Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet op de expertisecentra

Geldend op 27-02-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 1. Begripsbepalingen

    In deze wet wordt verstaan onder:

    Onze minister:

    Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

    inspectie of inspecteur:

    de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht, voor zover belast met taken op het gebied van het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs;

    school:

    een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder a, b, c, f, h, j, k, m of n, dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8, eerste lid tweede volzin, tenzij het tegendeel blijkt;

    basisschool:

    een basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;

    speciale school voor basisonderwijs:

    een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;

    school voor voortgezet onderwijs:

    een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

    instelling:

    instelling als bedoeld in artikel 8, eerste lid, tweede volzin;

    openbare school:

    • a. een door een of meer gemeenten, al dan niet te zamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid in stand gehouden school;

    • b. een door een openbare rechtspersoon als bedoeld in artikel 50 in stand gehouden school; dan wel

    • c. een door een stichting als bedoeld in artikel 28 of artikel 51 in stand gehouden school;

    bijzondere school:

    door een natuurlijk persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon, niet zijnde een stichting als bedoeld in artikel 51, in stand gehouden school;

    openbare rechtspersoon:

    een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld als bedoeld in artikel 50;

    bevoegd gezag van volgens deze wet bekostigde scholen voor wat betreft:

    • a. een openbare school:

      • 1°. het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit besluit, met inachtneming van door hem te stellen regelen;

      • 2°. het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan;

      • 3°. de openbare rechtspersoon, bedoeld in artikel 50; dan wel

      • 4°. de stichting, bedoeld in artikel 28 of artikel 51;

    • b. een bijzondere school: de rechtspersoon bedoeld in artikel 57;

    • c. een samenwerkingsschool: de stichting, bedoeld in artikel 28j;

    persoonsgebonden nummer:

    het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, dan wel het door Onze minister uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in artikel 42a, vierde lid;

    sociaal-fiscaalnummer:

    het nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder k, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

    ouders:

    ouders, voogden of verzorgers;

    schooljaar:

    het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend;

    personeel:

    • a. de benoemde directeur, het personeel benoemd in een functie voor het geven van onderwijs, het personeel benoemd in een andere functie dan het geven van onderwijs, het personeel dat is benoemd voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van meer dan een school of meer dan een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, waaronder begrepen de leden van het bestuur van die scholen die zijn benoemd door een raad van toezicht als bedoeld in artikel 28i, derde lid, voor zover die leden mede zijn benoemd op basis van een arbeidsovereenkomst of een akte van aanstelling;

    • b. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 33, 33a, 34, 37, 38, 55, 56, eerste en tweede lid, 62, eerste tot en met vierde lid, 63 tot en met 65, 69, 132 en 133, voor zover niet anders is bepaald, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen;

    schoolplan:

    een schoolplan als bedoeld in artikel 21. Onder schoolplan wordt tevens verstaan instellingsplan, tenzij het tegendeel blijkt;

    commissie voor de indicatiestelling:

    een commissie als bedoeld in artikel 28c;

    schoolbegeleiding:

    activiteiten ten behoeve van de schoolorganisatie of het onderwijs aan een school die dienen tot begeleiding, ontwikkeling, advisering, informatieverstrekking en evaluatie, alsmede activiteiten tot bevordering van een optimale schoolloopbaan van leerlingen;

    basisregister onderwijs:

    basisregister onderwijs als bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht.