Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Bijdrageregeling geluidhinder nieuwe woningen

Geldend van 04-07-2009 t/m heden

Bijdrageregeling geluidhinder nieuwe woningen

De minister en de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Besluiten:

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a. minister: de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

    • b. inspecteur: de ter plaatse bevoegde inspecteur van de volksgezondheid, belast met het toezicht op de hygiëne van het milieu;

    • c. geluidsbelasting van de gevel vanwege een weg: de waarde van de geluidsbelasting van de gevel, bepaald overeenkomstig het Reken- en Meetvoorschrift Verkeerslawaai (Staatsuitgeverij 1981, nr. 250-147-00), niet verminderd met de aftrek, bedoeld in het Besluit aftrek resultaat berekening en meting geluidsbelasting vanwege een weg (Stcrt. 1981, 116);

    • d. geluidsbelasting van de gevel vanwege een spoorlijn: de waarde van de geluidsbelasting van de gevel, bepaald overeenkomstig het Reken- en Meetvoorschrift Railverkeerslawaai (Stcrt. 1987, 122);

    • e. Voorzieningen: werken voor zover deze strekken tot het afschermen of weren van geluid;

    • f. geluidafschermende voorzieningen: schermen of wallen;

    • g. geluidwerende voorzieningen: voorzieningen aan de gevel;

    • h. geluidsgevoelige ruimten: ruimten als bedoeld in het Besluit geluidsgevoelige ruimten van een woning (Stcrt. 1981, 116).

  • 2 Deze regeling is niet van toepassing met betrekking tot het treffen van geluidwerende voorzieningen aan woningen, indien voor het treffen van die voorzieningen geldelijke steun kan worden verleend op voet van de Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988 (Stcrt. 1988, 202) of van de Regeling geldelijke steun voorzieningen aan huurwoningen 1987 (Stcrt. 1988, 203).

Hoofdstuk II

Artikel 2

[Red: Vervallen.]

Artikel 3

[Red: Vervallen.]

Artikel 4

[Red: Vervallen.]

Artikel 5

[Red: Vervallen.]

Hoofdstuk III. Bijdragen in de kosten van voorzieningen tegen wegverkeerslawaai en tegen spoorweglawaai

Paragraaf 1. Verstrekking

Artikel 6

  • 1 De minister kan aan een gemeente een bijdrage ineens verlenen in de kosten, voortvloeiend uit het treffen van voorzieningen tegen wegverkeerslawaai aan woningen die vallen onder de omschrijving van artikel 88, eerste lid, onder f, van de Wet geluidshinder.

  • 2 De minister kan aan een gemeente een bijdrage ineens verlenen ter tegemoetkoming in de kosten, voortvloeiend uit het treffen van voorzieningen tegen wegverkeerslawaai aan nieuw te bouwen woningen.

    • a. die dienen ter vervanging van woningen en gebouwen die vallen onder de omschrijving van artikel 88, eerste lid, onder a, van de Wet geluidshinder of

    • b. waarvan de bouw is toegelaten in een bestemmingsplan dat is vastgesteld voor 1 januari 1982 en dat op 1 maart 1986 nog niet van kracht was.

  • 3 De minister kan tevens aan een gemeente ten behoeve van nieuw te bouwen woningen een bijdrage ineens verlenen ter tegemoetkoming in de kosten, voortvloeiend uit het treffen van voorzieningen tegen spoorweglawaai, vanwege een spoorweg die op 1 juli 1987 aanwezig is, al dan niet in wijziging, indien:

    • a. die woningen dienen ter vervanging van woningen of gebouwen, die op die datum aanwezig waren of

    • b. de bouw van die woningen is toegelaten in een bestemmingsplan dat op die datum geldend is.

  • 4 Een bijdrage als bedoeld in het derde lid wordt verleend mede namens de minister van Verkeer en Waterstaat.

Paragraaf 2. Voorwaarden

Artikel 7

  • 1 Een bijdrage als bedoeld in artikel 6, eerste lid, wordt niet verleend indien:

    • a. de bouw van de betreffende woningen wordt toegelaten in een bestemmingsplan, dat door de gemeenteraad is vastgesteld na 1 januari1982;

    • b. ten behoeve van de bouw van de betreffende woningen door burgemeester en wethouders na 1 januari 1982 bij gedeputeerde staten een verzoek om een verklaring van geen bezwaar ten behoeve van de verlening van een vrijstelling van de voorschriften van het geldende bestemmingsplan en het verlenen van een bouwvergunning is ingediend.

  • 2 Een bijdrage als bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder a, onderscheidenlijk 6, derde lid, onder a, wordt niet verleend indien voor de bestaande woningen of gebouwen ingevolge artikel 126, eerste lid, onder a, van de Wet geluidhinder onderscheidenlijk de Bijdrageregeling spoorweglawaai, dan wel de Bijdrageregeling spoorweglawaai bestaande woningen reeds een bijdrage ten behoeve van het treffen van voorzieningen is verleend.

