken of hem deze ontnemen.

De statuten mogen – indien er meerdere bestuurders zijn – de vertegenwoordigingsbevoegdheid slechts aan de bestuurders gezamenlijk onthouden indien zij tevens bepalen dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid wordt toegekend aan een of meer met name of in functie aangeduide bestuurders, dan wel aan twee of meer gezamenlijk handelende bestuurders.

De statuten mogen bepalen dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid berust bij een of meer bestuurders tezamen met een of meer andere personen al dan niet in dienst der vennootschap. Hun bevoegdheid mag niet anders worden beperkt dan door het vereiste dat zij gezamenlijk moeten handelen.

Indien uit de statuten blijkt dat niet iedere bestuurder afzonderlijk bevoegd is de vennootschap te vertegenwoordigen, mogen zij daarnaast bepalen dat het bestuur een of meer bestuurders een volmacht kan geven de vennootschap binnen de daarin omschreven grenzen te vertegenwoordigen. De statuten mogen in dit geval inhouden dat het bestuur deze volmacht ook kan beperken door de medewerking te eisen van een of meer andere personen.

Indien vertegenwoordigingsbevoegdheid wordt toegekend aan gezamenlijk handelende personen, dienen de statuten het concrete aantal dier personen te noemen wier gezamenlijke optreden vereist is, behoudens voor zover deze bevoegdheid wordt toegekend aan de gezamenlijk handelende bestuurders.

Indien de statuten aan personen, niet zijnde bestuurder, vertegenwoordigingsbevoegdheid toekennen die op andere wijze is beperkt dan door het vereiste dat zij gezamenlijk moeten handelen, mag niet de term ‘algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid’ worden gebezigd.

Aan commissarissen mag in de statuten geen vertegenwoordigingsbevoegdheid worden verleend anders dan in gevallen in de wet bepaald of bij belet of ontstentenis van bestuurders.

De algemene vergadering

Paragraaf 11. Oproeping, gevolmachtigde, besluitvorming

De statuten mogen geen woonplaats of adres aanwijzen van aandeelhouders die in gebreke zijn hun adres op te geven. Zij mogen de vennootschap of een ander niet machtigen oproepingen voor een aandeelhouder in ontvangst te nemen. De statuten mogen bepalen dat indien een of meer aandelen tot een onverdeeldheid behoren, de uitoefening van de rechten slechts kan geschieden door een persoon door de deelgerechtigden aan te wijzen (art. 117, 118, 124, 128, 227, 228, 234, 238)

Het recht om bij gevolmachtigde in de vergadering te verschijnen en te stemmen, mag door de statuten worden beperkt. De bevoegdheid van de aandeelhouder om een advocaat, notaris of registeraccountant te zijner keus als gevolmachtigde aan te wijzen, mag niet worden uitgesloten. De wettelijke vertegenwoordiger van de aandeelhouder mag niet worden belet diens rechten uit te oefenen.

Indien de statuten schriftelijke besluitvorming overeenkomstig artikel 128 of 238 van Boek 2 B.W. toestaan, moet uit de regeling blijken dat een besluit zo slechts kan worden genomen, indien alle aandeelhouders zich schriftelijk (waaronder telegrafisch of per telex) vóór het voorstel hebben verklaard. De statuten mogen bepalen dat een aandeelhouder het stemrecht of het vergader- en stemrecht niet kan uitoefenen, indien en zolang als hij in gebreke is te voldoen aan een bepaalde wettelijke of statutaire verplichting.

Paragraaf 12. Jaarrekening en winstbestemming

De besluiten waarbij de jaarrekening wordt opgemaakt of vastgesteld, mogen statutair niet worden onderworpen aan de goedkeuring van enig vennootschapsorgaan of van derden. Niet mag worden bepaald dat voorschriften of bindende voorstellen voor de jaarrekening of voor enige post daarvan mogen worden gegeven. Dit lijdt uitzondering voor zover in de jaarrekening de winstbestemming of het voorstel daartoe is verwerkt (art. 101–105, 210–216).

Toegestaan wordt dat een vennootschapsorgaan3 de bevoegdheid krijgt te bepalen welk deel van het resultaat van het boekjaar zal worden gereserveerd. De statuten mogen al dan niet in combinatie hiermee bepalen dat de winst ter beschikking staat van de algemene vergadering.

De statutaire winstverdeling mag nooit zodanig zijn dat enige aandeelhouder van het delen in de winst is buitengesloten. Toegestaan wordt de regeling dat op aandelen van een bepaalde soort geen winst wordt uitgekeerd, doch dat deze wordt gereserveerd ten behoeve van de houders van deze soort aandelen, mits uit deze regeling blijkt dat de gevormde reserve niet aan anderen dan aan deze houders mag worden uitgekeerd en dat bij vereffening van het vermogen van de vennootschap deze reserve aan hen zal worden uitgekeerd buiten en boven het hun overigens toekomende deel in het overschot na vereffening.

Toegestaan wordt de regeling waarbij een bepaald soort aandelen slechts recht geeft op winst, behaald in een der ondernemingen van de vennootschap, mits tevens wordt bepaald dat niet meer winst zal worden uitgekeerd dan de vennootschap mag uitkeren.

De statuten mogen bepalen dat de uitoefening van het dividendrecht van een aandeelhouder wordt opgeschort indien en zolang als hij in gebreke is te voldoen aan een bepaalde wettelijke of statutaire verplichting.

Praktijkvennootschappen

Paragraaf 13

In een vennootschap tot uitoefening van een wettelijk beschermd beroep mogen de statuten bepalen dat aandeelhouders, bestuurders, commissarissen en personen van de belet- of ontstentenisregeling personen moeten zijn die bevoegd zijn het beroep uit te oefenen. Indien aan aandeelhouders die niet (meer) dat beroep mogen uitoefenen of het niet meer in feite uitoefenen, het stemrecht wordt onthouden, kan tevens worden vermeld dat zij mogen stemmen over voorstellen om aan de vennootschap het karakter van praktijkvennootschap te ontnemen door wijziging der statuten. Het departement ziet er niet op toe of wordt voldaan aan vereisten die beroepsorganisaties ter zake stellen.

Structuurvennootschappen

Paragraaf 14. Algemeen

Voor zover uit de tekst of strekking van de wet niet anders volgt, zijn de voorafgaande paragrafen van toepassing op statuten van vennootschappen waarvoor de bepalingen voor grote vennootschappen wettelijk of krachtens de statuten geheel of gedeeltelijk gelden (structuurvennootschappen) (art. 158–164, 268–274).

Het departement ziet er op toe dat de statuten van een structuurvennootschap de hiervoor bedoelde artikelen van toepassing verklaren, voor zover deze niet worden overgenomen. Indien de statuten aldus zijn ingericht, moet de vennootschap bij een statutenwijziging die afwijkt van de wettelijke regeling voor structuurvennootschappen, aantonen dat die wettelijke regeling niet (meer) op haar van toepassing is.

Bij vrijwillige toepassing van de regeling voor structuurvennootschappen moet worden aangetoond dat de bevoegdheden van de ondernemingsraad zullen toekomen aan een of meer reeds ingestelde ondernemingsraden in de zin der wet.

De statuten mogen geen kwaliteitseisen voor commissarissen bevatten. De statuten mogen geen maximum termijn stellen voor het doen van een aanbeveling voor een te benoemen commissaris; zij mogen bepalen dat de raad van commissarissen daartoe een redelijke termijn kan stellen.

De statuten mogen de wettelijke zittingsduur van commissarissen beperken. Indien zij bepalen dat een rooster van aftreden van commissarissen kan of zal worden vastgesteld, moet dit worden vastgesteld door de raad van commissarissen en mag de vaststelling niet worden onderworpen aan de goedkeuring van wie dan ook. De statuten moeten dan tevens bepalen dat een wijziging van het rooster niet kan meebrengen dat een zittende commissaris tegen zijn wil aftreedt voor het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd.

Indien de bestuurders worden benoemd conform het bepaalde in de artikelen 162 of 272, moet de regeling voor het geval van ontstentenis of belet van bestuurders het tijdelijke bestuur opdragen aan de raad van commissarissen of aan een of meer door deze raad aan te wijzen of aangewezen personen. De statuten mogen geen beperking inhouden van de bevoegdheden die de wet toekent aan de raad van commissarissen van een structuurvennootschap. Besluiten van het bestuur omtrent de onderwerpen die de artikelen 164 en 274 van boek 2 B.W. opsomt, mogen worden onderworpen aan de goedkeuring van een ander vennootschapsorgaan3 naast het vereiste van goedkeuring door de raad van commissarissen.

Paragraaf 15. De aandeelhouderscommissie

De statuten mogen bepalen dat niet-aandeelhouders deel kunnen uitmaken van de commissie van aandeelhouders. De statuten mogen bepalen dat een niet-commissielid voorzitter of secretaris is van de commissie, mits zij tevens bepalen dat deze personen geen stemrecht hebben in de commissie (art. 158, 268).

De statuten mogen niet bepalen dat de benoeming van de leden van de commissie geschiedt uit een bindende voordracht. Zij mogen aan deze leden geen andere kwaliteitseisen stellen, dan het zijn van aandeelhouder.

De statuten mogen regels bevatten over de besluitvorming in de commissie. Zij mogen deze regels eveneens ter bepaling overlaten aan de algemene vergadering van aandeelhouders of aan de aandeelhouderscommissie, doch niet aan anderen.

Bepalingen inzake aandelen en blokkeringsregelingen voor de B.V.

Aandelen (B.V.)

Paragraaf 16. Het nominale bedrag

De statuten moeten het maatschappelijk kapitaal en het nominale bedrag van de aandelen vermelden in Nederlands geld (art. 178)

Indien het nominale bedrag van de aandelen wordt verminderd met handhaving van het geplaatste kapitaal of indien het nominale bedrag van de aandelen wordt vergroot, moet in de statuten of elders in de akte van statutenwijziging de grootte van het geplaatste kapitaal worden vermeld op een bepaalde datum. Deze datum mag niet gelegen zijn voor de datum waarop het besluit tot statutenwijziging is genomen. Het geplaatste kapitaal moet ten minste een vijfde van het maatschappelijk kapitaal bedragen. In geval van vergroting van het nominale bedrag moet worden aangetoond dat alle aandeelhouders daarmee instemmen of dat het besluit kan worden uitgevoerd zonder dat (oude) aandelen met een kleiner nominaal bedrag blijven uitstaan. Is dit onmogelijk, dan moet het deel van de aandelen dat niet wordt omgewisseld, statutair worden gehandhaafd.

Paragraaf 17. Prioriteitsaandelen

Het is geoorloofd statutair te bepalen dat aan zekere aandelen (prioriteitsaandelen) bepaalde machtsrechten zullen zijn verbonden die nauwkeurig in de statuten moeten zijn omschreven. Zij mogen niet van zodanige aard zijn dat dientengevolge een vennootschapsorgaan niet meer in staat is zijn taak, voor zover die niet aan anderen kan worden overgedragen, te vervullen (art. 201).

Het is niet toegestaan prioriteitsaandelen statutair aan te duiden als preferente aandelen, ook niet wanneer zij preferent zijn. Iedere andere aanduiding, mits niet misleidend, is toegestaan.

Tegen verschillende soorten prioriteitsaandelen in één vennootschap bestaat geen bezwaar.

Indien de statuten bepalen dat de houders van prioriteitsaandelen buiten vergadering kunnen besluiten, moeten zij bepalen dat een dergelijk besluit alleen genomen kan worden hetzij met algemene stemmen hetzij met een andere meerderheid, nadat alle houders met stemrecht is bericht dat zij de gelegenheid hebben zich uit te spreken en mits geen hunner een vergadering heeft verlangd.

Paragraaf 18. Uitgifte van aandelen

Besluiten tot uitgifte van aandelen mogen worden onderworpen aan de goedkeuring van andere vennootschapsorganen3 en afhankelijk worden gesteld van een voorstel van zulk een orgaan (art. 206).

Paragraaf 19. Extra verplichtingen

Bij oprichting mag in de statuten worden bepaald dat aandeelhouders meer verplichtingen zullen hebben dan de verplichting hun aandelen vol te storten. Deze verplichtingen moeten nauwkeurig in de statuten worden omschreven (art. 192).

Het door statutenwijziging aan aandeelhouders opleggen van extra verplichtingen is toegestaan, indien wordt aangetoond dat het besluit de instemming heeft van alle betrokken aandeelhouders.

Blokkeringsregelingen (B.V.)

Paragraaf 20. Algemeen

Het departement gaat na of blokkeringsregelingen voldoen aan de eisen die de wet en de paragrafen 21 t/m 26 stellen. In het bijzonder wordt er op gelet dat de overdragende aandeelhouder geen genoegen hoeft te nemen met een andere prijs dan vastgesteld door deskundigen, dat hem de vastgestelde of overeengekomen prijs desgewenst contant wordt betaald en dat hij zich nog kan terugtrekken nadat de prijs en de gegadigden bekend zijn. Er wordt niet op gelet of de regeling kan vastlopen bij stilzitten van een der partijen en of zij doelmatig is. Combinaties van verschillende regelingen zijn toegestaan. Ook mogen verschillende blokkeringsregelingen gelden afhankelijk van de soort aandelen of van de aandeelhouders (art. 195).

