Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet op het primair onderwijs

Geldend op 04-03-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 132. Grondslag personeelsbekostiging zorgvoorzieningen basisscholen

    • 1. Indien verschillende bevoegde gezagsorganen samenwerken in een samenwerkingsverband wordt personeelsbekostiging toegekend voor zorgvoorzieningen aan het bestuur van de centrale dienst van dat verband.

    • 2. Indien een bevoegd gezag alle scholen in een samenwerkingsverband in stand houdt, wordt de in het eerste lid bedoelde bekostiging toegekend aan dat bevoegd gezag.

    • 3. De grondslag voor de berekening van de personeelsbekostiging voor zorgvoorzieningen is een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag per leerling van de afzonderlijke basisscholen in het samenwerkingsverband, welk bedrag wordt verhoogd met een bedrag dat wordt vermenigvuldigd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van speciale scholen voor basisonderwijs.

    • 4. In een samenwerkingsverband dat de instemming, bedoeld in artikel 18, zevende lid, heeft verkregen, wordt de in het eerste en het tweede lid bedoelde bekostiging verhoogd. De verhoging wordt vastgesteld door 2% van het aantal leerlingen van elke basisschool in een samenwerkingsverband op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, te vermenigvuldigen met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag per leerling, welk bedrag wordt verhoogd met een bedrag dat wordt vermenigvuldigd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van leraren van speciale scholen voor basisonderwijs.

    • 5. De bedragen per leerling, bedoeld in het derde en vierde lid, en de vermenigvuldigingsbedragen van de verhoging, bedoeld in het derde en vierde lid, zijn de uitkomst van een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen hoeveelheid formatie per leerling vermenigvuldigd met een bedrag. Bij de vaststelling van de bedragen wordt in ieder geval rekening gehouden met de ontwikkeling van de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd en de genormeerde gemiddelde personeelslast van de leraren van speciale scholen voor basisonderwijs.