Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet op het primair onderwijs

Geldend op 24-10-2011


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 125. Overdracht van bekostiging personeelskosten bij overgang leerling naar ander samenwerkingsverband

    • 1. Het bevoegd gezag van alle scholen in een samenwerkingsverband dan wel, indien verschillende bevoegde gezagsorganen samenwerken in het verband, het bestuur van de centrale dienst draagt per leerling een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag over aan de speciale school voor basisonderwijs, welk bedrag wordt verhoogd met een bedrag dat wordt vermenigvuldigd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van leraren van speciale scholen voor basisonderwijs indien

      • a. de speciale school voor basisonderwijs een leerling toelaat van een basisschool in het desbetreffende samenwerkingsverband,

      • b. de speciale school geen deel uitmaakt van het desbetreffende samenwerkingsverband, en

      • c. de permanente commissie leerlingenzorg van het desbetreffende samenwerkingsverband heeft bepaald dat de leerling op het onderwijs van een speciale school voor basisonderwijs is aangewezen.

    • 2. Het bedrag per leerling, bedoeld in het eerste lid, en het vermenigvuldigingsbedrag van de verhoging, bedoeld in het eerste lid, zijn de uitkomst van een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen hoeveelheid formatie per leerling vermenigvuldigd met een bedrag. Bij de vaststelling van de bedragen wordt in ieder geval rekening gehouden met de ontwikkeling van de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd en de genormeerde gemiddelde personeelslast van leraren van speciale scholen voor basisonderwijs. In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in de vorige volzin, kan voor de verschillende schooljaren en afhankelijk van het moment van de toelating tot de speciale school voor basisonderwijs een verschillende hoeveelheid formatie worden vastgesteld.

    • 3. De in het eerste lid bedoelde overdracht vindt voor het eerst plaats voor het schooljaar volgend op het schooljaar van de toelating tot de speciale school voor basisonderwijs.

    • 4. De in het eerste lid bedoelde overdracht vindt niet plaats als de toelating plaatsvindt binnen 6 maanden voor of na een verhuizing van de ouders van een woning buiten het gebied van het samenwerkingsverband van de speciale school voor basisonderwijs naar een woning binnen dat gebied.

    • 5. De overdracht, bedoeld in het eerste lid, eindigt met ingang van het schooljaar dat volgt op het schooljaar waarin de leerling de speciale school voor basisonderwijs verlaat.

    • 6. Artikel 124, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op de overdrachtsverplichting, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat ook speciale scholen voor basisonderwijs een aandeel kunnen hebben in de overdrachtsverplichting.