Artikel 8

Een bijdrage als bedoeld in artikel 6, eerste of tweede lid, wordt slechts verleend indien voor het treffen van de voorzieningen de geluidsbelasting van de gevel vanwege de weg meer bedraagt dan 55 dB(A).

Artikel 9

Een bijdrage als bedoeld in artikel 6, eerste of tweede lid, wordt, indien de voorzieningen bestaan uit geluidwerende werken, voorts slechts verleend indien na het treffen van die voorzieningen de geluidwering van de gevel voldoet aan de eisen, gesteld in het Besluit geluidwering gebouwen (Stb. 1982, 755) en de op grond van dat besluit vereiste geluidwering ten minste 26 dB(A) bedraagt.

Artikel 10

Een bijdrage als bedoeld in artikel 6, eerste of tweede lid, onder b, onderscheidenlijk artikel 6, tweede lid, onder a, wordt bovendien slechts verleend, indien na het treffen van de voorzieningen de geluidsbelasting van de gevel vanwege de weg niet meer bedraagt dan 70dB(A), onderscheidenlijk 75 dB(A).

Artikel 11

Een bijdrage als bedoeld in artikel 6, derde lid, wordt slechts verleend indien de geluidsbelasting van de gevel vanwege de spoorlijn voor het treffen van de voorzieningen meer bedraagt dan 60 dB(A) en na het treffen van de voorzieningen niet meer dan 73 dB(A).

Artikel 12

Een bijdrage als bedoeld in artikel 6, derde lid, wordt bovendien slechts verleend indien de geluidwering van de gevel:

  • 1°. ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van de gevel vanwege de spoorweg en een waarde van 37 dB(A), voor zover de gevel dient ter bescherming van een of meer geluidsgevoelige ruimten.

  • 2°. en tevens, uitgaande van het standaardspectrum voor buitengeluid zoals opgenomen in de bijlage bij het Besluit geluidwering gebouwen (Stb. 1982, 755), ten minste 26 dB(A) bedraagt.

Artikel 13

Bijdragen als bedoeld in artikel 6 worden niet verleend indien met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de beslissing omtrent het toekennen van de bijdrage aan burgemeester en wethouders is medegedeeld.

Artikel 14

  • 1 Bijdragen als bedoeld in artikel 6 worden verleend onder de voorwaarde, dat:

    • a. binnen zes maanden met het treffen van de voorzieningen wordt begonnen;

    • b. aan de door de minister met controle belaste personen op door hen te bepalen tijdstippen:

      • 1°. inzage wordt verleend van de op de voorzieningen betrekking hebbende bescheiden of tekeningen;

      • 2°. gelegenheid wordt gegeven tot het controleren, waaronder mede te verstaan het nemen van afschrift, van de op de voorzieningen betrekking hebbende gegevens en

      • 3°. alle inlichtingen worden verstrekt, die naar hun oordeel noodzakelijk zijn voor het beoordelen of deze regeling juist wordt toegepast.

  • 2 De minister kan, telkens op een daartoe strekkend verzoek van het gemeentebestuur, de in het eerste lid, onder a, bedoelde termijn met een door hem te bepalen termijn verlengen, echter slechts onder door hem van geval tot geval te bepalen voorwaarden.

Artikel 15

[Red: Vervallen.]

Paragraaf 3. Samenloop van geluidbronnen

Artikel 16

Bijdragen als bedoeld in artikel 6 worden slechts verleend, indien de voorzieningen waarop de aanvraag betrekking heeft, in geval van meerdere geluidbronnen ten gevolge waarvan voorzieningen dienen te worden getroffen, tevens voldoen aan het bepaalde in artikel 8, zesde lid van het Besluit geluidwering gebouwen.

Paragraaf 4. Omvang van de bijdrage

Artikel 17

  • 1 De bijdrage, bedoeld in artikel 6, bestaat uit een bijdrage in de kosten van de te treffen voorzieningen, verhoogd met een bijdrage in de aan het treffen van de voorzieningen verbonden kosten voor voorbereiding, begeleiding en toezicht.

  • 2 De bijdrage in de kosten van het treffen van voorzieningen bedraagt 50% van het bedrag, vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage.

  • 3 Tot de kosten van het treffen van voorzieningen worden gerekend de kosten voor de uitvoering van de voorzieningen, inclusief b.t.w.

