Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Binnenvaartpolitiereglement

Geldend op 24-08-2011


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Bijlage 14. Ligplaats nemen

    • a. De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.03, eerste lid, zijn:

      • 1. de Oude Maas;

      • 2. de Noord, met inbegrip van de Rietbaan;

      • 3. de Boven-Merwede;

      • 4. de Beneden-Merwede;

      • 5. de Nieuwe Merwede;

      • 6. de Dordtsche Kil;

      • 7. het tot de hoofdbetonning behorende betonde vaarwater van het Hollandsch Diep;

      • 8. de Nieuwe Maas;

      • 9. de Nieuwe Waterweg;

      • 10. de Maasmond;

      • 11. het Calandkanaal;

      • 12. het Beerkanaal;

      • 13. het Hartelkanaal;

      • 14. de Schelde-Rijnverbinding;

      • 15. het Kanaal door Zuid-Beveland;

      • 16. het Veerse Meer;

      • 17. de tot de hoofdbetonning behorende betonde vaarwaters van het Volkerak, de Zuid-Vlije, het Krammer, het Keeten, het Mastgat en het Zijpe;

      • 18. van de Oosterschelde: het Engelsche Vaarwater, de Witte Tonnen Vlije, het gedeelte van het Brabantsche Vaarwater ten zuiden van de Witte Tonnen Vlije en de Aanloop Wemeldinge;

      • 19. van het Zoommeer: het Tholense Gat, het Bergsche Diep en de Nieuwe Haven;

      • 20. het Julianakanaal;

      • 21. het Kanaal Wessem-Nederweert;

      • 22. de Noordervaart;

      • 23. het Kanaal Zutphen-Enschede met het Zijkanaal naar Almelo;

      • 24. het Zwolle-IJsselkanaal;

      • 25. het Meppelerdiep;

      • 26. de Hollandsche IJssel;

      • 27. de gekanaliseerde Hollandsche IJssel;

      • 28. het Amsterdam-Rijnkanaal;

      • 29. het Lekkanaal;

      • 30. het Merwedekanaal (benoorden de Lek)

      • 31. de Binnen- en Buitenhaven te Stellendam;

      • 32. het betonde vaarwater in het IJsselmeer, Markermeer en de Gouwzee;

      • 33. het betonde vaarwater in de Randmeren;

      • 34. het Buiten-IJ;

      • 35. het Afgesloten-IJ;

      • 36. de Binnen- en Buitentoeleidingskanalen en de Binnen- en Buitenspuikanalen naar de Noordzeesluizen te IJmuiden;

      • 37. de Zijkanalen B, C, D, E, G en H; Zijkanaal G slechts over een lengte van 1000 m gemeten uit de as van het Noordzeekanaal;

      • 38. de vaarweg ten westen van de Noordzeesluizen te IJmuiden, met inbegrip van de daaraan gelegen havens;

      • 39. de Veerhaven te Terneuzen;

      • 40. het Maas-Waalkanaal;

      • 41. het Kanaal van Sint Andries;

      • 42. het Lateraalkanaal Linne-Buggenum;

      • 43. het Verbindingskanaal in het Bossche Veld;

      • 44. de Zuid-Willemsvaart, met inbegrip van de Gekanaliseerde Dieze en het kanaal Engelen-Henriëttewaard;

      • 45. de Maas;

      • 46. de Bergsche Maas;

      • 47. het Wilhelminakanaal;

      • 48. het Markkanaal;

      • 49. de Gekanaliseerde Dieze;

      • 50. de Donge;

      • 51. het Krabbersgat;

      • 52. het Oostvaardersdiep;

      • 53. het Noordzeekanaal;

      • 54. de Geldersche IJssel, met inbegrip van de daarbij behorende oude rivierarmen en aangetakte zijwateren, voorzover in beheer bij het Rijk;

      • 55. het Keteldiep;

      • 56. het Zwarte Water.

    • b. De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.03, vijfde lid, zijn:

      • 1. het Oostvaardersdiep;

      • 2. het Veerse Meer.