Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
Kruimelpad
  • Home
  • Overheidsinformatie
  • Zoeken
  • Verwijzing

Wet- en regelgeving

Instellingen (nu: volledige regeling), opent een nieuw venster
  • Vorige

  • Volgende

Algemeen militair ambtenarenreglement

Geldend op 09-02-2010


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 87d. Ouderschapsverlof

    TWK Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

    • 1.De militair die als ouder in een familierechtelijke betrekking staat tot een kind heeft, indien hij ten minste één jaar in werkelijke dienst is, aanspraak op ouderschapsverlof. Indien de militair met ingang van hetzelfde tijdstip tot meer dan één kind in familierechtelijke betrekking komt te staan, bestaat, indien hij ten minste één jaar in werkelijke dienst is, er ten aanzien van ieder van die kinderen aanspraak op ouderschapsverlof.

    • 2.De militair die blijkens verklaringen uit de gemeentelijke basisadministratie op hetzelfde adres woont als een kind en duurzaam de verzorging en opvoeding van dat kind als eigen kind op zich heeft genomen, heeft, indien hij ten minste één jaar in werkelijke dienst is, eveneens aanspraak op ouderschapsverlof. Indien de militair met het oog op adoptie met ingang van hetzelfde tijdstip de verzorging en opvoeding van meer dan één kind op zich heeft genomen, bestaat, indien hij ten minste één jaar in werkelijke dienst is, er ten aanzien van ieder van die kinderen aanspraak op ouderschapsverlof. In alle andere gevallen waarin de in de eerste volzin gestelde voorwaarden ten aanzien van meer dan één kind met ingang van hetzelfde tijdstip worden vervuld, bestaat slechts aanspraak op één keer ouderschapsverlof.

    • 3.Geen aanspraak op ouderschapsverlof bestaat over tijdvakken gelegen na de datum waarop het kind de leeftijd van acht jaren heeft bereikt.

    • 4.Het ouderschapsverlof wordt per week opgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste zes maanden en bedraagt per week ten hoogste de helft van de arbeidsduur per week.

    • 5.Het ouderschapsverlof wordt aan de militair verleend met behoud van 75% van zijn inkomsten.

    • 6.De militair kan door het hoofd defensieonderdeel worden verplicht tot terugbetaling van de tijdens het ouderschapsverlof genoten inkomsten wanneer hem tijdens de verlofperiode of binnen één jaar na afloop van het ouderschapsverlof ontslag wordt verleend op zijn aanvraag dan wel niet op zijn aanvraag op grond van aan de militair te wijten omstandigheden of, wanneer hij is aangesteld voor bepaalde tijd, ter zake van het eindigen van de tijd waarvoor de aanstelling is geschied. De verplichting tot terugbetaling wordt beperkt tot een bedrag dat evenredig is aan het aantal maanden dat ontbreekt aan de periode van één jaar. Indien het ontslag verband houdt met een aanstelling als burgerlijk ambtenaar bij het Ministerie van Defensie of indiensttreding bij een andere overheidssector bestaat geen verplichting tot terugbetaling.

    • 7.In afwijking van het vierde lid kan de militair de commandant verzoeken om:

      • ouderschapsverlof voor een langere periode dan zes maanden, of

      • het ouderschapsverlof op te delen in ten hoogste drie perioden, waarbij iedere periode ten minste een maand bedraagt, of

      • meer uren ouderschapsverlof per week dan de helft van de arbeidsduur per week, mits daardoor het maximale aantal ouderschapsverlofuren dat op grond van het vierde lid kan worden verleend niet wordt overschreden.

    • 8.De militair meldt het voornemen om ouderschapsverlof te nemen ten minste zes maanden voor het tijdstip van ingang van het ouderschapsverlof schriftelijk aan de commandant onder opgave van:

      • a. de aaneengesloten periode van het ouderschapsverlof;

      • b. het aantal uren ouderschapsverlof per week;

      • c. de spreiding van deze verlofuren over de week.

      De tijdstippen van ingang en einde van het ouderschapsverlof kunnen afhankelijk worden gesteld van de (vermoedelijke) datum van de bevalling, van het (vermoedelijke) einde van het bevallingsverlof of van de (vermoedelijke) aanvang van de verzorging.

    • 9.De commandant kan na overleg met de militair, de spreiding van de uren over de week op grond van zwaarwegend dienstbelang wijzigen en wel tot vier weken vóór het door de militair opgegeven tijdstip van ingang van het ouderschapsverlof.

    • 10.De commandant is gehouden in te stemmen met een verzoek van de militair het ouderschapsverlof niet op te nemen of niet voort te zetten op grond van onvoorziene omstandigheden, tenzij zwaarwegend dienstbelang zich hiertegen verzetten. De commandant behoeft aan dat aanvraag niet met ingang van een vroeger tijdstip gevolg te geven dan vier weken na indiening van het aanvraag. In het geval dat het ouderschapsverlof met toepassing van de eerste volzin, na het tijdstip van ingang daarvan niet wordt voortgezet, vervalt de aanspraak op het overige deel van dat ouderschapsverlof.

    • 11.De commandant kan bepalen dat de aanspraak op ouderschapsverlof op grond van zwaarwegend dienstbelang wordt opgeschort.

    • 12.Indien de militair op een datum gelegen na 1 april 2006 buiten Nederland werkzaam is, heeft hij aanspraak op het verlof bedoeld in dit artikel, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich hiertegen verzet.

    • 13.Het gestelde in de artikelen 63, 64, 65 en 67 is niet van toepassing op de militair die ouderschapsverlof geniet.

    Terugwerkende kracht

    Stb. 2010, 75, datum inwerkingtreding 03-03-2010, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 01-03-2009. Ouderschapsverlof

    1. Wanneer aan de militair door de commandant ouderschapsverlof, als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg, wordt verleend, behoudt hij over de eerste periode van het ouderschapsverlof, die overeenkomt met dertien maal de voor de militair geldende arbeidsduur per week, 75% van zijn bezoldiging. Over de resterende periode van het verleende ouderschapsverlof, ontvangt de militair over de ouderschapsverlofuren geen bezoldiging.

    2. De militair kan door de commandant worden verplicht tot terugbetaling van de tijdens het ouderschapsverlof genoten inkomsten wanneer hem tijdens de verlofperiode of binnen één jaar na afloop van het ouderschapsverlof ontslag wordt verleend op zijn aanvraag dan wel op grond van aan de militair te wijten omstandigheden. Indien binnen één jaar na afloop van het ouderschapsverlof ontslag wordt verleend, wordt de verplichting tot terugbetaling naar evenredigheid beperkt. Indien het ontslag verband houdt met een aanstelling als burgerlijk ambtenaar bij het Ministerie van Defensie of indiensttreding bij een andere overheidssector bestaat geen verplichting tot terugbetaling.

    3. De militair meldt het voornemen om ouderschapsverlof op te nemen ten minste zes maanden voor het tijdstip van ingang van het verlof schriftelijk aan de commandant.

    4. De commandant kan bepalen dat de aanspraak op ouderschapsverlof op grond van zwaarwegend dienstbelang wordt opgeschort tot een later tijdstip, waarbij kan worden afgeweken van de datum, waarop op grond van artikel 6:4 van de Wet arbeid en zorg geen recht bestaat op ouderschapsverlof.