  • 4 De bijdrage in de aan het treffen van de voorzieningen verbonden kosten voor voorbereiding, begeleiding en toezicht bedraagt:

    • -

      in geval van het treffen van geluidafschermende voorzieningen: 15% van de bijdrage, bedoeld in het tweede lid, dan wel, ingeval die voorzieningen worden getroffen op een terrein in eigendom van de Nederlandse Spoorwegen N.V., 5% van de bijdrage, bedoeld in het tweede lid;

    • -

      in geval van het treffen van geluidwerende voorzieningen: 10% van de bijdrage, bedoeld in het tweede lid, dan wel, ingeval overeenkomstig artikel 22 een steekproef wordt uitgevoerd, 15% van die bijdrage.

Artikel 18

  • 1 Verlening van een voorschot geschiedt bij de beschikking tot het verlenen van een bijdrage. Het voorschot wordt aangepast aan de aard en de omvang alsmede de voortgang van het werk. Indien de toegekende bijdrage f 400 000 niet te boven gaat, bedraagt het voorschot de helft van de verleende bijdrage.

  • 2 De minister kan tevens op basis van een raming van burgemeester en wethouders van de bijdrage, berekend op grond van artikel 17, tweede lid, indien deze naar verwachting f 400 000 te boven gaat, de helft van de ingevolge artikel 17, vierde lid, te verlenen bijdrage als voorschot verlenen voor onderzoeken als bedoeld in artikel 19, tweede en derde lid.

Artikel 19

  • 1 De geluidsbelasting van de woningen waarvoor een bijdrage als bedoeld in artikel 6, tweede of derde lid, onder a, wordt of zal worden verstrekt, wordt vastgesteld door burgemeester en wethouders op basis van een akoestisch onderzoek. Tot dit onderzoek behoort een globale berekening van het effect van enkele alternatieven van geluidafschermende werken. Een rapport van het onderzoek maakt deel uit van de aanvraag.

  • 2 Indien naar oordeel van burgemeester en wethouders, mede op basis van het akoestisch rapport, geluidafschermende voorzieningen daadwerkelijk te realiseren zijn, worden de aard, de vormgeving, de plaats van deze voorzieningen en het effect daarvan op de geluidsbelasting van de gevels van de woningen vastgesteld op basis van een definitief akoestisch en zonodig grondmechanisch onderzoek. Een rapport van dit onderzoek maakt deel uit van de aanvraag.

  • 3 Indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders mede op basis van het akoestisch rapport geluidafschermende voorzieningen ter plaatse niet toepasbaar zijn om de geluidsbelasting van de gevel te verminderen, worden geluidwerende voorzieningen vastgesteld op basis van een akoestisch bouwtechnisch onderzoek. Een rapport van dit onderzoek maakt deel uit van de aanvraag.

  • 4 Alvorens burgemeester en wethouders overeenkomstig het eerste lid de geluidsbelasting van de woningen vaststellen plegen zij overleg met de inspecteur.

Paragraaf 5. Aanvragen en uitbetaling

Artikel 20

  • 1 Een aanvraag om verlening van een bijdrage als bedoeld in artikel 6 wordt door tussenkomst van de hoofdingenieur-directeur van de volkshuisvesting in de provincie ingediend bij de minister op een door hem vast te stellen en beschikbaar te stellen formulier.

  • 2 Voor zover, naast een bijdrage als bedoeld in artikel 6, met betrekking tot de desbetreffende woning geldelijke steun wordt aangevraagd op voet van:

    • a. de Beschikking geldelijke steun eigen woningen 1984 (Stcrt. 1988, 214);

    • b. de Beschikking bijdrage ineens nieuwe vrije sectorwoningen (Stcrt. 1988, 214) of

    • c. de Regeling premiehuurwoningen 1989 (Stcrt. 1988, 211), wordt een aanvraag als bedoeld in het eerste lid ingediend op hetzelfde tijdstip, dat de desbetreffende aanvraag om geldelijke steun op voet van een van de in de onderdelen a, b en c bedoelde regelingen wordt ingediend.

  • 3 Indien de aanvraag een bijdrage betreft als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en derde lid, onder b, maakt van de aanvraag deel uit een samenvatting van het akoestisch onderzoek, bedoeld in artikel 93, tweede lid, onderscheidenlijk 94, eerste lid, van de Wet geluidshinder.

  • 4 Bijdragen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en derde lid, onder b, worden, indien artikel 95 van de Wet geluidhinder van toepassing is, bovendien slechts uitgekeerd nadat de minister een afschrift heeft ontvangen van het op die woningen betrekking hebbende besluit van gedeputeerde staten, bedoeld in artikel 96 van de wet.

Artikel 21

  • 1 Bijdragen als bedoeld in artikel 6 worden betaald nadat de minister een schriftelijke verklaring van burgemeester en wethouders heeft ontvangen betreffende de voltooiing van het werk.