Toegestaan wordt een regeling volgens welke de overdracht slechts aan bepaalde personen binnen een in artikel 195 lid 1 van boek 2 B.W. genoemde groep verwanten of aan bepaalde aandeelhouders vrij is. Als dergelijke personen met name worden genoemd, moet daarbij worden bepaald dat zij ten tijde van de overdracht moeten behoren tot een van de groepen die artikel 195 lid 1 noemt.

De statuten moeten bepalen dat de vennootschap niet of dat zij slechts met instemming van de verzoeker als gegadigde kan optreden. Gezien de strekking van de wet wordt de bepaling toegestaan dat deze instemming niet vereist is voor overdracht van prioriteitsaandelen waarvan de statuten overeenkomstig paragraaf 26 bepalen dat zij ten hoogste a pari kunnen worden overgedragen.

Paragraaf 21. Goedkeuringsregeling

Indien de statuten geen aanbiedingsregeling inhouden, moeten zij bepalen dat de overdracht van aandelen slechts is toegestaan binnen drie maanden na verkregen goedkeuring van een vennootschapsorgaan3. De statuten moeten dan bepalen dat, indien dit vennootschapsorgaan niet binnen een in de statuten gestelde termijn heeft beslist, overdracht overeenkomstig de gevraagde goedkeuring is toegestaan tot drie maanden na afloop van die termijn. De statuten mogen het vennootschapsorgaan niet verplichten of verbieden de overdracht aan bepaalde personen of groepen van personen goed te keuren.

De goedkeuringsregeling mag de verzoeker niet dwingen zijn aandelen over te dragen aan aangewezen gegadigden. Als de statuten bepalen dat op het verzoek wordt beslist voor de prijsvaststelling, moeten zij inhouden dat de verzoeker niet eerder dan een maand na de prijsvaststelling behoeft te beslissen of hij zijn aandelen aan de aangewezen gegadigden overdraagt. Bepalen de statuten dat de aangewezen gegadigden zich mogen terugtrekken, dan moeten zij bepalen dat, indien, na de terugtrekking, de overgebleven gegadigden niet bereid blijken binnen een in de statuten bepaalde termijn alle aandelen over te nemen, de overdracht overeenkomstig het verzoek om goedkeuring is toegestaan tot drie maanden na afloop van die termijn.

Paragraaf 22. Aanbiedingsregeling

Indien de statuten geen goedkeuringsregeling inhouden, moeten zij bepalen dat een aandeelhouder die aandelen wil vervreemden, deze eerst aan alle andere aandeelhouders moet aanbieden. Toegestaan wordt een eerste of volgende keus toe te kennen aan bepaalde aandeelhouders of groepen aandeelhouders voordat hetzij de door hen niet afgenomen aandelen moeten worden aangeboden aan alle overige aandeelhouders hetzij voor de overdracht van die aandelen goedkeuring moet worden gevraagd overeenkomstig de vorige paragraaf.

Indien de statuten bepalen dat, als de mede-aandeelhouders het aanbod niet aanvaarden, het aanbod moet geschieden aan andere gegadigden, moeten de statuten het vennootschapsorgaan3 noemen dat de gegadigden aanwijst en de termijn noemen waarbinnen dat mag geschieden. De statuten mogen de toewijzing van de aangeboden aandelen regelen.

De statuten moeten bepalen dat de aanbieder zijn aanbod mag intrekken tot een maand nadat hem bekend is hoeveel aandelen tegen welke prijs aan ieder der gegadigden zijn toegewezen. De statuten moeten bepalen dat de aanbieder gedurende drie maanden na de dag waarop hem bekend wordt dat niet alle aangeboden aandelen worden overgenomen, vrij is in de overdracht daarvan. Bepaald mag worden dat hij dan slechts alle aangeboden aandelen mag overdragen aan de door hem bij zijn aanbod genoemde gegadigde of gegadigden. De statuten mogen bepalen dat als hij zijn aandelen aan derden wil overdragen tegen een lagere prijs dan bij de aanbieding gold, hij de aandelen eerst tegen de lagere prijs opnieuw moet aanbieden aan degenen aan wie hij deze voordien heeft moeten aanbieden.

De statuten mogen bepalen dat aandelen niet behoeven te worden aangeboden, indien de overdracht geschiedt binnen drie maanden na schriftelijke toestemming van alle aandeelhouders of binnen drie maanden na goedkeuring van een vennootschapsorgaan3.

Paragraaf 23. Legaat

Omdat legaat als een titel van eigendomsoverdracht wordt beschouwd, is de overdracht van gelegateerde aandelen door de erfgenaam aan de legataris aan de blokkeringsregeling onderworpen. Toegestaan wordt een vrijstelling van de blokkering overeenkomstig artikel 195 lid 1 te bepalen voor overdracht krachtens legaat aan de weduwnaar of weduwe of aan verwanten van de erflater, naast de legatarissen aan wie de erfgenaam overeenkomstig artikel 195 lid 1 eventueel al vrijelijk mag overdragen.

Paragraaf 24. Eisen voor aandeelhouderschap

De statuten mogen eisen stellen waaraan aandeelhouders moeten voldoen Nationaliteitseisen mogen geen verschil maken naar gelang van de nationaliteit van onderdanen van de Europese Gemeenschappen, buiten de gevallen waarin zulks Europeesrechtelijk geoorloofd is. Wel mag ingezetenschap van bijvoorbeeld Nederland een vereiste zijn.

De eisen moeten duidelijk in de statuten zelf zijn omschreven. De statuten mogen bepalen dat met name genoemde personen niet aan de eisen behoeven te voldoen. De statuten mogen ook bepalen dat bij onherroepelijk besluit van een vennootschapsorgaan of van derden aan in dat besluit met name genoemde personen ontheffing kan worden verleend van eisen voor aandeelhouderschap. De statuten mogen bepalen dat bij het verlenen van zulk een ontheffing voorwaarden kunnen worden gesteld.

De statuten moeten bepalen of en in hoeverre een aandeelhouder die niet (meer) aan de gestelde eisen voldoet, het vergader- en stemrecht en het recht op uitkeringen kan uitoefenen. Indien de statuten bepalen dat een van deze rechten niet kan worden uitgeoefend en zij niet tevens een verplichting tot overdracht opleggen overeenkomstig de volgende paragraaf, moeten zij bepalen dat de aandeelhouder onherroepelijk ontheven is van de gestelde eisen wanneer de vennootschap niet binnen een in de statuten bepaalde termijn na een verzoek daartoe van de aandeelhouder gegadigden heeft aangewezen aan wie hij al zijn aandelen zal kunnen overdragen volgens een regeling in de statuten. Wat betreft de mogelijkheden tot overdracht en de prijsvaststelling mag deze regeling niet in zijn nadeel afwijken van de regeling voor vrijwillige overdracht van aandelen op dat tijdstip. Uit de statuten moet blijken dat de aandeelhouder onherroepelijk ontheffing heeft van de gestelde eisen voor het aandeelhouderschap, indien buiten zijn wil niet al zijn aandelen worden overgenomen door een of meer van degenen die krachtens de statuten als gegadigde kunnen optreden.

De statuten moeten bepalen of de houder van prioriteitsaandelen die niet (meer) aan de kwaliteitseisen voldoet, de bijzondere aan deze aandelen verbonden rechten kan uitoefenen, zolang hij geen ontheffing van die eisen heeft.

Het invoeren van eisen voor aandeelhouderschap bij statutenwijziging is toegestaan, indien wordt aangetoond dat alle aandeelhouders die niet aan de te stellen eisen voldoen hetzij daarvan ontheffing krijgen hetzij met de statutenwijziging hebben ingestemd.

Paragraaf 25. Verplichting tot overdracht

De statuten mogen bepalen dat in nauwkeurig in de statuten omschreven gevallen, zoals het niet voldoen aan een vereiste voor aandeelhouderschap, de aandeelhouder zijn aandelen moet aanbieden en overdragen. Zij mogen bepalen dat het vergaderrecht en het stemrecht niet kunnen worden uitgeoefend en dat het recht op uitkeringen wordt opgeschort zolang de aandeelhouder zijn verplichtingen tot aanbieding en overdracht niet nakomt.

Wat betreft de mogelijkheden tot overdracht en de prijsvaststelling mag de regeling in de statuten niet in het nadeel van de aandeelhouder afwijken van de regeling voor vrijwillige overdracht op dat tijdstip. Uit de statuten moet blijken dat indien niet alle aandelen worden overgenomen door een of meer dergenen die volgens de statuten als gegadigde kunnen optreden, de aandeelhouder zijn aandelen mag behouden en dat hij, voor zover de statuten vereisten voor het aandeelhouderschap stellen waaraan hij niet voldoet, daarvan in dit geval onherroepelijk ontheffing heeft.

De statuten mogen bepalen dat indien een aandeelhouder na een bepaalde tijd of na aanmaning zijn verplichting tot overdracht niet is nagekomen, de vennootschap onherroepelijk gemachtigd is deze aandelen, mits alle, over te dragen.

De statuten mogen bepalen dat de houder van prioriteitsaandelen die hij moet overdragen, de bijzondere aan deze aandelen verbonden rechten niet mag uitoefenen zolang de verplichting bestaat.

Paragraaf 26. Prijs van de aandelen

Iedere blokkeringsregeling moet zodanig zijn dat de aandeelhouder desgewenst de waarde van zijn aangeboden pakket aandelen zonder uitstel ontvangt, vastgesteld door een of meer onafhankelijke deskundigen. De deskundigen moeten ook onafhankelijk zijn van de vennootschap; de externe accountant van de vennootschap mag als deskundige worden aangewezen.

De statuten mogen normen bevatten voor het bepalen van de werkelijke waarde van de aandelen. De prijs die een derde heeft geboden, mag niet als maatstaf worden aangewezen. Maatstaven die leiden tot een kennelijk onredelijke waardering worden niet toegestaan. De statuten mogen bepalen dat bij waardering van prioriteitsaandelen de daaraan verbonden macht buiten beschouwing wordt gelaten. Indien op prioriteitsaandelen niet meer mag worden uitgekeerd dan de wettelijke rente of een andere rente die gekoppeld is aan de marktverhoudingen in het jaar waarover of waarin wordt uitgekeerd en zij niet boven het nominale bedrag delen in een overschot na vereffening, mag worden bepaald dat zij slechts tegen nominale waarde of tegen ten hoogste de nominale waarde mogen worden overgedragen aan iemand die krachtens de blokkeringsregeling als gegadigde optreedt.

Bepalingen inzake aandelen en blokkeringsregelingen voor de N.V.

Aandelen (N.V.)

Paragraaf 27. Het nominale bedrag: aandelen aan toonder

De statuten moeten het maatschappelijk kapitaal en het nominale bedrag van de aandelen vermelden in Nederlands geld (art. 67, 82).

Indien het nominale bedrag van de aandelen wordt verminderd met handhaving van het geplaatste kapitaal of het nominale bedrag van de aandelen wordt vergroot, moet in de statuten of elders in de akte van statutenwijziging de grootte van het geplaatste kapitaal worden vermeld op een bepaalde datum. Deze datum mag niet gelegen zijn voor de datum waarop het besluit tot statutenwijziging is genomen. Het geplaatste kapitaal moet ten minste een vijfde van het maatschappelijke kapitaal bedragen. In geval van vergroting van het nominale bedrag moet worden aangetoond dat alle aandeelhouders daarmee instemmen, of dat het besluit kan worden uitgevoerd zonder dat (oude) aandelen met een kleiner nominaal bedrag blijven uitstaan. Is dit onmogelijk, dan moet het deel van de aandelen dat niet wordt omgewisseld statutair worden gehandhaafd. De statuten mogen aandeelbewijzen niet aandelen noemen.

De statuten moeten bepalen of de aandelen op naam of aan toonder luiden dan wel bepalen dat de aandelen zowel op naam als aan toonder kunnen luiden.

Indien uitstaande aandelen aan toonder na een statutenwijziging op naam zullen luiden, moeten de statuten bepalen dat de houder van aandeelbewijzen aan toonder zijn rechten niet kan uitoefenen voordat hij deze bewijzen heeft ingeleverd.

Paragraaf 28. Prioriteitsaandelen

Het is geoorloofd statutair te bepalen dat aan zekere aandelen (prioriteitsaandelen) bepaalde machtsrechten zullen zijn verbonden die nauwkeurig in de statuten moeten zijn omschreven. Zij mogen niet van zodanige aard zijn dat dientengevolge een vennootschapsorgaan niet meer in staat is zijn taak, voor zover die niet aan anderen kan worden opgedragen, te vervullen (art. 92).

Het is niet toegestaan prioriteitsaandelen statutair aan te duiden als preferente aandelen, ook niet wanneer zij preferent zijn. Iedere andere aanduiding, mits niet misleidend, is toegestaan.

Tegen verschillende soorten prioriteitsaandelen in één vennootschap bestaat geen bezwaar.

