KruimelpadVorige
Volgende
Geldend op 09-02-2010
De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling.
Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van
in de balk hierboven.
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie, C. L. J. van Lent van 25 mei 1981, nr. PP81/091/1244;
Overwegende, dat het wenselijk is de bepalingen inzake de rechtstoestand van de militaire ambtenaren van de krijgsmacht aan te passen aan de thans dienaangaande bestaande inzichten en opvattingen;
Gelet op artikel 68 van de Grondwet (Stb. 1972, 193), artikel 125 van de Ambtenarenwet 1929 (Stb. 530), artikel 12 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 (Stb. 519) en artikel 2 van de Wet voor het reserve-personeel der krijgsmacht (Stb. 1954, 576);
De Raad van State gehoord (advies van 5 oktober 1981, nr. 810923/16);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie, J. van Houwelingen van 18 februari 1982, nr. PP81/094/403;
Hebben goedgevonden en verstaan: