Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit nadere regelen betreffende de stemming Landinrichtingswet[Regeling vervallen per 01-01-2007.]

Geldend van 28-09-2005 t/m 31-12-2006

Besluit van 11 september 1985, houdende nadere regelen betreffende de stemming

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw en Visserij van 21 mei 1985, nr. J. 2644, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken;

Gelet op artikel 65 van de Landinrichtingswet (Stb. 1985, 299);

De Raad van State gehoord (advies van 23 juli 1985, nr. W 11.85.0275/30.5.29);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Landbouw en Visserij van 4 september 1985, nr. J. 5138, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 2 Gedeputeerde staten van de provincie, waarin het grootste deel van een ruilverkavelingsgebied is gelegen, nemen alle in dit besluit vervatte beslissingen niet dan in overeenstemming met gedeputeerde staten van de andere provincie(s), waarin het gebied is gelegen.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Gedeputeerde staten stellen ten behoeve van de stemming in elke gemeente, die geheel of ten dele in het ruilverkavelingsgebied is gelegen, tijdig een stembureau in.

  • 2 Gedeputeerde staten kunnen in gemeenten, die aan het ruilverkavelingsgebied grenzen, ten behoeve van de stemming tijdig een stembureau instellen.

  • 3 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen gedeputeerde staten, indien een onevenredig groot onderscheidenlijk klein gedeelte van het ruilverkavelingsgebied in een gemeente is gelegen, in die gemeente meer dan één onderscheidenlijk geen stembureau instellen.

  • 4 Gedeputeerde staten stellen in één der in het eerste en tweede lid bedoelde gemeenten tijdig een hoofdstembureau in.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Gedeputeerde Staten kunnen ten behoeve van de administratieve ondersteuning van de taken van het hoofdstembureau een administratief bureau instellen.

  • 2 Het administratieve bureau bestaat uit medewerkers van het kantoor van de Dienst van het Kadaster en de Openbare Registers in de desbetreffende provincie.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Elk stembureau bestaat uit een voorzitter en twee leden, die door gedeputeerde staten benoemd worden.

  • 2 Het hoofdstembureau bestaat, naast de voorzitter, uit twee door gedeputeerde staten te benoemen leden.

  • 3 Voor zowel het stembureau als het hoofdstembureau benoemen gedeputeerde staten een voldoend aantal plaatsvervangende leden.

  • 4 Stemgerechtigden kunnen niet als voorzitter, lid dan wel plaatsvervangend lid van het stembureau dan wel van het hoofdstembureau benoemd worden.

  • 5 Aan de voorzitter en de leden van elk stembureau en het hoofdstembureau kan door gedeputeerde staten een presentiegeld worden toegekend.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Burgemeester en wethouders wijzen voor elk in hun gemeente ingesteld stembureau tijdig een geschikt stemlokaal en voor het houden van de zitting van het in hun gemeente ingestelde hoofdstembureau een geschikt lokaal aan.

  • 2 Op verzoek van burgemeester en wethouders stellen de besturen van bijzondere scholen de daarvoor in aanmerking komende lokalen en het zich daarin bevindende materiaal voor de inrichting en het gebruik als stemlokaal voor het stembureau onderscheidenlijk als zittingslokaal voor het hoofdstembureau beschikbaar, desgewenst tegen vergoeding van de daaruit voortvloeiende onkosten.

  • 3 Burgemeester en wethouders zorgen voor de inrichting van de in het eerste lid bedoelde lokalen en wijzen zo nodig personen aan, die het stembureau, onderscheidenlijk het hoofdstembureau ten dienste worden gesteld.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Gedeputeerde staten bepalen de dag van de stemming.

  • 2 De stemming vangt aan om acht uur en duurt tot negentien uur.

  • 3 De stemgerechtigde brengt zijn stem uit in het stemlokaal van het op zijn oproeping tot de stemming vermelde stembureau.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Het hoofdstembureau houdt zitting vanaf het tijdstip dat de stemming aanvangt.

  • 2 Gedurende de tijd, dat het hoofdstembureau zitting houdt, zijn de stemgerechtigden bevoegd in het zittingslokaal te vertoeven, voor zover de orde daardoor niet wordt verstoord en de voortgang der werkzaamheden niet wordt belemmerd.

  • 3 De voorzitter is belast met de handhaving van de orde in het zittingslokaal.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Gedurende de stemming is het hoofdstembureau belast met het geven van voorlichting omtrent de stemming en met het uitreiken van de oproepingen tot de stemming in de in artikel 13 bedoelde gevallen.

  • 2 Gedeputeerde staten benoemen een voldoend aantal deskundigen, die het hoofdstembureau bij het uitvoeren van de in het eerste lid genoemde taken ter zijde staan.

  • 3 Stemgerechtigden kunnen niet als deskundige worden benoemd.

  • 4 Aan de deskundigen kan door gedeputeerde staten een presentiegeld worden toegekend.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De in het artikel 53, vierde lid, van de wet bedoelde lijst van eigenaren en de in artikel 61 van de wet bedoelde lijst van hen die als pachter zijn geregistreerd worden door gedeputeerde staten samengevoegd tot de lijst van stemgerechtigden.

  • 2 De lijst van stemgerechtigden vermeldt in ieder geval:

    • a. de namen van de stemgerechtigden;

    • b. een nummering van de stemgerechtigden;

    • c. een aanduiding van de stembureaus waarbij de stemgerechtigden hun stem moeten uitbrengen.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De in artikel 62, eerste lid, van de wet bedoelde oproeping tot de stemming, vermeldt in ieder geval:

    • a. de ruilverkaveling waarop de stemming betrekking heeft;

    • b. de naam, voornamen of voorletters, adres en woonplaats van de stemgerechtigde;

    • c. het nummer, waaronder de stemgerechtigde op de lijst van stemgerechtigden voorkomt;

    • d. de aanduiding van het stembureau en het adres van het stemlokaal;

    • e. de dag en de uren, waarop de stemming plaatsvindt;

    • f. de kennisgeving als bedoeld in artikel 62, tweede lid, van de wet;

    • g. het rechtsgevolg, hetwelk de wet aan de stemming verbindt.

  • 2 Tegelijkertijd met de in artikel 62, eerste lid, van de wet bedoelde oproeping wordt aan de stemgerechtigde gezonden:

    • a. een formulier, waarop in ieder geval het artikel van de kadastrale legger en de aard en de omvang van zijn rechten en de daaruit voortvloeiende oppervlakte waarvoor hij stemgerechtigd is staan vermeld;

    • b. een formulier, waarop de wijze waarop het besluit tot ruilverkaveling overeenkomstig de wet tot stand komt en hetgeen daarmee samenhangt, wordt uiteengezet.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2007]

De in artikel 63, derde lid, van de wet bedoelde schriftelijke volmacht dient niet eerder verleend te zijn dan de oproeping tot de stemming, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wet is verzonden.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Verklaringen van erfrecht als bedoeld in artikel 66, vierde lid, van de wet dienen bij gedeputeerde staten te worden ingebracht tot uiterlijk één week na de oproeping tot de stemming, bedoeld in artikel 62 van de wet.

  • 2 Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing, indien het tijdstip van overlijden ligt tussen de oproeping tot de stemming en de stemming zelf.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Aan de stemgerechtigde, wiens oproeping tot de stemming in het ongerede is geraakt, of die geen oproeping heeft ontvangen, wordt op zijn aanvraag door het hoofdstembureau alsnog een oproeping met de in artikel 10, tweede lid, bedoelde formulieren uitgereikt, indien hij voldoende van zijn identiteit doet blijken en indien zijn naam op de in artikel 9 bedoelde lijst van stemgerechtigden voorkomt dan wel hij in het bezit is van de in artikel 66, vierde lid, van de wet bedoelde verklaring.