Indien de statuten bepalen dat de houders van prioriteitsaandelen buiten vergadering kunnen besluiten, moeten zij bepalen dat een dergelijk besluit alleen genomen kan worden hetzij met algemene stemmen hetzij met een andere meerderheid, nadat alle houders met stemrecht is bericht dat zij de gelegenheid hebben zich uit te spreken en mits geen hunner een vergadering heeft verlangd.

Paragraaf 29. Uitgifte van aandelen

Besluiten tot uitgifte van aandelen mogen worden onderworpen aan de goedkeuring van andere vennootschapsorganen3 en afhankelijk worden gesteld van een voorstel van zulk een orgaan (art. 67, 96, 96a).

Indien de statuten bevoegdheid tot het uitgeven van aandelen aan enig ander vennootschapsorgaan3 dan aan de algemene vergadering toekennen, moet worden aangegeven hoeveel aandelen het aangewezen orgaan mag uitgeven. Zijn er verschillende soorten aandelen, dan moet voor elke soort aandelen blijken tot welk bedrag het aangewezen orgaan mag uitgeven. Wanneer de statuten bepalen dat het aangewezen orgaan alle nog niet uitgegeven aandelen mag uitgeven, moet tot uitdrukking worden gebracht of al dan niet tevens op aandelen wordt gedoeld die na een eventuele latere verhoging van het maatschappelijk kapitaal kunnen worden uitgegeven.

Voordat de bevoegdheid tot uitgifte van aandelen is verlopen, mag zij bij statutenwijziging slechts worden herroepen, indien de toekenning of de verlenging daarvan uitdrukkelijk herroepelijk is gesteld.

Indien bij de statuten de bevoegdheid tot uitgifte van aandelen wordt toegekend aan een ander vennootschapsorgaan dan de algemene vergadering, moet de datum worden vermeld waarop deze bevoegdheid (behoudens verlenging met of zonder statutenwijziging) zal vervallen. Deze datum mag niet later liggen dan vijf jaren na de akte van statutenwijziging.

Indien bij de statuten de bevoegdheid tot uitgifte van aandelen is toegekend aan een ander vennootschapsorgaan dan aan de algemene vergadering, mag tevens worden bepaald dat dit zelfde orgaan bevoegd is te beslissen dat aandeelhouders bij uitgifte van aandelen geen voorkeursrecht hebben. De eerste alinea van deze paragraaf en de beide voorgaande alinea's zijn van toepassing op de toekenning van deze bevoegdheid. De vervaldatum van deze bevoegdheid mag niet later vallen dan de vervaldatum van de bevoegdheid tot uitgifte van aandelen.

Regelingen betreffende het voorkeursrecht op uit te geven aandelen die zich uitstrekken tot aandelen die worden uitgegeven aan werknemers van de vennootschap of van een groepsmaatschappij zijn niet toegestaan.

Indien de statuten aan preferente aandeelhouders en/of bij uitgifte van preferente aandelen een voorkeursrecht toekennen, zijn zij vrij in de aanwijzing van een vennootschapsorgaan3 dat in een dergelijk geval dit voorkeursrecht terzijde mag stellen, al dan niet onder goedkeuring van een ander vennootschapsorgaan3. Dit geldt ook ten aanzien van prioriteitsaandelen en houders daarvan, mits die prioriteitsaandelen voldoen aan de omschrijving van artikel 96a, lid 2 van boek 2 B.W. Op deze paragraaf gelden uitzonderingen voor beleggingsmaatschappijen met veranderlijk kapitaal.

Paragraaf 30. Extra verplichtingen

Bij oprichting mag in de statuten worden bepaald dat aandeelhouders meer verplichtingen zullen hebben dan de verplichting hun aandelen vol te storten. Deze verplichtingen moeten nauwkeurig in de statuten worden omschreven (art. 81).

Het door statutenwijziging aan aandeelhouders opleggen van extra verplichtingen is toegestaan, indien wordt aangetoond dat het besluit de instemming heeft van alle betrokken aandeelhouders.

Blokkeringsregelingen (N.V.)

Paragraaf 31. Algemeen

De statuten zijn vrij te bepalen of, in welke gevallen en hoe de overdracht van aandelen op naam wordt geblokkeerd. Combinaties van blokkeringsregelingen zijn toegestaan. Ook mogen verschillende blokkeringsregelingen gelden afhankelijk van de soort aandelen of van de aandeelhouder. Blokkering van aandelen aan toonder is niet toegestaan (art. 87).

Het departement let er vooral op dat de overdragende aandeelhouder geen genoegen behoeft te nemen met een andere prijs dan vastgesteld door deskundigen, dat betaling verzekerd is en dat gedurende tenminste drie maanden nadat hem bekend wordt dat met al zijn aangeboden aandelen worden overgenomen, hij deze mag overdragen aan een door hem uitgekozen gegadigde. Op de doelmatigheid van regelingen wordt niet gelet.

Paragraaf 32. Goedkeuringsregeling

De statuten mogen de overdracht van aandelen onderwerpen aan de goedkeuring van een vennootschapsorgaan of van derden. De statuten moeten dan bepalen dat overdracht (overeenkomstig de gevraagde goedkeuring) is toegestaan, indien niet binnen een in de statuten gestelde termijn op een verzoek om goedkeuring is beslist.

De goedkeuringsregeling mag de verzoeker niet dwingen zijn aandelen over te dragen aan aangewezen gegadigden. Als de statuten bepalen dat op het verzoek wordt beslist voor de prijsvaststelling, moeten zij inhouden dat de verzoeker niet eerder dan een maand na de prijsvaststelling behoeft te beslissen of hij zijn aandelen aan de aangewezen gegadigden overdraagt.

Bepalen de statuten dat de aangewezen gegadigden zich mogen terugtrekken, dan moeten zij bepalen dat, indien, na de terugtrekking, de overgebleven gegadigden niet bereid blijken binnen een in de statuten bepaalde termijn alle aandelen over te nemen, de overdracht (overeenkomstig het verzoek om goedkeuring) is toegestaan.

Indien de statuten bepalen dat de verzoeker zijn aandelen slechts aan een door hem gekozen gegadigde kan overdragen binnen een bepaalde termijn na goedkeuring of na een ander tijdstip, moet deze termijn tenminste drie maanden belopen.

Paragraaf 33. Aanbiedingsregeling

De statuten mogen bepalen dat een aandeelhouder die aandelen wil vervreemden, deze eerst moet aanbieden aan bepaalde personen. De statuten mogen ook bepalen dat een vennootschapsorgaan3 binnen een in de statuten bepaalde termijn deze personen mag aanwijzen.

