Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
Kruimelpad
  • Home
  • Overheidsinformatie
  • Zoeken
  • Verwijzing

Wet- en regelgeving

Instellingen (nu: volledige regeling), opent een nieuw venster
  • Vorige

  • Volgende

Binnenvaartpolitiereglement

Geldend op 20-01-2010


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Bijlage 3. Optische tekens van schepen

    I. Algemeen

    1. De in deze bijlage opgenomen schetsen hebben slechts een verduidelijkend karakter. Men dient zich te houden aan de tekst van het reglement die uitsluitend rechtsgeldigheid bezit.

    2. Gebruikte symbolen

    15407

    vast licht dat rondomschijnend is (een licht dat schijnt over een boog van de horizon van 360°)

    15408

    vast licht dat schijnt over een beperkte boog van de horizon

    Een voor de waarnemer niet zichtbaar licht is met een punt in het midden aangeduid.

    15409

    flikkerlicht

    68742

    facultatief licht

    15410

    vlag of bord (artikel 3.03)

    68741

    wimpel (artikel 3.03)

    15411

    bol (artikel 3.04)

    15412

    cilinder (artikel 3.04)

    68743

    kegel (artikel 3.04)

    15414

    ruit (artikel 3.04)

    68744

    radarreflektor

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53084

    1

     

    Artikel 3.01a: Begripsbepalingen.

    Boog van de horizon waarover toplicht, boordlichten en heklicht schijnen.

    53087

    2

     

    Artikel 3.08, lid 1: Alleenvarend groot motorschip.

    53088

    3

     

    Artikel 3.08, lid 2: Alleenvarend groot motorschip dat een tweede toplicht voert.

    68709

    4

    68710

    Artikel 3.08, lid 3: Groot motorschip dat wordt geassisteerd.

    111868

    4a

    111869

    Artikel 3.08, lid 4: Snel schip.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53090

    5

    53092

    Artikel 3.09, lid 1: Motorschip dat sleept of assisteert.

    53094

    6

    53097

    Artikel 3.09, lid 2: Motorschepen die, niet in kiellinie varend, slepen of assisteren.

    53096

    7

    53098

    Artikel 3.09, lid 3: Gesleept schip.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53099

    8

    53100

    Artikel 3.09, lid 3 onder a: Gesleept schip langer dan 110 m.

    53102

    9

    53104

    Artikel 3.09, lid 3 onder b: Lengte in een sleep bestaande uit meer dan twee langszijde van elkaar vastgemaakte schepen.

    53105

    10

    53106

    Artikel 3.09, lid 4: Laatste lengte van een sleep.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53107

    11

    53108

    Artikel 3.09, lid 4: Laatste lengte van een sleep bestaande uit meer dan twee langszijde van elkaar vastgemaakte schepen

    68711

    12

     

    Artikel 3.09, lid 5: Zeegaand schip dat wordt gesleept.

    53109

    13

     

    Artikel 3.10, lid 1: Duwstel

    53110

    14

     

    Artikel 3.10 lid 1 onder c: 2e: Duwstel waarbij op de schepen (aan de buitenzijden), die van achteren over de volle breedte zichtbaar zijn, heklichten worden gevoerd.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53112

    15

    53113

    Artikel 3.10, lid 2: Duwstel dat wordt geassisteerd.

    53111

    16

     

    Artikel 3.10, lid 3: Twee duwboten.

    53114

    17

     

    Artikel 3.11, lid 1: Gekoppeld samenstel; twee grote motorschepen.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53115

    18

     

    Artikel 3.11, lid 1: Gekoppeld samenstel; groot motorschip en groot schip dat geen motorschip is.

    68712

    19

    68713

    Artikel 3.11, lid 2: Gekoppeld samenstel dat wordt geassisteerd.

    68740

    20

     

    Artikel 3.12: Groot zeilschip

    53126

    21

    53127

    De artikelen 3.08, lid 5, en 3.13, lid 7: Schip dat onder zeil vaart en tegelijkertijd zijn mechanische middelen tot voortbeweging gebruikt.