  • 2 Alvorens de oproeping uit te reiken geeft het hoofdstembureau opdracht aan:

    • a. het stembureau, waarbij volgens de lijst van stemgerechtigden de stemgerechtigde dan wel de erflater zijn stem moet uitbrengen, het stembiljet van de stemgerechtigde dan wel de erflater onbruikbaar te maken door het stempelen van het woord "onbruikbaar" op beide zijden van het stembiljet en de lijst van stemgerechtigden aan te passen;

    • b. het stembureau, dat op de door het hoofdstembureau uitgereikte oproeping is vermeld, de lijst van stemgerechtigden aan te passen.

  • 3 Vervolgens maakt het hoofdstembureau een vervangend stembiljet gereed en doet dit onverwijld toekomen aan het stembureau, dat op de door het hoofdstembureau uitgereikte oproeping is vermeld.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2007]

Het stembureau bepaalt wie als tweede en derde lid van het stembureau optreden.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Gedurende de stemming zijn steeds de voorzitter en twee leden van het stembureau aanwezig.

  • 2 Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het tweede, onderscheidenlijk het derde lid, als zodanig op.

  • 3 Bij ontstentenis van een lid treedt een door gedeputeerde staten aan te wijzen plaatsvervangend lid op.

  • 4 Zolang geen plaatsvervangend lid beschikbaar is, wordt in afwijking van het bepaalde in artikel 4, vierde lid, door de voorzitter een der in het stemlokaal aanwezige stemgerechtigden als zodanig aangewezen.

  • 5 Van alle wijzigingen in de samenstelling van het stembureau wordt in het proces-verbaal, als bedoeld in artikel 40, aantekening gehouden met opgave van de reden daarvan en van de tijd van vervanging.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2007]

Indien bij het nemen van een beslissing door het stembureau de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2007]

Op de tafel van het stembureau liggen een exemplaar van de wet en van dit besluit alsmede een afschrift van de lijst van stemgerechtigden.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2007]

De tafel van het stembureau is zodanig geplaatst dat degenen, die aan de stemming deelnemen, de verrichtingen van het stembureau kunnen gadeslaan.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De stembus, die moet voldoen aan de in de artikelen I 6 en I 7 van het Kiesbesluit (Stb. 1951, 441) vervatte vereisten, staat bij de tafel, binnen het bereik van het lid van het stembureau, dat belast is met de in artikel 25, derde lid, bedoelde taak.

  • 2 Tijdig voor de aanvang der stemming sluit het stembureau de stembus, na zich overtuigd te hebben dat zij ledig is.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Buiten de ruimte, voor het publiek bestemd, zijn in het stemlokaal een of meer geheel van elkander afgescheiden stemhokjes geplaatst, waarvan de toegang zichtbaar is voor het stembureau en voor het publiek, en waarin de stemgerechtigden hun stem in het geheim kunnen uitbrengen.

  • 2 De verdere inrichting van het stemlokaal, het aantal stemhokjes alsmede de plaatsing en de inrichting van de stemhokjes vinden plaats overeenkomstig de artikelen I 5, I 8, eerste lid, I 9, I 10, eerste en tweede lid, en I 11 van het Kiesbesluit, met dien verstande dat de bepalingen omtrent stemmachines geen toepassing vinden en dat in plaats van burgemeester burgemeester en wethouders, in plaats van kiezers stemgerechtigden en in plaats van stemdistrict stembureau wordt gelezen.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Het stembiljet vermeldt in ieder geval:

    • a. de ruilverkaveling waarop de stemming betrekking heeft;

    • b. een in een zwart stemvak geplaatste witte stip, waarbij de aanduiding "voor" is geplaatst;

    • c. een in een zwart stemvak geplaatste witte stip, waarbij de aanduiding "tegen" is geplaatst;

    • d. de oppervlakte waarvoor de stemgerechtigde stemgerechtigd is.

