KruimelpadVorige
Volgende
Geldend op 22-02-2009
De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling.
Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van
in de balk hierboven.
1. De commissie voor de indicatiestelling, bedoeld in artikel 28c van de Wet op de expertisecentra, beoordeelt, indien de ouders van een leerling niet overgaan tot een verzoek als bedoeld in artikel 28c, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, op verzoek van het bevoegd gezag van de school van een leerling, die zijn woonplaats heeft in het gebied van het regionaal expertisecentrum dat de desbetreffende commissie voor de indicatiestelling in stand houdt, of een leerling op basis van de in het achtste lid van artikel 28c van de Wet op de expertisecentra bedoelde criteria:
a. in aanmerking komt voor een leerlinggebonden budget indien de leerling wordt dan wel is ingeschreven bij een school alsmede
b. toelaatbaar is tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, onder d, van de Wet op de expertisecentra, waarvoor de commissie voor de indicatiestelling werkzaam is.
2. Het tweede, vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste, tiende en elfde lid van artikel 28c van de Wet op de expertisecentra zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag informeert de ouders van de desbetreffende leerling schriftelijk over zijn voornemen om tot een verzoek als bedoeld in het eerste lid over te gaan en stelt hen daarbij in de gelegenheid binnen ten minste vier weken na dagtekening van de informatieve mededeling aan te geven of zij zelf tot een verzoek overgaan. Bij het aanmeldingsformulier, bedoeld in artikel 28c, vierde lid, geeft het bevoegd gezag de reactie van de ouders weer.