KruimelpadVorige
Volgende
Geldend op 20-01-2010
De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling.
Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van
in de balk hierboven.
1.De in bijlage 6 vermelde geluidsseinen, niet zijnde klokslagen, moeten worden gegeven door:
a. een groot motorschip door middel van een mechanisch werkende geluidsinstallatie die voldoende hoog is opgesteld en vrij staat naar voren en voorzover mogelijk ook naar achteren;
b. een groot schip, niet zijnde een motorschip, en een klein motorschip door middel van een mechanisch werkende geluidsinstallatie dan wel een geschikte scheepstoeter of hoorn.
2.Een groot motorschip moet gelijktijdig met een geluidssein een geel helder rondom schijnend lichtsein tonen. Dit geldt niet voor klokslagen.
3.Bij een samenstel mogen de geluidsseinen slechts worden gegeven door het schip aan boord waarvan zich de schipper van het samenstel bevindt.
4.Een in nood verkerend schip dat hulp wil inroepen mag reeksen klokslagen of herhaalde lange stoten laten horen. Deze seinen dienen ter vervanging of ter aanvulling van de in artikel 3.30, eerste lid, bedoelde tekens.
5.Een schip moet een reeks klokslagen ongeveer vier seconden doen duren.
6.Een schip mag in plaats van een reeks klokslagen een reeks slagen van metaal op metaal geven.