Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beschikking steunverlening bijenteelt 1981[Regeling vervallen per 24-01-2004.]

Geldend van 30-05-1981 t/m 23-01-2004

Beschikking steunverlening bijenteelt 1981

De Minister van Landbouw en Visserij,

Overwegende, dat uitvoering moet worden gegeven aan Verordening (EEG) nr. 1196/81 van de Raad van 28 april 1981, tot invoering van een steunregeling voor de bijenteelt in de verkoopseizoenen 1981/1982, 1982/1983 en 1983/1984;

Gelet op de artikelen 15 en 19 van de Landbouwwet;

Gehoord het Landbouwschap,

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 24-01-2004]

In deze beschikking wordt verstaan onder:

a. Minister:

De Minister van Landbouw en Visserij;

b. STULM:

de Stichting tot Uitvoering van Landbouwmaatregelen 1974;

c. Verordening:

Verordening (EEG) nr. 1196/81 van de Raad van 28 april 1981, tot invoering van een steunregeling voor de bijenteelt voor de verkoopseizoenen 1981/1982, 1982/1983 en 1983/1984 (Pb.E.G. nr. L 122);

d. uitvoeringsbepalingen:

door de Raad of de Commissie van de Europese Gemeenschappen ter uitvoering van de onder c genoemde verordening vastgestelde en in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend gemaakte verordeningen of beschikkingen.

Artikel 2 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 1 De steun als bedoeld in de Verordening wordt met ingang van het verkoopseizoen 1981/1982 jaarlijks verleend aan erkende organisaties van bijenhouders.

  • 2 Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde steun is gelijk aan het bedrag dat uit hoofde van de Verordening of de uitvoeringsbepalingen, omgerekend in Nederlandse courant, naar de onderscheidingen, in de gevallen en volgens de regelen of methoden ingevolge die verordening of die uitvoeringsbepalingen als steun moet worden verleend.

Artikel 3 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 1 Om erkend te worden in de zin van artikel 2, eerste lid, richt de organisatie van bijenhouders een daartoe strekkend verzoek aan de Minister. Bij een desbetreffend verzoek dienen alle gegevens te worden verstrekt waaruit blijkt dat de organisatie van bijenhouders voldoet aan de aan haar bij de Verordening en de uitvoeringsbepalingen gestelde eisen.

  • 2 De erkenning blijft achterwege dan wel wordt ingetrokken indien naar het oordeel van de Minister de organisatie van bijenhouders niet dan wet niet meer voldoet aan de aan haar bij de Verordening en de uitvoeringsbepalingen gestelde eisen.

Artikel 4 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 1 De STULM is belast met de toekenning en uitkering van de in artikel 2 bedoelde steun.

  • 2 De steun komt ten laste van het Landbouwegalisatiefonds, afdeling B.

Artikel 5 [Vervallen per 24-01-2004]

De steun wordt slechts verleend indien de organisatie van bijenhouders

  • a. elke bijenhouder, die zulks heeft verzocht op een door de STULM nader vast te stellen formulier opgave heeft laten doen van de door hem gedurende het betrokken verkoopseizoen op regelmatige basis in produktie aan te houden korven of kasten;

  • b. de bij haar ingediende opgaven als bedoeld onder a ter beschikking houdt van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw en Visserij;

  • c. een aanvraag tot steun indient bij de STULM, op een door deze nader vast te stellen formulier, welke aanvraag tenminste behelst het aantal gedurende het verkoopseizoen waarvoor de steun wordt aangeraagd, op regelmatige basis in produktie aan te houden korven of kasten waarvoor opgaven als bedoeld onder a bij haar zijn ingediend, alsmede het ontwerp van een algemeen programma als bedoeld in artikel 5 van de Verordening, voor zover de organisatie van bijenhouders de steun waarvoor genoemde aanvraag wordt ingediend wenst aan te wenden ter financiering van dat algemene programma dan wel indien zij daartoe uit hoofde van de Verordening of de uitvoeringsbepalingen is gehouden.

  • d. de goedkeuring van de Minister heeft verkregen voor het onder c bedoelde algemene programma;

  • e. zich ertoe verplicht binnen drie maanden na afloop van het verkoopseizoen waarvoor zij steun heeft ontvangen schriftelijk verslag uit te brengen aan de STULM over de met behulp van de steun gevoerde acties en hierbij alle door de STULM gewenste inlichtingen te verstrekken;

  • f. zich ertoe verplicht alle overige uit hoofde van de Verordening, de uitvoeringsbepalingen en deze beschikking op haar rustende verplichtingen na te komen en de ter zake gegeven aanwijzingen van de STULM op te volgen.

Artikel 6 [Vervallen per 24-01-2004]

Het is de bijenhouder niet toegestaan per verkoopseizoen meer dan één opgave als bedoeld in artikel 5, onder a, bij een organisatie van bijenhouders in te dienen.

Artikel 7 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 1 Nadat de in de steunaanvraag vermelde gegevens zijn geverifieerd beslist de STULM op de aanvraag.

  • 2 Van de beslissing wordt de aanvrager in kennis gesteld.

  • 3 Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen wordt de beslissing met redenen omkleed.

Artikel 8 [Vervallen per 24-01-2004]

Indien, naar het oordeel van de STULM, de organisatie van bijenhouders de op haar rustende verplichtingen uit hoofde van de Verordening, de uitvoeringsbepalingen of deze beschikking niet of niet geheel is nagekomen, wordt de steun dienovereenkomstig teruggevorderd.

Artikel 9 [Vervallen per 24-01-2004]

De algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw en Visserij is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij de Verordening, de uitvoeringsbepalingen en deze beschikking.

Artikel 10 [Vervallen per 24-01-2004]

Tegen een beslissing genomen op grond van deze beschikking, met uitzondering van artikel 3, kan de organisatie van bijenhouders binnen 30 dagen na de dag waarop de beslissing is medegedeeld uitgereikt of verzonden, bij de Minister bezwaar maken door het indienen van een met redenen omkleed en ondertekend bezwaarschrift.

Artikel 11 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 1 Deze beschikking kan worden aangehaald als: ‘Beschikking steunverlening bijenteelt 1981’.

  • 2 zij treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant.

's-Gravenhage, 25 mei 1981

De

Minister

van Landbouw en Visserij,
Voor deze,
De

secretaris-generaal

,

G. J. van Dinter