  • 2 Het stembiljet vormt één geheel met een formulier waarop dezelfde gegevens vermeld staan als op de in artikel 10, eerste lid, bedoelde oproeping, echter op zodanige wijze dat een perforatie het stembiljet van het formulier scheidt.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2007]

Gedeputeerde staten dragen zorg dat tijdig in één of meer vergezelde pakken bij elk stembureau aanwezig zijn de stembiljetten, de formulieren voor de processen-verbaal, de lijsten van stemgerechtigden, afschriften van de ingevolge artikel 63, derde lid, der wet ontvangen schriftelijke berichten alsmede een voldoend aantal stembiljetten, waarop in afwijking van het bepaalde in artikel 21, eerste lid, onder d, niet de oppervlakte is vermeld en waaraan in afwijking van het bepaalde in artikel 21, tweede lid, niet het aldaar bedoelde formulier vastzit. Op elk pak wordt het aantal van de zich daarin bevindende stembiljetten, formulieren, lijsten en afschriften van de schriftelijke berichten vermeld.

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Tot de stemming wordt slechts toegelaten de stemgerechtigde, voor zover hij in het bezit is van de hem ingevolge artikel 62, eerste lid, van de wet toegezonden of ingevolge artikel 13 uitgereikte oproeping en op de lijst van stemgerechtigden voorkomt.

  • 2 De voorzitter van het stembureau kan, alvorens iemand tot de stemming toe te laten, verlangen dat diens identiteit ten genoegen van het stembureau wordt vastgesteld.

  • 3 Indien de voorzitter van het stembureau overeenkomstig artikel 63, derde lid, der wet verlangt dat een gemachtigde zijn schriftelijke volmacht overlegt, controleert hij de volmacht aan de hand van het in artikel 22 bedoelde afschrift.

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De stemgerechtigde overhandigt aan de voorzitter van het stembureau de oproeping.

  • 2 De voorzitter noemt duidelijk verstaanbaar het nummer, waaronder de stemgerechtigde op de lijst van stemgerechtigden voorkomt.

  • 3 Het tweede lid van het stembureau noemt de naam die op de lijst van stemgerechtigden bij het door de voorzitter genoemde nummer is vermeld. De voorzitter controleert de naam aan de hand van de oproeping.

  • 4 Het tweede lid van het stembureau houdt, door op de lijst van stemgerechtigden naast de naam van de stemgerechtigde zijn paraaf te stellen, aantekening, dat deze zich heeft aangemeld.

  • 5 De voorzitter scheurt het in artikel 21, tweede lid, bedoelde formulier en het voor de stemgerechtigde bestemde stembiljet van elkaar en waarmerkt het stembiljet op de achterzijde door middel van een stempel.

  • 6 Vervolgens overhandigt de voorzitter aan de stemgerechtigde het stembiljet, dat zodanig is dichtgevouwen, dat het stempel zichtbaar is.

  • 7 De voorzitter houdt aantekening van het aantal uitgereikte stembiljetten.

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De stemgerechtigde begeeft zich na ontvangst van het gewaarmerkte stembiljet onverwijld naar een niet in gebruik zijnd stemhokje en stemt aldaar door met potlood rood te maken een in een zwart stemvak geplaatste witte stip, en wel hetzij die geplaatst bij de aanduiding "voor", hetzij die geplaatst bij de aanduiding "tegen".

  • 2 Daarna vouwt hij het stembiljet dicht op zodanige wijze, dat niet zichtbaar is hoe hij zijn stem heeft uitgebracht, en begeeft zich daarmede onmiddellijk naar het stembureau.

  • 3 Het derde lid van het stembureau overtuigt zich, zonder het stembiljet in handen te nemen, dat dit het stempel draagt, en doet de stemgerechtigde het stembiljet in de stembus steken. Hij houdt aantekening van het aantal in de stembus gestoken stembiljetten.

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Indien een stemgerechtigde zich bij de invulling van zijn stembiljet vergist, geeft hij dit aan de voorzitter terug. Deze verstrekt hem op zijn verzoek eenmaal een nieuw biljet.

  • 2 Als nieuw stembiljet wordt gebruikt een van de in artikel 22 bedoelde stembiljetten, waarop niet de oppervlakte is ingevuld en waaraan niet het in artikel 21, tweede lid, bedoelde formulier vastzit.

  • 3 Alvorens dit biljet te verstrekken vult de voorzitter hierop in de oppervlakte, welke is vermeld op het door de stemgerechtigde teruggegeven stembiljet.

