Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
Kruimelpad

Wet- en regelgeving

Instellingen (nu: volledige regeling)
  • Vorige

  • Volgende

Besluit modellen jaarrekening

Geldend op 09-09-2010


  • Besluit van 23 december 1983, tot vaststelling van modelschema's voor de inrichting van jaarrekeningen
  • Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

    Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 10 november 1983, nr. 615/683;

    Overwegende dat ter uitvoering van de vierde richtlijn van de Raad van Europese Gemeenschappen inzake het vennootschapsrecht modellen moeten worden vastgesteld voor de inrichting van jaarrekeningen;

    Gelet op artikel 363 lid 6 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

    De Raad van State gehoord, advies van 21 december 1983, nr. W03.83.0578/05.3.52;

    Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 22 december 1983, nr. 678/683; Stafafdeling Wetgeving Privaatrecht;

    Hebben goedgevonden en verstaan:

  • Artikel 1

    • 1.De balans van een naamloze of besloten vennootschap moet zijn ingericht overeenkomstig model A of model B, de winst- en verliesrekening overeenkomstig een der modellen E-H. Deze modellen zijn als bijlage bij dit besluit gevoegd.

  • Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

  • Artikel 3

    De posten worden afzonderlijk, overzichtelijk in een of meer kolommen ingevuld. Zo veel mogelijk worden daarnaast de bedragen voor het voorafgaande boekjaar gegeven. Boven de kolommen wordt in de balans de balansdatum en in de winst- en verliesrekening het boekjaar vermeld waarop zij betrekking hebben.

  • Artikel 4

    • 1.De aanduiding van het gekozen model mag worden weggelaten; het lettertype is vrij.

    • 2.De letters en cijfers voor de posten mogen worden weggelaten of vervangen.

    • 3.Posten zonder bedrag worden weggelaten, tenzij een bedrag voor het voorafgaande jaar moet worden vermeld. De aanwezigheid van een post in een model laat de bevoegdheid open geen bedrag in te vullen, wanneer de wet dat toestaat.

  • Artikel 5

    • 1.Van de benamingen Vaste activa, Vlottende activa, Kortlopende schulden, Langlopende schulden, Voorzieningen en Eigen vermogen mag niet worden afgeweken.

    • 2.Andere benamingen mogen slechts worden vervangen door benamingen die in het gegeven geval op ten minste even duidelijke wijze de inhoud van de post of telling aanduiden.

    • 3.De uitkomsten van tussentellingen mogen worden ingevoegd en benoemd.

  • Artikel 6

    • 1.De volgorde van de posten is die van het gekozen model. De post "aandeel in winst/verlies van ondernemingen waarin wordt deelgenomen" mag ook aan alle financiële baten en lasten vooraf gaan.

    • 2.Participatiemaatschappijen mogen de volgorde van de posten wijzigen in overeenstemming met het gebruik in hun bedrijfstak.

    • 3.Onder participatiemaatschappij wordt in dit artikel verstaan een rechtspersoon of vennootschap waarvan de werkzaamheid is beperkt tot uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het deelnemen in andere rechtspersonen of vennootschappen zonder zich in te laten met de bedrijfsvoering daarvan, tenzij door het uitoefenen van aandeelhoudersrechten.

  • Artikel 7

    • 1.Aan de posten van de modellen mag een uitsplitsing worden toegevoegd; zij mogen door een uitsplitsing worden vervangen.

    • 2.Posten mogen worden ingevoegd, voor zover hun inhoud niet wordt gedekt door een in het gekozen model vermelde post die niet als "overige" is aangeduid.

    • 4.Indien opbrengsten moeten worden verantwoord uit deelnemingen die niet overeenkomstig artikel 389 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn gewaardeerd, moeten deze afzonderlijk als eerste post van de financiële baten worden opgenomen onder de benaming: uitkeringen uit niet op netto-vermogenswaarde e.d. gewaardeerde deelnemingen. Waardeveranderingen op deze deelnemingen worden hetzij afzonderlijk opgenomen onmiddellijk na de waardeveranderingen van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten, hetzij met die post samengevoegd; in het laatste geval wordt de benaming zo nodig aangepast.

  • Artikel 8

    • 1.Elke ononderbroken reeks met arabische cijfers genummerde posten in een model kan geheel of ten dele in de toelichting worden opgenomen, in plaats van op de balans, met herhaling van de som.

    • 2.Elke ononderbroken reeks niet met hoofdletters gedrukte posten in de winst- en verliesrekening kan geheel of ten dele in de toelichting worden opgenomen, in plaats van op de winst- en verliesrekening, met herhaling van de som.

    • 3.Voor zover dit artikel wordt toegepast, worden de reeksen in de toelichting opgenomen in de volgorde van het gekozen model.

  • Artikel 9

    Wanneer een bedrag onder meer dan een post zou kunnen worden opgenomen, moet in de toelichting worden vermeld onder welke andere post of posten het bedrag kon worden opgenomen, hoe groot het bedrag is en waarop het betrekking heeft, een en ander indien het in artikel 362 lid 1 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde inzicht daardoor wordt gediend.

  • Artikel 10

    • 1.In een geconsolideerde jaarrekening mogen alle benamingen worden aangepast om het groepskarakter aan te geven.

    • 2.In een geconsolideerde balans wordt het aandeel van derden in groepsmaatschappijen afzonderlijk als onderdeel van het groepsvermogen opgenomen. Overigens is onderverdeling van het eigen vermogen in een geconsolideerde jaarrekening niet vereist.

    • 3.In een geconsolideerde winst- en verliesrekening wordt het aandeel van derden in het geconsolideerde resultaat na belastingen afzonderlijk gegeven; indien het gesplitst wordt gegeven, moet dit geschieden na het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening na belastingen en na het buitengewone resultaat na belastingen.

  • Artikel 11

    Bovenaan de balans wordt aangegeven of daarin de bestemming van het resultaat is verwerkt. Is de bestemming van het resultaat niet verwerkt, dan moet op de balans het resultaat na belastingen afzonderlijk worden vermeld als laatste post van het eigen vermogen.

  • Artikel 12

    • 1.In de modellen A, B, C en D mag de post "overlopende activa" ook na de liquide middelen zelfstandig worden opgenomen.

    • 2.In de modellen B en D mag de post "overlopende passiva" ook na de schulden en in de modellen A en C na de voorzieningen zelfstandig worden opgenomen.

    • 3.In de toelichting en in de modellen B en R mogen de uitsplitsing van de kortlopende en die van de langlopende schulden gezamenlijk worden gegeven, mits de onderverdeling weer uit de toelichting blijkt.

  • Artikel 13 [Vervallen per 23-05-1985]

  • Artikel 14

    • 1.In model F mogen de posten Som der kosten en Netto-omzetresultaat achterwege blijven.

    • 2.In de modellen G, H, I en J mag van de kolomindeling worden afgeweken.

  • Artikel 15

    Voor zover de wettelijk vereiste handtekeningen op het oorspronkelijke exemplaar van de jaarrekening zijn gesteld, mag op andere exemplaren daarvan worden volstaan met vermelding van de namen der ondertekenaren. Indien een handtekening op het oorspronkelijke exemplaar ontbreekt, wordt de reden daarvan op de andere exemplaren vermeld.

  • Artikel 16

    • 2.De balans van een bank moet zijn ingericht overeenkomstig model K, de winst- en verliesrekening overeenkomstig de modellen L of M. Deze modellen zijn als bijlage bij dit besluit gevoegd.

    • 3.De van hoofdletters voorziene posten van model K en de met hoofdletters gedrukte posten van de modellen L en M worden vermeld, ook als deze in het geheel van de jaarrekening van te verwaarlozen betekenis zijn voor het wettelijk vereiste inzicht.

    • 4.Hypotheekbanken nemen op de balans onder de activa in plaats van de post "vorderingen op klanten" een tweetal posten op, die onderscheidenlijk luiden: vorderingen op klanten uit hypothecaire leningen en overige vorderingen op klanten. Onder de passiva nemen deze banken in plaats van de post "Schuldbewijzen" een tweetal posten op, die onderscheidenlijk luiden: pandbrieven en overige schuldbewijzen. Zij mogen de post "Kasmiddelen" samenvoegen met de post "Vorderingen op kredietinstellingen", tenzij de omvang van de kasmiddelen van betekenis is op het geheel van de activa.

    • 5.De benamingen gebruikt in de modellen K, L en M mogen slechts worden vervangen door benamingen die in het gegeven geval op ten minste even duidelijke wijze de inhoud van de post of telling aanduiden.