De statuten moeten bepalen dat de aanbieder zijn aanbod mag intrekken indien binnen een in de statuten bepaalde termijn van tenminste een maand nadat hem bekend is hoeveel aandelen tegen welke prijs aan ieder der gegadigden zijn toegewezen.

Tenzij vervolgens overeenkomstig paragraaf 32 goedkeuring moet worden verkregen, moeten de statuten bepalen dat de aanbieder vrij is in de overdracht van de aandelen van de dag af waarop hem bekend wordt dat niet alle aandelen worden overgenomen. Zij mogen aan deze vrijheid een bepaalde termijn stellen van tenminste drie maanden. Bepaald mag worden dat hij slechts alle aangeboden aandelen mag overdragen. Toegestaan wordt de bepaling dat hij slechts mag overdragen aan de door hem bij zijn aanbod genoemde gegadigde of gegadigden.

De statuten mogen bepalen dat als hij zijn aandelen aan derden wil overdragen tegen een lagere prijs dan bij de aanbieding gold, hij de aandelen eerst tegen de lagere prijs opnieuw moet aanbieden aan degenen aan wie hij deze voordien heeft moeten aanbieden. De statuten mogen bepalen dat een aandeelhouder toestemming kan krijgen zijn aandelen vrijelijk over te dragen.

Paragraaf 34. Eisen voor aandeelhouderschap

De statuten mogen eisen stellen waaraan aandeelhouders moeten voldoen. Nationliteitseisen mogen geen verschil maken naar gelang van de nationaliteit van onderdanen van de Europese Gemeenschappen buiten de gevallen waarin zulks Europeesrechtelijk geoorloofd is. Wet mag ingezetenschap van bijvoorbeeld Nederland een vereiste zijn.

De eisen moeten duidelijk in de statuten zelf zijn omschreven. De statuten mogen bepalen dat met name genoemde personen niet aan de eisen behoeven te voldoen. De statuten mogen ook bepalen dat bij onherroepelijk besluit van een vennootschapsorgaan of van derden aan in dat besluit met name genoemde personen ontheffing kan worden verleend van de eisen voor aandeelhouderschap. De statuten mogen bepalen dat bij het verlenen van zulk een ontheffing voorwaarden kunnen worden gesteld.

De statuten moeten bepalen of en in hoeverre een aandeelhouder die niet (meer) aan de gestelde eisen voldoet, het vergader- en stemrecht en het recht op uitkeringen kan uitoefenen. Indien de statuten bepalen dat een van deze rechten niet kan worden uitgeoefend en zij niet tevens een verplichting tot overdracht opleggen overeenkomstig de volgende paragraaf, moeten zij bepalen dat de aandeelhouder onherroepelijk ontheven is van de gestelde eisen wanneer de vennootschap niet binnen een in de statuten bepaalde termijn na een verzoek daartoe van de aandeelhouder gegadigden heeft aangewezen aan wie hij al zijn aandelen zal kunnen overdragen volgens een regeling in de statuten. Wat betreft de mogelijkheden tot overdracht en de prijsvaststelling mag deze regeling niet in zijn nadeel afwijken van de regeling voor vrijwillige overdracht van aandelen op dat tijdstip. Uit de statuten moet blijken dat de aandeelhouder onherroepelijk ontheffing heeft van de gestelde eisen voor het aandeelhouderschap, indien buiten zijn wil niet al zijn aandelen worden overgenomen door een of meer van degenen die krachtens de statuten als gegadigde kunnen optreden.

De statuten moeten bepalen of de houder van prioriteitsaandelen die niet (meer) aan de kwaliteitseisen voldoet, de bijzondere aan deze aandelen verbonden rechten kan uitoefenen, zolang hij geen ontheffing van die eisen heeft.

Het invoeren van eisen voor aandeelhouderschap bij statutenwijziging is toegestaan, indien wordt aangetoond dat alle aandeelhouders die niet aan de te stellen eisen voldoen hetzij daarvan ontheffing krijgen hetzij met de statutenwijziging hebben ingestemd.

Paragraaf 35. Verplichting tot overdracht

De statuten mogen bepalen dat in nauwkeurig in de statuten omschreven gevallen, zoals het niet voldoen aan een vereiste voor aandeelhouderschap, de aandeelhouder zijn aandelen moet overdragen. Zij mogen bepalen dat degenen die aandelen anders dan door overdracht verkrijgen, deze moeten aanbieden en overdragen. Zij mogen bepalen dat het vergaderrecht en het stemrecht niet kunnen worden uitgeoefend en dat het recht op uitkeringen wordt opgeschort zolang de aandeelhouder zijn verplichtingen tot aanbieding of overdracht niet nakomt.

Wat betreft de mogelijkheden tot overdracht en de prijsvaststelling mag de regeling in de statuten niet in het nadeel van de aandeelhouder afwijken van de regeling voor vrijwillige overdracht op dat tijdstip. Uit de statuten moet blijken dat indien niet alle aandelen worden overgenomen door een of meer dergenen die volgens de statuten als gegadigde kunnen optreden, de aandeelhouder zijn aandelen mag behouden en dat hij, voor zover de statuten vereisten voor het aandeelhouderschap stellen waaraan hij niet voldoet, daarvan in dit geval onherroepelijk ontheffing heeft.

De statuten mogen bepalen dat indien een aandeelhouder na een bepaalde tijd of na aanmaning zijn verplichting tot overdracht van aandelen niet is nagekomen, de vennootschap onherroepelijk gemachtigd is deze aandelen, mits alle, over te dragen.

De statuten mogen bepalen dat de houder van prioriteitsaandelen die hij moet overdragen, de bijzondere aan deze aandelen verbonden rechten niet mag uitoefenen zolang de verplichting bestaat.

Paragraaf 36. Prijs van de aandelen

Iedere blokkeringsregeling moet zodanig zijn dat de aandeelhouder desgewenst de waarde van zijn aangeboden pakket aandelen ontvangt, vastgesteld door een of meer onafhankelijke deskundigen. De deskundigen moeten ook onafhankelijk zijn van de vennootschap: de externe accountant van de vennootschap mag als deskundige worden aangewezen.

In de statuten wordt de regeling toegestaan dat de aandeelhouder die zijn aandelen vrijwillig overdraagt, genoegen moet nemen met betaling van de prijs in termijnen, mits uit die regeling blijkt dat de verkrijger verplicht is de hoofdsom te betalen in maximaal tien jaarlijkse termijnen, zekerheid te stellen (bijvoorbeeld door het in pand geven van die aandelen) en een redelijke rente te vergoeden.