  • 4 De teruggegeven stembiljetten worden door de voorzitter onmiddellijk onbruikbaar gemaakt door het stempelen van het woord "onbruikbaar" op beide zijden van het stembiljet.

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2007]

Wanneer aan het stembureau blijkt, dat een stemgerechtigde uit hoofde van zijn lichamelijke gesteldheid hulp behoeft, kan deze zich doen bijstaan.

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De stemgerechtigde, die na waarschuwing de wettelijke voorschriften omtrent de stemming niet opvolgt, wordt niet tot de stembus toegelaten en is verplicht het stembiljet, zo hem dit reeds overhandigd is, terug te geven.

  • 2 De tot de stembus toegelaten stemgerechtigde, die weigert het stembiljet in de bus te steken, is verplicht dit terug te geven.

  • 3 De teruggegeven stembiljetten worden door de voorzitter onmiddellijk onbruikbaar gemaakt door het stempelen van het woord "onbruikbaar" op de beide zijden van het stembiljet.

  • 4 Weigert een stemgerechtigde het stembiljet terug te geven dan houdt de voorzitter daarvan aantekening.

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-2007]

Zodra de voor de stemming bepaalde tijd verstreken is, wordt dit door de voorzitter aangekondigd en worden alleen de op het ogenblik dezer aankondiging in of aan de deur van het stemlokaal aanwezige stemgerechtigden nog tot de stemming toegelaten. Nadat de laatste dezer stemgerechtigden heeft gestemd, wordt de sleuf van de stembus gesloten, waarna de stembus wordt verzegeld.

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Gedurende de tijd, dat het stembureau zitting houdt, zijn de stemgerechtigden bevoegd in het stemlokaal te vertoeven, voor zover de orde daardoor niet wordt verstoord en de voortgang der stemming niet wordt belemmerd.

  • 2 Door de in het lokaal aanwezige stemgerechtigden kunnen bezwaren worden ingebracht.

  • 3 De bezwaren worden in het proces-verbaal van de zitting van het stembureau vermeld.

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2007]

De voorzitter van het stembureau is belast met de handhaving van de orde in het stemlokaal.

Artikel 32 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Bevindt het stembureau, dat wanorde in het stemlokaal of zijn toegangen de behoorlijke voortgang der stemming onmogelijk maakt, dan wordt dit door de voorzitter verklaard. De stemming wordt daarop terstond geschorst en wel tot de eerstvolgende dag, geen zaterdag, zondag dan wel algemeen erkende feestdag zijnde, om acht uur verdaagd.

  • 2 De sleuf van de stembus wordt onmiddellijk in tegenwoordigheid van de in het stemlokaal aanwezige stemgerechtigden gesloten, waarna de stembus wordt verzegeld.

  • 3 Aan de deur van het stemlokaal wordt een kennisgeving bevestigd, dat de stemming is geschorst tot de eerstvolgende dag, geen zaterdag, zondag dan wel algemeen erkende feestdag zijnde, om acht uur.

Artikel 33 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Vervolgens worden in afzonderlijke, te verzegelen, pakken gesloten:

    • a. de sleutel, waarmede de stembus is afgesloten;

    • b. de niet gebruikte stembiljetten;

    • c. de teruggegeven en onbruikbaar gemaakte stembiljetten;

    • d. de ingeleverde oproepingen;

    • e. de ingevolge artikel 24, vijfde lid, van het stembiljet gescheurde formulieren;

    • f. de lijst van stemgerechtigden;

    • g. de ingeleverde schriftelijke volmachten;

    • h. de in artikel 22 bedoelde afschriften.

  • 2 Van de geschorste stemming wordt proces-verbaal opgemaakt, waarin van de in het eerste lid bedoelde verrichtingen tevens melding wordt gemaakt.

Artikel 34 [Vervallen per 01-01-2007]

Onmiddellijk na ondertekening van het proces-verbaal wordt dit met de stembus en de verzegelde pakken door de voorzitter van het stembureau aan de burgemeester van de gemeente waar het stembureau is ingesteld ter bewaring overgegeven.