    • 6.Aan de posten van deze modellen mag een uitsplitsing worden toegevoegd.

    • 7.Indien opbrengsten moeten worden verantwoord uit deelnemingen die niet overeenkomstig artikel 389 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn gewaardeerd, worden deze afzonderlijk van en onmiddellijk volgend op de opbrengsten uit deelnemingen onderscheidenlijk groepsmaatschappijen verantwoord onder de benaming: opbrengsten uit niet op netto-vermogenswaarde gewaarde deelnemingen.

    • 8.Het aandeel in winst/verlies van ondernemingen waarin wordt deelgenomen, wordt opgenomen onder de opbrengsten uit deelnemingen onderscheidenlijk groepsmaatschappijen en wordt in de toelichting vermeld.

    • 9.Elke ononderbroken reeks met arabische cijfers genummerde posten in de modellen L en M kan geheel of ten dele in de toelichting worden opgenomen, in plaats van op de winst- en verliesrekening, met herhaling van de som. De reeksen worden in de toelichting opgenomen in de volgorde van het gekozen model.

  • Artikel 16a

    • 2.De balans van een verzekeringsmaatschappij moet zijn ingericht overeenkomstig model N, de winst- en verliesrekening overeenkomstig model O. Voor de technische rekening schadeverzekering mag model P worden gebruikt, indien de beleggingen rechtstreeks aan het schadeverzekeringsbedrijf kunnen worden toegewezen. Deze modellen zijn als bijlage bij dit besluit gevoegd.

    • 3.De benamingen gebruikt in de modellen N, O en P mogen slechts worden vervangen door benamingen die in het gegeven geval op ten minste even duidelijke wijze de inhoud van de post of telling aanduiden.

    • 4.Aan de posten van de modellen mag een uitsplitsing worden toegevoegd.

    • 5.Indien in de technische rekening levensverzekering van de bruto premies koopsommen uit winstdeling deel uitmaken, wordt het bedrag daarvan afzonderlijk in de toelichting vermeld.

    • 6.Het aandeel in winst/verlies van ondernemingen waarin wordt deelgenomen, wordt opgenomen onder de opbrengsten uit deelnemingen en wordt in de toelichting vermeld.

    • 7.Indien opbrengsten moeten worden verantwoord uit deelnemingen die niet overeenkomstig artikel 389 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn gewaardeerd, worden deze afzonderlijk van en onmiddellijk volgend op de opbrengsten uit deelnemingen verantwoord onder de benaming: opbrengsten uit niet op netto-vermogenswaarde gewaardeerde deelnemingen.

    • 8.In de geconsolideerde jaarrekening van een verzekeringsmaatschappij mogen alle opbrengsten van beleggingen in de niet-technische rekening worden opgenomen. In model O vervallen dan in de technische rekeningen de posten opbrengsten uit beleggingen en beleggingslasten alsmede de posten niet-gerealiseerde winst op beleggingen en niet-gerealiseerd verlies op beleggingen. In plaats van de post opbrengsten uit beleggingen treedt de post toegerekende opbrengst van beleggingen.

    • 9.Elke ononderbroken reeks met arabische cijfers genummerde posten in de modellen O en P kan geheel of ten dele in de toelichting worden opgenomen, in plaats van op de winst- en verliesrekening, met herhaling van de som. De reeksen worden in de toelichting opgenomen in de volgorde van het gekozen model.

  • Artikel 16b

    • 2.De balans van een beleggingsmaatschappij moet zijn gericht overeenkomstig model Q of R, de winst- en verliesrekening overeenkomstig model S. Deze modellen zijn als bijlage bij dit besluit gevoegd.

    • 3.Indien een beleggingsmaatschappij de tweede zin van artikel 401, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek toepast, neemt zij buiten de telling van de winst- en verliesrekening een post op onder de benaming "wijziging in de reserves uit hoofde van koersverschillen".

    • 4.Een beleggingsmaatschappij die in onroerend goed belegt, mag in de winst- en verliesrekening, ten einde inzicht te verschaffen in het exploitatieresultaat met betrekking tot het onroerend goed, de afschrijvingen op beleggingen in onroerend goed alsmede de op deze beleggingen betrekking hebbende overige lasten en kosten onmiddellijk onder de opbrengsten uit beleggingen in terreinen en gebouwen opnemen.

    • 5.De benamingen gebruikt in de modellen Q, R en S mogen slechts worden vervangen door benamingen die in het gegeven geval op ten minste even duidelijke wijze de inhoud van de post of telling aanduiden.

    • 6.Indien opbrengsten moeten worden verantwoord uit deelnemingen die niet overeenkomstig artikel 389 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn gewaardeerd, worden deze afzonderlijk en onmiddellijk volgend op de opbrengsten uit deelnemingen verantwoord onder de benaming: opbrengsten uit niet op netto-vermogenswaarde gewaardeerde deelnemingen.

  • Artikel 17

    Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit modellen jaarrekening".

  • Artikel 18

    • 1.Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop titel 8 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kracht van wet verkrijgt.

    • 2.Het is van toepassing op jaarrekeningen waarop titel 8 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is.

  • Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijlagen en bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

    's-Gravenhage, 23 december 1983

    Beatrix

    De Minister van Justitie,

    F. Korthals Altes

    Uitgegeven de dertigste december 1983

    De Minister van Justitie,

    F. Korthals Altes

  • Model A

    Balans per

    A. Vaste activa

    • I. Immateriële vaste activa

      • 1. kosten van oprichting en van uitgifte van aandelen

      • 2. kosten van onderzoek en ontwikkeling

      • 3. concessies, vergunningen en intellectuele eigendom

      • 4. goodwill

      • 5. vooruitbetaald op immateriële vaste activa

    • II. Materiële vaste activa

      • 1. bedrijfsgebouwen en -terreinen

      • 2. machines en installaties

      • 3. andere vaste bedrijfsmiddelen

      • 4. vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa

      • 5. niet aan de bedrijfsuitoefening dienstbaar

    • III. Financiële vaste activa

      • 1. deelnemingen in groepsmaatschappijen

      • 2. vorderingen op groepsmaatschappijen

      • 3. andere deelnemingen

      • 4. vorderingen op participanten en op maatschappijen waarin wordt deelgenomen

      • 5. overige effecten

      • 6. overige vorderingen

    • IV. Som der vaste activa

    B. Vlottende activa

    • I. Voorraden

      • 1. grond- en hulpstoffen

      • 2. onderhanden werk

      • 3. gereed produkt en handelsgoederen

      • 4. vooruitbetaald op voorraden

    • II. Vorderingen

      • 1. op handelsdebiteuren

      • 2. op groepsmaatschappijen

      • 3. op participanten en op maatschappijen waarin wordt deelgenomen

      • 4. overige vorderingen

      • 5. van aandeelhouders opgevraagde stortingen

      • 6. overlopende activa

    • III. Effecten

      • 1. [vervallen]

      • 2. [vervallen]

