Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit erkenningsnormen gezinsvervangende tehuizen voor gehandicapten[Regeling vervallen per 01-01-2006.]

Geldend van 01-01-1994 t/m 31-12-2005

Besluit van 30 juli 1982, houdende voorschriften waaraan gezinsvervangende tehuizen voor gehandicapten voor het verkrijgen van een erkenning moeten voldoen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk van 23 oktober 1981, Directie Maatschappelijke Dienstverlening, U 57856;

Gelet op artikel 19 van de Tijdelijke Verstrekkingenwet maatschappelijke dienstverlening (Stb. 1975, 157) en op artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Stb. 1967, 655);

Gezien het advies van de Ziekenfondsraad (advies van 21 december 1978);

De Raad van State gehoord (advies van 18 februari 1982, nr. 820203/7);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk van 19 juli 1982, Directie Maatschappelijke Dienstverlening, nr. U 57856;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk I. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder:

  • a. gehandicapte: de geestelijk en/of lichamelijk en/of zintuiglijk gehandicapte - in de regel van 18 jaar en ouder - voor wie een indicatie tot opname en verder verblijf in een gezinsvervangend tehuis voor gehandicapten aanwezig is overeenkomstig het Besluit gezinsvervangende tehuizen voor gehandicapten Bijzondere Ziektekostenverzekering (Stcrt. 1976, 28);

  • b. het bestuur: het bestuur van de rechtspersoon die een of meer gezinsvervangende tehuizen beheert en die is toegelaten in de zin van artikel 11 van de Tijdelijke Verstrekkingenwet maatschappelijke dienstverlening.

Hoofdstuk II. Erkenningen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

Gezinsvervangende tehuizen voor gehandicapten voldoen voor het verkrijgen van een erkenning op grond van de Tijdelijke Verstrekkingenwet maatschappelijke dienstverlening en van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, aan de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften.

Hoofdstuk III. Doel en werkwijze [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het gezinsvervangend tehuis stelt zich ten doel door, in principe duurzame, huisvesting, verzorging en agogische begeleiding van gehandicapten de zelfstandigheid en de sociale redzaamheid van de gehandicapten te bevorderen en te behouden en de gehandicapten te betrekken bij het dagelijks leven in stad of dorp.

  • 2 Het gezinsvervangend tehuis staat open voor iedere gehandicapte die op de in het eerste lid bedoelde dienstverlening is aangewezen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4. Plaatsing wordt niet geweigerd op grond van geloofs- of levensovertuiging, ras of nationaliteit.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het gezinsvervangend tehuis richt zich in zijn werkwijze op één categorie van gehandicapten te weten de categorie met een primair geestelijke, een primair lichamelijke dan wel een primair zintuiglijke handicap.

  • 2 De aard van de handicap(s) van de in eenzelfde gezinsvervangend tehuis wonende gehandicapten is niet zodanig uiteenlopend dat het functioneren als gezinsvervangend tehuis hierdoor ernstig wordt bemoeilijkt.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het gezinsvervangend tehuis onderhoudt de nodige geformaliseerde contacten met andere instellingen in de regio, met name die instellingen die werkzaam zijn op het terrein van de dienstverlening aan gehandicapten.

  • 2 De werkuitvoering van het gezinsvervangend tehuis maakt geen deel uit van die van een voorziening welke verpleging, behandeling en verzorging verstrekt, noch van een onderwijsvoorziening, een voorziening voor dagopvang of een arbeidsvoorziening.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het bestuur draagt de verantwoordelijkheid voor het functioneren van het gezinsvervangend tehuis overeenkomstig de in artikel 3, eerste lid omschreven doelstelling.

  • 2 De taak en de bevoegdheden van het bestuur worden schriftelijk vastgelegd. Voor iedere medewerker wordt een taakomschrijving vastgesteld en schriftelijk vastgelegd. De bevoegdheid tot het doen van uitgaven en het aangaan van verplichtingen wordt eveneens schriftelijk vastgelegd. Door het hoofd van het gezinsvervangend tehuis wordt een dienstrooster opgesteld voor de medewerkers in het tehuis, dat de goedkeuring van het bestuur behoeft.

  • 3 Indien een gezinsvervangend tehuis gebruik maakt van de diensten van een centraal bureau, worden de bevoegdheden en de taak van dit bureau ten aanzien van het gezinsvervangend tehuis schriftelijk vastgelegd.

  • 4 Tussen de bij de werkzaamheden betrokken personen vinden periodieke besprekingen en schriftelijke rapportage plaats.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het gezinsvervangend tehuis betrekt de gehandicapten en/of hun wettelijke vertegenwoordiger(s), de medewerkers, dan wel de representatief te achten organisaties die de belangen van deze groeperingen behartigen, bij het beleid van het gezinsvervangend tehuis. Onze Minister kan hieromtrent nadere regelen stellen.