    53117

    22

     

    Artikel 3.13, lid 1 alleenvarend klein motorschip.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53118

    23

     

    Artikel 3.13, lid 1: Alleenvarend klein motorschip dat de boordlichten onmiddellijk naast elkaar of in één lantaarn verenigd aan of nabij de boeg voert.

    53119

    24

     

    Artikel 3.13, lid 1: Alleenvarend klein motorschip dat in plaats van toplicht en heklicht een wit rondom schijnend licht voert.

    68714

    25

     

    Artikel 3.13, lid 2: Alleenvarend klein open motorschip korter dan 7 m, waarvan de hoogst bereikbare snelheid 13 km per uur bedraagt.

    53120

    26

     

    Artikel 3.13, lid 4: Klein schip dat wordt gesleept dan wel langszijde van een ander schip vastgemaakt wordt voorbewogen.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53121

    27

     

    Artikel 3.13, lid 5: Klein zeilschip

    53122

    28

     

    Artikel 3.13, lid 5: Klein zeilschip waarbij de boordlichten en het heklicht in één lantaarn aan de top van de mast verenigd zijn.

    53123

    29

     

    Artikel 3.13, lid 5: Klein zeilschip korter dan 7 m. Het tweede licht uitsluitend te tonen bij het naderen van een ander schip bij gevaar voor aanvaring.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53124

    30

     

    Artikel 3.13. lid 6: Door spierkracht voortbewogen klein schip.

    53128

    31a

    53130

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

     

    31b

    53132

    Artikel 3.14, lid 1: Bijkomende tekens van schepen die bepaalde brandbare stoffen vervoeren als bedoeld in het ADNR en die geen deel uitmaken van een duwstel of een gekoppeld samenstel.

    53135

    32a

    53133

     

    32b

    53136

    Artikel 3.14, lid 2: Bijkomende tekens van schepen die bepaalde voor de gezondheid schadelijke stoffen vervoeren als bedoeld in het ADNR en die geen deel uitmaken van een duwstel of een gekoppeld samenstel.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53137

    33

    53138

    Artikel 3.14, lid 3: Bijkomende tekens van schepen die bepaalde ontplofbare stoffen vervoeren als bedoeld in het ADNR en die geen deel uitmaken van een duwstel of een gekoppeld samenstel.

    53139

    34

    53140

    Artikel 3.14, lid 4: Bijkomende tekens van duwstellen die gevaarlijke stoffen vervoeren als bedoeld in het ADNR.

    53141

    35

    53142

    Artikel 3.14, lid 4: Bijkomende tekens van gekoppelde samenstellen die gevaarlijke stoffen vervoeren als bedoeld in het ADNR.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53143

    36

    53144

    Artikel 3.14, lid 5: Bijkomende tekens van een duwstel dat door twee duwboten naast elkaar wordt voortbewogen en dat gevaarlijke stoffen vervoert als bedoeld in het ADNR.

     

    36a

    111870

    Artikel 3.15: Varend passagiersschip waarvan de maximale lengte van de romp minder is dan 20 m.

    53146

    37

     

    Artikel 3.16, lid 1: Niet-vrijvarende veerpont.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53147

    38

     

    Artikel 3.16, lid 2: Meest bovenstrooms gelegen ankerschuit of drijver van een veerpont aan een langskabel.

    53148

    39

     

    Artikel 3.16, lid 3: Vrijvarende veerpont.

     

    40

    53149

    Artikel 3.17 Schip dat recht van voorrang heeft.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53150

    41a

    53151

    68715

    41b

    68716

    Artikel 3.18, lid 1: Bijkomende tekens van schepen die onmanoeuvreerbaar worden.

    53152

    42

     

    Artikel 3.19 Varend drijvend voorwerp of drijvende inrichting.

    53153

    43

     

    Artikel 3.20, leden 1 en 4: Gemeerd schip

    68717

    44

    68718

    Artikel 3.20, lid 2: Geankerd groot schip.

    68719

    45

    68720

    Artikel 3.20, lid 3: Geankerd duwstel.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53154

    46

    68721

    Artikel 3.20, lid 4: Geankerd klein schip.

    53155

    47

    53156

    Artikel 3.21: Bijkomende tekens van stilliggende schepen die bepaalde gevaarlijke stoffen vervoeren en die geen deel uitmaken van een duwstel of een gekoppeld samenstel.