Artikel 35 [Vervallen per 01-01-2007]

De voorzitter van het stembureau zendt ten spoedigste bericht van de schorsing der stemming aan de voorzitter van het hoofdstembureau.

Artikel 36 [Vervallen per 01-01-2007]

Op de dag, waarop de stemming wordt hervat, stelt de burgemeester tijdig voor de aanvang der stemming de ingevolge artikel 34 aan hem overgegeven stembus en pakken ter beschikking van het stembureau.

Artikel 37 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Tijdig voor de aanvang van de hervatte stemming opent het stembureau de pakken.

  • 2 Voor deze stemming wordt een andere stembus gebezigd.

  • 3 Deze stemming duurt tot negentien uur.

  • 4 Daarna vindt het bepaalde in artikel 29 overeenkomstige toepassing.

Artikel 38 [Vervallen per 01-01-2007]

Onmiddellijk nadat de stemming is geëindigd, stelt het stembureau vast en maakt het bekend:

  • a. het aantal stemgerechtigden, dat zich heeft aangemeld;

  • b. het aantal gewaarmerkte uitgereikte stembiljetten;

  • c. het aantal in de stembus gestoken stembiljetten;

  • d. het aantal teruggegeven en onbruikbaar gemaakte stembiljetten;

  • e. het aantal niet teruggegeven stembiljetten;

  • f. het aantal niet gebruikte stembiljetten;

  • g. het aantal ingevolge artikel 24, vijfde lid, van het stembiljet gescheurde formulieren.

Artikel 39 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Door het stembureau wordt vervolgens op de lijst van stemgerechtigden het aantal daarop gestelde parafen vermeld en gewaarmerkt. Deze lijst wordt in een te verzegelen pak gesloten.

  • 2 Vervolgens worden de ingeleverde schriftelijke volmachten, de in artikel 22 bedoelde afschriften, de ingeleverde oproepingen, de ingevolge artikel 24, vijfde lid, van het stembiljet gescheurde formulieren, de niet gebruikte stembiljetten en de teruggegeven en onbruikbaar gemaakte stembiljetten in een te verzegelen pak gesloten.

  • 3 Op ieder in het eerste en tweede lid bedoelde pak worden de ruilverkaveling en de aanduiding van het stembureau vermeld.

Artikel 40 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Nadat alle werkzaamheden, in artikel 39 vermeld, zijn beëindigd, wordt aanstonds proces-verbaal opgemaakt van de stemming en van de werkzaamheden van het stembureau na afloop van de stemming. Alle ingebrachte bezwaren worden in het proces-verbaal vermeld.

  • 2 Het proces-verbaal wordt door de voorzitter en de leden van het stembureau getekend.

Artikel 41 [Vervallen per 01-01-2007]

De voorzitter van het stembureau draagt zorg, dat het in het vorige artikel bedoelde proces-verbaal met de verzegelde pakken, bedoeld in artikel 39, alsmede met de stembus dan wel, indien de stemming is geschorst geweest, met de stembussen onverwijld naar de voorzitter van het hoofdstembureau wordt overgebracht.

Artikel 42 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Het hoofdstembureau schorst, nadat de stemming is beëindigd, de zitting.

  • 2 Het hoofdstembureau heropent onmiddellijk na afloop van de werkzaamheden van alle stembureaus de zitting.

Artikel 43 [Vervallen per 01-01-2007]

Onmiddellijk nadat de voorzitter van alle stembureaus de processen-verbaal, de verzegelde pakken en de stembussen, een en ander als bedoeld in artikel 41, heeft ontvangen, worden de stembussen na controle van de verzegeling geopend.

Artikel 44 [Vervallen per 01-01-2007]

De stembiljetten worden dooreengemengd, geteld en hun aantal wordt vergeleken met het aantal stemgerechtigden dat aan de stemming heeft deelgenomen.

Artikel 45 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De leden van het hoofdstembureau openen de stembiljetten en voegen stapelsgewijs bijeen de stembiljetten, waarop de in artikel 21, eerste lid, onder b, bedoelde witte stip is rood gemaakt en de stembiljetten, waarop de in artikel 21, eerste lid, onder c, bedoelde witte stip is rood gemaakt. Zij kunnen zich bij deze werkzaamheden doen bijstaan door plaatsvervangende leden.

