Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instelling Adviesraad voor het Hoger Onderwijs (ARHO)[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 02-05-1990 t/m 30-12-2004

Instelling Adviesraad voor het Hoger Onderwijs (ARHO)

De minister van Onderwijs en Wetenschappen, mede namens de minister van Landbouw en Visserij,

Overwegende, dat het in afwachting van een regeling bij wet van de adviesstructuur in het hoger onderwijs, dienstig is een voorlopige regeling te treffen tot instelling van een adviesraad op dat gebied;

dat een verdere harmonisatie en integratie van het hoger beroepsonderwijs, het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek en het open hoger afstandsonderwijs wenselijk is,

Besluit:

Begripsbepaling [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 1 [Vervallen per 31-12-2004]

Dit besluit verstaat onder:

‘de minister’:

de minister van Onderwijs en Wetenschappen en, voor zover het het Landbouwonderwijs betreft, de minister van Landbouw en Visserij;

‘de raad’:

de Adviesraad voor het Hoger Onderwijs, bedoeld in artikel 2;

'hoger onderwijs’:

het hoger beroepsonderwijs, het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek en het open hoger afstandsonderwijs.

Instelling en taak [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 2 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Er is een Adviesraad voor het Hoger Onderwijs, die is gevestigd te Den Haag.

  • 2 De raad is werkzaam tot uiterlijk 1 januari 1994.

Artikel 3 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De raad heeft tot taak de minister desgevraagd of uit eigen beweging te adviseren over het te voeren beleid ten aanzien van het hoger onderwijs.

  • 2 De minister kan de raad aanwijzingen geven ten behoeve van zijn advisering.

  • 3 Indien naar het oordeel van de minister de omstandigheden zich verzetten tegen het vragen van advies, doet deze dit onder opgave van redenen aan de raad weten.

Samenstelling en werkwijze [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 4 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De raad bestaat uit:

    • -

      ten minste vijf en ten hoogste negen permanente leden, waaronder de voorzitter,

    • -

      tijdelijke leden,

    • -

      adviserende leden.

    Leden zijn stemgerechtigd en nemen deel aan de besluitvorming. Adviserende leden nemen deel aan de gedachtenwisseling binnen de raad maar onthouden zich van het uitbrengen van een stem ten aanzien van adviezen.

  • 2 Benoeming van de permanente leden van de raad zal zoveel mogelijk gericht zijn op een evenwichtige spreiding van hun gezamenlijke deskundigheid ten aanzien van het hoger onderwijs.

  • 3 Alle leden worden benoemd en ontslagen door de minister.

  • 4 Permanente leden worden benoemd voor vier jaren dan wel voor een periode waarvoor de raad is ingesteld. Adviserende leden kunnen worden benoemd voor de in de eerste volzin bedoelde periode. Permanente leden en adviserende leden, die voor vier jaren zijn benoemd, kunnen telkens worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste vier jaren.

  • 5 De voorzitter wordt voor de volle werktijd benoemd. De overige permanente leden en de adviserende leden worden voor een gedeeltelijke werktijd benoemd.

  • 6 De tijdelijk leden worden benoemd voor een bij de benoeming vast te stellen periode en werktijd, ten behoeve van een tevens bij de benoeming vast te stellen onderdeel van het in artikel 7 bedoelde adviesprogramma.

Artikel 5 [Vervallen per 31-12-2004]

De minister benoemt de leden op voordracht van de permanente leden van de raad. De minister wijst de voorzitter aan uit de permanente leden van de raad. De voorzitter kan met instemming van de permanente en adviserende leden een vice-voorzitter aanwijzen uit de permanente leden.

Artikel 6 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De minister maakt ten minste eenmaal per jaar aan de raad kenbaar welke onderwerpen hij wenst op te nemen in het adviesprogramma van de raad. Hij geeft daarbij tevens aan op welke termijn de adviezen dienen te worden uitgebracht.

  • 2 De raad stelt, met inachtneming van de wensen en aanwijzingen van de minister telkenjare voor een periode van vier jaren het adviesprogramma op.

  • 3 De minister stelt het adviesprogramma niet vast dan na overleg met de voorzitter van de raad.