    • IV. Liquide middelen

    • V. Som der vlottende activa

    C. Kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar)

    • 1. converteerbare leningen

    • 2. andere obligaties en onderhandse leningen

    • 3. schulden aan kredietinstellingen

    • 4. vooruit ontvangen op bestellingen

    • 5. schulden aan leveranciers en handelskredieten

    • 6. te betalen wissels en chèques

    • 7. schulden aan groepsmaatschappijen

    • 8. schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen

    • 9. belastingen en premies sociale verzekeringen

    • 10. schulden ter zake van pensioenen

    • 11. overige schulden

    • 12. overlopende passiva

    D. Uitkomst van vlottende activa min kortlopende schulden

    E. Uitkomst van activa min kortlopende schulden

    F. Langlopende schulden (nog voor meer dan een jaar)

    • 1. converteerbare leningen

    • 2. andere obligatieleningen en onderhandse leningen

    • 3. schulden aan kredietinstellingen

    • 4. vooruit ontvangen op bestellingen

    • 5. schulden aan leveranciers en handelskredieten

    • 6. te betalen wissels en chèques

    • 7. schulden aan groepsmaatschappijen

    • 8. schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen

    • 9. belastingen en premies sociale verzekeringen

    • 10. schulden ter zaken van pensioenen

    • 11. overige schulden

    • 12. overlopende passiva

    G. Voorzieningen

    • 1. voor pensioenen

    • 2. voor belastingen

    • 3. overige

    H. Eigen vermogen

    • I. Gestort en opgevraagd kapitaal

    • II. Agio

    • III. Herwaarderingsreserve

    • IV. Wettelijke en statutaire reserves

      • 1. wettelijke

      • 2. statutaire

    • V. Overige reserves

    • VI. Onverdeelde winst

  • Model B

    2634
  • Model C

    Balans per

    A. Vaste activa

    • I. immateriële vaste activa

    • II. materiële vaste activa

    • III. financiële vaste activa

    • IV. som der vaste activa

    B. Vlottende activa

    • I. voorraden

    • II. vorderingen en overlopende activa

    • III. effecten

    • IV. liquide middelen

    • V. som der vlottende activa

    C. Kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar) en overlopende passiva

    D. Uitkomst vlottende activa min kortlopende schulden

    E. Uitkomst activa min kortlopende schulden

    F. Langlopende schulden (nog voor meer dan een jaar)

    G. Voorzieningen

    H. Eigen vermogen

    • I. gestort en opgevraagd kapitaal

    • II. agio

    • III. herwaarderingsreserve

    • IV. wettelijke en statutaire reserves

    • V. overige reserves

    • VI. onverdeelde winst

  • Model D

    2635
  • Model E

    Winst- en verliesrekening over

    Netto-omzet

    wijziging in voorraden gereed produkt en onderhanden werk

    geactiveerde produktie voor het eigen bedrijf

    overige bedrijfsopbrengsten

    Som der bedrijfsopbrengsten

    kosten van grond- en hulpstoffen

    kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

    lonen en salarissen

    sociale lasten

    afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa

    overige waardeveranderingen van immateriële en materiële vaste activa

    bijzondere waardevermindering van vlottende activa

    overige bedrijfskosten

    Som der bedrijfslasten

    opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

    andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten

    waardeveranderingen van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

    rentelasten en soortgelijke kosten

    Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen

    belastingen resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening

    aandeel in winst/verlies van ondernemingen waarin wordt deelgenomen

    Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening na belastingen

    buitengewone baten

    buitengewone lasten

    belastingen buitengewoon resultaat

    Buitengewoon resultaat na belastingen

    Resultaat na belastingen

  • Model F

    Winst- en verliesrekening over

    Netto-omzet

    kostprijs van de omzet

    Bruto-omzetresultaat

    verkoopkosten

    algemene beheerkosten

    Som der kosten

    Netto-omzetresultaat

    overige bedrijfsopbrengsten

    opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

    andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten

    waardeveranderingen van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

    rentelasten en soortgelijke kosten Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen

    belastingen resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening

    aandeel in winst/verlies van ondernemingen waarin wordt deelgenomen

    Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening na belastingen

    buitengewone baten

    buitengewone lasten

    belastingen buitengewoon resultaat

    Buitengewoon resultaat na belastingen

    Resultaat na belastingen

  • Model G

    Winst- en verliesrekening over

    2636
  • Model H

    Winst- en verliesrekening over

    2637
  • Model I

    Winst- en verliesrekening over

    2638
  • Model J

    Winst- en verliesrekening over

    2639
  • Model K

    Balans per

    2640
    • A. Voorwaardelijke schulden

      • 1. uit hoofde van verdisconteerde wissels

      • 2. uit hoofde van garanties e.d.

      • 3. uit hoofde van onherroepelijke accreditieven

      • 4. overige

    • B. Onherroepelijke toezeggingen

      • 1. verplichtingen uit cessie en retrocessie

      • 2. overige

  • Model L

    WINST- EN VERLIESREKING OVER

    RENTE EN SOORTGELIJKE BATEN

    • 1. rente van obligaties en andere vastrentende waardepapieren

    • 2. overige

    RENTE EN SOORTGELIJKE LASTEN

    OPBRENGSTEN UIT EFFECTEN EN DEELNEMINGEN

    • 1. opbrengsten uit aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren

    • 2. opbrengsten uit groepsmaatschappijen

    • 3. opbrengsten uit overige deelnemingen

    ONTVANGEN PROVISIE

    BETAALDE PROVISIE

    RESULTAAT UIT FINANCIELE TRANSACTIES

    OVERIGE BEDRIJFSOPBRENGSTEN

    SOM DER BEDRIJFSOPBRENGSTEN

    PERSONEELS- EN ANDERE BEHEERSKOSTEN

    2641

    AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERANDERINGEN OP IMMATERIELE EN MATERIELE VASTE ACTIVA

    OVERIGE BEDRIJFSLASTEN

    WAARDEVERMINDERINGEN VAN VORDERINGEN EN VOORZIENINGEN VOOR ONDER DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN

    VRIJVAL WAARDEVERMINDERINGEN VAN VORDERINGEN EN VOORZIENINGEN VOOR ONDER DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN

    WAARDEVERMINDERINGEN VAN DE TOT DE VASTE ACTIVA BEHORENDE EFFECTEN EN DEELNEMINGEN

    VRIJVAL WAARDEVERMINDERINGEN VAN DE TOT DE VASTE ACTIVA BEHORENDE EFFECTEN EN DEELNEMINGEN

    SOM DER BEDRIJFSLASTEN

    RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING VOOR BELASTINGEN

    BELASTINGEN RESULTAAT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING

    RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING NA BELASTINGEN

    BUITENGEWONE BATEN

    BUITENGEWONE LASTEN

    BELASTINGEN BUITENGEWOON RESULTAAT

    BUITENGEWOON RESULTAAT NA BELASTINGEN

    RESULTAAT NA BELASTINGEN

  • Model M

    Winst- en verliesrekening over

    2642
  • Model N

    2643
  • Model O

    2644
    2645
  • Model P

    2646
  • Model Q

    Balans per

    A

    Beleggingen

     

    I

    Terreinen en gebouwen

      

    1.

    in eigen gebruik

      

    2.

    overige terreinen en gebouwen

     

    II

    Beleggingen in groepsmaatschappijen en deelnemingen

      

    1.

    deelnemingen in groepsmaatschappijen

      

    2.

    obligaties uitgegeven door en vorderingen op groepsmaatschappijen

      

    3.

    andere deelnemingen

      

    4.

    obligaties uitgegeven door en vorderingen op participanten en maatschappijen waarin wordt deelgenomen

     

    III

    Overige financiële beleggingen

      

    1.

    aandelen, deelnemingsbewijzen en andere niet-vastrentende waardepapieren

      

    2.

    obligaties en andere vastrentende waardepapieren

      

    3.

    vorderingen uit hypothecaire leningen

      

    4.

    vorderingen uit andere leningen

      

    5.

    deposito’s bij kredietinstellingen

      

    6.

    andere financiële beleggingen

     

    IV

    Som der beleggingen

         

    B

    Vorderingen

     

    I

    Uit hoofde van effectentransacties op

      

    1.1.

    commissionairs

      

    1.2.

    anderen

     

    II

    Overige vorderingen

     

    III

    Overlopende activa

         

    C

    Overige activa

     

    I

    Vaste activa

      

    1.

    immateriële vaste activa

       

    1.1.

    kosten van oprichting en van uitgifte van aandelen

       

    1.2.

    kosten van onderzoek en ontwikkeling

       

    1.3.

    concessies, vergunningen en intellectuele eigendom

       

    1.4.

    goodwill

       

    1.5.

    vooruitbetaald op immateriële vaste activa

      

    2.

    materiële vaste activa

      

    3.

    financiële vaste activa

     

    II

    Liquide middelen

     

    III

    Andere activa

         

    D

    Kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar)

      

    1.

    uit hoofde van effectentransacties aan

       

    1.1.

    commissionairs

       

    1.2.

    anderen

      

    2.

    converteerbare leningen

      

    3.

    andere obligaties en onderhandse leningen

      

    4.

    schulden aan kredietinstellingen

      

    5.

    te betalen wissels en chèques

      

    6.

    schulden aan groepsmaatschappijen

      

    7.

    schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen

      

    8.

    belastingen en premies sociale verzekeringen

      

    9.

    schulden ter zake van pensioenen

      

    10.

    overige schulden

      

    11.

    overlopende passiva

         

    E

    Uitkomst van vorderingen en overige activa min kortlopende schulden

         

    F

    Uitkomst van activa min kortlopende schulden

         

    G

    Langlopende schulden (nog voor meer dan een jaar)

      

    1.

    uit hoofde van effectentransacties aan

       

    1.1.

    commissionairs

       

    1.2.

    anderen

      

    2.

    converteerbare leningen

      

    3.

    andere obligaties en onderhandse leningen

      

    4.

    schulden aan kredietinstellingen

      

    5.

    te betalen wissels en chèques

      

    6.

    schulden aan groepsmaatschappijen

      

    7.

    schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen

      

    8.