  • 2 Vervolgens deelt de voorzitter onder vermelding van de oppervlakte, waarvoor de stem is uitgebracht, stapelsgewijs ten aanzien van elk stembiljet mede, welke van de twee witte stippen is rood gemaakt.

  • 3 De beide andere leden houden aantekening van iedere uitgebrachte stem, nadat de oudste van hen het stembiljet heeft nagezien.

Artikel 46 [Vervallen per 01-01-2007]

Het hoofdstembureau stelt vast:

  • a. ten aanzien van elk van de twee stapels het aantal uitgebrachte stemmen en de oppervlakten, waarvoor die stemmen zijn uitgebracht;

  • b. de som van de aantallen stemmen bedoeld onder a en de som van de oppervlakten bedoeld onder a.

Artikel 47 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Van onwaarde zijn andere stembiljetten dan die, welke volgens dit besluit en de tot nadere uitvoering hiervan gegeven voorschriften mogen worden gebruikt.

  • 2 Voorts zijn van onwaarde de stembiljetten:

    • a. waarop in geen stemvak de witte stip is rood gemaakt;

    • b. waarop in beide stemvakken de witte stip is rood gemaakt;

    • c. waarop de stemgerechtigde zijn stem heeft uitgebracht anders dan met rood potlood;

    • d. waarop bijvoegingen geplaatst zijn of die een aanduiding door de stemgerechtigden bevatten;

    • e. die, welke niet voorzien zijn van het voorgeschreven stempel.

  • 3 Onder bijvoegingen worden niet begrepen punten, strepen, vlakken, nagelindrukken, vouwen, scheuren, gaten en vlekken.

  • 4 Het ten dele rood maken van de witte stip in het stemvak wordt met het rood maken ervan gelijkgesteld, indien dit naar het oordeel van het hoofdstembureau kennelijk met de bedoeling van de stemgerechtigde overeenstemt; het wordt geacht niet te zijn geschied, indien zulks naar het oordeel van het hoofdstembureau kennelijk niet het geval is.

Artikel 48 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Het hoofdstembureau beslist, met inachtneming van het vorige artikel, over de waarde van het stembiljet terstond nadat de voorzitter daarvan inzage heeft genomen.

  • 2 De voorzitter maakt de redenen van ongeldigverklaring en van twijfel over de geldigheid, alsmede de beslissing daaromtrent onmiddellijk bekend.

  • 3 De beide andere leden houden aantekening van elk ongeldig verklaard stembiljet.

  • 4 Indien één der in het lokaal aanwezige stemgerechtigden dit verlangt, moet het biljet worden getoond. De stemgerechtigden kunnen bezwaren tegen de genomen beslissingen inbrengen.

Artikel 49 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Terstond nadat de stemmen zijn opgenomen, maakt de voorzitter van het hoofdstembureau bekend:

    • a. het aantal stemgerechtigden, dat een geldige stem heeft uitgebracht;

    • b. de oppervlakte, waarvoor geldige stemmen zijn uitgebracht;

    • c. het aantal der onder a bedoelde personen, dat zich vóór de ruilverkaveling heeft uitgesproken en de oppervlakte, waarvoor dezen hun stem hebben uitgebracht;

    • d. het aantal der onder a bedoelde personen, dat zich tegen de ruilverkaveling heeft uitgesproken en de oppervlakte, waarvoor dezen hun stem hebben uitgebracht;

    • e. het aantal der stemgerechtigden, dat geen stem dan wel een van onwaarde zijnde stem heeft uitgebracht;

    • f. de oppervlakte, waarvoor de onder e bedoelde personen stemgerechtigd zijn.

  • 2 Door de in het lokaal aanwezige stemgerechtigden kunnen bezwaren worden ingebracht.

Artikel 50 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Het hoofdstembureau kan naar aanleiding van een met opgave van redenen gedaan verzoek van een of meer stemgerechtigden besluiten, dat de stemmen opnieuw worden opgenomen.