  • 4 Het adviesprogramma kan, na overleg met de voorzitter van de raad door de minister worden gewijzigd, hetzij op zijn initiatief, hetzij op initiatief van de raad.

  • 5 Desgewenst kan de minister de raad advies vragen over onderwerpen die niet in het adviesprogramma zijn begrepen.

Artikel 7 [Vervallen per 31-12-2004]

Over aangelegenheden, die mede een terrein betreffen, waarvoor door de minister een ander adviesorgaan is ingesteld, adviseert de raad niet dan na overleg met dat adviesorgaan.

Artikel 8 [Vervallen per 31-12-2004]

De permanente leden van de raad zijn in het bijzonder belast met de zorg voor de samenhang in de advisering op de verschillende onderdelen van het adviesprogramma.

Artikel 9 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De raad wordt bijgestaan door een secretaris, die belast is met de dagelijkse leiding van het bureau van de raad.

  • 2 Het bureau van de raad bestaat uit ten hoogste zeven personeelsleden, waaronder de secretaris.

  • 3 De minister benoemt en ontslaat het personeel van het bureau.

  • 4 De taak van het bureau en van de secretaris wordt geregeld in een reglement, vast te stellen door de raad, onder goedkeuring door de minister.

Artikel 10 [Vervallen per 31-12-2004]

De raad brengt jaarlijks vóór 1 februari aan de minister verslag uit van zijn werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. Het jaarverslag kan aanleiding zijn voor nadere bijstelling van het adviesprogramma.

Artikel 11 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De adviezen van de raad worden aan de minister schriftelijk aangeboden met de aantekening ‘Advies niet-ambtelijke commissie WOB’ op het advies en op de enveloppe waarin het advies wordt verzonden.

  • 2 De aanwijzingen met betrekking tot de openbaarmaking van adviezen van niet-ambtelijke adviescommissies, die zijn opgenomen in Circulaire C 800 139 VD 15.877 van 1 mei 1980 van de secretaris-generaal van het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, worden door de raad in acht genomen. De minister draagt zorg voor de openbaarmaking van de adviezen van de raad.

Artikel 12 [Vervallen per 31-12-2004]

De minister geeft richtlijnen voor de inrichting en indiening van de begroting van uitgaven van de raad.

Artikel 13 [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Het beheer van de bescheiden van de raad geschiedt met inachtneming van de ter zake geldende bepalingen van het Besluit algemene secretarie aangelegenheden rijksadministratie (stb. 1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het ministerie van Onderwijs en Wetenschapen. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden opgenomen in het archief van het ministerie.

  • 2 Aanschaffing van meubilair, grote kantoorartikelen, tekstverwerkende apparatuur, fotocopieerapparatuur e.d., ten behoeve van de raad geschiedt door bemiddeling van het Rijksinkoopbureau c.q. de Rijkskantoormachinecentrale en door tussenkomst van de centrale directie Algemene Zaken van het ministerie.

Artikel 14 [Vervallen per 31-12-2004]

De raad is gehouden de aanwijzingen inzake contacten tussen kamer-commissies en regeringsadviescolleges, vastgesteld bij besluit van de minister-president van 14 juli 1980, nr. 171, in acht te nemen voor zover deze aanwijzingen betrekking hebben op regeringsadviescolleges.

Artikel 15 [Vervallen per 31-12-2004]

Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze beschikking en daarbij de beschikking krijgt over gegevens, waarvan hij het vertouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijke voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze beschikking de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel 16 [Vervallen per 31-12-2004]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van dagtekening; het wordt geplaatst in de Nederlandse Staatscourant. Afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

Afschrift van deze beschikking zal worden gezonden aan.

de in deze beschikking genoemden; de staatssecretaris; de secretaris-generaal en de plv. secretaris-generaal; de directeuren-generaal; de hoofddirecteur; de directeuren; de Onderwijsraad, t.k.n.; de HBO-Raad. t.k.n.; de Academische Raad, t.k.n.; de Emancipatieraad, t.k.n.

Zoetermeer, 17 juni 1985

De

minister

van Onderwijs en Wetenschappen,

W. J. Deetman