  • 2 Het bestuur verbindt zich die maatregelen te nemen die bevorderen dat de gehandicapten of hun wettelijke vertegenwoordiger(s) van de hun toekomende rechten en bevoegdheden gebruik kunnen maken.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2006]

Het bestuur brengt jaarlijks een openbaar verslag uit van het functioneren van het gezinsvervangend tehuis. Onze Minister kan regelen stellen omtrent de inhoud, de inrichting en de wijze van openbaarmaking van dat verslag.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Bestuursleden hebben geen direct of indirect financieel belang bij de oprichting of de exploitatie van het gezinsvervangend tehuis anders dan uit een dienstverband; de medewerkers van het gezinsvervangend tehuis hebben geen ander direct of indirect financieel belang bij de exploitatie van het gezinsvervangend tehuis, dan de belangen die voortvloeien uit de voor hen geldende rechtspositieregeling; tussen de afzonderlijke leden van het bestuur enerzijds en de medewerkers anderzijds bestaat geen arbeidsverhouding.

  • 2 Het bestuur onderneemt geen activiteiten en gaat geen verplichtingen aan die direct of indirect de continuïteit van het gezinsvervangend tehuis in gevaar kunnen brengen.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De plaatsing van gehandicapten in het gezinsvervangend tehuis geschiedt aan de hand van een advies van het in artikel 19, zesde lid bedoelde team. Dit advies komt niet tot stand dan na overleg met de gehandicapte of diens wettelijke vertegenwoordiger(s). Daarbij wordt in ieder geval rekening gehouden met gegevens en rapporten van degene die de plaatsing heeft aangevraagd.

  • 2 Het in artikel 19 bedoelde team heeft voorts tot taak het geven van aanwijzingen met betrekking tot de begeleiding van de gehandicapten.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2006]

Het gezinsvervangend tehuis is gedurende het gehele jaar geopend.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2006]

Het gezinsvervangend tehuis onderhoudt functionele contacten met het buiten het tehuis aanwezige werk-, vormings- of leefmilieu van de gehandicapten. De gehandicapte dan wel diens wettelijke vertegenwoordiger(s) worden door het gezinsvervangend tehuis op de hoogte gesteld van de conclusies die voortvloeien uit de aan de betrokken gehandicapte gewijde bespreking van het team van het gezinsvervangend tehuis.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Van iedere gehandicapte wordt een dossier aangelegd waarin in ieder geval worden opgenomen de aan en door het team uitgebrachte rapporten. Jaarlijks wordt nagegaan of de in het dossier opgenomen gegevens nog van belang zijn.

  • 2 Het bestuur draagt zorg voor een regeling betreffende de personen die tot de in het eerste lid bedoelde dossiers toegang hebben.

  • 3 Bij het vertrek van een gehandicapte uit het gezinsvervangend tehuis wordt een eindrapport opgemaakt. Indien de gehandicapte van een andere voorziening voor gehandicapten gebruik gaat maken, wordt slechts dit eindrapport overgedragen aan de instantie die de zorg voor de gehandicapte in die voorziening overneemt, alsmede aan de instantie die de overplaatsing begeleidt.

  • 4 De huisarts van de gehandicapte ontvangt bericht over de plaatsing van zijn cliënt in of diens vertrek uit het gezinsvervangend tehuis en wordt ook verder waar nodig en op zijn verzoek over diens toestand ingelicht.

  • 5 Het bestuur van het gezinsvervangend tehuis voor geestelijk gehandicapten registreert de bezittingen van de gehandicapten, voor zover deze zich binnen de inrichting bevinden, evenals de inkomsten en uitgaven van de gehandicapten, voor zover deze via de rechtspersoon verlopen.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2006]

De administratie van het gezinsvervangend tehuis is zodanig ingericht dat inzicht kan worden verkregen in het beheer en het functioneren van het gezinsvervangend tehuis.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2006]

Het bestuur stelt jaarlijks een begroting van inkomsten en uitgaven vast en een openbaar financieel verslag, voorzien van een verklaring van een register-accountant. Onze Minister kan regelen stellen omtrent de wijze van openbaarmaking van het financieel verslag.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het gezinsvervangend tehuis biedt de gehandicapten steeds de nodige verzorging en begeleiding.

  • 2 De voeding die vanwege het gezinsvervangend tehuis wordt verstrekt, voldoet aan de eisen van de moderne voedings- en dieetleer.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2006]

Het gezinsvervangend tehuis sluit een geïndexeerde brandschadeverzekering af, alsmede een bedrijfsschadeverzekering voor tenminste 12 maanden en een verzekering tegen de gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid.

Hoofdstuk IV. Medewerkers [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De personele voorzieningen van het gezinsvervangend tehuis zijn afgestemd op het goed functioneren van het gezinsvervangend tehuis overeenkomstig de doelstelling.

  • 2 Onze Minister stelt nadere regelen omtrent de functies van de medewerkers.

  • 3 Onze Minister stelt nadere regelen omtrent de benoembaarheidseisen te stellen aan de medewerkers.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het bestuur draagt de dagelijkse leiding van het gezinsvervangend tehuis op aan een hoofd.

  • 2 Aan het gezinsvervangend tehuis, inclusief eventuele dépendances, zijn in ieder geval verbonden een hoofd, een plaatsvervangend hoofd en vijf leiders.

  • 3 Aan het gezinsvervangend tehuis zijn voorts in ieder geval verbonden:

    • a. een ortho(ped)agoog en/of psycholoog;

    • b. een arts.

  • 4 Het gezinsvervangend tehuis draagt zorg voor voldoende personeel om te voorzien in de administratieve, huishoudelijke en technische diensten.

  • 5 Indien het gezinsvervangend tehuis uitsluitend is bestemd voor lichamelijk gehandicapten, verdient een revalidatie-arts in plaats van de in het derde lid bedoelde arts de voorkeur.

  • 6 Het selectie- en begeleidingsteam van het gezinsvervangend tehuis wordt in ieder geval gevormd door de in het eerste en het derde lid genoemde medewerkers; de in het tweede lid genoemde medewerkers worden waar nodig betrokken bij de teamwerkzaamheden.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Onze Minister stelt regelen omtrent het aantal van de medewerkers, bedoeld in artikel 19, tweede lid, dat dagelijks in het gezinsvervangend tehuis aanwezig moet zijn.

  • 2 Onze Minister stelt regelen omtrent de mate waarin de in artikel 19, derde lid, bedoelde medewerkers ten behoeve van het gezinsvervangend tehuis worden ingeschakeld.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2006]

Het bestuur gaat met alle medewerkers van het gezinsvervangend tehuis een schriftelijke (arbeids)overeenkomst aan.

Hoofdstuk V. Gebouw, situering en capaciteit [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2006]

Ook waar het gezinsvervangend tehuis niet uitdrukkelijk bestemd is voor lichamelijk gehandicapten, heeft het waar nodig zodanige voorzieningen dat het voor de in zijn bewegingen beperkte mens bewoonbaar is.

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Een gezinsvervangend tehuis beschikt voor iedere gehandicapte over een éénpersoons-kamer; daarnaast beschikt een gezinsvervangend tehuis over voldoende ruimte voor:

    • a. gemeenschappelijk verblijf en het gebruik van maaltijden;

    • b. het beoefenen van hobby's;

    • c. besprekingen van het hoofd van het gezinsvervangend tehuis en van het personeel;

    • d. ontvangst van bezoekers;

    • e. personeelsleden die nachtdienst doen;

    • f. administratie;

    • g. het bereiden van maaltijden en voor huishoudelijke activiteiten.

  • 2 Een gezinsvervangend tehuis beschikt bovendien over voldoende sanitaire voorzieningen, voldoende bergruimte en over een af te sluiten archief.

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2006]

Het gezinsvervangend tehuis ligt in een woonwijk of in de onmiddellijke nabijheid daarvan. Het dient in ruimtelijk opzicht gescheiden te zijn van andere voorzieningen voor gehandicapten.

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het gezinsvervangend tehuis kan gebruik maken van, ten hoogste twee, dépendances.

  • 2 De minimale plaatsingscapaciteit van het gezinsvervangend tehuis bedraagt 15 gehandicapten, de maximale plaatsingscapaciteit bedraagt, exclusief de capaciteit van eventuele dépendances, 30 gehandicapten.

Hoofdstuk VI. Veiligheid en hygiëne [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het gezinsvervangend tehuis voldoet aan de algemeen geldende wettelijke regelingen en voorschriften, onder meer ten aanzien van het gebouw, de brandveiligheid en de arbeidsomstandigheden.

  • 2 Het gezinsvervangend tehuis draagt zorg voor maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand in overleg met de brandweerautoriteiten en voor maatregelen ten aanzien van de alarmering van de aanwezigen in, en van de snelle ontruiming van het gezinsvervangend tehuis.

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2006]

In overleg met de aan het gezinsvervangend tehuis verbonden arts worden maatregelen getroffen met betrekking tot de hygiëne en de gezondheid, volgens een hiertoe door het Staatstoezicht op de Volksgezondheid vastgestelde instructie.

Hoofdstuk VII. Vrijheid van de gehandicapten [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-2006]

De persoonlijke vrijheid en de zelfstandigheid van de in het gezinsvervangend tehuis wonende gehandicapten worden gewaarborgd behoudens de beperkingen die noodzakelijkerwijs voortvloeien uit het functioneren als gezinsvervangend tehuis. De levensbeschouwing van de gehandicapten dient volledig gerespecteerd te worden.

Het gezinsvervangend tehuis waarborgt een vrije artsenkeuze voor de gehandicapten.

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-2006]

In bijzondere gevallen kan Onze Minister van het bepaalde in dit besluit ontheffing verlenen. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-2006]

Onze Minister kan, gehoord de Ziekenfondsraad, nadere regelen stellen ter uitvoering van dit besluit, welke regelen voor de onderscheiden categorieën gezinsvervangende tehuizen verschillend kunnen zijn.

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2006]

Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit erkenningsnormen gezinsvervangende tehuizen voor gehandicapten. Het treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de dagtekening van het Staatsblad waarin het is geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Tavarnelle, 30 juli 1982

Beatrix

De Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk,

H. A. de Boer

Uitgegeven de elfde januari 1983

De Minister van Justitie,

F. Korthals Altes