Artikel 51 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Het hoofdstembureau stelt vast:

    • a. het totale aantal stemgerechtigden, dat een geldige stem heeft uitgebracht;

    • b. de totale oppervlakte, waarvoor geldige stemmen zijn uitgebracht;

    • c. het totale aantal der onder a bedoelde personen, dat zich vóór de ruilverkaveling heeft uitgesproken en de totale oppervlakte, waarvoor dezen hun stem hebben uitgebracht;

    • d. het totale aantal der onder a bedoelde personen, dat zich tegen de ruilverkaveling heeft uitgesproken en de totale oppervlakte, waarvoor dezen hun stem hebben uitgebracht;

    • e. het totale aantal stemgerechtigden, dat geen stem dan wel een van onwaarde zijnde stem heeft uitgebracht;

    • f. de totale oppervlakte, waarvoor de onder e bedoelde personen stemgerechtigd zijn.

  • 2 Door de in het lokaal aanwezige stemgerechtigden kunnen bezwaren worden ingebracht.

  • 3 Vervolgens worden van onwaarde verklaarde stembiljetten en de geldige stembiljetten in afzonderlijke, te verzegelen pakken, gesloten. Op deze pakken wordt vermeld:

    • a. de ruilverkaveling waarop de stemming betrekking heeft;

    • b. het aantal biljetten, dat het pak inhoudt.

Artikel 52 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Nadat alle werkzaamheden zijn beëindigd, wordt daarvan aanstonds proces-verbaal opgemaakt. Alle ingebrachte bezwaren worden in het proces-verbaal vermeld.

  • 2 Het proces-verbaal wordt door de voorzitter en de leden van het hoofdstembureau getekend.

Artikel 53 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Het in het vorige artikel bedoelde proces-verbaal, de in de artikelen 41 en 51, derde lid, bedoelde pakken en de in artikel 40 bedoelde processen-verbaal worden door de voorzitter van het hoofdstembureau aan gedeputeerde staten gezonden.

  • 2 Gedeputeerde staten doen het in artikel 52 bedoelde proces-verbaal ter provinciale griffie voor een ieder ter inzage nederleggen.

  • 3 Gelijktijdig met het in artikel 69, juncto artikel 47, tweede lid, van de wet bedoelde afschrift van het besluit tot ruilverkaveling doen zij afschrift van het proces-verbaal der zitting van het hoofdstembureau alsmede de processen-verbaal der stembureaus toekomen aan Onze Minister.

Artikel 54 [Vervallen per 01-01-2007]

Gedeputeerde staten vernietigen behoudens indien de ruilverkaveling ingevolge artikel 68 van de wet niet wordt uitgevoerd na de bekendmaking van de uitslag der stemming door de voorzitter van het hoofdstembureau de in de artikelen 41 en 51, derde lid, bedoelde pakken. Van de al dan niet vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt.

Artikel 55 [Vervallen per 01-01-2007]

De burgemeester dan wel burgemeester en wethouders zijn verplicht de aanwijzingen van gedeputeerde staten ter zake van de aan hen in dit besluit opgedragen verrichtingen op te volgen.

Artikel 56 [Vervallen per 01-01-2007]

De kosten die voortvloeien uit de toepassing van dit besluit komen ten laste van het Rijk.

Artikel 57 [Vervallen per 01-01-2007]

Voorschriften ter nadere uitvoering van het bepaalde bij dit besluit worden, voor zover nodig, door Onze Minister vastgesteld.

Artikel 58 [Vervallen per 01-01-2007]

Het koninklijk besluit van 28 augustus 1975, (Stb. 1975, 466), wordt ingetrokken.

Artikel 59 [Vervallen per 01-01-2007]

Indien de Landinrichtingswet (Stb. 1985, 299) in werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage, 11 september 1985

Beatrix

De Staatssecretaris van Landbouw en Visserij,

A. Ploeg

Uitgegeven de tiende oktober 1985

De Minister van Justitie,

F. Korthals Altes