  • 2 Ingeval de in het eerste lid bedoelde bijdragen betrekking hebben op geluidafschermende voorzieningen, wordt bij de schriftelijke verklaring, bedoeld in dat lid, tevens gevoegd een opgave van de blijkens een accountantsverklaring geverifieerde werkelijke kosten van de voorzieningen.

Paragraaf 6. Overige bepalingen

Artikel 22

  • 1 Indien ten behoeve van de verklaring, bedoeld in artikel 21, eerste lid, in het kader van de oplevering van geluidwerende voorzieningen bij steekproef een meting wordt uitgevoerd ter controle van de geluidwering, is de steekproefgrootte ten minste één op de tien woningen indien de vereiste geluidwering 30 dB(A) of hoger is, en overigens ten minste één op de twintig woningen.

  • 2 Van elke meting ingevolge het eerste lid worden in een rapport het resultaat en alle voor die meting relevante gegevens weergegeven. Het rapport wordt gevoegd bij de verklaring, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 23

Indien zich, voordat de voorzieningen zijn getroffen, wijzigingen voordoen ten aanzien van de omvang van het project, de periode van uitvoering of de aard van de voorzieningen ten opzichte van de beschrijving in de aanvraag, dient dit terstond door burgemeester en wethouders aan de minister te worden gemeld.

Artikel 24

De minister kan bij het verlenen van een bijdrage als bedoeld in artikel 6 afwijken van de hoogte van de in deze regeling vastgestelde bedragen en percentages en nadere en zonodig van deze regeling afwijkende voorschriften stellen.

Artikel 25

Een beschikking tot verlening van een bijdrage als bedoeld in artikel 6 kan worden ingetrokken indien:

  • a. wordt of is gehandeld in strijd met de bepalingen van deze regeling, dan wel met de aan de beschikking tot verlening van de bijdrage verbonden voorwaarden;

  • b. de voorzieningen zijn of worden getroffen in afwijking van de bij de aanvraag verstrekte gegevens, tenzij de minister toestemming voor de afwijking heeft verleend.

Artikel 26

Ten aanzien van nieuw te bouwen scholen en gebouwen voor verzorging en verpleging, als bedoeld in artikel 4 van het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen, en terreinen als bedoeld in artikel 7 van dat besluit alsmede ten aanzien van standplaatsen voor woonwagens zijn de artikelen 6 tot en met 14 en 16 tot en met 25, voor zover mogelijk, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 10 voor 70dB(A) wordt gelezen: de voor de betreffende gebouwen ingevolge de Wet geluidhinder toegestane waarde, vermeerderd met 5dB(A) dat in artikel 11 – voor zover betrekking hebbend op standplaatsen voor woonwagens – voor 73 dB(A) wordt gelezen: 65 dB(A), dat in artikel 12 voor 37dB(A) wordt gelezen: 35dB(A) en dat in afwijking in zoverre van artikel 20, de aanvraag om een bijdrage als bedoeld in artikel 6 ten behoeve van scholen en gebouwen voor verpleging wordt ingediend door tussenkomst van de inspecteur.

Artikel 27

[Red: Vervallen.]

Hoofdstuk IV. Slotbepalingen

Artikel 28

  • 1 Deze regeling kan worden aangehaald als Bijdrageregeling geluidhinder nieuwe woningen.

  • 2 Zij treedt in werking met ingang van de dag na de datum van plaatsing ervan in de Staatscourant.

's-Gravenhage, 20 maart 1985

De

minister

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ,

P. Winsemius.

De

staatssecretaris

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

G. Ph. Brokx.

Bijlage Als bedoeld in art. 17 van de Bijdrageregeling geluidhinder nieuwe woningen

Normbedragen voor geluidwerende en geluidafschermende voorzieningen

  • a. Normbedragen per geluidsgevoelige ruimte voor geluidwerende voorzieningen aan woningen tegen wegverkeers- en railverkeerslawaai

    Voor railverkeerslawaai waarbij het goederenverkeer niet maatgevend is dient van de vereiste geluidwering 3 dB(A) te worden afgetrokken alvorens het normbedrag wordt bepaald.

    Geluidsgevoelige

    Vereiste geluidwering in dB(A) voor standaardspectrum

    ruimte

     
     

    26-30

    31-35

    36-40

    Woonkamer

    860

    1730

    2590

    Slaapkamer/keukens

    490

    990

    1480

    van meer dan 11 m²

         
  • b. Normbedragen voor geluidafschermende voorzieningen

    Geluidswal 250 per m²

    De oppervlakte wordt berekend door de lengte van een wal of scherm te vermenigvuldigen met de hoogte.

    Geluidsscherm 400 per m²

    Geluidsscherm op het terrein van de spoorwegen 1000 per m

    Voor railverkeerslawaai waarbij het goederenverkeer niet maatgevend is dient van de vereiste geluidwering 3 dB(A) te worden afgrtrokken alvorens het normbedrag wordt bepaald.