De statuten mogen normen bevatten voor het bepalen van de werkelijke waarde van de aandelen. De prijs die een derde heeft geboden, mag niet als maatstaf worden aangewezen. Maatstaven die leiden tot een kennelijk onredelijke waardering worden niet toegestaan. De statuten mogen bepalen dat bij waardering van prioriteitsaandelen de daaraan verbonden macht buiten beschouwing wordt gelaten. Indien op prioriteitsaandelen niet meer mag worden uitgekeerd dan de wettelijke rente of een andere rente die gekoppeld is aan de marktverhoudingen in het jaar waarover of waarin wordt uitgekeerd en zij niet boven het nominale bedrag delen in een overschot na vereffening, mag worden bepaald dat zij slechts tegen nominale waarde of tegen ten hoogste de nominale waarde mogen worden overgedragen aan iemand die krachtens de blokkeringsregeling als gegadigde optreedt.

Indien de blokkeringsregeling tot gevolg kan hebben dat een aandeelhouder een of meer van zijn aandelen slechts kan overdragen aan de vennootschap, moeten de statuten bepalen dat, indien dit geval zich voordoet, in de prijs moet zijn begrepen het belastingnadeel dat de vervreemder lijdt als gevolg van overdracht aan de vennootschap in plaatst van aan een ander. Dit geldt niet voor aandelen die overeenkomstig de vorige alinea slechts a pari mogen worden overgedragen.

Bijlage A. Overzicht van de voor de misbruiktoets relevante criminele respectievelijk financiële antecedenten (zie paragraaf 1)

1. Inleiding

In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van de criminele respectievelijk financiële antecedenten, die in ieder geval relevant zijn voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van de bij de vennootschap betrokken beleidsbepalende personen.

Bij het zich voordoen van een crimineel antecedent zoals hier wordt bedoeld, is dat aanleiding voor het instellen van een nader onderzoek naar de achtergrond van de aanvrager en van de oprichting. Voor de vraag of in een concreet geval de verklaring van geen bezwaar moet worden geweigerd dan wel afgegeven worden alle bekende feiten en omstandigheden in hun onderlinge samenhang bezien en gewogen. Indien uit die feiten en omstandigheden blijkt dat er gegronde reden is om aan de (morele of financiële) betrouwbaarheid te twijfelen, wordt de verklaring van geen bezwaar geweigerd.

Criminele antecedenten 2

Onder criminele antecedenten, op basis waarvan tot het oordeel kan worden gekomen dat de morele betrouwbaarheid of integriteit in het geding is, en die in beginsel kunnen leiden tot weigering van een verklaring van geen bezwaar voor de oprichting van een vennootschap, worden in ieder geval de volgende omstandigheden verstaan:

A. Veroordelingen

De betrokken persoon is bij rechterlijke uitspraak, uitgesproken in de acht jaren voorafgaand aan de dagtekening van de aanvraag, dan wel na die datum doch voor de beslissing op de aanvraag, veroordeeld terzake van één of meer van de hieronder opgesomde strafbare feiten:

  • -

    Wetboek van Strafrecht: de artikelen: 135 bis (mislukte poging), 140 (deelneming aan misdadige organisatie), 174, 175 (opzettelijke verkoop van schadelijke waren), 177, 179 (omkoping van ambtenaar etc.), 188 (valse aangifte), 198 (onttrekking goederen aan beslag), 207 (meineed), 208 t/m 214 (valsemunterij etc.), 225 t/m 232 (valsheid in geschrift), 239 t/m 250ter (zedenmisdrijven), 272, 273 (schending ambtsgeheimen, bedrijfsgeheimen), 274 (slavenhandel), 285 (bedreiging), 287 t/m 294 (levensdelicten), 300 t/m 306 (mishandeling), 307 t/m 309 (dood door schuld), 310, 311, 312 (diefstal), 317, 318 (afpersing), 321, 322, 323 (verduistering), 326, 326a (oplichting en flessentrekkerij), 327, 328 (bedrog tegen verzekering), 328bis (steekpenningen), 329 t/m 332, 335, 336 (diverse vormen van bedrog), 337 (valse handelsnaam of merk), 340 t/m 345 (bankbreuk), 347 (met statuten strijdige handeling), 418 (onttrekking van goed aan beperkt rechthebbende), 416, 417, 417bis (heling), 442 (eigenmachtig handelen tijdens surseance);

  • -

    Opiumwet: artikel 10, tweede, derde, vierde en vijfde lid, artikel 10a, eerste lid en artikel 11, tweede en derde lid (misdrijven);

  • -

    Wet economische delicten: artikel 1, onder 1° en 2°, artikel 1a onder 1° en 2° voor zover zij opzettelijk zijn begaan (m.u.v. Distributiewet 1939), artikel 1, onder 5°, en 3°, voor zover zij in de desbetreffende voorschriften als misdrijf zijn aangemerkt (misdrijven);

  • -

    Wet wapens en munitie: art. 9, eerste lid, 13, eerste lid, 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26, eerste lid, 31, eerste lid (misdrijven).

Onder veroordelingen worden ook verstaan veroordelingen in het buitenland wegens overtreding van een of meer aldaar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor genoemde feiten.

B. Transactie met het openbaar ministerie

De betrokken persoon heeft een vrijwillige betaling als bedoeld in artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht gedaan terzake van één of meer van de hiervoor onder A genoemde strafbare feiten.

C. Dagvaarding

Aan de betrokken persoon is als verdachte terzake van één of meer van de hiervoor onder A genoemde feiten een dagvaarding uitgereikt, terwijl de rechter daarover nog geen uitspraak heeft gedaan.

D. Sepot, niet verdere vervolging, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging

De betrokken persoon wordt terzake van één of meer van de hiervoor onder A genoemde strafbare feiten niet (verder) vervolgd, om een andere reden dan ongefundeerdheid van de gerezen verdenking, dan wel vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging.

E. Andere feiten of omstandigheden

Andere bekende en relevante feiten, de betrokken persoon betreffende, voor zover die blijken uit door de politie opgemaakte processen-verbaal of rapporten, die een (vermoedelijke) ernstige inbreuk op de rechts- of de betreffen en waaruit ernstige twijfel aan de betrouwbaarheid of integriteit van betrokkene kan worden afgeleid.

3. Financiële antecedenten

Onder financiële antecedenten, op basis waarvan tot het oordeel gekomen kan worden dat de financiële betrouwbaarheid of integriteit van het bedrijf in het geding is en die in beginsel leiden tot een weigering van de verklaring van geen bezwaar voor de oprichting van een vennootschap, worden verstaan:

A. Faillissementen en surseance van betaling

De betrokken persoon is bij rechterlijke uitspraak, uitgesproken in de acht jaren voorafgaand aan de dagtekening van de aanvraag, dan wel na die datum doch voor de beslissing op de aanvraag, in staat van faillissement verklaard, dan wel is aan de betrokken persoon voorlopige surseance van betaling of surseance van betaling verleend, dan wel is de betrokken persoon betrokken (geweest) bij een faillissement of surseance van betaling van een rechtspersoon in de hiervoor genoemde periode.