    53157

    48

    53158

    Artikel 3.21 Bijkomende tekens van stilliggende duwstellen die bepaalde gevaarlijke stoffen vervoeren.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53159

    49

    53160

    Artikel 3.21: Bijkomende tekens van stilliggende gekoppelde samenstellen die bepaalde gevaarlijke stoffen vervoeren.

    53161

    50

     

    Artikel 3.22, lid 1: Op zijn aanlegplaats stilliggende niet-vrijvarende veerpont.

    53162

    51

     

    Artikel 3.22, lid 2: Op zijn aanlegplaats stilliggende vrijvarende veerpont die dienst doet.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53163

    52

     

    Artikel 3.23: Stilliggend drijvend voorwerp of drijvende inrichting.

    68722

    53

    68723

    Artikel 3.24 Stilliggend visserschip met netten of uitleggers.

    53166

    54

    53168

    Artikel 3.25, lid 1 onder a: In bedrijf zijnd drijvend werktuig of schip dat in het vaarwater werken uitvoert; doorvaart aan beide zijden vrij.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53169

    55

    53171

    Artikel 3.25, lid 1 onder a en b: In bedrijf zijnd drijvend werktuig of schip dat in het vaarwater werken uitvoert; doorvaart aan één zijde vrij.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53172

    56

    53173

    Artikel 3.25, lid 1 onder c: In bedrijf zijnd drijvend werktuig, vastgevaren of gezonken schip dat in het vaarwater werken uitvoert; doorvaart aan beide zijden vrij. Tevens verplichting hinderlijke waterbeweging te vermijden.

    53174

    57

    53175

    Artikel 3.25, lid 1 onder c en d: In bedrijf zijnd drijvend werktuig, vastgevaren of gezonken schip dat in het vaarwater werken uitvoert; doorvaart slechts aan één zijde vrij. Tevens verplichting hinderlijke waterbeweging te vermijden.

    53176

    58

    53177

    Artikel 3.26, leden 1 en 3: Schip, waarvan de ankers een gevaar voor de scheepvaart kunnen vormen

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53178

    59

    53179

    Artikel 3.26, leden 2 en 3: Drijvend voorwerp of drijvende inrichtingen waarvan de ankers een gevaar voor de scheepvaart kunnen vormen

    53180

    60

    53181

    Artikel 3.26, lid 4: In bedrijf zijnd drijvend werktuig waarvan de ankers een gevaar voor de scheepvaart kunnen vormen.

    53182

    61

    53183

    Artikel 3.27: Schip van ambtenaren belast met toezicht of opsporing of brandweerboot.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53184

    62

    53185

    Artikel 3.28 Schip dat in of nabij het vaarwater werkzaamheden uitvoert.

    53186

    63

    53187

    Artikel 3.29 Schip, drijvend voorwerp of drijvende inrichting, die tegen hinderlijke waterbeweging beschermd wil worden.

    68724

    64

    68725

    Artikel 3.30 Schip dat in nood verkeert en hulp wenst te ontvangen.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    53190

    65

    53191

    Artikel 3.31 Verboden toegang aan boord.

    53192

    66

    53193

    Artikel 3.32: Verboden te roken en onbeschermd licht of vuur te gebruiken.

    53194

    67

    53195

    Artikel 3.33 Verbod evenwijdig aan een schip ligplaats te nemen.

    Lichten

    Schets

    Dagtekens

    68726

    68

    68732

    Artikel 3.34, lid 1: Beperkt manoeuvreerbaar schip.

    68727

    69

    68733

    Artikel 3.34, lid 2: Beperkt manoeuvreerbaar schip; vaarwater slechts aan één zijde vrij.

    68728

    70

    68734

    Artikel 3.35: Schip, bezig met mijnopruimingswerkzaamheden.

    68729

    71

    68735

    Artikel 3.36: Loodsboot.

    68730

    72

    68736

    Artikel 3.37: Vissersschip.

     

    74

    68738

    Artikel 3.38: Schip gebruikt bij een duiker te water.

    53196

    75

    53197

    Artikel 6.04a en 6.05: Ontmoeten stuurboord op stuurboord.