    belastingen en premies sociale verzekeringen

      

    9.

    schulden ter zake van pensioenen

      

    10.

    overige schulden

      

    11.

    overlopende passiva

         

    H

    Voorzieningen

      

    1.

    voor pensioenen

      

    2.

    voor belastingen

      

    3.

    overige

         

    I

    Achtergestelde schulden

         

    J

    Eigen vermogen

     

    I

    Geplaatst kapitaal

    II

    Agio

    III

    Herwaarderingsreserve

    IV

    Wettelijke en statutaire reserves

    V

    Koersverschillenreserve

    VI

    Overige reserves

    VII

    Onverdeelde winst

  • Model R

    Balans per

    Actief

    Passief

    A

    Beleggingen

    A

    Eigen vermogen

     

    I

    Terreinen en gebouwen

     

    I

    geplaatst kapitaal

      

    1.

    in eigen gebruik

     

    II

    agio

      

    2.

    overige terreinen en gebouwen

     

    III

    herwaarderingsreserve

          

    IV

    wettelijke en statutaire reserves

     

    II

    Beleggingen in groepsmaatschappijen en deelnemingen

    V

    koersverschillenreserve

      

    1.

    deelnemingen in groepsmaatschappijen

     

    VI

    overige reserves

      

    2.

    obligaties uitgegeven door en vorderingen op groepsmaatschappijen

     

    VII

    onverdeelde winst

      

    3.

    andere deelnemingen

    B

    Achtergestelde schulden

      

    4.

    obligaties uitgegeven door en vorderingen op participanten en maatschappijen waarin wordt deelgenomen

    C

    Voorzieningen

          

    1.

    voor pensioenen

     

    III

    Overige financiële beleggingen

     

    2.

    voor belastingen

      

    1.

    aandelen, deelnemingsbewijzen en andere niet-vast-

     

    3.

    overige

       

    rentende waardepapieren

        
      

    2.

    obligaties en andere vastrentende waardepapieren

    D

    Langlopende schulden (nog voor meer dan een jaar)

      

    3.

    vorderingen uit hypothecaire leningen

     

    1.

    uit hoofde van effectentransacties aan

      

    4.

    vorderingen uit andere leningen

      

    1.1.

    commissionairs

      

    5.

    deposito’s bij kredietinstellingen

      

    1.2.

    anderen

      

    6.

    andere financiële beleggingen

     

    2.

    converteerbare leningen

          

    3.

    andere obligaties en onderhandse leningen

    B

    Vorderingen

     

    4.

    schulden aan kredietinstellingen

     

    I

    uit hoofde van effectentransacties op

    5.

    te betalen wissels en chèques

      

    1.

    commissionairs

     

    6.

    schulden aan groepsmaatschappijen

      

    2.

    anderen

     

    7.

    schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin

     

    II

    Overige vorderingen

    wordt deelgenomen

     

    III

    Overlopende activa

    8.

    belastingen en premies sociale verzekeringen

          

    9.

    schulden ter zake van pensioenen

    C

    Overige activa

     

    10.

    overige schulden

     

    I

    Vaste activa

    11.

    overlopende passiva

      

    1.

    immateriële vaste activa

        
       

    1.1.

    kosten van oprichting en van uitgifte van aandelen

    E

    Kortlopende schulden

       

    1.2.

    kosten van onderzoek en ontwikkeling

      

    (ten hoogste 1 jaar)

       

    1.3.

    concessies, vergunningen en intellectuele

     

    1.

    uit hoofde van effectentransacties aan

        

    eigendom

      

    1.1.

    commissionairs

       

    1.4.

    goodwill

      

    1.2.

    anderen

       

    1.5.

    vooruitbetaald op immateriële vaste activa

     

    2.

    converteerbare leningen

     
      

    2.

    materiële vaste activa

     

    3.

    andere obligaties en onderhandse leningen

      

    3.

    financiële vaste activa

     

    4.

    schulden aan kredietinstellingen

     

    II

    Liquide middelen

     

    5.

    te betalen wissels en chèques

     

    III

    Andere activa

     

    6.

    schulden aan groepsmaatschappijen

          

    7.

    schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen

          

    8.

    belastingen en premies sociale verzekeringen

          

    9.

    schulden ter zake van pensioenen

          

    10.

    overige schulden

          

    11.

    overlopende passiva

  • Model S

    2647