B. Belastingschulden en schulden aan de sectorraden

De betrokken persoon heeft betalingsachterstand bij de belastingdienst of bij een of meer sectorraden (voormalige bedrijfsverenigingen) welke (in totaal) de hoogte van het eigen vermogen minus het geplaatste kapitaal van de vennootschap waarvoor de aanvraag van verklaring van geen bezwaar wordt gevraagd overschrijdt.

C. Inbreng verlieslijdende onderneming

In de op te richten vennootschap wordt een reeds bestaande onderneming geheel of gedeeltelijk niet-geruisloos ingebracht, terwijl deze onderneming een negatief eigen vermogen heeft en zowel in het afgelopen boekjaar als in het voorlaatste boekjaar verlies heeft geleden.

Bijlage B. Voorbeeld van een aanvaardbare inbrengclausule in de akte van oprichting van een vennootschap (zie paragraaf 3)

Namens de bij deze akte opgerichte vennootschap – hierna te noemen: de vennootschap – is met de oprichter A, omtrent de storting op de bij hem bij de oprichting geplaatste aandelen een overeenkomst geslotenvan de volgende inhoud:

  • 1. ‘Ter storting op de aandelen zal de oprichter A in de vennootschap inbrengen zijn gehele te............... gevestigde onderneming, die hij voor eigen rekening onder de naam: .............. drijft – echter van ............. negentienhonderd ............ af voor rekening en risico van de vennootschap –, omvattende deze inbreng derhalve alle activa van gemelde onderneming onder de verplichting voor de vennootschap alle passiva van die onderneming voor haar rekening te nemen. Indien uit de sub 2 gemelde beschrijving blijkt, dat het saldo van de activa en passiva kleiner is dan het nominaal bedrag van de aandelen, zal de oprichter uiterlijk bij de oprichting het verschil in contanten storten. Indien het saldo van de activa en passiva groter is dan het nominaal bedrag van de aandelen, zal de oprichter voor het verschil in de boeken van de vennootschap worden gecrediteerd. De oprichter heeft het recht ten laste van zodanige creditering met toepassing van artikel 19 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 een periodieke uitkering of verstrekking te bedingen, welke evenwel geen hogere waarde zal hebben dan het in de vorige zin bedoeld verschil.

  • 2. Van de sub 1 gemelde activa en passiva zullen de oprichters een beschrijving opstellen. Indien het saldo van de activa en passiva groter dan wel kleiner is dan het nominaal bedrag van de aandelen zal uit de beschrijving tevens de grootte van het verschil blijken.

  • 3. De sub 2 bedoelde beschrijving van de inbreng zal bovendien vermelden de daaraan toegekende waarde en de toegepaste waarderingsmethoden, welke methoden zullen voldoen aan normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, en zal betrekking hebben op de toestand van de activa en passiva op ............ (datum).

  • 4. Indien onherroepelijk komt vast te staan, dat de oprichter A in zijn verhouding tot de Dienst der Belastingen een hogere waarde aan de inbreng moet toekennen dan de waarde, bedoeld sub 3, zal die hogere waarde ook tussen de oprichter A en de vennootschap als waarde van de inbreng gelden en zal die oprichter voor het verschil tussen die hogere waarde en de waarde, bedoeld sub 3, in de boeken der vennootschap worden gecrediteerd, mits een registeraccountant of een accountant die op grond van een buitenlands getuigschrift bij vergunning van de Minister van Economische Zaken is toegelaten op de voet van registeraccountant, dan wel een accountant-administratieconsulent5 verklaart, dat de waarde van de inbreng, bepaald met inachtneming van een bijstortingsplicht dan wel creditering als sub 1 bedoeld en van een nadere creditering, als onder dit nummer 4 bedoeld, bij toepassing van in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar beschouwde waarderingsmethoden, ten minste beloopt het bedrag van de stortingsplicht, in geld uitgedrukt, waaraan met de inbreng moet worden voldaan.

Deze overeenkomst is thans voor de vennootschap verbindend. De in de bovengemelde overeenkomst bedoelde beschrijving is thans opgesteld en door de oprichter(s) ondertekend. Over de beschrijving heeft een registeraccountant of een accountant die op grond van een buitenlands getuigschrift bij vergunning van de Minister van Economische Zaken is toegelaten op de voet van registeraccountant, dan wel een accountant-administratieconsulent 6, verklaard dat de waarde van de inbreng, bepaald met inachtneming van een bijstorting dan wel creditering, als in bovengemelde overeenkomst sub 1 bedoeld, bij toepassing van in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar beschouwde waarderingsmethoden, ten minste beloopt het in de verklaring genoemde bedrag van de stortingsplicht, in geld uitgedrukt, waaraan met de inbreng moet worden voldaan. De beschrijving, waarbij de verklaring behoort, heeft nog niet wegens tijdsverloop wettelijk haar bruikbaarheid verloren. De oprichter(s) is niet bekend dat de waarde na de beschrijving aanzienlijk is gedaald. De stukken, waarvan de wet aanhechting aan deze akte voorschrift, worden aan deze akt gehecht.

  • ^ [1]

    Ingesteld bij besluit van 10 september 1973. Niet-ambtelijke leden, prof. mr. W. C. L. van der Grinten, voorzitter, mr. T. Drion, mr. A. G. van Solinge, mr. W. Westbroek. Voorts heeft in de werkgroep zitting gehad wijlen mr. Y. Scholten.

  • ^ [2]

    Te verkrijgen bij de Staatsuitgeverij.

  • ^ [3]

    Onder vennootschapsorgaan wordt in deze richtlijnen verstaan: de algemene vergadering van aandeelhouders, de vergadering van houders van aandelen van een bijzondere soort, het bestuur, de raad van commissarissen en de gecombineerde vergadering van het bestuur en de raad van commissarissen.

  • ^ [4]

    Om procedures te voorkomen is het verstandig de beoogde naam via een advies van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te toetsen aan artikel 5 van de Handelsnaamwet en om na te gaan of de beoogde naam in strijd komt met artikel 5a van die wet of met artikel 13 van de Benelux Merkenwet.

  • ^ [5]

    Deze laatste niet als het een n.v. betreft.

  • ^ [6]

    Deze laatste slechts wanneer het een b.v. betreft en zulks op grond van artikel 204a, lid 2, van Boek 2, is toegelaten.