Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
Kruimelpad
  • Home
  • Overheidsinformatie
  • Zoeken
  • Verwijzing

Wet- en regelgeving

Instellingen (nu: volledige regeling), opent een nieuw venster
  • Vorige

  • Volgende

Binnenvaartpolitiereglement

Geldend op 20-01-2010


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 1.10. Scheepsbescheiden

    • 1.Aan boord van een schip moeten de volgende bescheiden, voorzover deze door de daartoe gestelde wettelijke regelingen worden vereist, aanwezig zijn:

      • a. de meetbrief van het schip;

      • b. de bescheiden vereist door het ADNR, nrs. 8.1.2.1, 8.1.2.2 en 8.1.2.3;

      • c. het vaarbevoegdheidsbewijs;

      • d. het radarpatent dan wel een ander diploma dat overeenkomstig het Patentreglement Rijn is toegelaten; deze documenten behoeven niet aan boord te zijn, indien het Rijnpatent of een ander overeenkomstig het Patentreglement Rijn toegelaten diploma van de schipper de vermelding «Radar» bevat;

      • e. het Handboek voor de marifonie in de binnenvaart, algemeen en regionaal deel;

      • f. de vergunning voor het gebruik van frequentieruimte;

      • g. het marifoon bedieningscertificaat;

      • h. het certificaat van onderzoek, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Binnenvaartwet, dan wel een document als bedoeld in artikel 7, van het Binnenvaartbesluit;

      • i. het certificaat voor de navigatielantaarns;

      • j. het registratiebewijs snelle motorboot.

    • 2.In afwijking van het eerste lid is de aanwezigheid van de in het eerste lid, onder a en h, bedoelde bescheiden niet vereist aan boord van duwbakken waarop een metalen plaat is aangebracht van het volgende model:

      Officieel Scheepsnummer: ..............................

      Certificaat van onderzoek: .............................

      – Nummer: .............................................

      – Commissie van Deskundigen: ..........................

      – Geldig tot: .........................................

    • 3.De in het tweede lid bedoelde gegevens moeten, in goed leesbare letters met een hoogte van tenminste 6 mm, ingehakt of ingeslagen zijn. De metalen plaat moet een hoogte van ten minste 60 mm en een lengte van ten minste 120 mm hebben. Zij moet op het achterschip aan stuurboordzijde op een goed zichtbare plaats zijn bevestigd. De overeenstemming tussen de gegevens op de plaat met die in het communautair certificaat van de duwbak moet worden bevestigd door een Commissie van Deskundigen door middel van het aanbrengen op de plaat van een stempel. De in het eerste lid, onder a en h, genoemde bescheiden moeten aanwezig zijn bij de eigenaar van de duwbak.

    • 4.De in het eerste lid bedoelde bescheiden moeten op eerste vordering van de bevoegde autoriteit aan deze worden overgelegd ter controle van het bepaalde bij of krachtens dit reglement.